Strategie van de duivel 

  • ‘En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze juist’ (Efeze 5:11).

Ontmaskeren

Wie bij de strijd in de hemelse gewesten satan overwinnen wil, zal allereerst de machten van de duisternis moeten identificeren. Van Jezus werd gezegd, dat Hij de overheden en machten ontwapend en ontmaskerd had en hen zo had overwonnen (Col.2:15). In de strijd tegen zonde en ziekte is het niet voldoende om te zeggen: ‘Je moet maar blij zijn in de Heer en in het geloof gaan staan’, want de ware blijdschap functioneert alleen, wanneer Satans demonen overwonnen zijn en het geloof moet inhoud hebben. Aan zinloze kreten heeft een kind van God niets. Je kan blij, zijn als er een grond voor aanwezig is en je kan in het geloof staan, als je je vertrouwen op het Woord van God stelt. Jezus stelde zijn vijanden ten toon, dat wil zeggen dat Hij ze uit de onzienlijke wereld en uit de verborgenheid, waarin ze schuil gingen, naar voren bracht, om aan te tonen wie ze werkelijk waren.

Veel ‘zich christelijk noemenden’ rekenen in hun strijd tegen zonde en ziekte niet met de boze geesten. Zij spreken liever over hun eigen boze hart en identificeren de zonde niet als komend uit het rijk van de duisternis. Ook voor de oorzaak van de ziekte heerst bij hen grote verwarring. Zij strijden tegen de ziekte en brengen haar tegelijkertijd in verband met Gods Vaderhart en met zijn ‘goede’ bedoelingen ten opzichte van de mens. In 1 Johannes 3:8 staat, dat de Zoon van God geopenbaard werd, om de daden van de duivel te verbreken. Hij liet zien wie de demonen waren, wat ze deden en hoe ze overwonnen worden. Hij ontmaskerde de werken van de duisternis door de zintuiglijk niet waarneembare machten aan te wijzen. Hij zei:

  • ’Maar als ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij u gekomen’ (Lucas 11:20).

De kracht van Jezus was de leiding van Gods Heilige Geest, waardoor Hij op onfeilbare wijze de overheden en machten ontdeed van hun masker, ten toon stelde wie ze waren, om ze daarna aan te vallen en hen te overwinnen. In 1 Petrus 4:7 wordt vermaand: ‘Het einde van alles is nabij. Kom daarom tot bezinning en wees helder van geest, zodat u kunt bidden’. Zie de dingen zoals ze zijn. Kom uit de verwarring en ontvang een helder inzicht in de hemelse gewesten zodat je kan bidden, dat wil zeggen met vrucht in de onzienlijke wereld bezig zijn. In Efeziërs 5:14 volgt in verband met deze ontmaskering van de vijand de oproep: ‘Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood, en Christus zal over u stralen’. In het voorgaande hoofdstuk is sprake van een ‘verduisterd zijn in het verstand’ en van een ‘verdoving’, waardoor een mens een prooi wordt van de zondemachten (4:18,19).

Twee vruchten

Er is een vrucht van de Heilige Geest, die ontstaat door gemeenschap van Gods Geest met de menselijke geest. ‘Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid’ (Ef.5:9). In Galaten 5:22 wordt de vrucht van de Heilige Geest genoemd: ‘Liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing’. Jezus sprak over een volk, dat de vruchten van het Koninkrijk van God zou opbrengen (Matth.21:43). Deze vruchten staan in verband met het leven, met de opbouw, de organische samenhang en met de kracht van God in de mens en in het lichaam van Christus. De vrucht van de Geest wordt alleen gevonden op de hoge weg in de geestelijke wereld en wordt verworven door de ontplooiing van de geestelijke gaven en zij manifesteert zich in de natuurlijke wereld als goede werken.

De vrucht van de gemeenschap met de machten van de duisternis is de dood, het ontbindende of negatieve leven, de afbraak in lichaam, ziel en geest. Satans demonen zijn wetteloze wezens, die tegengesteld aan de wetten van God werken. Zij houden zich alleen aan de wetten van zonde en van dood en tasten het leven in al zijn facetten aan. De schepping – en in het bijzonder de mens – zucht vanwege de druk en de controle van deze gevallen engelen. Zij benaderen het lichaam, de ziel en de geest met hun destructieve aanvallen. Ook wij willen hen proberen te ontmaskeren, zodat wij van hen verlost, ons als zonen van God mogen ontwikkelen. Op drie manieren tasten ze de mens aan in zijn lichaam, ziel en geest, namelijk door verleiding, pressie en geweld.

Aantasting van het lichaam

Een boze geest kan in de meeste gevallen niet rechtstreeks het organisme aantasten. Een macht hoort bij de onzienlijke wereld en alleen van daaruit kan hij opereren. Hij moet dus op indirecte wijze te werk gaan om in de stoffelijke wereld resultaat te krijgen. Hij doet dit door:

Verleiding:

Een boze geest kan een mens verleiden tot slechte gewoonten in eten en drinken, tot luiheid, tot verslaving aan genotsmiddelen of verdovende middelen, tot het moedwillig – in verlangen naar genot – verbreken van de wetten, die God aan het lichaam gesteld heeft. Ditzelfde kan ook gebeuren door een foutieve levenswijze, waardoor de ziektemacht zijn slag kan slaan.

Pressie:

De levensgeest van de mens onderhoudt en herstelt het organisme. Deze geest schept het natuurlijke verweer in de mens tegen gevaarlijke beïnvloeding door ziekteverwekkers. Wanneer de levensgeest door een ziektemacht onderdrukt wordt, is hij niet in staat zijn werk te doen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan chronische zieken, bij wie de levensgeest de cellen en organen niet meer kan herstellen. Het is zelfs mogelijk dat de levensgeest gedwongen wordt tot onnatuurlijk handelen om iets te maken, wat niet bij het lichaam mag horen, zoals bij tumor en staar. Denk ook aan ouderdomsverschijnselen, slijtage, degeneratie. Staar kan ontstaan door ouderdom en door beschadiging (vergiften). Op hoger leeftijd stijgt het gehalte aan carcinogene stoffen (die het ontstaan van kanker bevorderen) in het bloed. De machten kunnen gemakkelijker toeslaan naarmate het lichaam veroudert en verzwakt. Ook hoofdpijnen en andere pijnen kunnen ontstaan door rechtstreekse druk van boze geesten.

De menselijke geest kan zijn levensgeest tijdens een ziekte tot genezing ondersteunen, vandaar dat een mens met een sterke geest vaak sneller geneest dan degene, die geestelijk zwak is en de moed (en daarmee de strijd) opgeeft. Paulus schrijft dat de Heilige Geest bovendien het werk verrichten kan, waartoe de menselijke geest niet in staat is. Deze kan namelijk het sterfelijk lichaam levend maken, zodat het functioneert naar de wetten van God (Rom.8:11).

De ziektemachten doen niet alleen een directe aanval op de levensgeest, maar ook een indirecte op het lichaam zelf. Onder de supervisie van de duivel, die de overste van deze wereld genoemd wordt, staan wel in het bijzonder veel – bij het plantenrijk horende – levende wezentjes, die als ziekteverwekkers fungeren, namelijk bepaalde soorten bacteriën. Daarnaast zijn nog de virussen, die zelfs door een microscoop niet zichtbaar gemaakt kunnen worden. Deze laatste kunnen zich slechts vermenigvuldigen in de levende cellen van de ‘gastheer’. Denk aan het door satanische geesten gecreëerde Chinese virus, wat nu de wereld overtrekt. Door hun giftige werking verstoren zij de functies van de cellen, als de levensgeest niet meer in staat is deze te herstellen.

Je kan je afvragen, wanneer iemand door een slang gebeten wordt of dan van een boze macht gesproken kan worden. Inderdaad, want de schepping zucht onder de invloed van de duivel, die de oorzaak ervan is, dat dit dier zich op zijn prooi werpt en deze vergiftigt. Wanneer in het vrederijk de machten gebonden zijn, kan een kind de hand steken in het nest van een giftige slang, zoals het nu de hand kan brengen in de bek van een huishond, die zeker niet doorbijten zal (Jes.11:8). Denk ook aan een foutieve levenswijze die de ziektemachten gelegenheid geven binnen te dringen. Hetzelfde veroorzaken ook ongunstige levensomstandigheden, zoals die vroeger in fabrieken of mijnen voorkwamen.

Geweld:

Soms gebruikt de duivel geweld om het lichaam van de mens plotseling te beschadigen. Denk aan een auto-ongeluk, een val of het drinken van vergif. Duidelijk is dat er hier geen macht uitgeworpen hoeft worden, maar dat het letsel wel veroorzaakt is door omstandigheden, die door de machten geënsceneerd zijn. De Heer brengt ook deze zaken op het geestelijke vlak, want Hij zegt: ‘U zult de Heer uw God niet verzoeken’, dit wil zeggen dat God zijn engelen niet meer gebieden kan hen te bewaren, die door onvoorzichtigheid of moedwil de grens overschrijden. Wie te hard rijdt of onvoorzichtig inhaalt, moet niet denken dat God hem wel bewaren zal, omdat hij een christen is. Wie vergif zet in de keukenkast, waar het kleine kind bij kan komen, verzoekt de Heer. Hij schept door zijn onvoorzichtigheid voor de duivel gelegenheid zijn plan uit te voeren.

Wanneer geen onvoorzichtigheid of moedwil in het spel is, geldt voor de kinderen van God de belofte, dat Hij je toevertrouwt aan zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat. Hun handen zullen je dragen, je voet zul je niet stoten aan een steen (Ps.91:11,12), dus niet struikelt en een plotselinge, gevaarlijke val maakt. Onder deze omstandigheden geldt voor de gelovigen ook de belofte, dat ‘zelfs als zij iets dodelijks drinken, het hun geen schade zal doen’ (Marc.16:18). Dit is dus een wonder, dat door Gods Geest bewerkt wordt. Tegenover het geweld van de duivel in een plotseling toebrengen van een letsel, stelt de Heer het geweld van Gods Heilige Geest in het wonder door het ogenblikkelijke herstel van iets, dat schijnbaar ongeneeslijk is. Wanneer er staat: ‘Zij zullen genezen worden’, betekent dit een geleidelijk herstel, maar een wonder is het gevolg van een plotselinge vernieuwing, zoals in de evangeliën staat over van blinden of melaatsen.

Aantasting van de ziel

Bij het natuurlijke leven van de mens horen ook de functies van de ziel. Omdat deze bij de onzienlijke wereld hoort, kan zij rechtstreeks door de vijand beïnvloed en aangevallen worden. De aantasting van het zielenleven veroorzaakt de zonde. Leidt ziekte tot de lichamelijke of tijdelijke dood, de zonde voert tot de eeuwige dood en zij is daarom de grootste vijand van de mens. De aanvallen op zijn zielenleven, op zijn wil, verstand, gevoel en begeerten, gebeuren door de boze geesten, die dit doen door:

Verleiding:

In Jacobus 1:14 wordt beschreven hoe dit proces van de langzaam penetrerende krachten van de wetteloosheid tot stand komt. De begeerte van de ziel wordt door de boze geest verlokt en in de verkeerde richting gebracht. Dit gebeurt indirect, wanneer de duivel gebruik maakt van een mens, een film, internet, Staatspropaganda’ enz. In de innerlijke mens wordt de zonde als gedachte gekoesterd. De geboren vrucht ervan is de zondige daad. Het is een nabootsing van het werk van de Heilige Geest, die op dezelfde manier in gemeenschap met de menselijke geest een goed werk tot stand brengt. In Romeinen 6:20-22 staat:

  • ‘Toen u nog slaven van de zonde(machten) was, was u niet gebonden aan de gerechtigheid. Wat hebt u daarmee geoogst? Dingen waarvoor u zich nu schaamt, want ze leiden tot de dood. Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven.

De vrucht van de zondemachten worden ook de werken van het vlees genoemd (Gal.5:19), omdat zij door de leden van het lichaam in de zichtbare wereld geopenbaard worden.

Pressie:

De terugkerende verleiding leidt tot gebondenheid. De ziel moet doen wat de macht voorschrijft. De mens is gebonden aan: bezitsdrift, seksuele drift, geldzucht, jaloezie, eerzucht, enz. Ook oefenen de machten pressie uit door de zonde, die ons ‘lichtelijk omringt’ (Hebr.12:1). Als iedereen rookt, blowt of snuift, moet je in gezelschap wel meedoen. Je telt niet mee, als je je tegen de heersende zondige opvatting in genoegens, mode en ontspanning verzet.

Geweld:

De negatief beïnvloede ziel kan de mens zo opjagen, dat zijn geest uitgeschakeld wordt. Hij verliest zichzelf en lijdt daarom schade (Luc.9:25). Denk aan uitbarstingen van toorn, waarbij de mens een speelbal van de demonen wordt. Aan explosies van onreinheid, waarvan gezegd kan worden: ‘Wie ook maar een beetje verstand heeft doet zoiets niet’ (Mal.2:15). Denk verder aan moordpartijen, dierlijke gewelddadigheden, verkrachtingen, aanrandingen van kinderen en orgiën.

Aantasting van de geest:

Het allergevaarlijkste is, als de boze geesten de menselijke geest rechtstreeks aantasten. Door de geest kan men met God contact hebben en wel door het geloof, een functie van de geest. Wordt de geest beschadigd, dan wordt de verbinding met God onmogelijk. De geest wordt aangetast door:

Verleiding:

Door afgoderij en occultisme wordt de geest rechtstreeks verleid zich van God af te keren om iets van boze geesten te verwachten. De band met het leven wordt doorgesneden en men krijgt contact met de geesten uit de afgrond. Er is sprake van ‘zonde tot de dood’ (1 Joh.5:16,17 en 21). Bij het occultisme zondigt de mens niet in de zienlijke wereld door ‘werken van het vlees’, maar in de onzienlijke wereld door geestelijk overspel of gemeenschap met duivelen. ‘En ik wil niet dat u één wordt met demonen (1 Cor.10:20). Bidden voor zo iemand helpt niet, zegt de apostel, want waarachtig bidden is zich bewegen in het Koninkrijk van God en de mens die op deze manier zondigt, bevindt zich als gevangene aan de duistere kant van de onoverbrugbare kloof, namelijk met zijn geest in het rijk van de dood. Men kan wel met resultaat bidden, voor iemand, die in de zichtbare wereld zondigt, maar niet voor hem als zijn geest met de machten uit het dodenrijk verbonden is. Als hij tot inzicht en berouw komt en het contact met deze occulte macht verbreken wil, kan na een bediening herstel plaats vinden en overzetting naar het Koninkrijk van God.

De mens wordt bv. verleid als hij zijn genezing zoekt bij de paranormale (bovennatuurlijk) begaafde magnetiseur en niet door de kracht van de Heilige Geest, die de gave van genezing schenkt. Je pleegt ‘zonde die tot de dood voert’, als je langs geestelijke weg de toekomst wil weten bij de waarzegger of astroloog, in plaats van te vertrouwen op de Heilige Geest, die de toekomende dingen wil doen begrijpen. Zo moet de amulet en de mascotte op bovennatuurlijke wijze het gevaar afwenden en stelt men zijn vertrouwen niet op de levende God en op de bescherming van zijn heilige engelen. Men zoekt geestelijke ervaringen niet door ‘vervoering van de Geest’, maar gaat stimulerende middelen gebruiken, waardoor men ‘high’ wordt en hallucinaties heeft door boze geesten, als imitaties van ‘gezichten zien’ (Hand.2:17). De geest van de mens wordt hier verleid doordat in de onzienlijke wereld een verkeerde begeerte opgewekt wordt.

Zo is de valse kerk gebouwd op leringen van boze geesten, die zich meestal voordoen als ‘engelen van het licht’, die het spraakgebruik van de Bijbel overnemen, soms vermengd met een eigen jargon. Deze kerk zit op het scharlaken rode beest uit de afgrond. Iedere dwaling en valse leer tast de geest van de mens aan en voert naar de dood. Deze geesten in een vroom kleed geven nooit blijdschap, vrede en gerechtigheid. Zij vernederen en verbreken de mens zo, dat hij totaal van leven beroofd wordt. De geest van de leugen of dwaling staat tegenover de Geest van de waarheid. De eerste vindt zijn volheid in de antichrist, die zijn inspiratie geheel uit de afgrond ontvangen zal.

Pressie:

De occulte machten uit de afgrond zijn als schorpioenen (Op.9:3-6). Zij biologeren hun slachtoffer en verlammen hem daarna met het vergif uit hun staart. Onder de kinderen van God opereren zij meestal in de gedaante van vrome geesten. Zij dwingen de mens om dingen te doen, die hij eigenlijk niet wil. Ook deze slachtoffers kunnen zeggen: ‘Ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik’ (Rom.7:15). Vrouwen moeten een bepaald kapsel hebben en in kleding lopen, die tientallen jaren achter loopt. Denk hierbij ook aan de traditionele klederdracht in de zogenaamde zware streken. Monniken lopen in een habijt uit de middeleeuwen. De vrome geesten dwingen tot een kerkgang, die tegenstaat of verveelt, doen formulieren of psalmen leren in een taal, die niemand meer begrijpt. Zij dwingen de mens tot boete en verootmoediging zonder dat deze het Koninkrijk van God in vrede en blijdschap beërft.

Ook voor vrome geesten geldt: aan de vrucht kent men de boom. Denk aan de Farizeeën, die precies waren in het geven van tienden, zelfs van de dille en de komijn: Zij waren trouw in het vasten en stipt in hun wassingen en in het onderhouden van dagen en maanden. Ook waren zij plichtmatig in de zending en omreisden daarvoor stad en land; nochtans kwalificeert Jezus hen als kinderen van de hel! Verder kunnen machten pressie uitoefenen, zodat de mens hoofdpijn krijgt, geïrriteerd wordt en onder de voortdurende aanvallen tenslotte bezwijkt en de moed opgeeft.

Geweld:

Het allerergste overkomt de mens, als de occulte machten met geweld zich op zijn geest werpen. Hier is dan geen sprake van verleiding, want de mens zoekt niets bij deze geesten en ook is er geen sprake van bezwijken voor een druk, waartegen men zich lang heeft verzet, maar van een plotselinge overweldiging, zodat het slachtoffer niet weet wat hem overkomt. In zijn geest vergaat het hem dan zoals in het natuurlijke leven bij een onverwacht auto-ongeluk. De mens krijgt geestelijke gemeenschap met boze machten, terwijl hij er niet op verdacht is en hij wordt geestelijk aangerand. Vaak gebeurt dit bij hen, die juist de Heer met hun hele hart willen dienen en die daarom moeilijk tot zonde te verleiden zijn. De occulte machten slaan toe.

Het gaat met zo’n persoon als met de maanzieke jongen: ‘Soms grijpt de geest hem en dan schreeuwt hij plotseling en hij doet hem stuiptrekken’. Denk bij occulte machten aan die geesten, die vroeger al in de mensen geweest zijn, meegegaan zijn naar het dodenrijk en daaruit opnieuw opkomen. Zij weten hoe het is om gemeenschap met een menselijke geest te hebben. Zo’n macht grijpt iemand soms ‘s nachts onverwachts aan en een panische angst overvalt het slachtoffer. De gevolgen in het zielenleven zijn funest: het denken wordt verduisterd, het gevoel functioneert niet meer zuiver (overgevoelig of ongevoelig); de natuurlijke liefde verkilt, men kan niets meer verdragen, heeft hallucinaties en ziet dingen die er niet zijn, de wil wordt uitgeschakeld en de activiteit vermindert snel. Vaak heeft zo’n persoon last van angstdromen, gaat aan slapeloosheid lijden en de trekken van een geesteszieke vertonen. Soms werken de gevolgen door in het lichaam met pijnen, bijvoorbeeld in de rug, de maag en het hoofd.

Het leven gaat zich kenmerken door onbestemde angst, een gevoel van schaamte, omdat men zich bezoedeld voelt, door depressie, een minderwaardigheidsgevoel, een vlucht voor het leven, dat men niet meer aan kan en een doodsverlangen begint te overheersen. Men moet de gevolgen van deze machten niet verwarren met de occulte macht zelf. Omdat men geen inzicht heeft in deze subtiele en geraffineerde aanvallen van deze machten, spreekt men in deze situatie zo gemakkelijk van onwil, over ‘langspeelplaten’, over hysterie of men wrijft deze mensen verborgen zonden aan.

Inzicht in het sluwe spel van deze dikwijls vrome occulte machten leidt vaak tot een oplossing, waar alle andere middelen falen. In een van zijn gelijkenissen zegt Jezus van deze laatste categorie, die in de feestzaal binnen moet gaan: ‘Dwing hen naar binnen te gaan’ (Luc.14:23). De dienaren van God zullen eerst deze machten moeten verdrijven en dan de geest van de mens moeten dwingen zich op te richten om daarna gebruik te maken van wat hij aan kracht en gave van de Heilige Geest ontvangen heeft. Het is misschien weinig, maar hij moet dit gebruiken tot herstel van zijn geestelijk leven, zodat ook zijn ziel gereinigd en zijn lichaam genezen kan worden.

Het werk van Gods Heilige Geest in de mens

Niet alleen wordt het sterfelijk lichaam levend gemaakt door de Geest, die in de opnieuw geboren mens woont, maar ook zijn ziel en zijn geest. Als men met de Heilige Geest gemeenschap heeft, zal de doorwerking van dit contact in het zielenleven merkbaar zijn. Men krijgt verlichte ogen van het verstand, het gevoel gaat zuiver werken en de wil richt zich op het Koninkrijk van God. Men ontvangt zelfbeheersing, die het leven zodanig omringt, dat de duivel geen vat op hem heeft, zodat men kan zeggen: ‘Wij zijn een ommuurde stad en ‘hij vindt in ons niets’.

De vrucht van de Geest ontwikkelt zich heel normaal. Door de vergeving van de zonden heeft men vrede met God. Van de gerechtigheid staat, dat zij een vrucht is, die in deze vrede gezaaid wordt (Jac.3:18). Wanneer men in gerechtigheid leeft, betekent dit dat het leven naar het recht van God functioneert. De vrucht hiervan is blijdschap in het zielenleven en gezondheid in het lichaam. Op de blijdschap volgt dan dankzegging, zoals er staat: ‘God, die zaad (de vrucht) geeft om te zaaien en brood om te eten, zal ook u zaad geven en het laten ontkiemen, zodat uw vrijgevigheid een rijke oogst opbrengt. U bent in ieder opzicht rijk geworden om in alles vrijgevig te kunnen zijn en uw vrijgevigheid leidt door onze bemiddeling tot dankzegging aan God’ (2 Cor.9:10,11). Gepaard met de dankzegging gaat de lofprijzing en wordt de eer van God op het hoogst verheven. Hij troont op de lofzangen van zijn volk!

Het afleggen van de zonde

Het evangelie gebiedt de gelovigen, dat zij de boze machten zullen binden (als boosdoeners), opnemen (als slangen of bergen), splijten (als bergen of zeeën) en uitdrijven (als indringers). Daarmee is de mens echter nog niet hersteld. Hij moet zich ook ontdoen van de gevolgen van de werkzaamheden van deze machten door vernieuwing, herstel of genezing. Voor dit laatste gebruikt Gods Woord de uitdrukking: afleggen. Ook hier wordt een beeld gebruikt met de woorden: binden, opnemen, splijten en uitdrijven.

Iemand kan zijn vuile kleren afleggen. Deze zijn een gevolg van verontreinigende bezigheden in een of andere omgeving. Wie schone kleren aandoet en toch met hetzelfde werk doorgaat, is een dwaas. Eerst moet men uit de besmettende omgeving weggaan, voordat de nieuwe kleren schoon blijven. Zo moet eerst de verontreinigende macht verdreven zijn, voordat de mens zijn vuilheid kan afleggen. In Romeinen 13:12 staat: ‘Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis’. De werken van de duisternis zijn de vruchten van de boze geesten. Men moet vernieuwd worden in zijn denken, het anders gaan doen dan vroeger en met de oude manier van leven breken:

  • ‘Dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid’ (Efeze 4:22-24).

De oude mens is degene in wie de boze geesten werkzaam zijn, ‘de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn’ en die hem verontreinigen (Ef.2:2). De nieuwe mens is degene, die van zijn vijanden bevrijd en verlost is en die ‘steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn Schepper en zo tot inzicht komt’ (Col.3:10). Wanneer een drinker van de drank verlost is, is hij een nieuw mens. Begint hij weer te drinken, dan kunnen wij zeggen dat hij weer dezelfde als vroeger is. Ook bij het begrip oude en nieuwe mens is sprake van beeldspraak. Het is als met een uitgewoond huis, dat opnieuw gerestaureerd wordt. Het oude behang en de oude verflaag worden verwijderd, de lekkages worden gedicht, deurknoppen vernieuwd en de kamers van een fris behang en een nieuwe verflaag voorzien. Het huis wordt van ‘dag tot dag vernieuwd’ (2 Cor.4:16):

  • ‘Maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, vloeken en schelden. Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt’ (Col.3:8,9). Occulte geesten maken een mens bijvoorbeeld nerveus, overgevoelig, prikkelbaar, depressief, onredelijk, enzovoort.

Wie bevrijd is van de boze geest, moet weer leren normaal te denken en te voelen. Zijn verkild gevoel moet nu plaats maken voor een warm hart, dat liefde voor de medemens kent. De verslaafde, die bevrijd is, moet leren een ander mens te worden, die sociaal denkt en leeft. Wie van de vrome geesten verlost is, zal moeten leren vanuit de hemelse gewesten te leven en te bedenken de dingen die boven zijn. Wie een vloeker was of gewend onreine taal te spreken, zal moeten leren zijn woordkeus te veranderen en geheiligde taal te uiten: ‘Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God’ (1 Petr.4:11). Ook dit afleggen gebeurt mee door de kracht van de inwonende Geest, die ons zal leren, onderwijzen en leiden, zodat wij de rechte weg bewandelen. In Jacobus 1:21 staat: ‘Wees daarom zachtmoedig en leg alle verdorvenheid en elk denkbaar wangedrag af’. Deze apostel laat de vermaning tot afleggen volgen op de uiteenzetting in vers 14 en 15, hoe de zonde door bevruchting tot stand kwam.

Hoe kunt u de overwinning op zonde en ziekte behalen? Allereerst door Satans demonen te weerstaan, te binden en uit te drijven in de naam van Jezus. Ten tweede door de gevolgen af te leggen, ervan gereinigd te worden en te genezen. Wat is hiervoor nodig? De ontplooiing van de gaven van Gods Geest in wijsheid, kennis, onderscheiding van geesten, genezing, kracht, profetie, klanktaal en om door deze Geest Zelf onderwezen te worden, hoe u verder op deze hoge weg wandelen kunt. Op deze weg is geen leeuw en geen verscheurend dier wordt erop gevonden (Jes.35:9). De onreine geesten houden de mens op de grond, maar zodra hij op de hoge weg is, zijn ze onder hem.

Ieder zal zelf de keus moeten doen of hij deze weg wil begaan. Een broer of zuster kan hierbij helpen en raad geven, maar zelf zal men de beslissing moeten nemen en zelf moeten wandelen. Wij willen daarom voortgaan hierover te schrijven, want hoe zal men het weten, als het niet gepredikt wordt en hoe horen, zonder prediker? Er is slechts één weg, die smal en steil is, maar die naar een zeker doel voert. Deze weg willen wij gaan.