De brief aan de Filippenzen

Papyrus 16 – Papyrus Oxyrhynchus 1009 – Cairo Egyptian Museum JE 47424 – Epistle to the Philippines 3:10–17, 4:2–8

De apostel Paulus heeft meerdere brieven vanuit de gevangenis geschreven. Hij zat gevangen in Caesarea (Hand.23:23-26:32), Rome (Hand.28:16-31) en waarschijnlijk ook in Efeze. Al deze steden worden daarom genoemd als mogelijke ontstaansplek van de Filippenzenbrief. Omdat Filippi een Romeinse kolonie was, waar veel Romeinse burgers woonden (Hand.16:12) en er veel verkeer was tussen Rome en deze stad, is het heel goed mogelijk dat Paulus deze brief vanuit Rome schreef.

Toen Paulus de Filippenzenbrief schreef, was Timotheüs op dat moment bij hem (2:1; 2:19). Timotheüs ging ook met Paulus mee op de tweede zendingsreis toen hij de gemeente te Filippi stichtte (Hand.16:12-40). Er waren dus nauwe banden tussen deze medewerkers van Jezus Christus en de gemeente te Filippi. Het is niet waarschijnlijk dat Timotheüs meeschreef aan deze brief.

De aanleiding van deze brief was de komst van Epafroditus. Hij had allerlei giften van de gemeente bij zich, bedoeld voor de gevangen Paulus (4:18). Deze Epafroditus was tijdens zijn bezoek aan Paulus ziek geworden en keerde nu naar Filippi terug met een brief van de apostel (2:25-30). Filippi was een goede gemeente, maar er was ook aanleiding om terecht te wijzen of te vermanen. Uit het contact dat men met Paulus had – ook in de gevangenis – bleek dat men de apostel was blijven erkennen (verg.2:12). Daarom beroept Paulus zich hier niet op zijn apostelschap wat hij meestal doet aan het begin van een brief.

Bijbehorende artikelen:

Filippenzen 1:1-11 Zegen en dank voor de Filippenzen
Filippenzen 1:12-26 De ervaringen van Paulus in de gevangenis
Filippenzen 1:27-2:7 Aansporing tot volhouden en eensgezindheid
Filippenzen 2:8-18 Gehoorzaamheid
Filippenzen 2:19-30 Timotheüs en Epafroditus
Filippenzen 3:1-16 Judaïsme tegenover Jezus Christus
Filippenzen 3:17-4:3 Burgers van het rijk in de hemelen
Filippenzen 4:4-9 Wees blij in de Heer!
Filippenzen 4:10-23 Slot van de Filippenzenbrief