‘Het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven’ (Jesaja 42:3).
Zo is God. Hij breekt niet af, Hij bouwt op. Hij herstelt wat beschadigd is. Door Jezus Christus herstelt God de mens naar geest, ziel en lichaam. Het oorspronkelijke evangelie staat voor dit herstelplan, dit genezingsplan van God. Daarom is gebedsgenezing of nog beter geloofsgenezing haar niet vreemd. De tegenstanders hiervan wijzen maar al te graag op de mislukkingen. Zij vergeten daarbij enkele dingen. In het Koninkrijk van God gebeurt niets automatisch, maar alles is afhankelijk van geloof. En verder is er maar één aanstichter van al het kwaad en de ellende, de gevallen engel, Satan.
Een wonder. Dat moet het resultaat zijn van genezing op gebed, vinden velen. Er kan echter ook sprake zijn van een geleidelijk herstel. Wij zoeken geen wonderen, maar herstel naar geest, ziel en lichaam. De Bijbel noemt enkele wegen waarlangs dat herstel bereikt kan worden. Handoplegging, zalving met olie of gebed. Dat alles moet dan wel met geloof gepaard gaan. Het juiste geloof richt zich op het woord van God. Daarom is kennis van de woorden van God en van de gedachten van God onontbeerlijk. Omdat God niet volgens schema’s of clichés werkt, is eigenlijk elke genezing uniek. Hoe en wat iemand ervaart die van ziek-zijn beter wordt, kan tot hulp en bemoediging zijn voor anderen.
Daarom volgt hier het verhaal van Linda:
‘Ik had er geen flauw benul van, dat het zo ernstig met me was. Natuurlijk, ik voelde me naar en ziek, daarom hadden we ook de dokter laten komen. Maar zelfs toen deze, zichtbaar geschrokken, onmiddellijk het ziekenhuis belde en mij beval me niet meer te verroeren, drong het niet tot me door. ‘U bent ernstig ziek’, zei de specialist na het onderzoek in het ziekenhuis. ‘U hebt longembolie en dat had elk ogenblik fataal kunnen zijn. We zijn nog net op tijd’. Toen de dokter had uitgelegd wat longembolie was (het begint met trombose in het been; bloedstolsel uit het been kan dan naar de longen en/of de hersenen gaan en dat kan meteen het eind van je leven zijn), schrok ik, maar direct daarna was ik weer rustig. Dat kan niet Heer, dacht ik, U verlaat een rechtvaardige nooit (Ps.37:25). Er was geen angst, geen onrust, alleen maar vertrouwen en rust. Zelfs toen het steeds duidelijker voor mij werd hoe ernstig de situatie was.
Is er een verklaring voor die rust?
Er was natuurlijk voor me gebeden. Daarvoor al, omdat ik me al een tijdje niet goed voelde en ook vlak voordat ik naar het ziekenhuis ging. Een broeder en een zuster hebben toen door de telefoon nog met me gebeden. Dat is natuurlijk een enorme bescherming. Maar er was meer en ik moet eerlijk zeggen dat ik daar de eerste dagen niet achter kwam. Ik vroeg mezelf af, waarom ik zo rustig was, waarom er geen paniek was of angst. Het was alsof ik in een andere wereld leefde, in een andere sfeer. Ik merkte alles wel op, registreerde alles, maar het deed me niets.
Een paar dagen later kwam ik er pas achter wat dat was. Vrijdags was ik opgenomen en zaterdagavond, nadat de kinderen al voor de tweede keer op bezoek waren geweest, waaruit bleek, dat de situatie ernstig was, werd ik ineens bang. Ze zeggen weleens, dat de angst je kan bekruipen, nou, zo voelde ik het, het kroop op me. En dat kwam, omdat ik ging nadenken. Stond ik wel helemaal goed, was er niet iets gebeurd of waarom gebeurde dit; allerlei gedachten schoten door me heen. Het viel als het ware op mijn geest. Ik werd nerveus, bang, zag het niet meer zitten.
Het was heel eigenaardig. Ik had geen pijn en voor mijn ziekte hoefde ik eigenlijk niet meer bang te zijn. Die was onderkend en men was bezig met het herstel. Maar wat was het dan? Opeens werd het mij duidelijk. Ik had me steeds vastgehouden aan de woorden van God, aan de gedachten van God, niet krampachtig, maar gewoon. Toen ik echter ging nadenken, had ik de woorden van God losgelaten en toen was het voor de satan een koud kunstje om met zijn gedachten te infiltreren, zijn klimaat van negativiteit en duisternis aan me op te dringen en dat maakte me lichamelijk en geestelijk ziek en ellendig. Het is zonder overdrijving, maar ik voelde dat demonen uit de afgrond me belaagden, me wilden pakken.
Hoe kwam ik daar doorheen?
Toen de verpleegkundige op haar ronde langs kwam, zag ze hoe naar ik er aan toe was. Normaal krijg je dan een tabletje of een injectie om tot rust te komen en in elk geval te kunnen slapen. Zij ging echter naar de dienstdoende arts toe, om te vragen wat ze moest doen. En dan zie je weer de goedheid en de leiding van de Heer. Ik mocht in een rolstoel zitten en in een kamer apart met mijn man bellen. We hebben heerlijk met elkaar gepraat en ik kon het woord van God weer pakken. Ik kon me weer opstellen. Ik voelde me heerlijk en sliep de hele nacht als een roos!
Mijn juiste opstelling ontstond door mijn juiste instelling en die kwam voort uit het woord van God. Mijn geest was als het ware beschermd, ik leefde in een goddelijk klimaat. Ik was vervuld met de gedachten van God en dat gaf me rust, maakte me onaantastbaar voor de druk en de infiltraties van de demonen van de duisternis. Dat was er in het begin ook al geweest, toen de situatie zo kritiek was en ik zo rustig bleef. Ook toen was er die bescherming, alleen zag ik toen niet waar die vandaan kwam. Maar bewust of onbewust, omdat ik een juiste instelling had, gebaseerd op het woord van God en op de gedachten van God, kon ik me ook goed opstellen tegen de druk van de satan. Het was eigenlijk helemaal geen strijden, maar een vasthouden aan het woord van God. Daarin lag mijn overwinning, ook over de ziekte.
Achteraf zie ik dat dit niet alleen voor deze situatie geldt, maar voor heel mijn leven. Wij leven in een wereld waarin de Satan probeert zijn gedachten, zijn klimaat op ons over te brengen, door allerlei hysterische situaties, valse woorden, beelden en ga zo maar door. Maar het doet ons niets, het dringt niet tot ons door als we de woorden van God vasthouden en ons daarop richten. Je denkt en doet anders en reageert anders. Je leeft in een ander klimaat, in een andere wereld en dat is ook merkbaar voor je omgeving. Ik was helemaal niet met mijn ziekte bezig, maar blij over de ontdekking dat het woord van God en het vasthouden daaraan zo’n bescherming bood.
Ik kon spreken over de grootheid van de Heer, over het geweldige werk dat Hij doet, over vrede en rust, allemaal positieve dingen. En dat is merkbaar in alles, daardoor bepaalde ik de sfeer in mijn ziekenhuiskamer en de verpleging en de bezoekers merkten dat. Ik heb bijvoorbeeld ook enkele kaartjes geschreven en ook daarin kon ik niet anders dan over het geweldige van de Heer spreken. Ik gaf mijn gedachten daarin weer. Een paar weken later vertelde een zuster, dat de kaart net gekomen was op een moment dat er nogal spanningen waren. Op de kaart stonden juist die dingen die nodig waren om de lucht weer te doen opklaren. Er kwam een oplossing, harmonie en een verandering die nu nog doorwerkt.
Wat er na die ontdekking in het ziekenhuis gebeurde?
Ik had niet het idee, dat er nog een heleboel moest gebeuren of dat er nog gebeden of gestreden moest worden. Ik was beter, dat wist ik zeker en misschien had ik eigenlijk ook wel naar huis kunnen gaan. Maar als je eenmaal die weg bent gegaan, dus de dokter hebt geroepen en in het ziekenhuis ligt, vind ik, dan moet je ook doorgaan. Ik bedoel niet dat je maar van alles met je moet laten doen, maar tenslotte was men daar ook bezig met mijn genezing, positief dus. En alles wat men deed bevestigde alleen maar dat de Heer zijn werk had gedaan.
Er moesten bijvoorbeeld foto’s worden gemaakt en die waren allemaal goed. Dat versterkt je nog meer en het ontneemt de Satan een kans om je in twijfel te brengen. Want dat probeert ie. Ik was bijvoorbeeld net een week thuis, toen de dokter kwam en vond dat ik er niet goed uitzag. Dat klopte wel, want ik voelde me nogal slap en soms duizelig. Hij wilde dat m’n bloed onderzocht zou worden, want hij had het idee dat het bloed afgebroken werd, met alle gevolgen van dien. Op zo’n moment komt het hele leger van de Satan op je af en probeert je zekerheid weg te nemen, brengt allerlei voorbeelden voor je geest van identieke situaties, haalt je familie erbij, enzovoort. Ik moest me opnieuw opstellen, me richten op de Woorden van God en tegenover de leugen van de Satan de waarheid van God zetten. Alles bleek in orde met mijn bloed.
Naar een dokter gaan is voor sommige mensen een probleem. Sommigen vinden zelfs dat zoiets helemaal niet mag en dat het een bewijs van ongeloof is. Ik vind het persoonlijk geen probleem die dokter, tenslotte werkt hij ook aan je genezing. Kern van de zaak is op wie stel ik mijn vertrouwen, op wie richt ik mij. Als kind van God leef je in gemeenschap met de Heer, je bespreekt alles met Hem en daaruit komt je handelen en denken vandaan. Je zoekt allereerst in elke situatie naar vrede en rust. Daar profiteert je lichaam ook van mee.
Maar toch kan het wel eens nodig zijn om de dokter te roepen. Als het maar niet uit paniek gebeurt of uit angst of gewoon om rust te krijgen. In mijn geval bijvoorbeeld ging het lichamelijk niet meer, ik kon soms nauwelijks ademhalen. Geestelijk was er rust en vrede, maar je zou kunnen zeggen, dat ik voor mijn lichaam de dokter haalde. Ook voor een diagnose om te weten wat er nu precies aan de hand was. En dat het niet verkeerd was blijkt uit alles. Alle dingen werken mee voor hen die God liefhebben.
Centraal in alles heeft gestaan: het woord van God. De gedachten van God overnemen, vasthouden en van daaruit overwinnen. Dan ben je beschermd, bewaard. De satan valt wel aan, wil je onder druk zetten en zijn gedachten aan je opdringen maar het heeft geen resultaat; het doet je niets. Ik ben blij dat ontdekt te hebben. Diverse teksten hebben me echt geholpen in die dagen. Een tekst geeft eigenlijk perfect het geheel weer, namelijk Filippenzen 4:9:
‘Tenslotte, broers en zusters, geef aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het en de God van de vrede zal met u zijn’.

