Bloedneus

Het begon met zorgen over een te hoge bloeddruk. Verschillende keren had ze gehoord dat de onderdruk te hoog was. En daarbij kwamen de bloedneuzen steeds vaker terug. De huisarts wou een 24-uurs meting doen. Reden genoeg voor haar om zich zorgen te maken, want stel je voor dat… De 24-uurs meting was niet leuk, maar het zou duidelijkheid verschaffen en er zouden passende maatregelen genomen worden, dus die 24 uur, ach dat zou wel lukken.

Maar nà die 24 uur, toen begon het pas echt! Blijkbaar had ze zo in spanning gezeten, dat ze na het afdoen van de bloeddrukmeter spontaan weer een bloedneus kreeg. En die bloedneus was niet te stelpen, na 10 minuten was het nog niet voorbij. Gebeld met de assistente van de huisarts, die alles nog eens doornam. Had ze wel de neus gesnoten, haar hoofd voorover gehouden en goed tegen het neusbotje aangedrukt? Ja tuurlijk had ze dat gedaan. En het was nog niet over, het stroomde nu uit beide neusgaten, het kwam in haar keel. Bah wat was dat vies.

De assistente zei dat ze meteen maar even naar de EHBO-post moest komen. Gelukkig kon haar man haar brengen, die stelde haar steeds gerust en dat kalmeerde haar wel. Bij de EHBO-post werd ze geholpen, het was even vervelend maar even later kon ze weer met haar man naar huis. De bloedneus was met neustampons gestopt. Afgesproken werd dat ze naar de KNO-arts zou gaan als de bloedneus weer terug zou komen. En o ja, niet geheel onbelangrijk: de bloeddrukmeting was goed verlopen, ze had een prima bloeddruk. Niets om je zorgen over te maken dus.

Toen kwam de rust weer terug. En in de rust het terug kijken. Ze zei: ‘Ik word dan wel snel hysterisch he?’ Manlief: ‘Ja je wordt dan heel erg druk, terwijl het maar een bloedneus is’. Reden om over door te denken voor haar. Ook toen, een week daarna, zomaar zonder aanleiding er weer een bloedneus kwam. En nog één. Eerst thuis, terwijl er bezoek was, later tijdens het boodschappen doen. Er kalm onder blijven was moeilijk, maar weer was haar man daar die haar aan het denken zette: ‘Het is gewoon demonisch dat je op onverwachtse momenten zo aangevallen wordt’.

Ja, dat was het: demonische aanvallen! Vanaf dat moment werd het anders: elke keer als er een bloedneus kwam, kwam zij steeds meer in de rust. ‘Laat je er niet door van de kaart brengen, sta er boven’ zei ze steeds tegen zichzelf. En het lukte. Niet meer in paniek, elke bloedneus werd gestelpt binnen 10 minuten. Steeds beter. Toch werd er een afspraak gemaakt bij de KNO, eerst had ze nog zoiets van: het moet wel meteen, maar terwijl ze belde dacht ze: ik zie wel wanneer er een plekje vrij is bij de KNO-arts. Tien dagen later kon ze er terecht. Op weg naar de KNO-arts was ze heel rustig, niet zenuwachtig, niet hysterisch, alleen maar kalmte: ‘Ik zie wel wat er gebeurt, hoe het daar gaat, ik maak me geen zorgen’ waren haar gedachten. En het werd een gezellig ritje naar het ziekenhuis.

En die demonen? Die geen vat meer op haar hadden? Die probeerden het nog 1 keer, bij haar man. Op weg naar de KNO-arts bedacht hij: ‘We gaan terug, het is helemaal niet nodig’. Toen werd hij als het ware wakker geschud. Een tegemoet komende vrachtauto reed vlak langs hen en nam een geweldige plens water mee in zijn kielzog. Dat was het moment om door te gaan, een paar minuten later constateerde hij: ‘Ze is veranderd, niet druk, niet hysterisch, zo is ze anders nooit als ze naar een dokter moet. Wat fijn, het is gewoon gezellig zo samen. We zetten nu door, we gaan naar de KNO-arts, die het probleem kan verhelpen. We staan er samen boven en we zien wie ons willen aanvallen!’