De komende Pinkstertijd

Oorlog in de hemel

  • Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël. Het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik van mijn Geest zal uitstorten van op alles wat voor mij leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen begrijpen. En ook op Mijn dienaars zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekens op de aarde benden: bloed, vuur en rookwalm. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heer komt’ (Hand.2:16-21).

Wie van de komende pinkstertijd in de laatste dagen iets begrijpen wil, zal de profetieën en het gebeuren op de eerste pinksterdag nauwkeurig moeten bestuderen. Johannes de Doper had immers al voorspeld, dat de doop met Gods Geest samen zou gaan met een doop in vuur. Wanneer de Heer zich gaat openbaren, komt Hij tegelijkertijd om vuur op de aarde te werpen (geestelijk en niet letterlijk). Dan ontbrandt een strijd tussen het volle licht en de volslagen duisternis.

Bij het ingaan van het antichristelijke tijdperk gaan de zonen van het verderf en hun wetteloosheid (satans’ demonen én mensen) zich overal openbaren en zal God zijn Geest uitstorten op alles wat voor Hém leeft. Mensen zullen vanwege deze gave van God wonderen zien gebeuren vanuit de hemelse gewesten en de tekens van de aanwezigheid van Jezus Christus. Zij zullen worden gezien in een veelvoudig herstel van zieke, ontwrichte en beschadigde mensen. De zonen en dochters van God zullen rondgaan en ook van hen zal worden gezegd: ‘Door hun handen werden veel tekens en wonderen onder het volk gedaan.’ Ze maken immers deel uit van Gods’ hemelse roeping om uiteindelijk een begin te maken met het herstel van alle dingen dat begint bij het huis van God.

De zonen van het verderf

Tegelijkertijd zal dit oordeel (of deze scheiding van geesten) zichtbaar worden in een grote afval, zodat vervuld wordt:

  • ‘Zij zijn uit ons midden weggegaan, maar zij waren niet uit ons; want als zij uit ons geweest waren, dan zouden zij bij ons gebleven zijn. Maar het moest openbaar worden dat zij niet allen uit ons zijn’ (1 Joh.2:19).

De Heer sprak over een komende verdrukking zoals er nooit is geweest en ook niet meer zal zijn want er is oorlog uitgebroken in de hemel. Dit in een dimensie die niet van deze aarde is. Daarmee breekt de tijd aan waarin mensen door de demonen worden aangevallen en dit zelfs ook nog fijn gaan vinden: satans helpertjes op aarde. 2 miljard bewust vermoorde, onschuldige mensen in de laatste 5 jaar, incl. miljoenen embryo’s. And still counting! Het door God ingeschapen geweten wordt door deze helpertjes zelf dichtgeschroeid met duizenden brandijzers. Wee hen!

De vrouw (de gemeente van Jezus Christus) en de draak

De draak staat voor de vrouw, die baren zal, om haar pasgeboren kind (zonen en dochters van God) direct te kunnen verslinden. Merk op dat zijn staart nog een derde van de sterren van de hemel (zonen en dochters van God) meesleept en die op de aarde werpt. Velen die het evangelie van Jezus Christus hebben aanvaard en geloofden in een wandel en in een strijd in de hemelse gewesten, deinzen plotseling terug. Vooral zij die ‘rust en vrede op aarde wensen’ worden allen medewerkers van Satan (Op.12:3,4).

De richter Gideon gaf in zijn tijd voordat de grote strijd tegen de Midianieten begon (aan allen die bang waren en twijfelden) de mogelijkheid om weg te gaan. Wat doet u op dat moment? Wilt u horen bij die kleine keurbende door wie de Heer het volk kan verlossen? Er zal een nieuw geslacht opstaan van ‘zonen en dochters’ dat vast besloten de oorlog met Satan aangaan. Anderen zullen doen zoals Mozes in de oorlog tegen Amalek. Terwijl Jozua streed, bad de oude bemiddelaar met de hand voortdurend op de troon van God, zodat de krachtige jonge mensen een grote zegen zouden behalen.

Michaël en zijn engelen voeren oorlog tegen de draak

De duivel weet dat de zonen van God als overwinnaars uit de worsteling met hem tevoorschijn zullen komen. De geestelijke mens gaat immers zijn door God aangewezen plaats innemen. De tijd is gekomen dat zij die met Gods Geest zijn gedoopt, in hun gedachteleven ook helemaal met de hemelse dingen worden vervuld. De Geest wordt immers uitgestort op alles wat werkelijk voor God leeft, dat wil zeggen op allen die in gerechtigheid leven en die uit de handen van hun vijanden, satans demonen, zijn verlost. Er is zwaar weer in de onzienlijke wereld. Tot nu toe hebben de christenen slechts voorpost gevechten geleverd, maar nu snellen ook Michaël en zijn engelen te hulp, zodat de ware gemeente tenslotte ook de eindoverwinning van de langdurige strijd in de hemelse gewesten zal behalen, namelijk die in Armageddon.

Bloed, vuur en rookwalm

Het pinksterfeest wordt begeleid door bloed, vuur en rookwalm. De ruiter op het witte paard, het Woord van God (Op.6:2) wordt altijd op aarde vergezeld door de demonische ruiters op het rossige, het zwarte en het vale paard. Naast de gestalte van de ware vrouw van het Lam zag Johannes de hoer zitten op het scharlakenrode beest, dat vol is van godslasterlijke namen. Hoe meer het zaad van de vrouw openbaar wordt, des te meer zal het onheilig zaad van de slang zich verzetten. Het bloed, het vuur en de rookzuilen beletten de mens de weg omhoog te gaan.

De aardsgerichte verbasterde kerken zijn alleen verbonden met het natuurlijke leven, waarvan bloed het beeld is. Zij heeft haar burgerschap in deze wereld en niet in de hemel. Ook zijn veel van haar leden wel de onzienlijke wereld ingegaan, maar ze zijn misleid en in gemeenschap gekomen met het vuur, dat wil zeggen met de demonen uit het rijk van de antichrist. Daarom schreef Johannes dat zij ‘van ons zijn uitgegaan’.

De zon (beeld van God) wordt verduisterd

De rookzuilen wijzen op de verstikkende walm van leugenachtige leringen en valse getuigenissen, die een rookgordijn leggen om hen die de aarde bewonen, dus om hen wiens religie hen niet in het Koninkrijk van God heeft gebracht. De dwalingen ontnemen de mens het ware geestelijk leven. Het beeld van God, de zon van de gerechtigheid, wordt verduisterd.

De maan (beeld van Jezus Christus) wordt als bloed

De maan is beeld van Jezus Christus die als een licht schijnt in de duistere nacht. Hij is ook de afstraling en de afdruk van het goddelijke wezen, zoals de maan het licht van de zon weerkaatst. De maan is er wel maar zij geeft geen licht meer, omdat zij in bloed is veranderd. Dit betekent dat Jezus Christus in de afvallige kerk wordt gedegradeerd tot een voorbeeld en een leider in de natuurlijke wereld, maar niet in de bovennatuurlijke of geestelijke.

Jezus als helpertje voor het Jodendom…?

Zo culmineert bijvoorbeeld de dwaling van de natuurlijk–Israëlleer in deze tijd in de uitspraak, dat de Heer slechts een Joodse pakketbezorger was, wiens revolutionaire ideeën nog wel waard zouden zijn om door Jood en christen op voet van gelijkheid vrijblijvend te worden onderzocht. Dit alles gebeurd dan ‘voordat de grote en geduchte Dag van de Heer komt’.

Een zondvloed van vuur

De komende pinksterdag gaat ogenblikkelijk vooraf aan het verschrikkelijke tijdperk van de antichrist, wanneer de machten uit het rijk van de duisternis de aarde overstromen als een zondvloed van vuur. Onder de heerschappij van deze wetteloze geesten is geen normaal menselijk leven meer mogelijk. Dit is al volop bij de jeugd te zien die in de greep van de ontbindende en ontwrichtende geestenwereld terecht is gekomen. In zijn visioenen zag Johannes al het groene gras – beeld van de jeugd – verbranden (Op.8:6,7). Ook gaan de geweldmachten als een orkaan over de aarde net als in de tijd van de zondvloed, zelfs onder de dekmantel van allerlei bewegingen die een ‘maakbare wereld’ willen creëren op andermans kosten.

Let er op dat het oordeel of de scheiding bij het huis van God begint. De oorzaak van de zonsverduistering is immers dat de mens van God tevoorschijn komt uit de duisternis. Hij stuit daarbij op de heftige oppositie van de satan. Deze wil hem tegenhouden én daarom zal bij de openbaring van de zonen van God, de wetteloosheid tegelijkertijd haar verschrikkelijkste vormen aannemen.

Bijbelse voorbeelden

Men zong vroeger in pinksterkringen een lied, waarin een gebed werd uitgesproken om ‘de spade of late regen’ en dat men zo graag wilde gedoopt worden met ‘heilig’ vuur. We zullen de betekenis ervan nagaan door enkele gebeurtenissen in herinnering te brengen, die in verband staan met de doop met Gods Geest en die in vuur. In Lucas 3 wordt meegedeeld dat Jezus na zijn doop in water tijdens een gebed, in Gods Geest werd gedoopt. Hij was hierdoor de eerste geestelijke mens, die in staat was Zich in het Koninkrijk van de hemelen te bewegen. Hij was voortaan de Zoon, de geliefde, in wie de Vader vreugde had, omdat Hij beantwoordde aan het beeld van God en diens gelijkenis. Jezus werd door zijn doop met Gods Geest het prototype van alle zonen van God, van de kinderen die de Vader Hem had geschonken om Hem gelijkvormig te worden.

Jezus Christus 40 dagen verzocht door de satan

In Lucas 4 lezen we dat Jezus voor de eerste maal een vuurdoop onderging. Na zijn twee dopen werd Hij namelijk door de Geest in de woestijn geleid, waar Hij 40 dagen verzocht werd door de duivel. Na deze vuurdoop keerde Hij als overwinnaar in de kracht van de Geest terug naar Galiléa. In Nazareth zei Hij in de synagoge: ‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd.’ Jezus was dus de Gezalfde of met een Grieks woord: de Christus. Het aangename jaar van de Heer was hiermee aangebroken. Het resultaat van zijn boodschap op aarde was echter, dat men zich wel verwonderde over zijn genadevolle en Koninklijke leer, maar dat tegelijkertijd de religieuze geesten die in de luisteraars huisden, dezen opzweepten om de Heer te vermoorden:

  • ‘Toen de aanwezigen in de synagoge dit hoorden, ontstaken ze in grote woede. Ze sprongen op en dreven hem de stad uit, naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om hem in de afgrond te storten.’

Spreek ons over het aangename jaar van de Heer!

De Joodse vijandschap tegen Christenen

Ook valt er te leren van de gebeurtenissen, die zich rondom de eerste pinksterperiode van de kerk afspeelden. Het feest ging wel door, maar onder grote verdrukkingen. De leerlingen van Jezus werden geconfronteerd met uitbarstingen van woede van de ‘vrome’ geesten. Het bloed, het vuur en de rook die het orthodoxe volk van de Joden het uitzicht naar boven ontnomen hadden, openbaarden zich in hun vijandschap tegen de gemeenteleden. Dit begon eigenlijk al toen men de eerste talensprekers in de kerkgeschiedenis begon te honen en te bespotten en hen verweet dat zij dronken waren. Even later wilden de leiders van het volk de apostelen het spreken beletten. Dezen baden echter:

  • ‘Heer, let op hun dreigingen en geef uw dienstknechten alle vrijmoedigheid om uw woord te spreken.’ 

Herodes en Pontius Pilatus (opeens samen vriendjes) vormden met de stammen van Israël tegen de gemeente van Jezus Christus toen één front. Wie in deze tijd hetzelfde evangelie van Gods heerlijkheid brengt, treft opnieuw een bondgenootschap aan van christelijke aanhangers van de aardse Israëlleer met bepaalde Joden. In de eerste pinkstertijd werd Stefanus gestenigd en ontstond er een grote vervolging tegen de gemeente te Jeruzalem. Omstreeks die tijd doodde Herodes Jacobus, een apostel, met het zwaard en zette hij Petrus in de gevangenis, toen hij zag ‘dat de Joden hier gunstig op reageerden’. Ze werden er zelfs erg blij van! Paulus schreef aan de Corinthiërs: ‘Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van de redding.’ Hoe beleefde de apostel dan op aarde deze reddingsperiode? Direct volgt de mededeling:

  • ‘Door altijd te volharden: in tegenspoed, nood en ellende, onder lijfstraffen, in gevangenschap en onder volkswoede, onder zware inspanningen, slaapgebrek en honger’ (2 Cor.6:2-5).

Na zijn doop met Gods Geest zond de satan hem een engel uit zijn gevolg om Paulus te beletten zich te verheffen en omhoog te stijgen in de geestelijke regionen. Het is duidelijk dat de opnieuw geborenen in deze tijd, bij de uitstorting van Gods Geest, hetzelfde mee zullen maken. Ook voor vandaag geldt:

  • ‘Als wij alleen voor dít leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigsten van alle mensen’.

De openbaring van het onkruid

In Mattheüs 13:26 staat: ‘Toen het graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid tevoorschijn.’ De Statenvertaling luidt: ‘Toen openbaarde zich ook het onkruid.’ De landman strooide zuiver zaaikoren op zijn akker, beste tarwe en goed geselecteerd, kiemkrachtig zaad. De zaaier is de Mensenzoon die een evangelie in de wereld bracht, waardoor het doel van God met de mens, de volkomenheid, bereikt kan worden. De apostelen en later ook andere betrouwbare mannen van God hebben dit evangelie doorgegeven. Ook wij strooien goed zaad uit. Er komt een tijd dat de halm tot aar wordt en dat de vrucht zich gaat zetten. Elk klein korreltje moet nog verder rijpen. Het wacht op de late regen die aan de oogsttijd voorafgaat.

In de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe lopen de knechten langs de akker en merken plotseling de slechte grassoort op. Onkruid is alles wat groeit waar het niet groeien mag. Het kwade zaad is niet het beeld van heidense godsdiensten, klimaataanbidders, het hedendaagse communisme of de nieuwste neonazi’s, maar van de dwaling die door valse inspiratie in de harten van de (kerk) gelovigen binnendringt en schijnbaar overeenkomt met het goede woord van God. Paulus spreekt daarom over het geheim van de wetteloosheid. Er is hier sprake van een mysterieuze achtergrond. Plotseling staan mannen in eigen midden op, die verkeerde dingen spreken en de leerlingen achter hun mening of overtuiging proberen te krijgen. Er zijn charismatische bewegingen die jarenlang met sluimerende gebondenheden in het lichaam van de Heer functioneerden en niemand merkte het op. Wanneer echter de vrucht van het zaad van God of van de juiste boodschap zich gaat zetten, worden de slapende boze geesten wakker gemaakt en dwaling, leugen en laster krijgen vrij spel.

Ook Judas was niet opgemerkt

Wie had ooit opgemerkt dat in Judas een duivel was gevaren? Wie van de leerlingen bezat de onderscheiding van de geesten, voordat de goede vrucht zich zette en Jezus op het punt stond door de Vader verheerlijkt te worden? Op de mededeling van Jezus dat één van zijn volgelingen Hem verraden zou, sprak de een na de ander: ‘Ik toch niet?’ Zij vertrouwden elkaar en ook Judas meer dan zichzelf. De ‘vrome’ geesten gaan steeds een eindje met het ware volk van God mee. Denk ook aan de tijd van Osborn in de vorige eeuw, toen een groot aantal pinkstermensen verder kwamen op de weg van de geloofsgenezing, maar de bekende ‘opwekkingspredikers’ in ons land accepteerden zijn boodschap niet en werden vijandig. Na de Osborn-tijd verwierpen velen de zegen die God ons gaf.

Het gééstelijk Israël – Een pijniging voor weerspannigen

Sinds de herontdekking van het geestelijk Israël maakten velen zich van het eeuwig evangelie los. Is het raar dat als de vrucht van de boodschap van het Koninkrijk van de hemelen weer gebracht wordt, opnieuw een deel niet verder gaat en het af laat weten? Dit proces zal zo doorgaan, totdat de vrucht helemaal rijp is, want dan zal de Mensenzoon zijn engelen uitzenden om alles wat in zijn Koninkrijk tot zonde verleidt en hen die de ongerechtigheid doen, te verzamelen met als doel hen prijs te geven aan het vuur, dit wil zeggen aan de demonen van wie ze niet bevrijd wilden worden en zelfs liefhadden!

Het feest gaat door

Jezus zei:

  • ‘En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de hele wereld verteld worden’ (Matth.24:14).

Men moet echter eerst dit evangelie van het Koninkrijk van de hemelen kennen, voordat men het kan doorgeven. Door middel van deze site proberen wij de verborgenheden van dit evangelie aan het licht te brengen. Vaak onder grote druk van binnen en van buiten. Nog steeds zijn we daarmee niet klaar en dit is onze roeping. Er zijn maar weinig mensen nodig om bepaalde gedachten op het internet te plaatsen, maar wij hebben de stellige belofte van de Heer dat wij de vruchten van ons werk nog zullen zien, ondanks de aanvallen van de vijand die de verdere ontwikkelingen en de groei wil beletten. De belofte wordt vervuld:

  • ‘Jullie zeggen toch: “Nog vier maanden en dan komt de oogst”? Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! De maaier krijgt zijn loon al en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren. Hier is het gezegde van toepassing: De een zaait, de ander maait’ (Joh.4:35-37).