Wespen in de gemeente

‘Dokter, ik heb zo’n hoofdpijn’. ‘O ja,’ zegt de dokter, ‘dat heb ik nooit.’ Onvoorstelbaar hè? Zoiets zegt een dokter niet. En als hij het wel zou zeggen, is hij geen goede dokter. Maar nu: Iemand zegt ‘Ik voel me toch zo depressief’. En hij krijgt als antwoord: ‘O ja joh, zit jij daar nog mee. Dat heb ik allang niet meer’.

Misschien herkent u het zo wel. Want zo is het een opmerking, die, wie weet, hier of daar nog wel eens in de gemeente rollen kan. Een wesp van een opmerking. Want er zit een angel in, waardoor een mens gemeen gestoken kan worden. En dat is niet de bedoeling. Niet Gods bedoeling, dus ook niet onze bedoeling.

Op een conferentie zijn ca. 130 voorgangers en oudsten bezig geweest o.a. met de gedachte: hoe gaan we met elkaar om in de gemeente. Uitgangspunt: we willen de mens zien zoals God hem ziet en met hem omgaan zoals Jezus met mensen omging. Een van de sprekers zei:

  • ‘De gemeente is een herstellingsoord. Zo bekijkt God het, zo bekijken wij het. Er is nog nooit iemand totaal genezen uit ontslagen. We zijn er allemaal om te herstellen en om aan elkaars herstel mee te werken. Vervelend dat er wat ‘wespen’ rondzwermen in dit herstellingsoord…’

Ik heb hierover wat notities gemaakt en geef die aan u door. Voor geval er in uw buurt ook wespen mochten rond zoemen. Dan kunt u helpen ze onschadelijk te maken. En des te beter (helpen) herstellen. Hier dus een paar ‘wespen’:

  • ‘Ik heb toch zo’n moeite met die of die’.

Heeft Jezus ooit tegen een van de leerlingen gezegd, dat hij moeite had met Judas? Heeft Jezus gezegd dat Judas geld achterhield en dat hij Hem verraden zou? Niets heeft Jezus daarover gezegd. En dat is een grote les voor ons. Hij heeft (zelfs) Judas er altijd bij gehouden. Hij heeft tot het laatst toe geprobeerd hem te behouden. ‘Vriend’ zegt Hij tegen hem in Gethsemané.

Iemand heeft het moeilijk en krijgt te horen:

  • ‘Je moet maar veel bidden en lofprijzen’.

Waarom wordt zoiets gezegd? Misschien uit onvermogen de ander echt te helpen? Kijk, in geloof de Heer prijzen om ergens bovenuit te komen, dat is goed. Maar als middel tegen allerlei kwalen, nee! Door vernieuwende gedachten trek je de ziel van een mens omhoog. Geef elkaar herstelgedachten aan.

Praten over wat mag en niet mag:
  • ‘Wàt, drink jij nog wijn?’

Het kan ook verkapt:

  • ‘Je moet het natuurlijk zelf weten, maar als ik jou was…’

Wetten en voorschriften voor het natuurlijke leven. De gemeente in Galatië is er kapot aan gegaan. Mocht iemand advies vragen op dit terrein dan heb je een hoop wijsheid nodig om niet jouw ideeën als model op zijn problemen te leggen:

  • ‘Wil jij eigenlijk wel?’
  • ‘Daar heb je die alweer’
  • ‘Je moet maar eens wat flinker worden’
  • of … een boze geest zien bij een ander en daarover een opmerking maken.

Jezus sprak met de vrouw bij de put. Hij zei niet: vrouw, de onreine demonen stralen je ogen uit. Hij vertelde haar van het levend water. Later kwam deze vrouw uit eigen beweging naar Hem toe (om verlost en bevrijd te worden).

Jezus ging barmhartig en zorgvuldig met mensen om. Hij nam dat over van zijn Vader. U weet wel, de vader uit de gelijkenis. Die zijn zoon de halve erfenis geeft, terwijl hij weet dat het geld erdoor gejaagd zal worden. Wat denkt u, heeft deze vader zijn zoon nog iets nagegeven toen hij vertrok. Zo van: ‘Nu moet je maar zien wat ervan komt’. En als de zoon terugkeert is het dan: ‘Ik heb het je toch gezegd jongen, had nou maar naar me geluisterd’. Nee. Deze Vader is goed. Het komt niet in hem op een mens het kwade toe te rekenen. Daardoor kon de zoon juist teruggaan. Hij wist: mijn vader, dat is de goedheid zelf.

Daarom: zie elkaar met Gods ogen. Hoor naar elkaar met Gods oren. Dan word je mild en vriendelijk en eerlijk. Je kwetst niemands gevoel, je zoekt jezelf niet, je wordt niet verbitterd en je rekent het kwade niet toe. En voor geval iemand mocht denken: dat lukt me nog lang niet en zal het me ooit lukken?

Noach was een landman. Hij moest de ark bouwen. Denkt u dat hij meteen alles perfect kon? Hij heeft de plank ook wel eens misgeslagen. Dan trok hij de spijker er weer uit en deed het over. Naarmate het karwei vorderde werd Noach beter. Zo is de ark gereed gekomen.

En zo gaat de gemeente tot haar doel komen.