Reactie op ‘Strijden of deserteren?’

We ontvingen een reactie op het artikel ‘Strijden of deserteren?’ Daarin schreven wij dat paniekzaaiers al een hele tijd de wereldklok op 5 voor 12 hebben staan. Sommigen spreken al over ‘één minuut voor twaalf’. In dit artikel citeerden we de woorden van Jezus:

  • ‘Kijk uit, dat jullie je niet laten verleiden. Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: “De tijd is nabij.” Ga hen niet achterna’ (Matth.24:6; Lucas 21:8).

In de mail wordt hierover het volgende geschreven:

  • ‘Om te beginnen had Jezus het over mensen die ‘komen onder Zijn naam’. Dat zijn personen die zich uitgeven voor de Messias. We kunnen hier niet denken aan mensen die in de naam van de ware Christus optreden, omdat deze nooit zullen zeggen: ‘Ik ben het’. Die woorden houden namelijk in dat men zich met God gelijk stelt en de Christus is. God, de Here, zei van Zichzelf dat Hij het is. Hij noemde Zich de ‘Ik ben’ (Deut.32:39; Jes.41:4, enz.) en ook Jezus openbaarde Zich tegenover de Samaritaanse vrouw op deze manier. Hij zei: ‘Ik ben het’ (Joh.4:26). Het was een uitdrukking waarmee Hij Zich als de Messias openbaarde: ‘Als u niet gelooft dat Ik het ben, zult u in uw zonden sterven’ (Joh.8:24).
  • Er zijn talloze valse messiassen in de loop van de geschiedenis geweest en vandaag zijn ze er ook nog. De meesten noemen zich goeroe en verklaren zichzelf tot vredevorst en worden overal aanbeden. Zelfs in de kerken wordt hier aan meegedaan’.

Ons antwoord

De uitdrukking ‘onder Mijn naam’ wordt in andere vertalingen van deze Griekse tekst weergegeven door ‘in Mijn naam’ of ‘met Mijn naam’. Engelse vertalingen spreken over ‘claiming My name’. Soms wordt het vertaald met ‘zichzelf de naam toe-eigende die van Mij is’. In Handelingen 4:18 vinden wij dezelfde Griekse zinsnede vertaald door ‘op gezag van de naam’. In Lucas 21:8 gaat het dus over personen die namens Jezus Christus spreken en handelen, maar niet bij Hem horen. Zij misten Zijn geest en Zijn hartgesteldheid. Hun woorden gaven niet de gedachten van God weer, omdat zij een ‘andere geest’ hadden. Daarom zijn het verleiders. Op dezelfde manier werden ook bijvoorbeeld de zonen van Sceva ontmaskerd die wel spraken in de naam van Jezus, maar zijn wezen misten. De demon zei toen:

  • ‘Jezus ken ik en van Paulus (die gemachtigd was de naam van Jezus te gebruiken) weet ik, maar wie bent u?’ (Hand.19:15).

Ook de valse profeten, gedreven door leugengeesten, eigenen zich dit gezag van de naam van Jezus ten onrechte toe, wanneer zij zeggen: ‘Dit zegt de Heer’ of ‘Zo spreekt Jezus’. Zij dragen niet het wezen van Jezus, maar zij zijn leugenaars. Paulus schreef:

  • ‘Wij zijn gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u’ (2 Cor.5:20).

Deze apostel kon zo spreken op gezag van de naam van Jezus, omdat hij in alles een navolger van Christus was en Gods Geest in hem woonde. Opvallend is dat Paulus nergens zegt: ‘De tijd is nabij!’ Integendeel, Paulus schrijft:

  • ‘Dat wij niet ons verstand moeten verliezen of in paniek moeten raken, door mensen die zeggen dat het is ‘alsof de dag  van de Heer al aanbreekt’. Want het is niet waar! Ook al zeggen mensen dat het een boodschap van God zelf is, of de uitleg van een leraar, of dat het in een brief van mij staat’ (2 Thess.2:1,2). Hij verbindt deze waarschuwing ‘aan de komst van onze Heer Jezus Christus’.

HEERE, HERE, Heer…..

In de mail staat dat men zich niet aan God (de Here) ‘Ik ben’ noemt en dat Jezus de ‘Ik ben’ ook op Zichzelf toepast. Hij wekt daarmee de suggestie dat Jezus óók God is. Dat is een leugen, die satan al 17 eeuwen lang in de kerken rondbazuint. Jezus is mens! (zie verder de Drie-eenheid dwaling).

Afvalligen die God willen zijn

Jezus spreekt van misleiders die vaak in Zijn naam optreden. Wanneer zij zeggen: ‘Ik ben het’, maken zij zichzelf tot ware profeten. De satan die velen inspireert heeft zichzelf in de tempel van God gezet ‘Om te laten zien dat hij God is’, zoals de meeste vertalingen luiden (verg. 2 Thes2:4;  2 Petr.2:1:22;  3:1-9).

Oosterse godsdiensten

‘Valse’ christussen die zich goeroe noemen, komen niet onder de naam of op gezag van onze Heer Jezus Christus. Zij zijn belijders van o.a. oosterse godsdiensten. Ze komen onder hun eigen naam en spreken het woord van hun god. Zo was er in de vorige eeuw een goeroe, Jiddu Krishnamurti, die zich voor Christus uitgaf. Dit betekende echter niet dat hij zich identificeerde met dè Jezus Christus die aan het kruis van Golgotha voor onze zonden gestorven is. Hij pretendeerde ook niet op het gezag van Jezus te handelen, want van het bloedige offer van onze Heer moest hij niets hebben. Wie zulke personen volgt en aanbidt, mist de kennis van het ABC van de Bijbel. Het verraderlijke van die valse profeten is dat zij uit het midden van de kinderen van God komen. De afvalligen: (vergelijk de nog komende antichrist, de grote gevallen ster alsem (= bitter).

Johannes schrijft:

  • ‘Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren niet van ons’ (1 Joh.2:19).

Zij spreken dus namens Jezus Christus, onze Heer, maar zij worden door een andere geest gedreven, namelijk die van de leugen.

Opname sprookjes

Verder wijst de schrijver erop dat hij ook een maranatha-christen is:

  • ‘De spoedige wederkomst van de Heer verwacht. Wanneer wij zeggen ‘de tijd is nabij’, zeggen wij dat vanuit een ander gezichtspunt dan de valse messiassen. Wij staan op het standpunt van onze Heer, want Hij heeft dezelfde woorden geuit in Openbaring 1:3, ongeveer 2.000 jaar geleden. Tot de gemeente van Filadelfia zei Hij: ‘Ik kom spoedig’ (Op.3:11) en in Zijn laatste boodschap aan alle gemeenten herhaalde Hij deze mededeling drie maal (Op.22:7, 12 en 20)’.

Wanneer we deze teksten uit Openbaring in andere vertalingen lezen, merken we een afwijking op. De Statenvertaling en de Lutherse Vertaling schrijven hebben: ‘Ik kom haastiglijk’. De King James zegt: ‘Ik kom vlug (quickly)’. Dit betekent dat de Heer komt om alles zo snel mogelijk uit te voeren en tot stand te brengen. Deze komst hoeft niet altijd te zien op de terugkomst. ‘Spoedig’ wil zeggen: met spoed, zonder aarzelen. Het heeft niets te maken met de tijd, maar met de manier van komen. Zo komt de Heer hem tegemoet die ‘met blijdschap gerechtigheid doet en die op zijn wegen aan Hem denkt’ (Jes.64:5). Hij komt om te helpen, te redden, te dopen met Gods Geest en om het volk tot heerlijkheid te leiden.

De schrijver van de mail houdt zelf ook een slag om de arm, wanneer hij ‘spoedig’, op de tijd van de terugkomst laat slaan, door te verwijzen naar de uitspraak van de apostel: ‘Dat een dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als een dag’ (2 Petr.3:8).

Hij zegt verder:

  • ‘Van Gods standpunt uit gezien – Hij rekent in eeuwigheidstijd! – zijn die twintig eeuwen nog geen twee dagen! Volgens hemelse begrippen is dat dus heel kort’.

Petrus bedoelt echter te zeggen dat God, de Eeuwige, tijdloos is. De schrijver kan zich daarom niet op deze tekst beroepen. En trouwens, wat de klok betreft, wat betekenen dan de vijf minuten of de ene minuut? Wanneer men dus in maranathakringen uitroept: ‘Jezus komt spoedig’, zou men er ook eerlijk aan toe moeten voegen: ‘Dit kan echter nog duizenden jaren duren’. Dan is die ene minuut voor twaalf op de wereldklok niet zo angstaanjagend meer!

Het teken van de Mensenzoon

De mail eindigt met de opmerking:

  • ‘Er zijn tekens van de tijden. Zij vertellen ons hoever wij binnen die tijdsruimte al gevorderd zijn. Een van de duidelijkste tekens, die de laatste etappe van onze tijdperk markeert, is de herleving van Israël in zijn eerste stadium (Ez.37). Sommige christenen knijpen hun ogen daar wel voor dicht, maar dat kan dit levensgrote teken toch niet uit de wereld wegnemen’.

Hoewel de schrijver erkent dat er meerdere tekens moeten zijn, is het teleurstellend dat hij zich identificeert zich als iemand uit de Pinksterbeweging. ‘Het teken van de Mensenzoon’, de openbaring van de zonen van God in de gemeente van de eindtijd, noemt hij niet. We vragen ons af of hij dan niet gelooft in een doorwerking van de late regen. Een ongelovig, natuurlijk volk Israël, dat buiten Jezus Christus staat, is voor hem ‘een van de duidelijkste tekens’, terwijl hij met geen woord rept over het rijpe graan dat de hemelse Landman gaat maaien, nadat de vroege en de late regen erop gevallen zijn.

  • Men kan hier zien hoe de denkwereld van de Pinkstergemeenten vergiftigd wordt met de betoverende Israëlleer, zodat het grote teken van de Mensenzoon genegeerd en niet genoemd wordt.

**************

Gerelateerd:

De Bedelingen- (tijdperkenleer) ontmaskerd >>>>>