Mattheüs 6
‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn leerlingen geleerd heeft’.
De leerlingen hadden het duidelijk gehoord: vermijd bij het gebed elke demonstratie in de zichtbare wereld. God hecht geen waarde aan een vermoeiend, lang gebed, net zo min als aan een ingrijpend en uitputtend vasten naar het lichaam. Veel kerkgangers denken nog altijd dat wanneer zij iets tegen hun zin doen, dit God een plezier zou doen, maar zij vergissen zich. God is geest en bidden is een geestelijke aangelegenheid en geen aardse. Het is een verborgen omgang met God, een uitwisseling van de diepste gedachten van het hart, een bezig zijn in de hemelse gewesten. Het gebed is te vergelijken met de intimiteit tussen man en vrouw, wat een grote verborgenheid is (Ef.5:32). Men praat daar niet met buitenstaanders over.
Misschien denkt u dat niemand meer op de hoeken van de pleinen bidt om door mensen gezien te worden, maar wat te denken van een ‘godsman’, die bij een stapel gebedsbrieven geknield ligt? Terwijl hij in gebed is, krijgt de fotograaf nog enkele aanwijzingen hoe deze zijn toestel op de bidder moet richten, die demonstratief zijn handen over de brieven uitspreidt. Hij wil immers door duizenden lezers in zijn magazine gezien worden!
Wat is het nut van kettinggebeden en nachtbidstonden, wanneer iemand daardoor te weinig slaapt en te moe is om te werken? Wat te denken van gebedslijsten met namen van mensen voor wie men beloofd heeft te bidden, maar die anders allang uit beeld zouden zijn? Is het een wonder dat een van de leerlingen die het gebed van zijn Meester waargenomen had, zei: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn leerlingen geleerd heeft’ (Luc.11:1)? Hij wist zich dus nog maar een beginneling op dit terrein. Hij wist echter wel dat het publieke gebed van de Farizeeën voor God waardeloos was. De leerling wilde weten hoe hij dicht tot God kon naderen om met Hem een vertrouwelijk contact te hebben.
De oudtestamentische gelovigen baden tot een God die tussen de cherubs in het allerheiligste woonde, maar die ver weg was en onbereikbaar voor iedere Israëliet, want de weg tot het binnenste heiligdom was afgesloten. De psalmist wees op deze afstand met de woorden: ‘De hemel is de hemel van de Heer, maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven’ (Ps.115:16).
Jezus geeft vervolgens in de Bergrede aanwijzingen om deze afstand te overbruggen. Het ‘Onze Vader’ was een gebed voor een overgangstijd, waarin Gods Geest nog niet in de harten van de bidders was uitgestort.
Artikelen:
- Onze Vader in de hemel
- Laat Uw Naam geheiligd worden
- Laat Uw Koninkrijk komen
- Laat Uw wil gedaan worden
- Geef ons vandaag het brood
- Vergeef ons onze schulden
- Leid ons niet in verzoeking
- Want van U is het Koninkrijk
