Een strijd op aarde

 

Een lezer mailt ons een zevental vragen, die blijkbaar in zijn omgeving spelen. Het zijn typische vragen voor christenen die nog een strijd op aarde hebben.

  • Mag men op Goede Vrijdag vlees eten?’ 

Het vasten op Goede Vrijdag, teruggebracht op geen vlees eten, is een oud gebruik uit de rooms-katholieke kerk. De kerkvader Tertullianus spreekt over een vasten op vrijdag en zaterdag vóór Pasen. Dit zouden de dagen zijn, dat de bruidegom van ons is weggenomen (Luc.5:35). Dit vasten had ook te maken met het boete karakter, want ze waren zonder eucharistieviering. Denk daarbij aan de stroom van nieuwe bekeerlingen, die in vroegere eeuwen met Pasen het doopsel wensten, zoals in protestantse kerken dan nieuwe leden ‘aangenomen’ worden. Het vasten was dan voor hen de voorbereiding voor intenser christelijk leven. 

Wanneer wij ons op de Bijbel oriënteren, zien wij dat erover zo’n vasten nergens wordt gesproken. In de brieven van de apostelen wordt over vasten niet gerept. Het nieuwtestamentisch vasten heeft als doel, dat de christen zich losmaakt van het natuurlijke leven om zich bezig te houden in de geestelijke wereld. Om het vasten te beperken tot het zich onthouden van eten en drinken, is een terugkeer naar uitwendige vormen, die geen garantie bieden dat men hierdoor tot geestelijke activiteiten in staat is (verg. Jes.58:5 en Marc.9:14-29).

  • ‘Mag een christen varkensvlees eten? Er zijn christenen bij wie dit verboden is’. 

In Marcus 7:18,19 toont Jezus aan, dat het eten de mens niet onrein maakt, ‘daarbij verklaarde Hij alle spijzen rein’. Of het eten van varkensvlees gezond is of niet ligt buiten onze beoordeling. Hiervoor zal men te rade moeten gaan bij voedingsspecialisten.

  • ‘Mag een dominee een dode bij de begrafenis zegenen?’ 

Het zegenen van doden is door de kerk van de heidenen overgenomen. Pas in 200-250 wordt voor het eerst gesproken over het besprenkelen van de doden met wijwater tot verdrijving van de demonen. Daartoe voegde men aan het water zout toe. Doden werden gezegend, omdat in de oudheid de overtuiging leefde, dat de ziel na de dood een lange en moeilijke reis naar de hemel moest maken. Ook deze gedachte was een erfenis uit de heidense wereld. In de mis voor overleden gelovigen bidt men: ‘Heer Jezus Christus, Koning der heerlijkheid, verlos de zielen van alle overleden gelovigen van de straffen van de hel en uit de diepe poel; ontruk hen aan de leeuwen’. Door ze te zegenen zouden ze een engel als gids ontvangen om hen het paradijs te doen bereiken.

Wij zien in dit zegenen van doden een gemeenschap zoeken met gestorvenen, iets wat God verbiedt. Het is een vorm van spiritisme. Paulus schrijft in 2 Corinthiërs 5:8, dat wij bij het sterven ‘ons verblijf in het lichaam verlaten en bij de Heer onze intrek nemen’.

  • ‘Moeten alle mensen contributie en tienden betalen? Ook de dominee zelf?’ 

Een voorschrift tot het geven van tienden of zelfs van een vaste vrijwillige (!) bijdrage kent het Nieuwe Testament niet. Het advies is dat men naar vermogen wat moet wegleggen, zodat allerlei doeleinden in de gemeente in stand kunnen worden gehouden (1 Cor.16:1,2). Het geven van tienden is een vorm, die meer of minder een acceptabele norm aangeeft en ontleend is aan het Oude Testament. De dominee heeft in dit opzicht geen uitzonderingspositie.

  • ‘Mogen vrouwen blootshoofds in de kerk komen?’ 

Waarom zouden vrouwen niet zonder hoed naar de samenkomst mogen gaan en de mannen wel? Men meent dat de vrouwen iets op het hoofd moeten hebben vanwege de boze engelen (1 Cor.11:10-16). De demonen wijken echter niet voor een doekje of hoedje, maar wel voor de autoriteit die ieder kind van God, die in de Heilige Geest gedoopt is, mag uitoefenen. In 2 Corinthiërs 3:16 schrijft de apostel van mannen zowel als vrouwen: ‘En wij allen, die met een aangezicht waarop géén bedekking meer is, de heerlijkheid van de Heer weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid’. Vanwege dit laatste hoort de vrouw macht of autoriteit over haar eigen hoofd te hebben, om zo dit naar eigen keus al of niet te bedekken. Dit vanwege haar engelen, die ook het aangezicht van de Vader in de hemelen zien, als die van mannen en kinderen. Paulus bedoelt in 1 Corinthiërs 11:10: engelen zijn dienende geesten, dus staan zij onder de mens (Hebr.1:14). Zelfs de engelen van de zo achteruit gestelde vrouwen zien zonder bedekking het aangezicht van God. Mag dan een vrouw ook niet doen, wat aan haar engelen is toegestaan? Zij heeft dus macht óver (niet ‘op’) haar hoofd.

  • ‘Mogen vrouwen broeken als mannen dragen?’  

De Bijbel geeft geen aanwijzingen hoe men zich moet kleden. Jezus droeg een rok zonder naad. In het Oude Testament droegen de priesters alleen een broek, wanneer zij het altaar beklommen. In de Bijbel had de kleding van de vrouw veel overeenkomst met die van de mannen. Toch zijn er wel verschillen geweest, zie Deuteronomium 22:5. Voor zover deze verschillen bekend zijn, hadden ze vooral betrekking op fijnere stoffen, rijkere versiering, bonte kleren en het gebruik van de hoofddoek.

  • ‘Mogen de vrouwen hun haar afknippen?’ 

De Bijbel verbiedt nergens dat de vrouw het haar niet mag afknippen, evenmin als het een man verboden wordt zijn haar lang te dragen. Paulus schrijft dat het voor een vrouw schande was kortgeknipt of geschoren te zijn omdat ze dan bij de Joden getekend was als overspeelster.