Een reactie over het begrip ‘de onzienlijke wereld’ 

We kregen een uitgebreide mail waarin onder meer stond:

  • ‘Met uw begrip ‘onzienlijke wereld’ kun je zoveel kanten op. Spiritisten, Sofisten, Rozenkruisers, Yogi, enfin noem ze allemaal maar op, hebben het ook over de ‘onzienlijke wereld’, waarin zij zijn doorgedrongen. Snapt u wat ik bedoel? Temeer omdat er in deze ‘onzienlijke wereld’ door u nogal wat wordt waargenomen. U schrijft letterlijk: ‘Ook de heilige engelen en de duivel met zijn demonen horen erbij. Onze onzienlijke mens, die de Schrift wel ‘de inwendige mens’ of ‘mens des harten’ noemt, hoort bij de niet zintuiglijk waarneembare wereld’. Dus als ik het goed begrijp gaat u daar in die ‘onzienlijke wereld’ zowel met engelen als met de duivel om. Dit beweert uzelf, niet ik.
  • Het is daarom dat ik zo huiverig ben van dat soort wazige zaken waar u het voortdurend over heeft. Want wie kan controleren of u in deze ‘onzienlijke wereld’ niet al te veel omgaat met de satan en zich voor de ogen van de mensen voordoet als ‘een engel van het licht’. U schrijft ‘dat we ons bezig moeten houden met de boze geesten die in de bezetene van Gadara huisden’. Ik zou bijna willen zeggen: Waar je mee omgaat, word je mee besmet! Maar zoals ik in het begin van mijn brief al vermoedde, is dat met u zeker het geval!’

Antwoord:

Het begrip ‘onzienlijke wereld’, of ‘geestelijke wereld’ wordt door ons gebruikt als synoniem voor ‘hemelse gewesten’, ‘Koninkrijk der hemelen’, of kortweg ‘hemel’, uitdrukkingen die honderden keren in het Nieuwe Testament voorkomen. Bij de ‘onzienlijke wereld’ hoort alles wat het natuurlijke oog niet kan waarnemen. Inderdaad zijn in deze wereld God, zijn Zoon, Gods Heilige Geest en de heilige engelen. De Bijbel spreekt dan van het Koninkrijk van God, dat van de Vader of dat van de Zoon. Bij de ‘onzienlijke wereld’ hoort echter ook de duivel met zijn gevallen engelen. Er is sprake van het koninkrijk van satan en dat van de dood (Op.20:13-15).

In de hemelse gewesten woedt een felle strijd tussen deze rijken en wij als mensen zijn in deze worsteling betrokken en horen bij een van deze rijken. Dat wij beweerd zouden hebben met de duivel om te gaan, is natuurlijk een verzinsel van deze mailer, want zoiets zegt geen mens. Er is verschil tussen met iemand in aanraking komen en met iemand omgaan, dat wil zeggen in gezellig contact met hem leven. Door zijn mail zijn wij met deze lezer in aanraking gekomen, maar dit betekent voor ons beslist niet dat wij met hem omgang zouden zoeken. Zo kun je in de maatschappij in aanraking komen met lastige buren of oneerlijke gasten, maar dit houdt toch niet in dat je omgang met ze zou hebben. Zo is het ook in de geestelijke wereld. Jezus had omgang met zijn Vader, maar Hij kwam met zeer veel demonen in aanraking, met wie hij een zware strijd voerde.

Wij krijgen veel reacties naar aanleiding van de artikelen over de bezetene van Gardara,zie o.a Demonen naar het dodenrijk.Wij antwoorden dan: ‘Wie over de bezetene van Gardara schrijft, zal zich moeten  bezighouden met de boze geesten die in deze bezetene huisden, om daarna te komen tot de glorierijke overwinning van onze Heer over het rijk van de dood.’ Wij bedoelen dat wie een onderwerp behandelt, dit zoveel mogelijk in al zijn facetten moet belichten. Jezus hield Zich ook met deze demonen bezig, want Hij informeerde naar hun naam en Hij sprak ze aan. Hij ging er echter niet mee om. Aan zijn volgelingen gaf Hij de opdracht om de boze geesten in zijn naam uit te drijven (Marc.16). Toen de Farizeeën onze Heer niet konden weerleggen, associeerden zij Hem met Beëlzebul.

Tot degenen die in zijn voetsporen willen wandelen, zei Hij:

  • ‘Gelukkig bent u, wanneer men u smaadt en liegende allerlei kwaad van u spreekt ter wille van Mij. Verblijdt u en verheugt u’. 

In dit opzicht kunnen wij zeggen dat deze mail ons goed heeft gedaan!