Bewaar uw vrijheid

  • ‘Christus heeft ons bevrijd zodat wij in vrijheid zouden leven. Houd dus stand en laat u niet opnieuw het slavenjuk opleggen’ (Galaten 5:1).

De eerste zin is een vreugdekreet, onmiddellijk gevolgd door de serieuze waarschuwing: ‘Laat u niet weer een slavenjuk opleggen’. Dit wil dus zeggen: laat je niet opnieuw overmeesteren door welke geestelijke vijand dan ook. De vraag is dan ook: welke geestelijke vijanden liggen als belagers aan de deur om de mens opnieuw onder hun juk te dwingen?

Bevrijd

Christus heeft de mens bevrijd van de macht van de duivel en van de dood en hiermee ook van alle schuld en angst. Door zijn vrijwillige afdaling in het dodenrijk, heeft Hij de duivel onttroond en allen bevrijd, die tijdens hun hele leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren (Hebr.2:15). Doordat de mens gehoorzaamd had aan God-vijandig-gezinde machten, was hij daardoor overgeleverd aan de dood, aan de macht die hem gescheiden hield van God, die de Bron is van alle leven. Zoals Goliath heel het volk van God degradeerde tot slaven van de angst, zo was ook de mens verslagen van geest, zolang hij in de machtssfeer bleef van zijn allergrootste vijand: de dood. Alléén David bleek in staat om de ban van de angst te doorbreken en Goliath te verslaan, met het gevolg dat ook de andere Israëlieten de strijd weer aandurfden. Zo ook is Jezus, als Zoon van David, de enige geweest, die de zonde en (dus) de dood heeft overwonnen, waardoor zijn volgelingen, bevrijd van schuld en angst en van ongeloof en krachteloosheid, hun geestelijke vijanden nu ook aandurven en aan kunnen!

Gezegend met Gods Geest

Zo heeft God zijn liefde bewezen: Hij heeft ons een dubbele vertroosting geschonken door Zijn Zoon, in ruil voor onze zonden (Jes.40). Geen dubbele straf, maar een dubbele vergoeding! Ten eerste heeft Hij zijn Zoon geschonken en ten tweede zijn Heilige Geest. Hierdoor is de mogelijkheid gegeven om vrij te zijn van elke zondeschuld én van elke boze geest die wil overheersen. Zo is de profetie van Zacharias in vervulling gegaan: ‘Hij zou ervoor zorgen dat wij, zonder angst en bevrijd uit de hand van de vijand, Hem konden dienen in heiligheid en rechtvaardigheid, al onze dagen’. Dat is de bestemming van de mens: als hij hieraan beantwoordt, dan voelt hij zich ook werkelijk vrij en blij! Dan pas is hij helemaal zichzélf: een koningskind, die gelukkig is als hij ongeremd herstellend en creatief bezig mag zijn in dienst van de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, die vol, is van liefde, waarheid en heiligheid.

Twee soorten jukken

Maar… Paulus kende de sluwe streken van satan. Vandaar zijn waarschuwing: Pas op, laat je niet opnieuw een slavenjuk opleggen! Als je de eenheid van geest met de Heer Jezus niet weet te bewaren, dan kun je opnieuw een slaaf worden van satan en zijn demonen. En dat gaat dan vaak heel geleidelijk, haast ongemerkt. In feite zijn er twee soorten vijanden waar je op moet letten en dus twee soorten vijandelijke jukken. De eerste soort zijn boze geesten die wereldgericht zijn. Ze willen je opnieuw verleiden tot wetteloosheid in het natuurlijke leven (dus tot zonde), óf tot wereldse wijsheid (dus tot gelijkvormigheid aan het denken van deze wereld). Zij spiegelen de mensen ‘vrijheid’ voor, hoewel zij zélf slaven van het verderf zijn en hun wijsheid is aardsgezind en duivels.

De tweede soort vijand die je in de gaten moet houden, is veel moeilijker te onderscheiden. Het zijn boze geesten, die religieus gericht zijn en die zich voordoen als dienaars van God. Ze proberen je te verleiden, ófwel met allerlei wetteloosheid in het geestelijke leven – bedrieglijke wonderen, tekens en geestelijk aandoende uitingen, occultisme en spiritisme – ófwel met valse vroomheid. Denk bij dit laatste ook aan een ‘godsdienst’ die gehecht is aan uiterlijkheden en tradities die in het begin wel zinvol waren en die weliswaar een tijdelijke functie hadden, maar die na verloop van tijd zijn verworden tot een zelfbedachte godsdienst die is gaan afwijken van Gods bedoelingen, juist doordat men eeuwige waarde ging toekennen aan het tijdelijke. Een voorbeeld hiervan is de koperen slang die door Mozes moest worden opgericht, maar die later door Hizkia moest worden weggedaan.

Zelfbedachte godsdienst

Het grote gevaar waar de Heer in deze brief aan de Galaten – en op vele andere plaatsen – voor waarschuwt, betreft vooral die tweede soort vijand: zij die de mens willen terugvoeren onder het juk van een zelfbedachte godsdienst, in welke vorm dan ook. Blijf daarom waakzaam om niet heel geleidelijk, haast ongemerkt, weer terug te zakken vanuit de levendige en geestelijke gemeenschap met de Zoon, naar de sfeer van puur verstandelijke kennis, wetticisme, dogmatisme, uiterlijkheden, tradities en religieuze ijver en inspanning in eigen kracht, die u weer tot slaven maakt van (valse) religieuze geesten. Zij zijn het in het bijzonder, die de mens op geniepige wijze van zijn vrijheid, blijheid, creativiteit en geestkracht berooft, met de bedoeling dat hij zich gedwongen voelt om voor hén te werken! Eva was haar vrijheid nooit kwijtgeraakt, schrijft Paulus (2 Cor.11), als ze haar gedachten en haar begeerten uitsluitend gericht had gehouden op de eenvoudige en loutere toewijding aan de Heer. Dan zou de satan bij haar geen kans hebben gekregen om haar te verleugenen en te verleiden met ‘een ánder evangelie’. Dit waren dus religieus gerichte geesten. Terwijl bijvoorbeeld Ananias en Saffira zich lieten verleiden door wereldgerichte geesten.

De juiste koers houden

De bekende Griekse dichter Homerus (circa 850 v.Chr.) beschreef hoe koning Odyssee op zijn lange terugreis naar huis met zijn boot midden tussen twee monsters door moest zien te laveren. Week hij te veel af naar het oosten, dan werd hij een prooi voor het zeskoppige monster Skylla, maar week hij te veel uit naar het westen, dan kwam hij geheel in de macht van het monster Charybdis. Jesaja schreef: ‘Met eigen oren zult u achter u een stem horen zeggen: Dit is de weg, volg die, of u nu naar rechts gaat of naar links’. Als ons hart vol is en vol blijft van het Woord én de Geest van God, zullen wij leren de stem van de Heer altijd te onderscheiden van de stem van een vreemde, zelfs al doet deze vreemde zich voor als een dienaar van het licht. De Galaten waren van de goede koers afgeweken, en ze dreigden te verdwalen. Paulus riep hen terug met Jezus’ woorden:

  • ‘O, onverstandige Galaten, wie heeft u betoverd? U bent begonnen met de Geest, eindigt u nu met het (‘vrome’) vlees? Die u de Geest schenkt en krachten onder u werkt, doet Hij dit als gevolg van werken van de wet, óf van de prediking van het geloof?’

Dus doordat het Woord en de Geest van Christus het denken vernieuwt en het gevoelsleven geneest!

Niet de angst, maar de vrees van de Heer

Angst is een slechte raadgever. De ‘vrome’ heidenen die alsmaar aan hun ‘goden’ blijven offeren, weten hierover mee te praten. Angst veroorzaakt verkramping, verlamming en ontmoediging. Angst kweekt slaven. De Heer zegt: ‘Maar u totaal anders: u hebt Christus leren kennen. U hebt niet een geest van slavernij ontvangen om opnieuw te vrezen, maar u hebt de Geest van het zoonschap ontvangen!’ Het aardse Jeruzalem met zijn zelfbedachte godsdienst is met zijn kinderen nog steeds in slavernij, net als alle religieuze mensen die de Vader niet aanbidden in geest en in waarheid. Maar het hemels Jeruzalem – de gemeente van Jezus Christus – is vrij! Zij die déze Heer volgen, ervaren: ‘Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit’ (1 Joh.4:18).

Niet een geest van vrees zal ons leiden tot de volle waarheid, maar wel de Geest van wijsheid en verstand, van raad en sterkte, van kennis (van de geestelijke wereld) en van de vrees van de Heer. De ‘vrees van de Heer – de liefdevolle eerbied voor de Heer en onze waakzaamheid om onze eenheid met de Heer te bewaren – die zal onze lust, onze rust en onze wijsheid zijn’ (Jes.11; Spr.14). Wees dus waakzaam (op ontspannen wijze), zodat de vreugdekreet ‘Vrijheid in Christus, blijheid in Christus’ geen loze kreet wordt, maar een blijvende vreugdevolle beleving, tot lof van Jezus, de Bevrijder en Koning! ‘Want in Christus Jezus is niet de besnijdenis of de onbesnedenheid van belang, maar het geloof dat werkzaam is door de liefde’ (Gal.5:6). De besnijdenis immers had slechts een tijdelijke functie. Het Woord en de Geest werken van binnenuit. En die zijn blijvend!