Wie zoekt nu wie?

 

Een lezeres mailde ons het volgende:

  • ‘Het doet me verdriet als ik in uw artikelen lees, dat u meer achter de duisternis en zijn werken aanjaagt dan u verwarmt in het licht van God. U bent zo gespitst om overal de satan in te zoeken en te ontdekken welke streek hij nu weer uithaalt, dat u uw richting en uw plaats in Gods koninkrijk aan het verliezen bent. Als u hiermee doorgaat, loopt u weg bij God vandaan. Wat u begonnen bent uit liefde en ijver voor God, is aan het ontaarden in het zoeken en overal zoeken waar satan is. God roept u terug om Hem in al zijn facetten te ontdekken met nog grotere ijver. Dat satan onze tegenstander is, weten we maar al te goed, maar onze overwinning over hem ligt in het ons bezighouden, ons wijden aan Hem die naar ons zoekt, Hem die het verdient al onze aandacht te krijgen en in het middelpunt te staan van ons leven en schrijven’.

Antwoord:

Deze vrouw gaat van de veronderstelling uit dat wij de duivel en diens werken zoeken. Niets is minder waar, want wanneer wij in de geestelijke wereld zoeken, is dit in de eerste plaats het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid. Wij zoeken met ons hele hart ‘Christus te behagen’. Het is zeker niet onze bedoeling iets te zoeken wat duister, zondig, leugenachtig, werelds of wetteloos is. Het is echter zo dat de ware christen al wandelende in de hemelse gewesten, de duivel voortdurend tegenkomt, als een rusteloze vijand. Niet de gelovige zoekt de vijand, maar deze zoekt hem. Schreef de apostel Petrus uit ervaring wijs geworden, niet:

  • ‘Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel gaat rond als een  brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Biedt weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders (en zusters) in de wereld opgelegd wordt’ (1 Petr.5:8,9). 

De duivel zoekt ons om ons te beletten het doel van God te bereiken. Wie in de geestelijke wereld de plaats wil innemen die hem door God is toegedacht, moet erop rekenen dat de tegenstander hem op alle mogelijke manier zal willen beschadigen, ontmoedigen, verleugenen en zo mogelijk in het verderf wil storten. Het heerlijke is dat wij in de strijd die wij te voeren hebben, de Heer niet uit het oog verliezen, want omdat Hij onze hulp, ons schild, onze opdrachtgever en onze leider is, leren wij Hem des te beter kennen en wel in facetten, waarvan wij anders geen weet zouden hebben. Wij leren Hem kennen in zijn trouw, zijn wijsheid, zijn voorzienigheid, zijn barmhartigheid en zijn goedheid.

Ook onze Heer kwam de demonen tegen die Hem zochten: in de woestijn, in het gebergte van Gardara, in de synagoge, in de tempel en zelfs door de mond van zijn vriend Petrus. Hijzelf gaf mij het voorbeeld van de strijd en de apostel typeert dit door te zeggen, dat Hij de machten openlijk ontmaskerde en hen zo overwon.

Wanneer wij op deze site schrijven over de gedachten en werken van satan, is dit ook om hem te ontmaskeren, zodat wij samen op de juiste manier de goede strijd van het geloof zullen voeren, namelijk tegen de overheden en de machten en de wereldbeheersers van deze duisternis en tegen de demonen in de hemelse gewesten (Ef.6:10-23). Zo willen ook wij de Heer navolgen en overwinnaar worden, ja zelfs meer dan overwinnaar, want met hen die overwinnen, zal Hij de rijke, hemelse erfenis delen.

De Heer hoeft ons niet meer te zoeken, want Hij is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden en Hij heeft ons verlost en overgezet in zijn Koninkrijk. Wij leren Hem kennen door in zijn gemeenschap te leven en zijn woord te bewaren, ook wanneer Hij zegt: ‘U zult duivelen uitdrijven en op zieken de handen leggen’ (Marcus 16). Wat het oordelen betreft over onze plaats in het Koninkrijk van God, willen we met de apostel neerschrijven:

  • ‘Maar het betekent zeer weinig voor mij dat ik door u beoordeeld word of door enig menselijk oordeel. Ja, ik beoordeel ook mijzelf niet. Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik nog niet gerechtvaardigd. Wie mij echter beoordeelt, is de Heer’ (1 Cor.4:3-5).