Zicht op demonen

Veel zendelingen, voorgangers en het merendeel van het naamchristendom geloven niet in het bestaan van demonen. Zij beweren dat er demonen waren in de tijd dat Jezus nog op aarde was, maar dat Hij ze eens en voor altijd in de ‘bodemloze put’ heeft doen verdwijnen. Daarom leren ze hun medechristenen, dat zij zich niet over demonen hoeven te bekommeren. Als dat waar zou zijn, waarom zei Jezus dan in Marcus 16:17, sprekende over de gelovigen: ’In Mijn Naam zullen zij boze geesten uitwerpen’?

Ook na de hemelvaart van onze Heer wierpen de leerlingen zelf een groot aantal duivelen uit in Jezus’ naam. In Handelingen 19:12 wordt gezegd dat Paulus demonen uitdreef door middel van zweet of gordeldoeken die aan de bezetenen werden gebracht. Deze dingen tonen ons, dat zij duivelen of demonen uitdreven en hen, die bezeten waren, bevrijdden. Niet door eigen kracht, maar door de Naam van Jezus Christus. In de kerkgeschiedenis wordt verhaald dat de Patriarchen en Kerkvaders hetzelfde deden, maar als gevolg van ongeloof is deze macht voor de kerk verloren gegaan.

Deze serie artikelen is geschreven door iemand die zich – vanuit het Bijbels fundament – verdiept heeft in alles wat met demonen te maken heeft:

  1. Onwetendheid en ongeloof
  2. Vragen over gevallen engelen
  3. Vragen over demonen en bezetenheid
  4. Vragen over demonen uitwerpen
  5. Spiritisme, spoken, etc.