Strijden of deserteren?

‘In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van uw volk bij staat. Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. In die tijd zal uw volk worden gered: allen die in het boek zijn opgetekend’ (Daniël 12:1; Openb.20:12)    

Paniek

Kent u ze, de afbeeldingen met daarop de klok waarop het bijna 12 uur is? En kent u ook de paniekzaaiers die slagzinnen gebruiken als: ‘Jezus komt spoedig, de tijd is nabij’ of de vijgenboom is aan het uitbotten, let vooral op Israël…’ Al deze slogans en afbeeldingen moeten de stand van de wijzers die op één minuut voor twaalf staan, rechtvaardigen.

Nu is het meestal zo dat mensen die altijd te laat komen, hun horloge graag vijf minuten vooruit zetten. Wanneer je echter met seconden manipuleert bij de finish, werkt dit verwarring in de hand en het resultaat wordt ongeloofwaardig. Wanneer al tientallen jaren wordt beweert dat ‘de komst van Jezus nabij en voor de deur staat’, laat men daarmee zien dat men geen inzicht en kennis bezit van de ware situatie. Ook nu gelden de waarschuwingen van de Heer:

  • ‘Kijk uit en wees niet bang, want dat moet gebeuren, maar het einde is het nog niet’, of ‘Kijk uit, dat jullie je niet laten verleiden. Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: De tijd is nabij. Ga hen niet achterna’ (Matth. 24:6; Luc.21:8).

Radeloze angst

We vragen ons af hoe lang de klok weer één voor twaalf zal aanwijzen of dat men de wijzers wéér terug moet zetten. Jezus had de paniekzaaiers van onze eeuw allang aan zien komen. Hij waarschuwde niet om naar die verontruste en hysterische massa te luisteren, want wie zo leeft, heeft een negatieve levenshouding. De dwaling van de paniekprekers is dat zij hun inzichten ontlenen aan de zichtbare, natuurlijke wereld. Zij gaan af op de toename van rampen, oorlogen en hongersnoden. De bange vraag wordt gehoord: ‘Wachter, wat is er van de nacht en welke dag wordt aan de horizon verwacht?’

Men bepaalt de bange lezers bij het nieuws over een wereldwijd ‘virus’, tsunami’s, langdurige droogte, vulkaanuitbarstingen, milieuvervuiling en de toename van mensenmoordende ideologieën. Men fluistert over scheuren in de bodems van de Atlantic en Pacific Oceans. Met elkaar zouden wij bang moeten zijn voor op een tijdbom die ieder ogenblik kan exploderen. Onder de Olijfberg is een gat ontdekt dat steeds groter wordt, een aanwijzing dat deze binnen afzienbare tijd zal  ‘splijten’. De Majakalender loopt af; kometen vallen op de aarde en de totale verwoesting is een feit.

Men spreekt over de ‘Dag van de Heer’, die meedogenloos is gekomen met bloed, vuur en rookzuilen. De mensheid wordt gedemoraliseerd vanwege grof geweld, ontucht, abortus en zelfmoord. Men bagatelliseert de echtscheiding; tolereert fanatiek de homoseksualiteit en heeft transgendercultussen uitgevonden zoals er nog nooit geweest zijn. Satanscultussen, porno, occultisme en massamoorden schreeuwen de mens tegemoet op alle Marxistische Staatspropaganda. De aandacht van het volk van God wordt gericht door te zeggen: ‘kijk naar de EU, de VN, de goed gecamoufleerde Bilderbergjes en de New World Order.’ Dat er sprake kan zijn van ‘vuur’, als beeld(!) van demonie, valt buiten hun denkpatroon. Men verwacht alleen een laaiende vlammenzee. Verder hebben de onheilsprofeten nog een atoomoorlog in petto om de schuldbewuste zondaar op de knieën te krijgen. Iets waar wij vroeger in orthodoxe kringen bepaald werden bij hel en verdoemenis.

Verbijsterd moeten de vertwijfelden de wijzer van de wereldklok omhoog zien gaan naar de fatale verticale stand. Het is misschien nog maar dertig seconden, nog vijftien, nog één seconde voor twaalf uur. Vaak is het al vijf uur over twaalf…. Men schrijft: ‘Laten wij bidden: ‘Kyrie eleison’, Heer, erbarm U. Ons leven staat op het spel. Laten wij het uitschreeuwen: red mij Jezus, ik roep uw bloed over mij aan of Maria! Laten wij klein worden. God ‘gebruikt’ immers mensen met een verbroken hart, verslagen geest, deurmatjes, drempeltjes en stofjes aan de weegschaal…’

Nog geraffineerder zijn de uitgekookte dwaalleraars die zeggen:

  • “Wees niet bang, de gemeente wordt opgenomen vóór de grote verdrukking en het zijn de Joden, die voor 2/3e worden afgeslacht en de rest wordt nog in het vuur gelouterd. Wij kijken vanaf gerieflijke wolkjes toe hoe deze slachtpartij afloopt.”

Ga uw hoogten gaan staan!

Leven deze dingen nu wel echt in de harten van de zakkenvullende paniekzaaiers, of zijn het alleen maar goedkope, satanische kreten om de goedgelovige kinderen van God achter zich te krijgen, zodat zij hun rampzalige verzinsels maar blindelings volgen?

Het is niet de wil van God dat zijn volk in doodsangst wordt gebracht. Te midden van alles wat over de volken en over de aarde komt, zegt de Heer tot zijn leerlingen: ‘richt je dan op en hef je hoofd, want uw verlossing is nabij!’ (Lucas 21:28). De Heer richt onze aandacht op de gééstelijke wereld; op de dingen die van boven zijn en niet op de toestanden om ons heen. Daarom troostte de profeet met de woorden:

  • ‘Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de Heer gaat over u op’ (Jes.61:1) en ‘tegen het vallen van de avond zal er weer licht gloren’ (Zach.14:7; Openb.15:1-4).

Maak u daarom los van de beïnvloeding van de omstandigheden in de natuurlijke wereld en hou u bezig met de geestelijke. Doe als Habakuk en ga rechtop staan. Daniël sprak over een tijd van benauwdheid zoals er niet geweest is en ook nooit meer zijn zal. Dit is nogal wat! Jezus noemde het een grote verdrukking, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld tot nu toe en die ook nooit meer zou zijn (Matth.21:24). Deze omvangrijke verzoeking verschilt dus essentieel van alle voorgaande rampen. Zij vindt haar oorsprong zuiver in de geestelijke wereld. De mens komt bloot te staan aan een rechtstreekse invasie van Satans opgeroepen demonische machten uit de afgrond: de hel breekt over hem los.

Natuurlijk vindt deze demonisering van de mensheid haar openbaring in de zichtbare wereld, omdat het gedragspatroon van de niet bekeerde en vooral jonge mens totaal verandert. Van de jeugd worden de gevolgen in een beeld uitgedrukt: ‘Al het groene gras verbrandde’ (Openb.8:7). Tegelijkertijd gaat in de gemeente het licht op. Te midden van een zee van bloed, vuur en rookzuilen (veroorzaakt door natuurlijke mensen die één zijn geworden met Satans demonen) zal de Heer op heerlijke wijze van zijn Geest uitstorten op alles wat (voor Hem) leeft, dus op allen die met Hém verbonden zijn. Onze jeugd, zonen en dochters, zullen profeteren en gezichten zien, terwijl het groene gras, dat bij de gemeente hoort, in de eindtijd niét zal verbranden, want aan de demonen wordt bevel gegeven:

  • ‘dat zij aan het gras van de aarde geen schade zouden toebrengen, noch aan enig gewas, noch aan enige boom, maar alleen aan de mensen, die het zegel van God (de doop in Gods Geest met de verandering van denken) niet op hun voorhoofd hebben’ (Op.9:4).

Waakzaam zijn in de onzienlijke wereld

Jezus raadt ons aan om in de geestelijke wereld te kijken, onze hoofden omhoog te heffen en waakzaam te zijn, want in de onzienlijke wereld voltrekt zich de verlossing van de geestelijke mens. Wij zullen ons dan los moeten maken van de zorgen over de natuurlijke dingen en ons daarvan moeten distantiëren. Zo horen wij ook afstand te nemen van de aardse zorgen in eigen leven. Wij zullen ons daarover geen zorgen maken, maar onze zorgen aan de Heer geven, want Hij zorgt voor ons. Door het geloof in de toezeggingen van God zijn wij in de geestelijke wereld groot. Jezus sprak over het hele leger van de vijand dat aan ons onderworpen is (Marcus 16). Daarom hoeven wij ook in de onzienlijke wereld niet bang te zijn en minachtend over onszelf te denken. Volgens het eeuwig evangelie zijn wij koningen en priesters, de elite van uitverkorenen van God (1 Petrus 2:9). De Heer verwacht niet dat wij op de grond kruipen, maar dat wij stáán en ons verheffen en geestelijk opstijgen naar de hemelse regionen vanwaar onze hulp komt.

Geen vechten tegen vlees en bloed

Bovenstaande  tekst begint met ‘In die tijd’ dus in die grote Dag van de Heer of in de eindtijd zal Michaël, de aartsengel, ons helpen (Op.12:7,8). Hij is immers verbonden met de zonen van het volk van God, dat is met het ware zaad van Abraham, met het geestelijke Israël. Michaël streed voor Mozes en hielp hem het volk uit Egypte te verlossen. Hij was bij de terugkeer van het volk uit Babel, waar Daniël zich geestelijk mee bezighield. Deze vorst zal ook in het nieuwe testament de geopenbaarde zonen van God bij staan, wanneer dezen tot volle activiteit komen in de geestelijke wereld. In Openbaring 12:5 wordt gezegd hoe de vrouw, beeld van de opnieuw geboren gemeente van God, in de eindtijd het mannelijk kind voortbrengt, een beeld van de zonen van God. Dezen zijn de helden die op wettelijke wijze strijden in de hemelse gewesten en op hun openbaring wacht de zuchtende schepping.

Het hemelse engelenleger kan nu ingezet worden, omdat de zonen van God het toneel van de strijd verplaatst hebben van de aarde naar de hemel. Zij vechten niet meer tegen vlees en bloed, maar tegen de geestelijke, occulte demonen in de onzienlijke wereld. De Heer verwacht van zijn zonen en dochters een grote inzet om de vijand onder zijn voeten te brengen. Wij leven in een heerlijke tijd, want wij zien wie wij eigenlijk zijn. Wij zijn niet langer onbetekenend en geringe broers en zusters, maar wij hebben als machthebbers in de naam van Jezus onze plaats in de hemel ingenomen.

Wij aanvaarden de taak om in de kracht van Gods Geest en gesteund door Michaël en zijn engelen, de hemel schoon te vegen van al het afschuwelijke tuig dat zich sinds de val van Lucifer wilt handhaven. Wee hen!