De wijsheid die van God komt

Jacobus 3:13-18

13: ‘Wie is wijs en verstandig onder u? Laat hij door zijn goede levenswandel zijn werken laten zien’

Waarom begint Jacobus nu onverwacht te vragen wie wijs en verstandig is, nadat hij eerst aangetoond heeft dat goede werken noodzakelijk zijn en dat alleen iemand die zijn tong in bedwang kan houden, geschikt is om anderen te onderwijzen? >>>>>