Ziektemachten

Een lezer schrijft:

  • ‘Wij lezen al geruime tijd de artikelen op uw site en wij verenigen ons met de leer, dat bij ziekte de machten in de naam van Jezus moeten worden gebonden en naar de afgrond worden verwezen. Wat echter te denken als je te horen krijgt, dat Jezus zelf alleen bij bezetenheid machten uitdreef en bond? En nooit bij ziekte! Al lezende in de evangeliën kon ik ook niets anders vinden. Graag uw antwoord.’

Antwoord:

Dat leugen en dwaling door boze geesten geïnfiltreerd worden, nemen velen gemakkelijk aan. De Bijbel spreekt immers van een geest van dwaling en van dwaalgeesten (1 Joh.4:6 en 1 Tim.4:1). Jezus zelf noemde de duivel de vader of de inspirator van de leugen (Joh.8:44). Dat ook de zonde door de demonen ‘verwekt’ wordt, is ook voor velen duidelijk. Jacobus schrijft dat de begeerte bevrucht wordt, dat wil zeggen dat onreine geesten het verlangen van de mens beïnvloeden (Jac.1:14). Jezus sprak van een oog dat tot zonde kan verleiden. Hij bedoelde het innerlijke oog dat boos was, dus waar de boze geest door keek. Het moest uitgerukt of uitgeworpen worden. De zonde staat bij menig mens ‘als een belager aan de deur’ van zijn levenshuis, net als dit bij Kaïn het geval was.

Ook is er sprake van bevrijdingen van gebondenen en loslating van gevangenen. Uit de bezetene van Gadara werd een legioen demonen uitgeworpen. Het woord ‘bezetenheid’ wijst op de aanwezigheid van een bezettende macht. Deze bewerkte bij de lijder van Gadara verstandsverbijstering. Wij zouden spreken van geestesziekte. De naam van de aanvoerder van deze boze geesten stond in verband met het grote aantal van zijn ondergeschikte geesten.

In Mattheüs 9:32 is sprake van een doofstomme bezetene en in 12:22 van een bezetene die blind en stom was. Deze geesten werden dus aangeduid met de ziekte, die zij veroorzaakten. In het eerste geval wordt meegedeeld dat Jezus deze stomme geest uitdreef en in het tweede geval wordt vermeld dat Jezus de man, die bezeten was, genas. Bij de schoonmoeder van Petrus sprak Jezus de koortsverwekkende geest aan. Hij bestrafte de koorts (macht)!

In Lucas 13:10-17 is er in de synagoge een vrouw die 18 jaar lang een geest van zwakheid had. Jezus merkte erbij op, dat haar kromgebogen rug te wijten was aan de satan, want deze had haar ‘gebonden’. De hoofdman van Kapernaüm die naar Jezus ging om zijn zieke knecht te laten genezen, trok de juiste vergelijking. Hij zei dat de Heer was zoals hijzelf. Wanneer hij een mindere beval: ‘Ga’, dan ging deze. De Heer moest in de onzienlijke wereld maar hetzelfde doen. Hij moest de ziektemachten gelasten heen te gaan (Matth.8:5-13). Jezus prees het grote inzicht van deze centurio, die begrepen had dat de commando’s van de Heer in de geestelijke wereld door de demonen werden opgevolgd. 

In Handelingen 10:38 staat, dat Jezus rondging, weldoende en ‘genezende’ allen die door de ‘duivel’ waren overweldigd. De zieken werden dus bevrijd van duivelen. Het uitdrijven van demonen gaat aan de genezing vooraf. ‘Hij dreef de boze geesten uit met zijn woord en allen die ergens aan leden en die gekweld werden door een ziekte of door pijn genas of herstelde Hij’. Er wordt aan toegevoegd, dat Jezus onze zwakheid op Zich nam en onze ziekte heeft gedragen. De boze geesten maken iets stuk en wanneer zij verdreven worden, herstelt de Heer de beschadigingen.

In de grote opdracht (Marc.16:17) staat eerst: duivelen zullen zij uitdrijven en dan volgt de belofte: zieken zullen genezen worden. Leugen, zonde en ziekte zijn het werk van de boze geesten. Wanneer over een zieke een gebed wordt uitgesproken, wordt bedoeld dat men zich ten behoeve van de zieke gaat bewegen in de hemelse gewesten en daar de ziektegeesten aanspreekt en verdrijft. Vandaar dat Jacobus eraan toevoegt, dat aan zo’n gebed kracht moet worden verleend. De gelovige zegt dan niet: ‘Heer, wilt U alstublieft’, maar sommeert in de naam van Jezus en door de kracht van de Heilige Geest de ziektemachten te wijken. Hij zegt tot hen: ‘Ga!’