Een zieke apostel

  • ‘Herinnert u zich niet de eerste keer dat ik u het evangelie heb gebracht? Ik kwam bij u toen ik ziek was en hoewel mijn ziekte u er alle aanleiding toe gaf, hebt u mij toch niet veracht of verstoten. U hebt mij in uw midden opgenomen als een engel van God, als Christus Jezus zelf. Ik kan van u getuigen dat u zelfs uw ogen zou hebben uitgerukt om ze aan mij te geven’ (Galaten 4:13-15).

Het was in de gedachten van Paulus niet opgekomen om het ruige binnenland van Klein-Azië te bezoeken. Hij was afkomstig uit Tarsus, een plaats met een subtropisch klimaat dat in de winter een mens verwent. Voor een langdurig oponthoud zocht hij bijna altijd de kuststroken op met een zacht klimaat. Daar waren ook de grote synagogen die hij altijd het eerste bezocht. Wegens een ‘zwakheid van het vlees’ zoals er letterlijk staat, moest hij noodgedwongen tot de Galaten zijn toevlucht nemen.

Voor de Joden was Paulus vanwege zijn ziekte een onaanvaardbare figuur geworden. Zij zagen in zijn ziekte de straffende hand van God voor begane zonden, zoals bijvoorbeeld zijn wetsverachting’. Zo’n zieke man moest zich eerst maar voor God vernederen en niet zo hoogmoedig zijn om anderen te onderwijzen of tot voorbeeld te zijn. Hij was voor hen een verachte, een man die met ziekte vertrouwd was (Jes.53:4).

Bij de Galaten merkte Paulus deze afkeer voor zijn lichaamskwaal niet op, hoewel ook veel heidenen ziekte in verband brengen met het ongenoegen van de goden en met de inwerking van kwade geesten. Zij hadden niet naar hem gespuwd, zoals de Joden dit deden om de boze geest, die in een ‘geplaagde’ woonde, van zich te houden. Paulus, de Jood, de vreemdeling, ondervond bij de Galaten begrip en vriendschap en geen afkeer vanwege zijn ziekte. Is het een wonder dat de apostel hierover diep ontroerd was? Men had hem zelfs als een bode van God, of liever als een engel van God, huisvesting verleend. Hij mocht toen zijn ziekenkamer als later de ‘eigen gehuurde woning in Rome’ gebruiken om ‘iedereen te ontvangen, die naar hem toe kwam. Hij verkondigde het koninkrijk van God en onderrichtte vrijmoedig over de Heer Jezus Christus, zonder dat hem iets in de weg werd gelegd’ (Hand.28:30,31).

In verband met zijn kwaal deelt de apostel nog mee, dat de Galaten zo mogelijk hun ogen zouden hebben uitgerukt om deze aan hem te geven. De conclusie is dat hij aan een oogziekte leed en een paar nieuwe ogen goed kon gebruiken. Zijn opmerking in hoofdstuk 6:11: ‘U ziet het aan de grote letters: ik schrijf u nu eigenhandig’, bevestigen deze opvatting. De grote letters waren noodzakelijk, zodat hij zijn eigen schrift zou kunnen lezen. Wij kunnen ons voorstellen dat Paulus daar in Galatië de Heer had aangeroepen om genezing. Als deze oogziekte erger werd, kon hij immers blind worden en uitgeschakeld worden in zijn bediening. Het goddelijke ingrijpen bleef echter uit. Zijn kwaal was zelfs nog niet geweken, toen hij zijn brief schreef.

Bleef de apostel nu tijdens zijn lijden bij de pakken neerzitten? Nee, want ondanks zijn handicap wist hij zich te verheffen en er boven uit te komen. Hij wierp zich helemaal op zijn werk, ‘want als ik zwak ben, dan ben ik machtig’. Ook horen wij hem tot zichzelf spreken: of ik nu leef, of dat ik nu sterf, of dat ik in grote nood verkeer, ik ben van de Heer. Paulus ging door en ook hierin is hij ons nu nog tot een voorbeeld. De vijand viel in zijn eigen zwaard, want wij hebben deze leerzame brief er nog aan te danken. Veel Galaten kwamen tot bekering en ontvingen Gods Heilige Geest. Zij werden bevrijd uit de macht van de duisternis en ‘werden getrokken uit deze door het kwaad beheerste wereld. Dat is de wil van onze God en Vader. Hem komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen’ (1:4,5).

Voor bepaalde christenen die denken dat een kind van God niet geruime tijd ziek kan zijn, is deze langdurige oogkwaal van Paulus een goede aanleiding om nog eens na te denken of hun zienswijze wel correct is. Hoe gevaarlijk is het verder om een ziekte in verband te brengen met afwijkende leringen. Enkele jaren later schreef de apostel uit eigen ervaring in Romeinen 8:11 desondanks de bemoedigende woorden:

  • ‘Want als de Geest van hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in u woont, zal hij die Christus heeft opgewekt ook u die sterfelijk bent, levend maken door zijn Geest, die in u leeft’.

De Geest van God bevrijdt de gelovige van zonde- en ziektemachten die het leven aantasten. Om te overwinnen in dagen of zelfs jaren van beproeving, is volharding nodig om te krijgen wat beloofd is (Hebr.10:36). Het is ook wel zeker dat Paulus later genezen is, want nergens lezen wij in de reisverslagen van de ‘geliefde geneesheer Lucas’, dat de apostel door een ziekte uit de synagoge was geweerd. Dit gebeurde alleen maar vanwege zijn prediking.