Strijd en lijden

  • ‘Wij, levenden, worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt’ (2 Cor.4:11).

Ziekte

De Bijbel gaat van het axioma uit, dat ziekte en zonde vijanden zijn van de mens en niet bij hem horen. Al het goede in de mens, ook bij de ongelovige, verzet zich tegen zonde en ziekte. De Bijbel zegt dat door één mens de zonde in de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood. Een voorloper van de dood is de ziekte. Jezus heeft echter de zonde en de ziekte gedragen en de dood van zijn kracht beroofd. Ten aanzien van de zonde spreekt de Bijbel niet over lijden, maar wel over strijd. Zelfs over een strijd tot bloedens toe. Men zou hier over lijden kunnen spreken, maar dit ligt meer op de weg van deel krijgen aan de goddelijke natuur en ingaan in het eeuwige Koninkrijk (2 Petr.1:1-11). Wie met zonden worstelt en er geen overwinning op behaalt, vraagt aan de oudsten om ondersteuning. Dan zal zijn geest samen met hun geest en met de kracht van de Heilige Geest de vijand uit zijn leven verdrijven. Soms is volharding nodig, maar de overwinning is zeker, zolang de goede wil aanwezig is.

Op de weg naar de volmaaktheid ligt ook de strijd tegen de ziekte. Jacobus schrijft: ‘Weersta de duivel en hij zal van u vluchten’. Als deze strijd voor de mens te zwaar wordt, roept hij ook hulp in. Jacobus geeft hier duidelijk aanwijzingen voor in het vijfde hoofdstuk van zijn brief. Hij zegt daar: je zult moeten bidden in geloof, wil je iets van de Heer ontvangen. In dezelfde lijn ligt de uitspraak van Jezus: als twee of drie in mijn naam vergaderd zijn, ben Ik in hun midden en wat zij gelovig vragen, zal Ik doen. In de strijd tegen de zonde en tegen de ziekte is geloof dus de sleutel om de overwinning te behalen. Het geloof opent de weg waarop straks alles mogelijk wordt.

Wanneer Jacobus zegt: hij zal van u vluchten, komt dit omdat de duivel onze geloofshouding, dus onze verbondenheid met Christus, ontdekt. Hij vlucht niet bij het zien van een witte doktersjas. Hij vluchtte ook niet voor de zonen van Sceva, maar wel voor Jezus, voor Paulus en voor de andere apostelen. Deze mannen hadden een geestelijke statuur, waardoor de demonen hun onderdanig waren. Zelfs de schaduw van Petrus en de zweetdoeken van Paulus deden de ziektemachten wijken. God werkte mee door krachten en wonderen, omdat bij hen geloof en liefde werden gevonden. Die twee zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Wat is nu de beloning van hen die strijden tegen ziektemachten, die meestal lijden naar lichaam en ziel veroorzaken? Wanneer de zieke geneest en de ziektemachten dus overwonnen zijn, is het geloof van de zieke gegroeid. Ook van het team dat om hem heen stond en deelt in de overwinning. Men heeft samen iets geproefd van de krachten van de toekomende eeuw en gaat zo voort op deze weg tot overwinning. Als de zieke echter niet geneest maar sterft, wat is dan het resultaat van de worsteling? Dan heeft hij door zijn volharding een geloofstatuur opgebouwd. Er ontstond een innerlijke mens, die onbesmet en onberispelijk werd, omdat deze wél gegrond en standvastig was en zich niet liet afbrengen van de hoop van het evangelie (Col.1:22,23). Zo kan de zieke, vóór het afleggen van zijn aardse tent uitroepen:

  • ‘Ik heb de goede strijd gestreden, ik krijg de krans van de overwinning’.

Petrus schreef over een onvergankelijke erfenis, die in de hemelen voor ons is weggelegd en ook over ons deelhebben aan de goddelijke natuur. Hij schreef: ‘Zo zal u onbelemmerd toegang worden verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus’ (1 Petr.1:4 en 2 Petr.1:4,11). De Bijbel gebruikt de uitdrukking: ‘een geestelijke statuur opbouwen’. Voor ons is dit hetzelfde als naar het beeld van God toegroeien. De tijd komt en is al nabij, dat de kinderen van God door hun geloof, macht ontwikkeld zullen hebben en dat niets hun meer onmogelijk zal zijn. Daar wacht de zuchtende schepping op. Deze lijdt door ziekte en nog meer door angst. Jezus sprak over ‘het bulderen van zee en branding’.

De duivel gaat rond en probeert ieder te overweldigen, gelovigen en ongelovigen. De laatsten zijn niet automatisch onderworpen aan zonde en ziekte. Ook zij kunnen zich verzetten en wel vanuit de vermogens die van het beeld van God in hen zijn overgebleven. Dit weerstandsvermogen is door God in lichaam en ziel ingeschapen. Wat de ziekte betreft, wordt dit vermogen in de natuurlijke wereld nog versterkt door de wetenschappers. Dat biedt ook de ongelovige, samen met zijn helpers, tot het uiterste weerstand, maar meestal is dit niet toereikend. Daarom lijdt de schepping.

Het juiste antwoord moet komen van de geopenbaarde zonen van God, die vanwege hun statuur, autoriteit bezitten over de boze geesten. Zij bereiken deze hoogte door middel van een ontwikkelingsproces dat gepaard gaat met vallen en opstaan, want aanvankelijk is hun wil nog niet geheel gericht op het goede en het volmaakte. God die hen roept, is echter trouw en Hij zal het ook doen (1 Thess.5:23,24). Hij bewerkt door zijn Geest in hen ook het willen (Fil.2:13). Petrus schreef: ‘God trekt en verlokt door zijn heerlijkheid en macht’ (2 Petr.1:3).

Dit opvoedingspatroon vinden we als schaduw terug in een goed gezin. Voor het huisgezin van God geldt: God behandelt u als zonen. Dit betekent ook dat wij vertrouwd moeten raken met stormen en zelfs met de hitte van de dag. Zoals wij onze kinderen niet uit de maatschappij en daardoor uit de wereld weg houden, doet God dit ook niet. Zo wordt de mens Gods volkomen en tot alle goede werken volkomen toegerust (2 Tim.3:17). Deze toerusting vormt zijn statuur die hij in de strijd verwerft. Straks zal hij met Christus deelnemen aan de eindslag van ons tijdperk vóór het duizendjarige rijk. Paulus was zich dit alles intens bewust en voor zijn overlijden zei hij daarom: ik heb de goede strijd gestreden en mij wacht de krans van de overwinning. Hij zou niet naakt worden bevonden, maar hij bezat al het opstandingslichaam, waarmee hij zich in de hemel manifesteren kon.

Lijden om Christus’ wil

Wie zijn concordantie opslaat, merkt dat alle uitspraken die over het lijden om ‘Christus wil’ gaan, betrekking hebben op smaad en vervolging die de gelovigen hebben te verduren bij het brengen van het evangelie. De Heer Jezus zelf en ook de apostelen spraken zo en de kerkgeschiedenis bewijst de realiteit van dit lijden. De vervolgingen zullen doorgaan totdat de gemeenten onaantastbaar zijn geworden. Dit wordt gesymboliseerd in de dood en de opstanding van de twee getuigen van wie Openbaring 11 spreekt. Paulus kende deze eindfase en schreef aan de Filippenzen, dat hij er alles voor over had om deel te krijgen aan het lijden van Christus uiteindelijk te komen tot de (eerste) opstanding ‘van tussen de doden uit’ (Fil.3:7-10). Al de aankondigingen in de Bijbel over het lijden vanwege het evangelie kunnen we samenvatten in de uitspraak van Jezus:

  • ‘In de wereld lijdt u verdrukking vanwege mijn Naam, maar hou goede moed, Ik heb de wereld overwonnen’.

Dit laatste heft het eerste niet op, maar maakt dat zijn volgelingen er tegen bestand zijn en de vuurgloed van de beproeving hun niet hoeft te bevreemden.

Er is ook een lijden vanwege de ander. Het hart van het evangelie is immers de liefde van God tot de wereld. Uit Hem stroomt leven van barmhartigheid, ontferming en bewogenheid. Paulus schreef: ‘De liefde van Christus dringt ons om u te smeken: laat u met God verzoenen’. Liefde is de grootste wezenstrek van God en een deel ervan is nog in de mensen terug te vinden. Wie met Gods Heilige Geest vervuld is, heeft de bron van goddelijke liefde in zich. Als deze liefde van God niet in jullie werkt, schrijft Paulus aan de Corinthiërs, dan hebben al jullie geestesuitingen geen waarde. Alleen geloof door de liefde werkende heeft blijvende waarde. Ook de ‘Heer, Heer-roepers’, die wonderen en krachten deden en zelfs duivelen uitdreven, krijgen te horen: Ik ken jullie niet. Ze waren immers niet door de liefdeband met de Heer en zijn schepselen verbonden.

Het is de liefde van God die de gelovigen uitzendt als schapen te midden van de wolven. Wij zijn op de aarde als een uitverkoren geslacht, een volk God ten eigendom, om zijn grote daden te verkondigen (1 Petr.2:9). De wereld is de zuchtende schepping die lijdt zonder te weten waar het kwaad vandaan komt. God zei tot Jona: zij kennen het verschil niet tussen hun linker- en rechterhand. Ze kennen de duivel niet en ze kennen God niet.

God redt de wereld op de manier zoals Hij deze in Jezus heeft getoond, dat is niet door kracht en geweld, maar door de Geest van de genade die ook in ons woont. Hoewel Jezus zo’n statuur had dat de duivelen gillend uitgingen, was Hij tegenover de mensen weerloos toen God hem overgaf. Zo was het ook met de apostelen en de martelaren. Kracht en geweld zijn gericht op vernietiging. Genade is gericht op behoud. De uitdrukking ‘niet door kracht en geweld, maar door mijn Geest’ moet niet de suggestie wekken, dat Gods Geest nog meer kracht en geweld kan produceren. God werkt langs een heel andere weg, namelijk van die van de genade. Genade doet een appèl op het goede in de mens en sluit zich daarbij aan. Hij die op dit appèl ingaat, zal vaak tegenspraak en smaad moeten verduren, want de satan werkt hem tegen.

Door genade, zegt Petrus, kan een mens als hij goed doet, leed verdragen. Als Paulus opnieuw moet leren dat in zijn zwakheid de kracht van Christus overvloedig over hem komt, zegt de Heer: Mijn genade is genoeg. De apostel kan dan zeggen: ‘wij worden voortdurend aan de dood overgeleverd om Jezus’ wil, opdat het leven van Jezus zich in ons sterfelijke leven zal openbaren. Dit alles om uwentwil, opdat de genade toeneemt.’ Geweld slaat het hart dicht, maar genade breekt het open. Paulus verdroeg leed, vervolgingen, benauwdheden en hij eindigt het hoofdstuk hierover met de woorden: ‘Vanwege Christus’ (2 Cor.12:10).

In deze duistere wereld werkt Christus door ons heen langs dezelfde weg van de genade die Hij ook eenmaal ging. Er is maar één weg om de zuchtende schepping te redden: de liefde van Christus dringt ons. Dat is de weg van Jezus. Deze weg gaat gepaard met wonderen, tekens en krachten tot herstel, waardoor de mensen zich zullen verbazen. Behouden worden zij echter door de reddende kracht van de liefde en de genade, die van ons zal uitgaan. Door deze kracht konden Paulus en Silas smaad en geselingen verdragen met als vrucht dat velen werden gered en in Filippi een bloeiende gemeente ontstond. Wie de weg van Jezus geheel gaat, lijdt soms nu al en zal zeker in de toekomst vervolgingen ondergaan vanwege het evangelie, dus om Jezus’ wil.

Opnieuw stellen wij de vraag: wat zal ons loon zijn? Ook de leerlingen vroegen dit aan hun Heer. Hij antwoordde: ‘Jullie zullen met mij zitten op twaalf tronen’. Een grotere beloning is er niet, want daar is de mens in volle harmonie met God. Op een ander moment zegt Jezus: ‘maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered’ (Matth.10:22). Hij had daarvóór met hen gesproken over vervolgingen en het gehaat worden vanwege zijn Naam. Dat is de weg van Jezus tot behoud van een wereld waarvan de satan de overste is.

Als het om loon gaat, is het goed om te bedenken, dat de eeuwigheid miljarden maal langer duurt dan die jaren van de mens op aarde. Dan zijn er zonen van God die hun plaats hebben ingenomen onder de hemelse legers, die de antichrist en het beest zullen binden en in de vuurpoel werpen. Zij zullen met Christus duizend jaren lang regeren. Daarna worden ze openbaar als het geboomte van het leven, waarvan de bladeren tot genezing van de volkeren dienen. Omdat zij velen tot gerechtigheid gebracht hebben, zullen ze stralen als de sterren van de hemel. Zij immers volgden het Lam en hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood.

Ziekte of lijden?

De verschillen tussen ‘lijden om ziekte’ en ‘lijden om vervolging’ vallen nu wel duidelijk in het oog. Bij ziekte valt de duivel rechtstreeks aan. Wie lijdt door ziekte, lijdt vanwege zijn ontwikkeling tot het zoonschap. Wie lijdt door vervolging, lijdt vanwege anderen, omdat hij van Christus getuigt. Wat deed Jezus tegen zonde en ziekte? Hij nam ze weg. Wat deed Hij tegen smaad en vervolging? Hij onderging ze. Hij gaf zijn leerlingen macht om zieken te genezen en duivelen uit te drijven. Hij gaf hun geen macht om vervolgingen in zijn naam te weerstaan. Lijden door ziekte is onvrijwillig, maar lijden om Christus’ wil is vrijwillig.

Zowel bij ziekte als lijden zegt de Heer: ‘Ik ben met je, al ga je door het vuur.’ Daarmee is het vuur nog niet gedoofd, maar je wordt wel vuurbestendig! Het gaat dus over twee wegen die beide naar hetzelfde doel voeren. Ze hebben beide te maken met volharding en overwinning. In de brieven aan de zeven gemeenten stelt Jezus als beloning: macht en heerlijkheid, culminerend in het met Hem zitten op zijn troon. Dat beide wegen samenkomen, blijkt wel uit het verschijnen van de zonen van God. Van hen wordt gezegd: zij hebben hun gewaden gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam (vorming tot het zoonschap) en zij komen uit de grote verdrukking (lijden om Christus’ wil). Ook staat er: zij hebben de aanklager overwonnen door het bloed van het Lam en het woord van hun getuigenis (vorming tot het zoonschap) en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood (lijden om Christus’ wil).

Er zijn mensen die lijden door ziekte, maar niet door vervolging. Het gebeurt ook andersom. Beide wegen vragen een eigen opstelling. Wie lijdt door ziekte, stelt zich actief op, zowel geestelijk als natuurlijk in de zorg voor zijn lichaam. Wie lijdt door smaad en onderdrukking is geestelijk wel weerbaar, maar in het natuurlijke weerloos. Omdat de opstelling op beide wegen verschillend moet zijn, is het onjuist om het lijden om Christus’ wil als een dekmantel over het lijden door ziekte te leggen. Op beide wegen erft de christen de kroon als hij volhardt!