Verzet tegen de ondermijning van de menselijke geest

Bidden en ontwaken

Zoals een lichaamsdeel verlamd kan worden, zo kan er een verlamming plaatsvinden in de innerlijke mens. De Bijbel spreekt in dit verband van het ‘bezwijken van de ziel’ (Hebr.12:3), waarbij het gevoelsleven in een apathische toestand terecht komt. Nog gevaarlijker is echter als de menselijke geest wegkwijnt en niet meer reageert op de geestelijke dingen en zelfs zijn belangstelling verliest voor de gebeurtenissen van het dagelijkse leven. Wie geestelijk passief wordt, loopt gevaar in de onzichtbare wereld. Daar waar geestelijke activiteit ontbreekt, komen de mensen makkelijk onder de invloed en onder de macht van Satans demonen. Daarom zegt Jacobus: ‘Biedt weerstand aan de duivel en hij zal van u vluchten’ (Jac.4:7). Het Woord van God bemoedigt de mens om in geloof uit de geestelijke passiviteit los te komen.

Niet alleen het bestraffen van demonen, maar alle uitingen van een actieve geest zijn belangrijk in deze geestelijke strijd. De meest kritieke toestand van de menselijke geest is die waarbij deze langzaam wegebt door passieve overgave aan allerlei gebeurtenissen, zowel in de natuurlijke, maar vooral in de geestelijke wereld. Dit is de staat van depressieve mensen die zich willoos laten overheersen door de dingen die op hen afkomen. In plaats van terug te vechten, verbreken zij het contact met hun omgeving en weigeren actief deel te nemen aan wat er om hen heen gebeurt, terwijl zij zich in zichzelf opsluiten met hun zwartgalligheid.

Vernieuwing van geest is de enige hoop om door te breken uit deze toestand van passiviteit. Zwaarmoedigheid kan alleen maar overwonnen worden als – naast bevrijding van overheersende machten van de duisternis – de menselijke geest ontwaakt uit zijn verlamming en weer begint te functioneren. Daarom heet het: ‘Ontwaak, u die slaapt en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten’ (Ef.5:14). Het leven met Jezus brengt de menselijke geest tot overvloedig leven en activiteit, terwijl degenen die zich overgeven in zonde en losbandigheid hier de wrange vruchten van plukken in de vorm van een afgestompte en uitgedoofde geest (Ef.4:19). Mensen met zo’n ondermijnde geest lopen groot gevaar gebonden te raken, omdat hun inwendige mens een makkelijke prooi is voor de machten van de duisternis.

Toegangspoort tot het occultisme

Bij het uitschakelen van de menselijke geest komt heel makkelijk de deur open te staan voor occulte geesten. In het spiritisme en in de afgodendienst wordt dit dan ook in allerlei vormen bedreven. Bij het beoefenen van ‘transcendente meditatie’, diverse New Age methoden van ‘relaxen’, het ‘vallen in de geest’ of het nieuwe ‘Soaking’, overgewaaid uit Toronto, komt de geest in een sluimertoestand. Het bewustzijn maakt zich daarbij los van de realiteit en de strijd van het leven. Het verstand wordt uitgeschakeld, terwijl men zich openstelt voor de invloed van de geestenwereld. Men kan daarbij ook middelen uit de natuurlijke wereld gebruiken, die dan tot doel hebben de geest te bedwelmen. Zoals dat gebeurt bij zwarte magie, waar het dansen op het ritme van trommels, onder het monotone gezang met oneindige herhalingen van bepaalde woorden, de mensen uit hun normale bewustzijn halen. En naarmate de geest bedwelmd en versuft wordt, raakt men buiten zichzelf en komt tenslotte in trance. In deze toestand worden mensen bezeten door de macht van satan en een spiritistisch medium is dan een willoos instrument van de geesten die over hem komen.

Ook door zich emotioneel op te zwepen, waardoor de mensen hun controle verliezen, wordt men een gewillige prooi voor de machten van de duisternis. De profeten van Baäl hinkten om hun altaar. Zij maakten zich insnijdingen, waardoor zij hun lichamen afmatten. En onder luid geroep raakten zij tenslotte in geestvervoering (1 Kon.18:26-29). Van oudsher werden er in de afgodendienst en in de tovenarij ook sterke drank en verdovende middelen gebruikt. Dit komt bijvoorbeeld naar voren uit het feit dat het Griekse woord voor tovenaar – pharmakos – ook ‘gifmenger’ (Wolters) of ‘tovenaar met verdovende middelen’ (Young) betekent. Waar de farmaceut zich bekwaamt in het toepassen van geneesmiddelen, daar gebruikten de tovenaars kruiden en wortels die mensen in trance moesten brengen. Daarom staat er in Deuteronomium 29:18:

  • ‘Laat onder u geen man of vrouw, gezin of stam zijn die zijn hart heden van de Heer, onze God, afkeert, om de goden van deze volken te gaan dienen. Laat onder u geen wortel zijn die gal en alsem (vergelijk Op.6:10,11) voortbrengt’.

Bidden: actief bezig zijn

Gebed is een vrucht van een actieve geest! Zelfs als we in talen bidden, is onze eigen geest actief (1 Cor.14:14). Trouwens, alle gebeden zijn een machtig wapen in de strijd tegen de machten van de duisternis die de mens in de greep van geestelijke passiviteit willen krijgen. Jezus zei: ‘Waak en bid, dat u niet in verzoeking komt’ (Matth.26:41). Bidden is geen geestelijke ‘relax’ en heeft niets te maken met bewustzijnsvernauwing. Jezus zei: ‘Waak en bid!’ Dat betekent dat men bij gebed in een toestand verkeert van waakzaamheid, concentratie en geestelijke activiteit. Hierdoor worden de verzoekingen van de satan terug gedreven.

Ook het vasten, zolang dit het lichaam niet verzwakt en ook niet om af te vallen(!) kan de geest scherper en helderder maken, zodat men zich met nog meer concentratie kan inzetten in de strijd in de hemelse gewesten. Wie ernaar verlangt om door God gebruikt te worden in de bevrijding van gebondenen, moet eerst zijn eigen geest verheffen, door te bidden om leven in overvloed. Niet een uitgedoofde geest, maar de ‘geestkracht’ van de christen, ondersteund door Gods Heilige Geest, houdt hem staande in zijn lijden (Spr.18:14).

Een totaal verkeerde opvatting is dan ook als mensen menen dat zij voller van Heilige Geest worden, naarmate zij hun eigen, menselijke geest uitblussen. Men haalt daar vaak Jesaja 57:15 bij, waar geschreven staat dat de Verhevene bij de verbrijzelde van geest woont. Dat is in eerste instantie waar, maar de reden hiervan is om deze mens juist op te richten: ‘Om het hart van de verbrijzelden te laten opleven.’ God, die zelf ons de levensadem gaf, wil niet dat onze geest voor Hem bezwijkt (Jes.57:16). Het is duidelijk dat de Schrift ons niets leert in de zin van geestelijke zelfontlediging, waardoor onze geestkracht ondermijnd wordt. Want juist in die staat bevonden we ons, toen we in zonde en ongerechtigheid leefden. Toen waren we (geestelijk) dood door onze overtredingen (Ef.2:1).

De functie van de Heilige Geest is niet, zoals een demon dat doet, de plaats in te nemen van onze menselijke geest en onze persoonlijkheid. Integendeel, Hij is ons door God geschonken om onze geest nieuwe energie en veerkracht te geven door deze te stichten en op te bouwen. Het is van belang er op te wijzen dat Christus wèl is gekomen om ons te verlossen van onze zonde, maar niet om onze persoonlijkheid te ondermijnen.

De ervaring van koning Saul

We kunnen wat betreft het geestelijk leven beter geen voorbeeld nemen aan de ervaringen van koning Saul. Nadat hij een nieuw hart van de Heer ontvangen had, raakte hij in geestvervoering op het moment dat de Geest van de Heer aangreep (1 Sam.10:6-10). Maar toen hij al in zonde en ongehoorzaamheid leefde, kwamen deze geestvervoeringen blijkbaar toch ook voor. Toen hij weer onder de werking van de Geest van de Heer kwam, trok hij zijn kleren uit en lag een dag en een nacht naakt op de grond (19:23-24). Het is zeer de vraag of we in dit laatste het werk van de Geest kunnen zien en niet veeleer zijn eigen gebrek aan zelfbeheersing. Blijkbaar had Saul de gewoonte om zich onder soortgelijke omstandigheden geheel te laten gaan. Uiteindelijk kwam Saul in het occultisme terecht. Toen hij de waarzegster in Endor raadpleegde, viel hij ook weer in volle lengte op de grond (28:20). Men kan dan ook moeilijk volhouden dat in dit geval deze geestvervoering het werk van de Geest van de Heer was.

Twee maal raakte Saul in geestvervoering, toen hij de aanwezigheid van de Geest ervoer. De eerste keer stond hij goed voor de Heer, maar de tweede maal was God al van hem geweken. Tenslotte lag hij weer languit op de grond tijdens het oprapen van een geest uit de afgrond. We kunnen dus moeilijk God verantwoordelijk stellen voor een dergelijk gedrag, omdat Hij uitdrukkelijk elk contact met mediums verboden heeft. Wat we hier zien is duidelijk de staat van Sauls eigen geest. Het gemak waarmee hij zijn bewustzijn uitschakelde en in trance raakte, toont aan hoe ontredderd en passief zijn geest was. Koning Saul is een typisch voorbeeld van een mens met weinig geestkracht. Dit wordt nog duidelijker door het feit dat hij een zwaarmoedig man was, die zich gemakkelijk liet meeslepen door allerlei invloeden en omstandigheden en daarbij totaal zijn zelfbeheersing verloor.

De karaktereigenschappen van koning Saul zijn kenmerkend voor een zwakke persoonlijkheid. Ze zijn een wijd open deur voor allerlei invloeden van buiten af, zowel die van mensen als die van de machten van de duisternis. Een neerslachtige, passieve geest, die versuft en uitgedoofd raakt zodra hij door buitengewone omstandigheden wordt aangegrepen, dat is een van de grote invalspoorten van occulte overheersing. Zodra Saul door de onreine geest werd overweldigd, ging hij als een razende tekeer. Het is belangrijk stil te staan bij het feit dat drift, ruzie en agressie in geen geval kenmerken zijn van een sterke persoonlijkheid, maar van een uitgedoofde geest. En, in verder stadium, van bezetenheid. Een krachtige persoonlijkheid onderkent men aan zijn zelfbeheersing!

Koning Saul ondervond ‘verlichting’ in zijn bezetenheid door het snarenspel van David. Dan voelde hij zich beter en de boze geest week van hem (1 Sam.16:23). Het ervaren van verlichting en het zich beter voelen, betekenen echter niet dat iemand bevrijd is. Zelfs het wijken van een boze geest kan betekenen dat men tijdelijk door een periode van crisis heen gekomen is, maar is geen garantie voor een definitieve bevrijding. Integendeel. Het probleem kan nog wel eens veel erger worden (zie Matth.12:43-45). Zo ook in het leven van Saul.

De uiteindelijke verlossing van satanische overweldiging komt niet door exorcisme, noch door bediening alleen tot stand, maar door de vernieuwing van zijn menselijke geest. Het luisteren naar geestelijke liederen kan soms wat verandering brengen in de emotionele toestand van een gebondene, waardoor de menselijke geest kan worden opgebouwd tot levend geloof. Waar men niet actief in de aanbidding betrokken wordt, kan men op z’n hoogst spreken van een tijdelijke verlichting in de staat van depressiviteit: Saul luisterde wel, maar had geen deel aan de lofprijs van David, doordat hij zijn geest daar niet wezenlijk voor open stelde. De boze geest week wel, maar tijdelijk.

Valse of ware vrede

Maar al te vaak probeert men om de gebondenen van een tijdelijke rust en vrede te laten genieten. Men probeert de neerslachtigen als het ware even op adem te laten komen door middel van een geestvervoering. Of men gebruikt emotionele elementen als therapie om hun gemoed op te beuren. In feite ondermijnen we daarmee nog meer hun geestelijke kracht, zoals dat gebeurt met verdovende middelen. Iemand die aan drugs verslaafd is, ondervindt steeds groter genot in zijn vlucht uit de werkelijkheid dan in het leven zelf. Hij beleeft zijn geluk in andere bewustzijnsvormen die afwijken van de realiteit van het dagelijkse leven. Zodoende verzwakt hij zijn persoonlijkheid en maakt zichzelf ongeschikt om te genieten van het leven zoals dat in werkelijkheid is.

Het doel van het evangelie is echter niet om mensen tijdelijk verlichting te geven door middel van een irreële wereld van mystiek, geestvervoeringen en extase. Nee, Gods doel is om de verzwakte menselijke geest te herstellen zodat deze opgewassen is tegen de strijd in de stoffelijke en in de geestelijke wereld. Zodat mensen weer in staat zijn om een blij en overwinnend leven te hebben ondanks strijd en verzoekingen. Het doel van het evangelie is dan ook niet om de mensen even boven de omstandigheden uit te tillen, maar om hun geest te versterken. Zij moeten hun geluk leren vinden in het leven zelf. Immers: ‘Het leven was het licht van de mensen’ (Joh.1:4).

Schuldvergeving

De Bijbelse weg tot vrede en rust is die van de schuldvergeving. Wie naar innerlijke vrede zoekt, moet deze vinden door verlost te worden van zijn schuldgevoel. Niet het uitdoven van de geest, maar het belijden van persoonlijke zonden is de weg die Gods Woord ons wijst. Waar innerlijke conflicten de vreugde vertroebelen – als gevolg van ongehoorzaamheid aan God – zullen deze nooit ophouden, tenzij door een overwinning over de zonde. En depressies, complexen en neerslachtigheid vinden niet hun oplossing in extase en snarenspel, maar in de geestelijke groei die de mensen tot actie en geloofsdaden bekwaamt. De overwinning op het rijk van de duisternis kan pas tot stand komen door de opbouw van het karakter van de gelovigen, waardoor zij opgroeien tot volwassen, strijdbare persoonlijkheden. Waar Gods Geest aan het werk is, daar komen de geestelijke kwaliteiten van de gelovigen tot ontwikkeling.

De kracht van het eeuwig evangelie is het volledige herstel van de verzwakte mens, naar lichaam, ziel en geest. Zodat de verbrijzelde geest opleeft tot een sterke, ondernemende en levenslustige persoonlijkheid!