Een getuigenis van een ex Rooms Katholiek Over de eerste jaren van mijn leven kan ik heel kort zijn. Ik ben geboren in Venetië (Italië). Toen ik tien jaar was, werd ik naar het Seminarie te Placenza gestuurd en na een studie van 12 jaar werd ik tot priester gewijd. Twee maanden later werd ik door mijn overste (Kardinaal Rossi), naar Amerika gestuurd om als hulpprediker dienst te doen in de nieuwe Italiaanse Kerk van Onze Gezegende Moeder (Maria) in Chicago. >>>>>
‘Daar zal een gebaande weg zijn, die de heilige weg genoemd wordt; geen onreine zal die betreden; maar hij zal alleen voor hen zijn; reizigers noch dwazen zullen erop dolen. Daar zal geen leeuw zijn en geen verscheurend dier zal daarop komen; zij worden daar niet gevonden (verg. de aardse Israëlvisie). Maar de verlosten wandelen daarop; de vrijgekochten van de Heer zullen terugkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd zijn, blijdschap en vreugde zullen zij ontvangen, maar pijn en verdriet zullen wegvluchten’ (Jesaja 35:8-10). >>>>>
2 Timotheüs 2:20-26 ‘Maar in een groot huis zijn niet alleen voorwerpen van goud en van zilver, maar ook van hout en aardewerk. Sommige zijn voor eervol, maar andere voor oneervol gebruik. Als iemand zich dan van deze dingen reinigt, zal hij een voorwerp zijn voor eervol gebruik, geheiligd en van veel nut voor de Heer, voor elk goed werk klaargemaakt’ 20,21. >>>>>
Deel 2 Wat zijn de hemelse gewesten? In het allesomvattend machtsgebied van het goddelijke geesteslichaam werden allereerst de engelen geschapen. Ook voor hen geldt: ‘In Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij’. Hun geestelijk lichaam onderscheidt zich van de mens, doordat zij niet naar Gods beeld en als zijn gelijkenis zijn geschapen. Ze zijn enkel geesten en hebben géén ziel (Hebr.1:14). Ook hun geestelijk lichaam heeft een machtsgebied. Onder hen is een grote verscheidenheid, ‘want de ene ster verschilt van de andere in glans’ (1 Cor.15:41). Er zijn aartsengelen, machten, krachten, overheden en heerlijkheden. Van cherubs (strijders) en serafs (boodschappers), is bekend dat ze in de onmiddellijke nabijheid van God in het midden van de hemel zijn. In geestelijke talen aanbidden en verheerlijken zij God. >>>>>
Deel 1 Wat zijn de hemelse gewesten? De mens De geest van de mens geeft allereerst het leven aan het lichaam om dit te laten functioneren. Zonder deze geest is het lichaam dood (Jac.2:26). Ook de ziel ontvangt haar leven van deze geest: ‘Mijn ziel leeft en looft U’ (Psalm 119:75). Toen God de levensgeest in Adam blies, werd de mens ‘alzo’ (dus op deze manier) tot een levende ziel (Gen.2:7; 1 Cor.15:45). Ziel en geest vormen het onsterfelijke, geestelijke lichaam van de mens. Beide horen bij de onzienlijke wereld van de hemelse gewesten. Ze zijn te ónderscheiden, maar niet te scheiden. >>>>>
Bij de schepping van de mens sprak God de belofte uit: ‘Wij zullen een mens(heid) maken naar ons beeld en in overeenstemming met ons’ (de engelen en niet Gods geest en Jezus, Gen.1:26, transcriptievertaling). In 1 Johannes 3:2 staat in de Canisiusvertaling: >>>>>
‘Sion zal verlost worden door recht en wie zich bekeert door gerechtigheid’ (Jesaja 1:27). Een rechtvaardige God God handelt in volkomen gerechtigheid. Nooit zal men de enkel goede God kunnen verwijten, dat Hij iets onrechtmatig voor zich opeist of in ongerechtigheid strijdt. >>>>>
Vanuit Frankrijk ontvingen wij het getuigenis van een echtpaar, Bas en Thea, dat jaren geleden naar dat land emigreerden om daar te gaan ‘boeren’. Frankrijk is nog steeds een populair land bij Nederlanders, niet alleen voor vakantie, maar ook om zich te vestigen. Velen gaan echter op de bonnefooi en onvoorbereid er naar toe, waardoor de emigratie vaak op een fiasco uitloopt. >>>>>
Deel 2 Openbaring van Gods zonen ‘In het verleden heeft God vaak en op veel manieren tot de vaders gesproken door profeten. Maar nu heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door een van karakter Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles. Door Wie (Gods Logos en niet Jezus als mens, Joh.1:1) Hij ook de wereld gemaakt heeft’ Hebreeën 1:1,2. (Ook niet via een verzonnen Roomse drie-eenheid en Maria, de moeder van God Zelf. Sic). In Zoon en in zonen In Hebreeën 1 spreekt God niet alleen ‘in Zoon’ maar ook ‘in zonen’. Bij hun openbaring zijn ook zij een afstraling van Zijn heerlijkheid en een beeld van Zijn wezen. In het uiterste van ons tijdperk spreekt God in het zoonschap, in mensenzonen (én dochters). >>>>>
Deel 9 Erfzonde of duivelswerk? Al jaren niet gezondigd? Er zijn mensen die graag over zondeloosheid spreken. Zij belijden dat zij een aantal jaren niet hebben gezondigd. Wij vinden dit een gevaarlijk getuigenis. Allereerst missen zij vaak een juist begrip van het woord zonde. Natuurlijk kunnen wij in zeker opzicht van zondeloosheid spreken. Wanneer iemand zijn zonden heeft beleden en gered weet door Jezus Christus, kan hij zonder besef van schuld zijn. Zijn zonden zijn dan weg. Hij is dan een rechtvaardige. Hij is echter met zijn (nog) vernederd lichaam toch ‘ver van de Heer in een vreemd land’. >>>>>
Deel 1 Openbaring van Gods zonen De ontwikkeling van de Woorden van God Het Oude Testament werd niet ineens en voor altijd gegeven, maar de gedachten van God werden bij gedeelten doorgegeven in voortschrijdende openbaringen, die een gevarieerde inhoud hadden. Hieruit blijkt de veelkleurige wijsheid van God. Hij paste zich aan aan het geloof van een volk dat zich geestelijk in de kinderschoenen bevond. Zo openbaarde God zich op veel manieren in de geschiedenissen, wetgeving, psalmen, typen, gelijkenissen, tempeldienst en in ceremoniën. >>>>>
‘Vele malen en op vele wijzen heeft God, die eertijds tot de vaderen gesproken heeft, in het laatst van deze dagen tot ons gesproken in Een die van karakter Zoon is’ (Hebr.1:1 ‘An Expanded Translation of Hebrews by K.S. Wuest’). Een sprekende God Door zijn scheppingswoord heeft God de wereld tot haar bestaan geroepen en door zijn woord roept Hij opnieuw zijn schepping terug. Het woord van de Heer dat uit zijn mond gaat, zal immers niet vruchteloos tot Hem terugkeren, maar het zal zeker doen wat Hij wil en dat volbrengen, waarvoor het werd uitgezonden. >>>>>
1 Corinthe 15:12-20 ‘Als nu van Christus gezegd wordt dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe kunnen sommigen onder u dan zeggen dat er geen opstanding van de doden is?’ 12. Er is nog een laatste probleem dat moet worden opgelost in verband met de boodschap van het evangelie van Jezus Christus. Hoewel door de apostelen en leraars duidelijk als fundamentele waarheid ‘in alle gemeenten van de heiligen gebracht was dat Jezus uit de dood was opgestaan’ waren er leden te Corinthe die de opstanding slechts als een eenmalig feit zagen. >>>>>
‘We are one in the Spirit, we are one in the Spirit’ (We zijn één in de Geest, we zijn één in de Geest…) Het welt op uit de mond van een gemengd gezelschap, dat opgepakt zit in een grote woonkamer. Mensen uit allerlei rangen en standen, oud en jong, met gevarieerde kerkelijke achtergronden, zijn hier bij elkaar gekomen om God te loven en te prijzen. >>>>>