Geduld

‘Geduld is een schone zaak…’

Zo luidt een oud gezegde. Vaak wordt er een beroep gedaan op ons geduld. Of het nu de automobilist in de file is of de boer die wacht op de regen, geduld komt er aan te pas. Geduldig zijn – kalm en rustig afwachten totdat… de weg weer vrij is, de regen valt. Iedereen heeft er mee te maken. Iedereen moet geduld opbrengen.

Gebrek aan geduld zien we ook. Vooral bij kinderen is het duidelijk: ‘Mamma, over hoeveel nachtjes slapen ben ik jarig?’ ‘Pappa, wanneer ben ik net zo groot als jij?’ Zo zijn er voorbeelden genoeg uit het dagelijks leven over het tekort aan geduld, over het zogenaamde ‘trappelen van ongeduld’. Geduld is iets wat van jongs af aan geleerd moet worden. We kunnen het ontwikkelen, want het is een vermogen dat in ons aanwezig is.

Maar wat is geduld nu eigenlijk? Allereerst is geduld de kalme en rustige volharding in het wachten, in het volbrengen van iets. Ten tweede heeft geduld ook de betekenis (gekregen) van lijdzaamheid, van berusting. Aan deze laatste betekenis hebben waarschijnlijk ‘vrome’ geesten hard meegewerkt. Want hoeveel ‘christenen’ hebben zich hier niet aan overgegeven, aan berusting die vaak leidt tot onderwerping. ‘Zij berusten in hun lot’, heet het dan. Zo denkt men ook nog God te behagen door te berusten in ziekte of ander leed. Men onderwerpt zich op deze manier aan Satans’ demonen van de duisternis. Maar deze vorm van lijdzaamheid is funest en wordt ons ook niet geleerd. Nee, de Bijbel houdt ons een heel ander geduld voor ogen. Maar dan wel voor de verlichte ogen van het hart. Geduld wordt in de Bijbel in één adem genoemd met volharding. En volharden is volhouden tot het einde.

  • ‘Wees… wees standvastig (geduldig) wanneer u tegenspoed ondervindt en bid onophoudelijk’ (Rom.12:12).

Deze woorden moeten altijd samen gaan. Volharding en geduld. Geduld en volharding. Volharden is volhouden en vooral niet opgeven. De tegenstander, waartegen we moeten volharden, is vaak dubbel en dwars aanwezig: de duivel die rondgaat als een brullende leeuw. Hij zoekt ook ons geduld, om dit te verslinden. Maar wij geven de moed niet op, wij blijven ons geduld oefenen, zoals ook Abraham dit deed en zo ‘heeft deze het beloofde gekregen’ (Hebr.6:16). Ook wij blijven geduldig afwachten totdat het beloofde is gegeven en de vijand volkomen is overwonnen. Tijdens dit afwachten hoeven we niet bij de pakken neer te zitten, maar kunnen we, ja moeten we zelf actief zijn. Paulus zegt in Hebreeën 10:12 en 13 over Jezus:

  • ‘Terwijl Hij, na zijn eenmalig offer voor de zonden, voorgoed zijn plaats aan Gods rechterhand heeft ingenomen, wacht Hij op het moment dat zijn vijanden voor Hem tot een bank voor zijn voeten zijn gemaakt.’

We kunnen dus actief zijn in het onderwerpen van zijn vijanden, die ook onze vijanden zijn, want onze Heer heeft tenslotte elke vijand al overwonnen. Maar Hij leeft voor ons. Hij heeft zijn leven gegeven en ons hiermee vrijgekocht van de duivel. Hier heeft de Heer het niet bij gelaten. Hij gaat door en wil ons, volgens het plan van God, in de gemeente tot volmaaktheid brengen, om dan met Hem de schepping verder te herstellen. Daarom maken en breken we de vijand in de naam van Jezus. Daar zijn we mee bezig, daar zijn we actief in. Ook al laat de overwinning soms op zich wachten.

Veel mensen hebben te kampen met het geduld dat opgebracht moet worden, want het duurt al zo lang. Maar… waar nog geen overwinning is, is men bezig te overwinnen. Dit kost tijd en hier nu is dit volhardend geduld nodig. Dit geduld wacht zijn tijd af, zonder het doel uit het oog te verliezen; dit geduld draagt zelfs lasten zonder moedeloos of wrevelig te worden, want de geest die dit geduld heeft, weet dat er een betere tijd komt. Dit volhardende goddelijke geduld draagt de overwinning altijd in zich. Met andere woorden: Wie gelooft, leeft (wat er zichtbaar ook nog mag mankeren) geestelijk al zonder dit mankement.

Tenslotte: God heeft ons veel voorbeelden gegeven die het geduld kenmerken… het ware geduld dat geen berusting, maar volharding kent:

  • Zie de schepping…
  • Zie de vogel die haar eieren bebroedt tot ze uitkomen.
  • Zie de nacht die langzaam maar zeker moet wijken voor de dag.
  • Zie het kind dat zich tijdens negen maanden ontwikkelt in de moeder totdat het zelf de dag ziet.
  • Zie dit kind dat groeit… totdat het man of vrouw geworden is.
  • Zie het Lam, dat vanaf het begin in Gods gedachten was.
  • Zie de rechtvaardigen die zullen stralen als de zon.

Wordt uw geduld nu op de proef gesteld? Luister naar Jezus, Hij zegt:

  • ‘Red je leven door standvastigheid!’ (Lucas 21:19).