Opnieuw geboren christenen hebben door de doop met Gods Geest inzicht in het wezen van de demonen, zodat zij met Paulus zeggen kunnen: ‘Hun werken zijn ons niet onbekend’. Dit is waardevol, want zo krijgen zij meer visie en ervaring over de verlossing door Jezus Christus. Wie in een strijd gewikkeld is, heeft een aanzienlijke voorsprong, wanneer hij de methode van de vijand kent. Waar kennis over de geestelijke werkelijkheden ontbreekt, gaat het volk van God verloren. Zo zijn er voorbeelden van mensen, die in geestelijke nood verkeerden en door de kracht van Jezus verlost werden.
Boeddhabeeld
Een vrouwelijk gemeentelid logeert bij een echtpaar met nog jonge kinderen. Na het avondgebed wenst de familie haar goede nacht en gaat zij naar de slaapkamer. Snel valt zij in een diepe slaap, maar na middernacht wordt zij plotseling wakker. Zij heeft het gevoel alsof een persoon zich in haar kamer bevindt. Zachtjes vraagt zij: ‘Is hier iemand?’ Er komt geen antwoord. Natuurlijk denkt zij dat het een droom is. Opnieuw slaapt zij in, maar weer schrikt zij wakker. Zij weet nu zeker dat er iemand in de kamer staat. Zij roept: ‘Wie is daar?’ Geen geluid en geen reactie. Haar intuïtie zegt dat deze persoon rechts van haar staat.
Zij doet de lamp aan. Er is niemand, maar rechts op de schoorsteenmantel, juist daar waar zij de persoon vermoedde, valt haar oog op een zwart Boeddhabeeld. Zij herinnert zich uit toespraken dat deze afgodsbeelden vaak met duistere machten verbonden zijn. Rustig bindt zij deze oosterse geest in de naam van Jezus en verdrijft deze uit haar slaapkamer. Zij beroept zich op Jezus’ overwinning op Golgotha. Het is immers door het lijden en sterven van Jezus, dat de demonen geen recht meer hebben op de kinderen van God. Haar horloge wijst half drie aan. Zij draait zich om en slaapt nu rustig door tot de morgen toe.
Krissen en wajang poppen
Als de kinderen die ochtend naar school zijn, vertelt zij aan het jonge stel haar nachtelijke ervaring. De vrouw kijkt ineens verbaasd op en vraagt: ‘Hoe laat zei je, dat het was? Om half drie?’ Dan laat zij er plotseling begrijpend op volgen: ‘Dat is het nu man, nu weet ik waarom ons meisje zo slecht slaapt’. De logee had de slaapkamer van het jongste kind gehad. Week in, week uit, werd het meisje elke nacht om half drie gillend wakker.
Een gesprek volgde. Er bleken in het huis nog meer oosterse attributen te zijn, zoals krissen en wajangpoppen, die alle ‘besproken’ waren. Inscripties met toverformules maakten dit duidelijk. Het was niet te verwonderen dat in dit gezin zoveel spanning en onrust heerste, terwijl ook de man om niets zich buitengewoon driftig kon maken en de vrouw vaak zeer gedrukt en prikkelbaar was. Na een korte bidstond werden de demonen gebonden en alles opgeruimd en weggegooid wat aan heidense praktijken herinnerde. Het Boeddhabeeldje werd stuk geslagen! Sinds die dag is de vrede in het gezin teruggekeerd en slaapt het jongste kind zonder enige stoornis.
Drankduivel

Dat demonen op regelmatige tijden terugkeren om hun prooi aan te vallen, bewijst ook het volgende verhaal. Het betreft hier een man uit een grote stad in het westen van het land, die op een eigenaardige manier aan de drank verslaafd was. Iedere maand was hij een week lang prooi van de drankduivel. Na drie weken gewerkt te hebben, was hij dan een week afwezig. In die week was hij nacht en dag stomdronken en liep hij overal heen om steeds weer sterke drank te bemachtigen. Het opmerkelijke was dat dit juist altijd de week van volle maan was. Aan het einde van zo’n week kwam hij dan weer onder tranen en vol berouw bij zijn vrouw terug. Zijn werkgever zag het als een soort ziekte en had wel zoveel begrip, dat hij zag dat de man slachtoffer was van deze periodieke verslaafdheid. Hij ontsloeg hem daarom niet.
Volle maan

Ondanks deze zware gebondenheid was de man een oprecht kind van God. Hij wilde niet drinken, maar kon het niet laten. Een gebedsgroep ging voor hem op de bres staan en begon deze demonen te binden. Helaas, het mocht niet baten. Als de maan vol was, dronk hij toch weer, hoewel hij de Heer aanriep, gedoopt was met Heilige Geest en in nieuwe talen bad. Toen ging de groep aparte bidstonden voor hem beleggen en voor hem vasten. Tijdens een bediening werden de boze geesten van dronkenschap in hem gebonden. De man viel op de grond, terwijl het schuim op de mond kwam. Als een dier rolde hij zich heen en weer. Dit duurde ongeveer een kwartier. Toen werd hij plotseling bevrijd. Hij ervoer een grote verlichting. Na die tijd heeft hij nooit meer sterke drank gedronken. Prijs de naam van Jezus!
************



