De Bergrede

Ik zal verkondigen wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen is gebleven (Mattheüs 13:35).

De Bergrede werd uitgesproken in het begin van Jezus’ optreden. Zij sluit aan bij de prediking van Johannes de Doper en was erop gericht het volk los te maken van het oude tijdperk en de ogen te openen voor de mysteries van het Koninkrijk der hemelen, waarover Jezus in Galilea al had gesproken. Zij zou de menigte gemeenschap geven met een Vader die in de hemelen is, een voor hen onbekend begrip. De rede op de Olijfberg aan het einde van Jezus’ bediening houdt ons echter bezig met wat ná zijn opstanding zou gebeuren en met de ontwikkelingen van het rijk van God in een verre toekomst.

Opmerkelijk is het grote gezag waarmee de Heer in de eerste Bergrede sprak, hoewel Hij inging tegen vele uitspraken, leringen, inzettingen en tradities van de leiders in zijn tijd. Ook hier sprak Jezus als machthebbende en niet als de schiftgeleerden, zoals de laatste woorden in de Bergrede luiden. Heel duidelijk komt naar voren dat de Heer Zich bezighield met het wezen en met de volkomen vervulling van de wet. Hij openbaarde in zijn toespraak de hemelse Vader, zoals deze is: enkel en echt goed, rechtvaardig, volmaakt, trouw en barmhartig. Hij riep de menigten op om het beeld van de goede God te dragen en ging ook van de mogelijkheid uit, dat dit ook te realiseren zou zijn. Hij sprak zelfs over de Heilige Geest, die als het ‘goede’ aan zijn volk op hun gebed zou worden geschonken.

In de Bergrede horen wij alles ‘wat Jezus begonnen is te leren’ (Hand.1:1). Zijn woorden zijn voor ons nog van grote betekenis om ze te horen, te verstaan en te bewaren. Buiten het inzicht van het Koninkrijk der hemelen met zijn kennis van de goede en kwade geestenwereld probeert men wel de Bergrede te zien als een soort sociaal evangelie, dat de vrede op aarde zal brengen. De zaligsprekingen betreffen echter niet een humanistisch goedvolk, maar een volk van God dat de dingen wil gaan bedenken die boven zijn. De Bergrede is bedoeld voor mensen die zich willen losmaken van iedere geestelijke slavernij, om de levende God te dienen in waarheid en gerechtigheid. Dit volk moet dan ook bevrijd worden van de onderwijzingen en lasten die hun leiders hadden opgelegd.

Ook is de Bergrede niet gegeven voor een bepaalde periode, die men wel de eeuw van het Koninkrijk noemt. Men bedoelt daarmee dat de Bergrede pas verkondigd mag worden in het duizendjarige rijk, wanneer de satan gebonden is. Jezus heeft echter zijn toespraak niet voor een bepaalde periode bedoeld, maar zij is onderdeel van het eeuwig evangelie, dat bedoeld is voor de menigten tot wie Hij Zich richtte, voor hen die nu leven en zij zal opnieuw gebracht worden aan hen die in de toekomst leven.

Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op en nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn leerlingen bij Hem. En Hij opende Zijn mond en onderwees hen. Hij zei: (Mattheüs 5:1,2).

Onze Heer gaat niet, zoals beschreven wordt in Marcus 3:13, de berg op om bij het zien van de volksmassa Zich terug te trekken, om met zijn leerlingen alleen te zijn en een rustig gesprek met hen te hebben. Nee, Hij richt Zich nu tot de mensen (7:28). Hij onderwijst hen in de open lucht, gezeten op een berghelling, terwijl zijn leerlingen in een kleine groep om Hem staan. Iets verder bevinden zich dan de duizenden luisteraars die een grote kring om hen vormen. Het evangelie van Jezus is niet bestemd voor een kleine elite, zoals dit met de meeste heidense godsdiensten het geval is. Het wordt verkondigd aan een menigte, met wie de Farizeeën geen gemeenschap willen hebben. Zij krijgen hier op deze berg niet zoals van de Sinaï de wetsvoorlezing, maar de Zoon van God is nu de verkondiger van de volmaakte wet die van de vrijheid, dit wil zeggen die zich richt tot mensen, die van hun vijanden verlost zonder vrees in heiligheid en gerechtigheid zouden leven (Lucas 1:74,75). Hun gerechtigheid zou immers meer overvloedig zijn dan die van de schiftgeleerden en Farizeeën (5:20-48).

Wij weten de naam van de berg van de zaligsprekingen niet, maar uit Lucas 6:17 blijkt de plaats waar Jezus sprak een bergplateau te zijn, waarschijnlijk in de buurt van Kapernaüm. Naar de gewoonte van die tijd ging Jezus bij zijn onderwijs zitten (Lucas 4:20). Dan doet Hij zijn mond open, een Semitische uitdrukking om de belangrijkheid van het gesprokene aan te geven (vergelijk Hand.8:35 en 10:34).

Voordat de Heer zijn leerlingen en de menigten om Zich op de berg verzamelt, is hier iets aan vooraf gegaan. In Mattheüs 4:23-25 staat dat Hij in de synagogen van Galilea het evangelie van het Koninkrijk had gepredikt. Zijn bekendheid had zich verspreid en men bracht Hem allerlei zieken, die met verschillende ziekten en kwalen behept waren, ook bezetenen en ‘lijders aan vallende ziekte’ en verlamden; en Hij genas ze allen. Ook op het bergplateau werden velen genezen (Lucas 6:17-19). Opmerkelijk is dat hier de ziekten in willekeurige volgorde worden genoemd. Alle beschadigingen hebben immers dezelfde demonische oorzaak en allen genezen volgens hetzelfde principe van het Koninkrijk van God.

Artikelen:

Mattheüs 5:3-5 Armen, treurenden, zachtmoedigen
Mattheüs 5:6-9 Geestelijk behoeftigen, barmhartigen, reinen van hart, vredestichters
Mattheüs 5:10-12 Vergelding voor het lijden
Mattheüs 5:13-16 Het zout van de aarde en het licht op de kandelaar
Mattheüs 5:17,18 De vervulling van de wet
Mattheüs 5:19,20 De wet is geestelijk
Mattheüs 5:21,22 Wetten van het Koninkrijk der Hemelen – Zelfbeheersing
Mattheüs 5:23-26 Verzoeningsgezindheid
Mattheüs 5:27-32 Zuiver leven in en buiten het huwelijk
Mattheüs 5:33-42 Hemelse rechtsorde
Mattheüs 5:43-48 Volmaakte liefde
Mattheüs 6:1-8 Bezig zijn in de onzienlijke wereld
Mattheüs 6:9,10 Het ‘Onze Vader’ – 1
Mattheüs 6:11-15 Het ‘Onze Vader’ – 2
Mattheüs 6:16-21 Aards of hemelsgezind – 1
Mattheüs 6:22-34 Aards of hemelsgezind – 2
Mattheüs 7:1-6 De splinter en de balk
Mattheüs 7:7-12 Goddelijke vrijgevigheid
Mattheüs 7:13-20 Voorwaarden om het Koninkrijk binnen te gaan
Mattheüs 7:21-29 Slotopmerkingen