Vergeet God niet!

Zij hoefden niet zo nodig weg. Ze hadden het allemaal naar hun zin. Fijn huis, goede buren, prima scholen voor de kinderen. En voor alles, een gemeente waarin zij al jaren een goed thuis hadden. Met broers en zusters door strijd en overwinning heengaan, dat schept een band. Band van de liefde. Dat laat je niet zomaar schieten. Toen er dan ook, vanwege zijn werk, over overplaatsing werd gesproken, kwam zij in verzet: ‘We hebben het hier goed, ik wil niet weg’.

Maar hij zag er gunstige kanten aan, zoals: Denk je in, nu de kinderen groter worden, nu zal ik niet meer soms weken van huis hoeven te zijn….. Natuurlijk leek het haar wel om de opvoeding en begeleiding van de kinderen meer samen te kunnen doen, altijd naar verlangd, maar….. die overplaatsing?! En dan hij weer: We hebben het hier goed, maar dat houdt niet automatisch in, dat wij het ergens anders niet goed kunnen hebben. Gezien onze ervaringen in ons leven met de Heer is het toch niet zo moeilijk de toekomst hoopvol tegemoet te zien, ook al ligt er een verhuizing in ‘t verschiet. Zo dacht hij erover. En regelmatig kwamen er in zijn gebed zinnen voor als: Heer, bij het overwegen waar wij een huis gaan zoeken, bij de beslissing waar we ons vestigen, geef onderscheiding, geef raad.

De overplaatsing ging door. Ze hadden er allemaal zin in. Ja, zij ook. Behalve af en toe. Dan had ze opeens weer zo’n vlaag van: Waar beginnen we aan? Ik wil eigenlijk niet. Zij zetten hun huis te koop. Ze gingen op zoek naar nieuwe woonruimte. Dat zou moeten zijn dichtbij een goede gemeente, anders gaan we niet, daarover waren zij het eens. Alles verliep vlot en ordelijk. Het huis was snel verkocht tegen een redelijke prijs en dat in een tijd waarin het moeilijk was een huis kwijt te raken. Nieuwe woonplaats, huis, geestelijk thuis, het begon zich allemaal vrij snel duidelijk af te tekenen. Hij zag dat het goed was. De kinderen waren enthousiast. Zij ook, meestal.

Maar toch, telkens waren de bedenkingen er weer: We lijken wel niet wijs om hier weg te gaan, wat hebben we nou helemaal daar te zoeken? Het enige dat we van die plaats weten is, dat er een goede gemeente is, dat er goede scholen zijn en o, ja, (door een goede kennis verteld): ze hebben er een lantaarnpaal, ergens, waaraan een bord hangt: Vergeet God niet. Nou ja. Of het daar allemaal wel zo goed is? Je weet wat je hebt, je moet maar afwachten wat je krijgt enz. Pruttel-depruttel-depruttel-deprut.

En wie was de boze boeman die het haar/hun allemaal aandeed? Hij! De echtgenoot! ‘Gek’, zegt ze nu, ik heb al die tijd niet onderkend wat erachter zat, wat er zich in mijn hemel afspeelde. Heb het dus ook nooit aangepakt. Ik liet het zelfs zover komen, dat toen we bij de notaris de koopakte van ons nieuwe huis moesten ondertekenen, ik nog steeds innerlijk tegenspartelde en mompelde: je denkt toch zeker niet dat ik daar mijn handtekening onder zet? Toen puntje bij paaltje kwam, heb ik natuurlijk wel netjes ondertekend, want je wilt je man niet voor gek zetten. Maar zodra we buiten waren, kreeg hij weer de wind van voren. Hij liet het maar rustig over zich heengaan. Er was op die momenten met mij echt niet te praten. Dat de geest van weerspannigheid zo je onderscheiding kan uitschakelen en je zo ontoegankelijk maakt…..!’ (zegt zij nu).

Na de notaris moesten ze nog even naar de dokterspraktijk om zich als patiënt aan te melden. Zij liet het hem alleen opknappen, bleef in de auto zitten zich ongelukkig voelen. Daarna reden zij naar hun nieuwe huis. Maar als je haar op dat moment moest geloven, zouden ze daar maar heel kort wonen. Hij hoorde haar gemopper nog steeds zwijgend aan, totdat hij op een gegeven moment iets aanwees op de weg voor hen en laconiek opmerkte: ‘He, he, gelukkig, net op tijd!’ Daar hing het bord: Vergeet God niet! Gelukkig, zij zag de humor ervan in. En ook de ernst ervan. Nog niet met zoveel woorden en gedachten, maar het feit drong tot haar door: je bent verkeerd bezig, je hebt je boeltje ingepakt, maar je hebt daarbij ook jezelf laten inpakken en het is de boze door wie jij je laat inpakken. Hoe en waar precies, dat zag zij nog niet. Maar het werkte al bevrijdend te beseffen: je anti-gedoe komt voort uit beïnvloeding van de verkeerde kant. Stop het! Vergeet God niet! Laat je beïnvloeden door God.

Nu, een jaar later, vertelt ze: ‘We hebben het hier heerlijk! Het huis is lekker ruim, de kinderen hebben het naar hun zin op school (en in de gemeente), de buurt is leuk, de omgeving prachtig en bovenal de gemeente is heerlijk! Ik denk dat we van alles zo genieten juist om dat laatste. We zijn hartelijk ontvangen, zonder enige reserve aanvaard. Iedere keer ontmoeten we weer de openheid, de blijdschap, de echtheid, de bereidheid om te luisteren, de inzet en het inzicht om te helpen.

We hebben gemerkt dat het gedrag van de gemeenteleden een logisch gevolg is van de prediking, de boodschap: de Bijbelse gegevens steeds maar weer toespitsen op je eigen leven, je persoonlijke vijanden onderkennen, zoals waar we nu mee bezig zijn: de demonen van verwerping, weerspannigheid en hysterie, die te ontmaskeren door Gods gedachten over jou daar tegenover te stellen. God aanvaardt ons helemaal zoals wij zijn en sluit aan bij het goede in ons. Een waarheid waarvan we ons steeds meer bewust worden. Het wakkert in ons de bereidheid aan om met elkaar verder te komen. Nu en hier. In deze gemeente. Wij zien dat het goed is.’