De brief aan de Galaten

  • ‘Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten’ (Galaten 5:1).

Omstreeks 900 voor Christus ontstond er in Europa een grote volksverhuizing. Grote groepen Indo-Germaanse volken, die Kelten genoemd werden, drongen vanuit Centraal-Europa Frankrijk en Spanje binnen en staken over naar Engeland en Ierland. Ongeveer 390 v. Chr. kwamen zij ook in Italië waar zij tot Rome doordrongen. Oostwaarts zakten ze de Donau af en bereikten Griekenland. Van daar staken vele stammen de Bosporus over om in het binnenland van Klein-Azië een woongebied te vinden. De Romeinen noemden deze rijzige, blonde Kelten, Galliërs. De Grieken noemden hen Galaten. Het landschap rondom Ancyra, de tegenwoordige hoofdstad van Turkije, Ankara, ontving de naam Galatië.

De Galliërs werden zodanig door de Romeinen geromaniseerd, dat ze zelfs hun eigen taal verloren. Alleen in Engeland en Ierland spraken ze nog hun eigen taal. De overheersers voegden andere gebieden aan het landschap Galatië toe en zo ontstond de Romeinse ‘provincie’ Galatië. Deze was dus veel groter dan de oorspronkelijke regio, zoals bij ons het geval was toen heel Nederland met de naam Holland werd aangeduid. In de provincie Galatië bevinden zich Bijbelse streken als Pisidië, een deel van Phrygië en Lycaonië, het eigenlijke Galatië en een deel van Pontus. De taal was het Grieks. Voor de Romeinen heette het hele gebied administratief Galatië, ongeacht welke inheemse taal er verder nog werd gesproken.

De vraag is nu aan wie de Galatenbrief eigenlijk was geadresseerd, wanneer er staat ‘Aan de gemeenten van Galatië’. Doelde Paulus hier ook op de steden Lystra en Derbe in Lycaonië, Antiochië in Pisidië of Iconium in Phrygië, die deel uitmaakten van de provincie Galatië? Of schreef Paulus zijn brief aan de gemeenten in het oude landschap? Dan zijn dat voor ons onbekende gemeenten. Allereerst verwijzen we naar Handelingen 16:6, waar meegedeeld wordt dat Paulus op zijn tweede zendingsreis door het Phrygisch-Galatische land trok. Hiermee kan niet de provincie Galatië bedoeld zijn, want hij was te Derbe al in dit gewest. Hij trok dus door het oorspronkelijke Galatië, waarin Ancyra lag. In Handelingen 18:23 lezen we dat Paulus op zijn derde zendingsreis opnieuw in die streek kwam om de leerlingen daar te versterken. Paulus had daar dus al gepredikt en wegens lichamelijke zwakte was hij er langer geweest dan oorspronkelijk in zijn bedoeling lag. In Galaten 4:13 schrijft hij:

  • ‘Ja, u weet, dat ik aan u de eerste maal, omdat ik ziek geworden was, het evangelie verkondigd heb.’

In het afgelegen gebied Galatië waren waarschijnlijk geen gemeenten met christenen van Joodse afkomst. In Handelingen 2:9,10 somt Lucas op de Pinksterdag onder andere de uitheemse Joden uit Klein-Azië op, die uit Cappadocië, Pontus, Asia, Phrygië en Pamfylië kwamen. Hij trekt dan als het ware een cirkel om het binnenland van Anatolië heen, maar noemt de regio Galatië niet. Voor ons een aanwijzing dat daar geen Joden vandaan kwamen. Wij neigen daarom naar de mening dat de gemeenten in Galatië, die nergens in deze brief met name worden genoemd, in het oorspronkelijke, noordelijke deel lagen.

De gemeenten in dit Keltische Galatië bestonden dan ook uit onbesnedenen: Hier zijn de judaïserende propagandisten, die beweerden dat deze christenen uit de heidenen de wettische voorschriften van de Joden moesten overnemen om deel te krijgen aan de Messiaanse toekomst, binnengedrongen. Onder de betovering van hun zelotische zendingsijver namen deze ‘heidenchristenen’ – net als de ‘Jodenchristenen’ dagen, maanden, vaste tijden en jaren waar en stonden zij onder druk om zich te laten besnijden (Gal.4:10, 6:12). Deze judaïsten beweerden dat Paulus alleen maar op tweedehands kennis en gezag aanspraak kon maken. Ze zeiden dat Paulus vroeger ook zelf de besnijdenis had gepredikt en dat hij, om de heidenen te winnen en te behagen, daar nu van af was gestapt (Gal.5:11, 1:10).

In de gemeenten waar veel Joden waren, zoals in Antiochië, in Syrië en in Silicië, hield Paulus zich na het apostelconvent te Jeruzalem aan het akkoord dat men daar was aangegaan. Op advies van Jacobus, de broer van de Heer, gaf men de raad dat de heidenen zich moesten ‘onthouden van wat aan de afgoden geofferd is, van bloed, van het verstikte en van hoererij’ (Hand 15:29). De brief aan de Galaten werd echter vóór de grote vergadering te Jeruzalem geschreven. Paulus beroept zich hier ook niet op uitspraken van de grote kerkvergadering te Jeruzalem in het jaar 48, maar op een onderhoud dat hij met de drie grote apostelen had gehad, namelijk Jacobus, Petrus en Johannes (Gal.2:1,9; Hand.11:29,30). Onder de Kelten in Galatië bevond Paulus zich geheel op eigen terrein en kon hij in verband met het gesprek dat hij met de drie apostelen had gehad, zeggen: Aan mij hebben ze niets toegevoegd of opgelegd (Gal.2:26).

Wanneer wij dus de Galatenbrief zouden dateren, dan is deze geschreven na de ontmoeting met de drie apostelen, maar ook na Paulus’ eerste zendingsreis, omdat hij zich in de aanhef introduceert als Paulus en niet als Saulus (Hand.13:9). Toen Paulus met Barnabas en Titus naar Antiochië reisde en vandaar na een vol jaar doorging naar Jeruzalem, kreeg hij bericht dat de judaïsten in Galatië na zijn vertrek hun slag hadden geslagen. Hij schrijft immers: ‘Dat u zich zo snel laat afbrengen tot een ander evangelie’ (Gal.1:6). Hij zal dus vanuit Antiochië deze brief hebben geschreven. In Marcions Paulusbundel (140 n. Chr.) wordt Galaten als eerste brief genoemd. Ook Calvijn was van oordeel dat we hier met de eerste brief van Paulus te maken hebben. Veel exegeten menen dat er geen sprake zou zijn van de aanwezigheid van gemeenten in het eigenlijke Galatië. Professor Adolf Deissman zocht echter in zijn boek over Paulus de Galatische christenen diep in het hart van Anatolië (Klein-Azië):

  • ‘Hier in het oude landschap Galatië zijn naar mijn mening de gemeenten van de Galatenbrief te zoeken. De geschiedenis van het ontstaan van de Galatische gemeenten als verhaald in Galaten 4:13-19, past absoluut niet bij de gegevens in Handelingen over de zendingswerkzaamheden in Antiochië, Pisidië, Iconium, Lystra en Derbe, in welke steden de ‘gemeenten van Galatië’ door velen worden gezocht. Ook de overige gegevens van Handelingen sluiten niet aan bij deze Zuid-Galatische hypothese’.

Wij menen daarom dat de Galatische gemeenten gesticht zijn tijdens de dertien jaren die Paulus in Tarsus en omgeving heeft doorgebracht (vlg. Gal:1:21; Hand.9:30).

Velen ontkennen dat in het Keltische Galatië ooit gemeenten zijn geweest. Wij wijzen er echter op dat in de Kerkgeschiedenis van Eusebius in verband met het Montanisme de opmerking wordt gemaakt, dat ‘de kerk te Ancyra in Galatië door deze leer in beroering was gebracht (boek V 16:2). In Ankara, de hoofdstad van Turkije, waren dus vroeger christelijke gemeenten. In het hart van deze, nu vrijwel geheel islamitische streek, leefde een kleine eeuw na Paulus de visionaire profeet Montanus. In de omgeving van deze charismatisch begaafde persoon waren onder meer de profetessen Priscilla en Maximilla. Bij deze pinksterbeweging sloot zelfs Tertullianus zich aan, die vóór Augustinus de grootste theoloog uit het Westen wordt genoemd. Deze Montanistische opleving begon onder de Galaten en drong door tot in Rome en Noord-Afrika. Door Montanus werd de uitstorting van Gods Geest niet langer opgevat als een incidenteel gebeuren uit het verleden en zo krachteloos gemaakt, maar als iets dat zich ook in vandaag opnieuw voltrekt – een opvatting die past bij een levende interpretatie van het evangelie.

Door zijn strenge levenswijze zette het Montanisme de kerk voor een principiële beslissing. Wilde deze terugkeren naar haar vroegere existentie van heiligheid, of zou ze doorgaan op de weg van wereldgelijkvormigheid? De kerk gaf het antwoord, toen zij Montanus als een valse profeet brandmerkte en hem omstreeks het jaar 177 uitstootte. Naar het getuigenis van Eusebius werden de – aan de oerchristelijke heiligheid vasthoudende – Montanisten, die zich tijdens de vervolgingen op het grootste aantal martelaars konden beroemen, als door de duivel bezeten ketters uit de kerk geworpen. Het Montanisme, dat de kerk op haar grondvesten deed schudden, werd zwaar vervolgd, zodat na de zesde eeuw deze pinksterbeweging in Europa verdwenen was. Montanus werd door het establishment van de kerk een extreme pinkstergelovige genoemd. De kerk was aan de wereld gelijkvormig geworden. De Geest was geblust en zijn gaven waren verdwenen. Niet voor Montanus, uit Galatië, maar wel voor de kerk gold: ‘U bent begonnen met de Geest, eindigt u nu met het vlees?’ (Gal.3:3).

Het Montanisme werd krachtig bestreden, vooral door Zefyrinus, die van 199 tot 217 bisschop, of liever ‘Paus’ was te Rome. In de kerk echter, stond Zefyrinus’ opvolger Calixtus I het vrouwen uit de deftige stand toe, naar eigen keus de bijslaap te genieten, hetzij met een slaaf, hetzij met een vrije, en zo’n persoon ook zonder rechtmatig huwelijk als haar man te beschouwen. Hij stond ook aan rijke christenen het concubinaat toe, om zich daardoor van hun welgezinde aanhankelijkheid te verzekeren. Daartoe beriep hij zich op het Bijbelwoord: ‘Want bij het uithalen van het onkruid zou u ook het koren kunnen uittrekken. Laat beide samen opgroeien’ (Matth.13:29). Ook in de ark van Noach werden immers zowel de reine als de onreine dieren behouden. Dit was de ‘extreme’ uitleg van Calixtus I, die de ark als beeld van de kerk beschouwde. De Montanisten werden uitgeschakeld en het bederf kon daardoor snel toenemen.

Elke brief van Paulus heeft zijn eigen karakter. De Romeinenbrief spreekt over de rechtvaardiging door het geloof. De brief aan de Efeziërs gaat over de gemeente als het geheim van God. Het thema van de Galatenbrief is de vrijheid die de gelovigen in Christus hebben. De meeste brieven van Paulus zijn geschreven om verkeerde leerstellingen of gedragingen in de gemeente recht te zetten. De apostel blijft waakzaam over de gemeenten waarmee hij contact had, zoals een herder dit is over zijn kudde. Had Paulus de oudsten in Efeze niet gewaarschuwd dat na zijn heengaan grimmige wolven zouden binnensluipen, die de kudde zouden verscheuren (Hand.20:29)? Ook in de Galatenbrief is de apostel ten voeten uit de ware dienstknecht van Jezus Christus, die zelf zijn gemeente bouwt en die wandelt te midden van de kandelaars. (Op.1:12, 13,20). In deze brief corrigeert Paulus de wispelturige Galaten vanwege hun geestelijke achteruitgang. Zij volgden de ritualistische en wettische judaïserende leraars. Hij bepaalt hen bij de kloof die zich tussen het nieuwe en het oude verbond bevindt.

Opvallende leerstellingen in deze brief zijn: 

  • Christenen kunnen de genade verliezen en Christus loslaten (Gal.1:6-8; 2:21;3:1-5; 4:8, 11,19; 5:4.19-21; 6:1,8).
  • Het evangelie dat Paulus bracht, was hem door Jezus Christus geopenbaard (Gal.1:11; 2:14).
  • De rechtvaardiging is alleen door het geloof zonder de werken van de wet (Gal.2:15; 3:29; 3:7-29).
  • Christenen kunnen een overwinnend leven leiden (Gal.2:20; 3:5; 5:1; 26; 6:1-8).
  • De doop in Gods Heilige Geest is voor alle gelovigen (Gal.3:1-5,13,14).
  • De wet van Mozes is afgeschaft (Gal. 3:10-29; 4:21-31; 5:1).  
  • Allen die het van de wetsonderhouding verwachten, zijn verplicht de hele wet te onderhouden, want anders zijn ze onder de vloek (Gal.3:10-12; 5:1-4).

Artikelen:

Galaten 1:1-5 Afzenders, geadresseerden, groet
Galaten 1:6-9 Geen ander evangelie
Galaten 1:10-19 De roeping van Paulus tot apostel
Galaten 1:20-24 Recht voor God
Galaten 2:1-10 Het ambt van Paulus erkend in Jeruzalem
Galaten 2:11-14 Onenigheid met Petrus in Antiochië
Galaten 2:15-21 Voor de wet gestorven
Galaten 3:1-12 Niemand gerechtvaardigd door de wet
Galaten 3:13-18 De zegen van Abraham door het geloof in Christus
Galaten 3:19-29 De wet onze leermeester tot Christus
Galaten 4:1-7 Niet langer slaaf, maar zoon
Galaten 4:8-20 In de ban van dwaalleraars
Galaten 4:21-31 Hagar en Sara – twee verbonden
Galaten 5:1-12 Het geloof door de liefde werkzaam
Galaten 5:13-26 Geen misbruik van de vrijheid – De vrucht van de Geest
Galaten 6:1-18 Draag elkaars lasten – Slot