28. Bid en u zal gegeven worden

<<<<<

Mattheüs 7:7,8

7,8: ‘Bid en u zal gegeven worden; zoek en u zult vinden; klop en er zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt, zal opengedaan worden’.

Bid en u zal gegeven worden! Achter deze woorden leven miljoenen teleurgestelden. Veel mensen hebben op dit woord hun vertrouwen gesteld; ze bidden, smeken, kermen zonder enig resultaat te zien. In benauwde momenten, in dagen van ziekte, in tijden van oorlog praten zij met God en worden niet verhoord. Het gaat in hun gebed niet om kleinigheden, om een goed resultaat bij een examen, om mooi weer tijdens de vakantie, maar om te ontkomen aan een catastrofe. Heidenen, Joden en christenen roepen in veel variaties hun God aan. Er zijn liturgische gebeden zoals ‘voor zieken in doodsnood’, ‘voor zieken in hun uiterste’, ‘ziekentroost om gewillig te sterven’, zoals deze in menig Bijbeltje met psalmen voorkomen. Maar wat Jezus hier belooft is heel wat anders dan men graag wil ervaren.

De uitspraak die Jezus doet, wordt in de eerste plaats gerealiseerd onder hen die zijn Vader kennen. Die de gedachten van God in hun leven hebben overgenomen, die vernieuwd zijn in hun denken en kennis bezitten van de strijd in de hemelse gewesten. Dit sluit niet uit dat de hemelse Vader zijn zon doet opgaan over bozen en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (5:45). Omdat gebedsverhoring zo vaak uitblijft, zijn kerkgangers gaan zeggen:

  • “God verhoort altijd, maar op zijn manier. Hij alleen weet wat goed voor ons is…”

Op deze manier heeft men in feite de machtige belofte ‘ieder die bidt, ontvangt’, krachteloos gemaakt. Inderdaad: God weet wel wat goed voor ons is en daarom geeft Hij ons zijn woord en ook deze heerlijke belofte.

Vers 11 zegt dat de hemelse Vader het ‘goede’ zal geven aan hen, die Hem daarom bidden. Verder zegt Jacobus dat iedere gave, die goed is; en elk geschenk, dat volmaakt is, van boven neerdaalt, van de Vader van de lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer’ (Jac.1:17). Natuurlijk kunnen wij dwaze dingen vragen, zoals een kind om een scherp mes vraagt, maar men maakt het gebed van de goedwillende mens van God krachteloos, wanneer men zegt – als de gebeden niet direct verhoord worden – dat Gods wegen hoger zijn dan onze wegen en zijn gedachten hoger dan onze gedachten (Jes.55:9). In dit verband wordt er immers juist op gewezen dat God anders denkt dan de mens, Hij is liefdevoller en barmhartiger dan wie dan ook. 

God is enkel goed

Er staat:

  • ‘Zoek de Heer, terwijl Hij Zich laat vinden; roep Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlaat zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekeert zich tot de Heer, dan zal Hij Zich over hem ontfermen en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord van het Heer’ (Jes.55:6-8).

Gods gedachten zijn anders dan de onze, want wij schrijven vaak mensen af, maar Hij is volkomen barmhartig en goed. Wanneer men dus bidt naar de wil van God, moet men volharden om het beloofde te krijgen (Hebr.10:36).

Een veel gebruikte tekst onder kerkgangers is: ‘Alles wat u bidt en wenst, geloof dat u het hebt ontvangen en het zal u gebeuren’ (Marc.11:24). Aan deze tekst is echter een stringente (bindende) voorwaarde verbonden, namelijk: ‘En wanneer u staat te bidden, vergeef wat u tegen iemand mocht hebben, zodat ook uw Vader in de hemelen uw overtredingen vergeeft’. Men kan zichzelf misschien vrijpleiten omdat men niet rookt of drinkt, maar misschien zondigt men in de onzienlijke wereld. Wrok, jaloezie, eerzucht, koppigheid, hardheid, liefdeloosheid, onreinheid zijn bindingen met het rijk van de duisternis. Jacobus merkt bij het onverhoorde gebed op:

  • ‘u bidt wel, maar u ontvangt niet, doordat u verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen. Overspeligen – dus u die contact hebt met boze geesten – weet u niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is?’ (Jac.4:3,4).

De hartstochten die het gebed blokkeren zijn ‘de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven’ (1 Joh.2:16). De Heer zegt echter in de Bergrede: ‘Wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden’ (6:6). Het gaat bij het bidden niet in de eerste plaats om een zichtbaar, eenvoudig vertrek, maar om het binnengaan in de hemelse gewesten, want bidden is bezig zijn in het Koninkrijk van de hemelen. Niet voor niets vroegen de leerlingen aan Jezus: ‘Heer, leer ons bidden’. Zij moesten immers leren om in de geestelijke wereld binnen te gaan. De Heer waarschuwde zijn luisteraars, dat het ware gebed niets te maken had met een omhaal van woorden, met hele nachten door te bidden, met pressiemiddelen waarmee men God onder druk probeerde te zetten of probeerde om te praten, want dit alles hoort bij de natuurlijke wereld.

Bid en u zal gegeven worden

Bidden is een geheim dat wij moeten leren, een mysterie van het Koninkrijk van de hemelen. Werken in de geestelijke wereld, voortkomend uit de nieuwe manier van denken. Wie over onverhoorde gebeden klaagt, moet eens ophouden een nieuwe lap op een oud kleed te zetten, of nieuwe wijn in oude zakken te doen. De bidder moet eerst en bovenal het koninkrijk van God zoeken en zijn gerechtigheid. Dan zal hij merken, dat ‘al het andere ook wordt geschonken’. Vraag jezelf daarom af of je dit Koninkrijk boven alles zoekt. Als dit niet het geval is, moet je ook niet klagen dat de woorden van Jezus niet zouden werken. Het gebed waarover Jezus spreekt, komt uit het hart en uit de mond van geestelijke mensen, die in de onzienlijke wereld de ‘zoekers’ zijn, wat meerder is dan het bezoeken van alle soorten kerken.

De vraag is: hoe krijg ik het voor elkaar dat ik ontvang, dat ik vind, dat voor mij wordt opengedaan? In vers 24 spreekt Jezus over horen en doen: ‘Ieder, die deze mijn woorden hoort en ze doet’. Zo iemand is een verstandig man, die zijn hersens gebruikt, die geen domkop en niet gebonden is. Er is een weg die tot het ware bidden leidt en de onzienlijke wereld doet binnengaan. Deze weg wordt geopend door het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen, dat ook het evangelie van Jezus Christus genoemd wordt. Bid daarom allereerst om wijsheid en zij zal u gegeven worden (Jac.1:5). De natuurlijke dingen lossen zich vanzelf op, als de ware christen zich niet bezorgd maakt. De Vader weet immers wat wij nodig hebben in de zichtbare wereld. Maak ze Hem bekend onder bidden en danken (Fil.4:6).

Nader tot God

Bidden, zoeken en kloppen staan in de gebiedende wijs en drukken een herhaling uit. Men moet blijven bidden, blijven zoeken en blijven kloppen. Men kan deze drie werkwoorden niet van elkaar scheiden. Men kan niet protesteren door te zeggen: mijn bidden helpt niet, als men niet geklopt en gezocht heeft. We hebben hier met een anticlimax te maken, waarbij het voornaamste woord, het bidden, voorop gaat. Het beeld sluit aan bij dat van de enge poort, waarover de Heer in vers 13 spreekt. Eerst moet men kloppen aan de deur, die toegang geeft tot het rijk van God; en wel herhaaldelijk, telkens. Het werkwoord drukt geen bonzen uit maar aankloppen. Forceren en geweld gebruiken helpen niet. Men nadert tot God, continu en vasthoudend, zonder geschreeuw, in alle oprechtheid, zonder show, frustraties, wrokken, mopperen of gekwetste gevoelens. Men nadert immers tot de hemelse vader, de God van de hele aarde, de Ontfermer en de Heer. Jezus zei:

  • ‘Kom tot mij, allen die vermoeid en belast bent en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en u zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht’ (Matth.11:28,29).

God is een goede God! Na het kloppen gaat men ook verder zoeken, in het bijzonder naar de rijkdommen van het Koninkrijk van God, de gaven van Zijn Geest. Men is immers door een geopende deur in de schatkamer gekomen, waar niemand de deur kan sluiten voor hem, die op de woorden van Jezus Christus zijn vertrouwen stelt en ze bewaart. Men moet niet moe worden bij het zoeken. Zoeken doe je immers altijd naar iets dat verborgen is, dus wat in de tekst te maken heeft met het Koninkrijk van de hemelen, het verborgene. De schatten van het Koninkrijk van God zijn immers geen reclameartikelen. Nergens komt in het Nieuwe Testament zo vaak en duidelijk naar voren dat God enkel goed is dan in de Bergrede. God is volmaakt goed voor alle mensen (Lucas 6:35).

Ga van het geloof uit dat God ook jou zoekt. Hij zoekt mensen van God die aan zijn doel beantwoorden. Hij zoekt aanbidders die nauw met Hem verbonden zijn, mensen die zijn heerlijkheid en majesteit opmerken en die vol verwondering zijn over zijn goedheid en genade. De aanbidders zijn zij die een liefdeband met Hem hebben. Bidden is vragen, letterlijk bedelen, omdat je hongert en dorst naar de absolute gerechtigheid. Bidden is blijven vragen zoals de weduwe bij de rechtvaardige rechter. Zij verslapte niet, maar zei telkens tot de rechter: ‘Doe mij recht tegenover mijn tegenpartij’ (Luc.18:3). Dit willen wij ook doen, ook al duurt het maanden of jaren, want tenslotte winnen wij het proces.

De geestelijke wapenuitrusting

Bidden is het belangrijkste deel van onze wapenuitrusting, zoals er staat: ‘En bid daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen’, voor je kinderen voor wie je verantwoordelijkheid draagt en voor je huisgenoten. Sta voor al je broers en zussen in de bres. Bid niet urenlang maar telkens, niet één biddag maar je leven lang. Leer omhoog te gaan en breek met datgene wat je nog bindt aan je oude leven. Bedenk de dingen die boven zijn, waar Christus is en houd onophoudelijk rekening met de engelenwereld, zowel de goede als satans’ demonen (Col.3:1-4; Op.13:1,2). Je vraagt om redding, bevrijding, bewaring, vernieuwing van leven. Daardoor toon je dat de liefde van God in je hart woont. Je ontvangt, als je oprecht bidt en iets goeds vraagt.

Een ongeestelijk mens ontvangt niet, omdat hij geen goed contact heeft in de geestelijke wereld. Hij nadert dan niet tot God en bidt kwalijk. De bidder moet zijn waar God is. Bidden is met Hem contact opnemen. Als je bidt, moet je dezelfde intenties hebben als Degene tot wie je bidt, aan wie je iets vraagt. Je hoort rekening te houden met de wil van God en die wil is het goede. De Heer zegt: ga in door de enge poort zonder bijbedoelingen, gebondenheden, hardheid, onreinheid of anderszins, maar met geloof en vertrouwen. Hou vast aan de waarheid van Jezus’ woorden: ieder die bidt, zoekt en klopt: klein en groot, arm en rijk, vrouw en man, zij die niet hebben gestudeerd en de omhoog gevallenen, nooit werkende intellectuelen mét spijt: allen worden verhoord, allen ontvangen en voor allen wordt opengedaan, als zij ingaan door de enge poort van het Koninkrijk van God en daar hun stem in de hoge laten horen.

>>>>>