1. De oorsprong en het wezen van demonen

Veel mensen zijn door demonen misleid (of hebben zichzelf vrijwillig laten misleiden) en worden ertoe gebracht om verkeerde beslissingen te nemen (of deze zelf óók graag willen nemen). Dit gebeurt op allerlei manieren. Veel mensen zijn door Satans demonen zo gebonden, dat zij zichzelf niet meer zijn. Deze demonen kunnen spreken en met luide stem schreeuwen. Dit als zij de lippen, tong, verstand en geweten van de mens kunnen (of met toestemming van de mens zelf) mógen gebruiken. Demonen kunnen de mensen pijnigen en kunnen omgekeerd door mensen gepijnigd worden. Dit laatste als zij door opnieuw geboren, met Gods Geest vervulde christenen, in de afgrond van het dodenrijk worden geworpen. Zij kunnen in mensen en dieren wonen.

Demonen naar het dodenrijk!

De Bijbel deelt mee, dat een legioen duivelen tegelijk één persoon kunnen bezetten. Demonen kunnen ook preken. Demonen liegen en ze kunnen mensen (die vaak vrijwillig uit hebzucht en macht) het zover brengen dat zij hun leugens geloven en ze openlijk, zonder schaamte uitspreken. Dit is vooral vandaag wereldwijd zichtbaar. Zij staan er zelfs om bekend dat ze het Woord van God stelen. Demonen kunnen staan, gaan of rust zoeken. Het is mogelijk dat zij in het verleden eens uw lot hebben voorspeld.

De maanzieke jongen

Het was een demon die een jongen in het vuur wierp om hem om te brengen. Hij gooide hem met hetzelfde doel in het water. Demonen kunnen een mens op de grond werpen (‘vallen in de geest’ – Toronto-‘blessing…’) en hem er toe brengen zich als een dier om te wentelen met het schuim op de mond en dierlijke geluiden laten maken. Demonen kunnen blindheid veroorzaken, u van het gehoor beroven, stom maken, lichamelijk binden en uw lichaam misvormen, zodat u in elkaar gekromd bent. Demonen kunnen u voortzwepen tot een bepaald doel bereikt is of zij kunnen u op zachte wijze in de richting van uw ondergang brengen.

Demonen kunnen u dwingen dat u naakt rondzwerft of u er vreemd of zeer ouderwets gekleed bijloopt. Zij kunnen een dief of rover van u maken. Zij kunnen een mens ertoe brengen zelfmoord te plegen. De stem die u zegt ‘aan alles een einde te maken’, is die van een demon. Demonen maken u zo jaloers, dat u dag en nacht geen rust meer hebt.

Demonen maken u zo koppig als een ezel, zo sterk als een leeuw om bepaalde dingen te doen of zo vredig als een spinnende kat. Demonen kunnen er voor verantwoordelijk gesteld worden als u in de gevangenis of een instelling komt. U kunt door demonen bezeten- en toch zéér intelligent zijn. Oost-Aziatische volken met een IQ van +/- 105 tot 135, zijn voor hen geen enkel probleem. De volkenmoorden van vorige eeuw zeggen in dit opzicht genoeg.

Demonen kunnen een mens ten dode toe kwellen. Zij kunnen u van uw slaap beroven. U kunt tegen demonen strijden en met hen worstelen. Demonen zoeken steeds menselijke wezens op om in hun lichamen te wonen. Vrijwillig wijken ze niet. Als ze uitgedreven zijn, proberen ze terug te keren in degene bij wie ze uitgedreven werden. Vaak nodigen ze andere duivelen uit zich bij hen aan te sluiten, want met meerderen kunnen zij u beter verwoesten.

De tijd kan ook voor u aanbreken dat deze duivelen u niet meer beheersen, want u kunt dan zelf de ze uitdrijven. Wees daar blij om, kind van God, hef het hoofd omhoog, begin te lachen, u van wie men zegt dat het leven niet waard is geleefd te worden. Waarom?

  • ‘U zult de waarheid verstaan en de waarheid zal u vrijmaken!’ ‘Wanneer de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn’ (Joh.8:32,36). ‘De Heer heeft mij gestuurd om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken’ (Jes.61:1).

Zijn er dan werkelijk demonen?

Hoe kan iemand, die de Bijbel gelezen heeft, dit nog vragen? In Lucas 8:27 lezen we van de man, die in de rotsgraven woonde. Daar zwerft hij zonder één kledingstuk aan zijn mager, koud lichaam. Dag en nacht stroopt hij in de bergen rond, schreeuwt voortdurend en slaat zich met stenen (vergelijk Marcus 5:1-14). Duizenden demonen jagen deze man op, want… ‘er waren veel geesten in hem’ (Lucas 8:30). De naaktheid van deze man is een realiteit. Zijn waanzinnig schreeuwen nacht en dag is een realiteit. De demonen die hem kwellen zijn een realiteit. Het onweerlegbare bewijs dat ze reëel zijn, ligt in de aard en de wijze van zijn bevrijding.

Zie, hoe de Heer deze boze geesten uitdrijft. Hoor, hoe de man, of juister de duivelen in hem, uitroepen: ‘Ik smeek U, dat u mij niet pijnigt.’ Let op de vraag van Jezus: ‘Wat is uw naam?’ Het antwoord is: ‘Mijn naam is legioen, want wij zijn talrijk.’ Let op dit meervoud ‘wij’. De man spreekt hier niet, maar de demonen in hem roepen dit. Hoor die onreine geesten smeken dat Jezus hen niet zou uitdrijven, zodat ze moeten zwerven om rust te zoeken in dorre streken, of in de afgrond dalen. Zij vragen van Hem of ze hun intrek in de 2.000 varkens mogen nemen en Hij staat het hun toe. Ongeveer 2.000 dieren storten zich van de helling in zee. Het is dus een grote realiteit! Zie, hoe deze zwijnen dood op het strand aanspoelen. Door demonen gedood. Een zeer grimmige werkelijkheid.

Maar waar is de man bij wie de demonen uitgedreven zijn? Hij zit aan de voeten van Jezus. Hij is gekleed en goed bij zijn verstand. Ja, deze demonen in hem waren werkelijkheid. Maar de bevrijding die Jezus gaf, was ook een werkelijkheid. De demonen zijn realiteit en stellen zich als werkelijke, levende gevallen engelen voor.

God zij dank is echter ook de bevrijding een realiteit. Zoals die bevrijdingen in de Naam van Jezus in Handelingen 8. Toen Jezus in Marcus 16:17 sprak: ‘In Mijn Naam zullen zij boze geesten uitdrijven’, meende Hij wat Hij zei. Hij wist dat degenen, die geloven en het Woord van God brachten om zielen uit de valstrikken van satan te redden, met werkelijke demonen te maken zouden krijgen en dat dit tot het einde van de tijden zou voortduren.

Strijd in de hemel

Paulus erkende het bestaan van de demonen, want hij waarschuwde de gemeente in Efeze in hoofdstuk 6:11-13. De strijd of worsteling waarop de apostel doelde, is werkelijk; het is een strijd tegen de satan en zijn demonen van de duisternis. Veel mensen moeten nog bevrijd worden. Zij zijn gebonden en worden door de macht van de vijand gekweld, onderdrukt en bezeten. Paulus waarschuwde Timotheüs voor demonen die valse leringen brengen:

  • ‘De Geest zegt uitdrukkelijk, dat in de eindtijd sommigen zullen afvallen van het geloof, omdat zij gehoor geven aan dwaalgeesten en demonische leringen’ (1 Tim.4:1).

Het is een serieuze waarschuwing dat demonen een werkelijkheid zijn en dat zij zelfs christenen verleiden, omdat zij hen van de waarheid van de woorden van God aftrekken, zodat dezen de leugen zouden geloven en verdoemd worden.

Op het slagveld van Ramoth in Gilead wordt een man van zijn wagen afgenomen. Voorzichtig tillen zij hem eruit, want hij staat op het punt om te sterven. De wagen is gevuld met het bloed van de stervende. Het is koning Achab. Hij heeft gevraagd aan profeten of hij kans van slagen had in Ramoth: ‘Alle andere profeten profeteerden in dezelfde geest en zeiden. ‘U moet naar Ramoth in Gilead optrekken; uw veldtocht zal slagen, want de Heer levert het aan de koning uit’ (1 Kon.22:12). Het waren menselijke stemmen die hem in de dood voerden. Hij had ze met eigen oren gehoord, maar zijn profeten werden door leugengeesten beheerst. In deze profeten waren leugengeesten gevaren, die Achab in zijn verkeerde verwachting sterkten en hem in de dood voerden. Micha, de ware profeet zei echter:

  • ‘En de Heer vroeg: Wie wil Achab misleiden, zodat hij optrekt naar Ramoth in Gilead en daar sneuvelt? De een zei dit, de ander dat. Toen kwam er een geest voor de Heer staan en zei: Ik zal hem misleiden. Ik ga erop uit en word een leugengeest in de mond van al zijn profeten.’

Het is daarom heel duidelijk dat er demonen geweest zijn en ook vandaag nog steeds zijn.

Het bestaan van de demonen wordt vandaag door velen ontkend. Veel zogenaamde ‘verlichte mensen’ loochenen zelfs het bestaan van de Satan. Als er geen duivel is, kunnen er natuurlijk ook geen demonen zijn. Langs de weg van de wetenschap en de vandaag vooral feministische opvoeding in allerlei zweefbubbels, doet men pogingen te bewijzen dat satan niet bestaat. Voor ons is echter de Bijbel de betrouwbare bron van informatie. Wij zullen ons nauwkeurig aan het Woord van God moeten houden, want dit is alleen waarachtig.

De Bijbel zegt duidelijk, dat er een satan is. ‘Wees nuchter en waakzaam. Uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi om die te verslinden’ (1 Petr.5:8). Satan heeft nog andere namen, zoals: draak, slang, tegenpartij, Belial, Beëlzebul. In de Bijbel wordt hij minstens 175 maal genoemd. In 2 Corinthe 4:4 heet hij ‘de god van deze eeuw.’ Wat zijn oorsprong betreft, staat wel vast dat hij een geschapen wezen is. Hij heeft een begin en een einde, omdat hij geen leven heeft in zichzelf, zoals God dit wel heeft. In Jesaja lezen wij, dat de duivel een engel van het licht was, namelijk Lucifer. Hij zei:

  • ‘Ik zal naar de hemel opklimmen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg van de samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de hoogten van de wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen’ (Jes.14:13,14).

Zolang de satan de wil van God deed, was er niets verkeerds of zondigs in de schepping. Zodra hij zich echter voornam zijn eigen wil te doen, viel hij en sleepte ook anderen mee in een grote opstand tegen God. De demonen zijn gevallen engelen, die eenmaal prachtige hemelwezens waren en die de troon van God hebben omringd. Door Lucifer verleid, stond een groot deel van de engelen op tegen de almachtige God en werden verbannen van de berg van de Heer (Ez.28:16b). ‘Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen’ (Luc.10:18).

Lucifer, de morgenster, werd toen de duivel en een groot deel van de engelen dat hem volgde in zijn opstand tegen God, vormde voortaan het leger van demonen of duivelen, dat onder de leiding van hun meester de mensen probeert te onderdrukken, te kwellen, te misleiden en om te brengen.

De lucht van de aarde is het hoofdkwartier van de duivel. De Bijbel noemt hem: de overste van de macht van de lucht, of letterlijk: die in de lucht heerst (Ef.2:2). Onze tegenwoordige strijd richt zich daarom niet alleen tegen de satan, maar tegen hem en al de gevallen engelen, de demonen:

  • ‘Want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten’ (Efeze 6:12).

Wij strijden met wereldbeheersers, niet met één, maar met massa’s overheden en machten. Onze strijd richt zich tegen deze gevallen engelen of demonen. Zij beheersen de duisternis en wonen in een tussenrijk in de atmosfeer, in de dampkring van de aarde. Zij wonen niet in de eigenlijke hemel, in de woonplaats van God en van de goede, trouwe engelen of van de rechtvaardigen, want zij zijn daaruit geworpen. De apostel Paulus noemt de wapenuitrusting die wij moeten aandoen, om hen te weerstaan en te bestrijden (Ef.6:13-18) Wanneer wij deze raad niet opvolgen, zijn wij aan deze demonische krachten overgeleverd en kunnen wij God niet beschuldigen, als wij door hen overweldigd worden.

Iedereen wordt genoeg gewaarschuwd

Iedereen wordt genoeg gewaarschuwd. Het ontrouw geworden christendom verkeert inmiddels in zodanige toestand, dat het gemakkelijk verwond kan worden, of vrijwel zeker al is. Vaak vrijwillig door eigenwijsheid en vandaag vooral arrogantie. Men collaboreert b.v. graag met allerlei van God losse, politieke kartels. Satan is echter – niet als God – overal tegenwoordig. Zijn krachten zijn beperkt en hij gebruikt een leger van boze geesten of gevallen engelen om zijn vernietigingswerk uit te voeren en de vloek, waaronder de schepsels zich bevinden, te continueren.

Zijn leger strijdt als goed geordende legers onder ‘heersers’ of ‘demonenhoofdlieden’ en ‘generaals’. De enige weg om voor deze duistere machten bewaard te blijven is, dat wij onafgebroken gemeenschap hebben met God door zijn Heilige Geest en wij door het bloed van het Lam en het woord van ons getuigenis hen overwinnen. Een andere bescherming tegen demonische bezetenheid of gebondenheid is er beslist niet.