Uit ons midden weggegaan

Wereldraad van kerken – 350 soorten evangeliën en ideologieën. Rome nog niet meegerekend…

Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de antichrist eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het laatste uur is aangebroken. Zij zijn uit ons midden weggegaan, maar zij waren niet uit ons; want als zij uit ons geweest waren, dan zouden zij bij ons gebleven zijn (1 Joh.2:18-23).

Wij willen stilstaan bij de waarschuwingen die de apostel Johannes hier plaatst, zoals hij ook schrijft in vers 26: ‘Dit schrijf ik u van diegenen die u misleiden.’ Als wij net als Johannes zicht willen krijgen op de misleiders, zullen wij moeten opklimmen naar de hemelse gewesten, daarbij onze gedachten richten op de gedachten van God. Wij weten dat de weg in de hemelse gewesten de enige goede weg is, daar krijgen wij inzicht tussen goed en kwaad. De apostel Johannes spreekt niet over de aardse zaken, zoals Paulus dat doet over het huwelijk en de overheid. Johannes spreekt ook niet over kleine, burgerlijke ruzietjes, over onrecht, onreinheid, dieven en rovers, maar hij spreekt over de wandel in de hemelse gewesten, over waarheid en leugen. Hij stijgt uit boven het natuurlijke leven. In de Johannesbrieven stelt hij zich op als oudste, hij is een anonieme schrijver. Zijn aardse naam of reputatie is niet belangrijk voor hem, hij wil in de hemel gekend worden. Uit het boek Openbaring blijkt duidelijk dat Johannes visioenen heeft gehad.

Niemand heeft de verborgenheden van God ons zo geopenbaard dan deze apostel, die zo graag over het leven schrijft. Johannes zegt daarom ook niet dat wij in de wereld bezig zullen zijn, in het voorafgaande aan onze tekst zegt hij juist: ‘Heb de wereld niet lief’. Wij zijn wel in de wereld, maar niet vàn deze wereld. Richt je aandacht niet op deze wereld, want dit is maar tijdelijk. Als wij net als Johannes onze gedachten hebben in de hemelse gewesten, dan hebben we de eeuwigheid in ons. Wij willen daar onze plaats innemen zoals Paulus schrijft: ‘wij zijn uit de duisternis overgeplaatst naar het licht, van de aarde naar de hemelse gewesten.’ Johannes richt zich in zijn brieven tot de kinderen, zij die pas tot geloof gekomen zijn. Hij richt zich tot de jongeren die sterk zijn en de boze overwonnen hebben. En daarnaast richt hij zich en tot de vaders die Hem kennen, die er vanaf het begin is, die de gedachten van God opgenomen en verwerkt hebben. In dit gedeelte spreekt Johannes tot de kinderen. Zij zijn pas tot geloof gekomen en staan nog open voor misleidingen, vooral voor geraffineerde dwalingen.

‘Het is het laatste uur’

Het laatste uur komt overeen met de laatste dagen, waarvan Petrus spreekt op de Pinksterdag (Hand.2). Het gaat over die periode in de Godsgeschiedenis, waarin God het plan met de mens gaat realiseren. Alle eeuwen door is het vallen en opstaan geweest, maar God heeft altijd aan het plan vastgehouden dat er mensen komen, die aan het beeld van zijn Zoon gelijkvormig zullen zijn. Er zal een gemeente komen zonder vlek of rimpel, ze zullen aan het doel van God beantwoorden, tot alle goede werken volkomen toegerust (2 Tim.3:16). In het Oude Verbond kon dat niet gerealiseerd worden, maar nu is het het laatste uur. De herschepping zal voltooid worden door de Geest van God. De Heilige Geest geeft ons de kracht om te overwinnen. Dat is het geheim van het evangelie: Jezus Christus heeft de weg gebaand door de dood aan het kruis, door Gods Geest is het nu mogelijk dat de mens rechtvaardig is voor God en als rechtvaardige zal leven. Wie deel wil hebben aan de herschepping en de voltooiing van Gods plan, zal moeten opstijgen – net als Johannes – naar de hemelse gewesten. Hier beneden is het niet.

Vanuit de hemelse gewesten willen wij de dingen op aarde bekijken, zo hebben we een goed zicht op de misleiders. In de geestelijke wereld zijn tegenwerkende krachten bezig, ze zijn moeilijk te herkennen als zodanig, want ze doen zich voor als engelen van het licht, zegt Paulus. Hij noemt de mensen die door alle eeuwen heen bezig zijn geweest in de gemeente ‘bedrieglijke arbeiders’. Hij heeft het zelfs over schijnapostelen, die zich voordoen als apostelen van Jezus Christus. In dat verband zegt hij dat satan komt als een engel van het licht, hij brengt heel geraffineerd leugens en dwalingen, zodat de christen zou kunnen zeggen: ‘Daar zit wel wat goeds in’. De apostel Johannes waarschuwt voor deze verleiding: ‘Uit uw midden zijn ze voortgekomen, ze zijn uit ons midden weggegaan.’ Er komen wolven in schaapskleren uit uw midden voort, bedrieglijke mensen die met leugens komen, zij zullen daarbij de kudde niet sparen. Ze zullen veel leerlingen met zich meenemen. In het laatste uur zult u horen dat er een antichrist komt, maar er zijn al vele opgestaan en zij zullen velen misleiden. Hier gaat het niet over grove zonden als overspel of diefstal, deze worden door de gemeente sowieso afgewezen, maar het gaat over geraffineerde denkbeelden die naar boven komen en ons zullen misleiden om ons weg te houden van de volkomenheid die God bedoelt heeft. Johannes heeft het over velen die uit ons voortkomen, wij ontkomen er dus niet aan. Ook wij hebben te maken met dwalingen en valse leringen. Ze zijn moeilijk te herkennen, zo geraffineerd zijn deze antichristen.

Er bestaan boeken met titels als ‘De komende antichrist’. Maar er zijn nog nooit boeken geschreven over de vele antichristen die al zijn opgestaan. De antichristen die al zijn opgestaan zijn net zo reëel als dè antichrist die nog komen moet. Je kunt de antichrist nooit herkennen als je de antichristen, die hem zijn voorgegaan, niet hebt ontmaskerd. Het is daarom belangrijk dat wij niet bezig zijn met de toekomst, met de komende antichrist – dat zal de satan een zorg zijn – maar we moeten nu bewust zijn van de antichristen, die nù zijn opgestaan en volop meewerken met Europese kartels. De duivel vindt het niet erg dat Jezus wonderen heeft gedaan, als ze nu maar niet meer gebeuren. De duivel vindt het ook niet erg dat je naar de antichristen uit het verleden kijkt, of dat je je bezig houdt met de komende antichrist, als je nù de antichristen maar niet ontmaskert. Maar wie spreekt over de antichristen van vandaag de dag? Niemand, zoals er nu bijna niemand spreekt over het grote Babel, met wie alle koningen van de aarde hoereren. Men zegt: wees vriendelijk voor elkaar, ieder heeft een deel van de waarheid. Maar de Bijbel zegt: ‘Er ìs een grote stad, de hoer, een overspelige vrouw. Wees alert, praat daarover met elkaar, want ze is er nu!’ (Op.17:1,2). Johannes zegt: ‘Er zijn antichristen opgestaan en ze zijn er nu!’ Daarom willen we bezig zijn met het nu en we willen letten op de antichristen die nu het zaad zaaien van het onkruid. We willen letten op dat zaad, want als het onkruid volgroeit is, komt dè antichrist. Je kunt de antichrist nooit ontdekken als je nú de antichristen niet ziet.

Men kan bezig zijn met de antichrist die in de tempel van Jeruzalem zit, maar Johannes zegt: ‘De antichristen zijn uit u voortgekomen’. Hij heeft het niet over Jeruzalem in het Midden Oosten, maar over de gemeente van Jezus Christus, over het geestelijke Jeruzalem. Daar komen de antichristen en dè antichrist uit voort, ze zijn van òns uitgegaan. Waarom zou de laatste antichrist ineens ergens anders uit voortkomen, waarom zal hij ineens in een stenen tempel zitten volgens een tijdperkenleer? Ook deze komt voort uit de gemeente. Wanneer komen de antichristen? Johannes zegt het: Het is het laatste uur, dat is zodra de Vader aan zijn Zoon de opdracht heeft gegeven een hemels huis, een tempel te bouwen. Niet in Jeruzalem, maar een tempel van God, een woonplaats van God in de geestelijke wereld. Dan gaat de antichrist ook aan het werk. Hij is er niet geweest in de tijd van Mozes of van David, maar toen God de opdracht gaf om Zijn huis te bouwen. De Hebreeënschrijver zegt dat er 2 huizen zijn geweest. Mozes heeft zijn huis gebouwd in de zichtbare wereld, de aardse tabernakel, Jezus heeft de hemelse tempel gebouwd. Daarom is Jezus meer dan Mozes, omdat de hemelse tabernakel meer is dan de aardse (Hebr.3:3).

De tempel van God

Als Jezus de geestelijke tempel gaat bouwen, wordt er gewaarschuwd voor de tegenkracht die Hem beletten wil die tempel te bouwen. Dat gebouw van Gods gunstbewijzen, de psalmisten zongen er al van in beelden, over het eeuwig plan van God. De mens van God, door het offer van Jezus Christus, door de kracht van de Heilige Geest, de volkomen mens, aan Gods Zoon gelijk (Op.11:1). De bouw van die tempel, die mens wordt tegengewerkt wordt door de antichrist. Wij zijn, lezen we in Hebreeën, broeders die deelgenoten zijn van de hemelse roeping. Wij belijden niet iets wat op aarde is, maar wij richten ons op de enige Hogepriester en Apostel van onze belijdenis, Jezus Christus. Wij zijn Zijn hemels huis. De duivel stuurt zijn grondtroepen naar de hemelse gewesten om te voorkomen dat dat gebouw verrijst, om dat gebouw af te breken. Johannes waarschuwt:

Geliefden, vertrouw niet iedere geest, maar onderzoek de geesten of ze uit God zijn, want er zijn veel valse profeten uitgegaan. Ze zijn uit de wereld, ze spreken uit die wereld en de wereld luistert naar hen.

Dezelfde Johannes ziet later deze gedachtewereld in visioenen, hij ziet het beest uit de aarde opkomen (Op.13:11). We weten dat dat de antichrist is, dat beest heeft te maken met de zichtbare wereld. Hij wil een geestelijk rijk stichten vanuit de dingen die wij zien, hij moet daarom zeggen: Ik kom uit de aarde. Maar Jezus zegt: Ik kom uit de hemel. Johannes zegt: ‘Je moet in de gaten houden wat van het begin af aan was. Het begin van de antichrist komt uit de aarde, maar Jezus’ begin is uit de geestelijke wereld. Wij zijn uit God en wie ons hoort, hoort God’. Ook wij willen luisteren naar God en wij willen de gedachten van God verkondigen. Wij stellen de geest van de waarheid tegenover de geest van de leugen. De geest van de antichrist wil beletten dat de gemeente tot de volwassenheid komt, hij wil de groei tegenhouden en hij wil zeker niet dat er een tempel van God in de geestelijke wereld verrijst. Petrus waarschuwt tegen zonde in de zichtbare wereld: ‘Met hun holle grootspraak en bandeloze wellust verlokken zij hen die zich ternauwernood aan degenen, die in dwaling verkeren, onttrekken’. Hij spreekt over slaven van de zonde, bezoedeld door ongerechtigheid. Maar Johannes spreekt hier over de verfijnde aanvallen van de antichrist, door zijn gedachtewereld in de mens te brengen, door leugens en dwaling. Wij herkennen de zonde, de wet van God doet ons die zonde zien, maar wij moeten goed inzicht en een helder verstand hebben om dwalingen op te merken. Als wij de dwaling toelaten in onze gedachten, bereiken wij het doel van God met de mens ook niet. De Heer bouwt Zijn huis, de duivel breekt het af en dwalingen moeten er zijn, zodat wij ertegen bestand zullen zijn.

De vraag voor ons is wat Petrus zegt: Wie stelt zich beschikbaar als levende stenen van een hemels huis? We zijn stenen in het nieuwe Jeruzalem, maar zijn wij ook levende stenen, vervuld met Gods Geest? Dat moeten wij zelf doen, wij moeten ons actief opstellen en zeggen: Heer, ik stel mij beschikbaar als levende steen voor uw tempel. Het christendom heeft het altijd over het nieuwe Jeruzalem in het land Israël, maar Jezus heeft het altijd over de tempel. Dat is een verschil in denken. De stad van God wordt wel bezongen, maar je hoort bijna niemand zingen over de tempel van God. Wij willen horen bij de stad van God, maar wij willen vooral levende stenen zijn van de tempel van God, het geestelijk huis waar Jezus de bouwer van is. Jezus kan alleen maar levende stenen, rechtvaardigen gebruiken. De duivel heeft in zijn listigheid de rechtvaardigheid bij de mensen weggenomen.

Er zijn maar weinig mensen in kerken en gemeentes die durven zeggen dat zij een rechtvaardige zijn. Als je dat niet durft te zeggen, hoe kan de Heer je dan gebruiken? Die mensen durven door alle dwaling zelfs de grondbeginselen niet meer te belijden. De duivel heeft de verzoening door Jezus Christus, ondanks de verleidingen en de druk die Hij moest ondergaan voor Zijn lijden en sterven, niet kunnen verhinderen. Maar de duivel heeft direct nadat Jezus het goede zaad had gezaaid, het onkruid ertussen door gezaaid. Toen zijn de antichristen opgestaan met hun dwalingen en leugens, om het goede zaad, de kinderen van God, te verleiden. Het onkruid is niet de wereld, maar het onkruid zijn de antichristen, de kinderen van het verderf. Die antichristen roven de stenen uit de tempel van God, het zijn rovers en dieven.

Een antichrist is niet één of ander figuur uit Indië met zijn yogaleer en zijn filosofieën. Zo’n man is geen gevaar voor ons, hij houdt het koninkrijk van God niet tegen. Nee, de antichristen zijn uit òns opgestaan. De antichrist komt uit de geestelijke tempel en uit het geestelijk Jeruzalem. Johannes zegt: Laat niemand je misleiden; Paulus zegt: ‘Eerst moet de afval gekomen zijn en de zoon van het verderf geopenbaard zijn, de mens van de wetteloosheid.’ Die tegenstander zal zichzelf verheffen en in de tempel zetten en zichzelf vertonen alsof hij God is. Hij zal een voorwerp van verering worden. Het witte paard, het Woord van God, dat uitgaat overwinnende en om te overwinnen, wordt direct gevolgd door het vuurrode paard (Op.6:1,3). Het paard heeft de kleur van de demonie, het beeld van de antichrist. Hij heeft het zwaard van de leugen in zijn hand, zoals Jezus Christus het zwaard van de waarheid in Zijn hand heeft, het Woord van God. Het witte paard is het beeld van de Heilige Geest, het vuurrode paard is het beeld van de geest van de antichrist, Apollyon (Op.13:1).

Wat Johannes hier in zijn brieven schrijft, wordt hem later in visioenen getoond. Er is een antichrist en er zijn antichristenen, er is een Christus en achter hem een leger dat ook uitgaat op witte paarden om te overwinnen (Op.19:13,14). Johannes maakt duidelijk in zijn brieven dat het onkruid er nu al is, dat het samen opgroeit met het goede zaad. Het is geen wonder dat er nu veel mensen zeggen dat het streven naar de volmaaktheid voor dit leven een onmogelijke zaak is. Dat is een gedachte, dat is onkruid die al eeuwenlang voortwoekert in de schijnkerken. ‘We zijn toch allemaal zondaars?’ De Heer zegt: laat het samen opgroeien, maar de vraag is wel: met wie kan Ik mijn huis bouwen? Met het onkruid? Met de stenen die tussen het gezaaide goed liggen? De Heer kan zijn huis alleen bouwen met de rechtvaardigen, met de levende stenen van Zijn huis.

Eén met Jezus Christus

Jezus zegt: ‘Vader, Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven heeft’. Jezus bidt niet voor de wereld, ook niet voor hen die de wereld liefhebben, maar alleen voor allen die de Vader hem gegeven heeft. Hij is gekomen tot verzoening voor de hele wereld, maar de Vader heeft Hem een aantal gegeven waarmee Hij de tempel kan bouwen. En daar bidt Jezus voor. Hij zegt: ‘Heb de wereld niet lief’. Wij kunnen wel zeggen dat we niet van deze wereld zijn, maar als we de wereld liefhebben, komen we met deze wereld om, zoals Johannes voor het tekstgedeelte schrijft. Als je de wereld liefhebt, heb je het tijdelijke, het zichtbare lief. Maar wij hebben het onzichtbare lief, de hemel, het eeuwige, het geestelijke. De vraag die wij ons moeten stellen is dan: Heb ik de wereld werkelijk lief? Als we de wereld liefhebben, zegt Jezus, dan ben je niet uit Hem. Wat moet Hij beginnen met mensen die van de aarde zijn, hij kan ze niet gebruiken voor de tempel van God. Hij kan alleen rechtvaardigen gebruiken, in de eenheid van de Geest.

Eenheid kan alleen worden bereikt als het denken één is. Wij worden nooit één omdat we hetzelfde werk doen of omdat we hetzelfde verdienen. Wij worden nooit één omdat iedereen anders is, maar we worden wel één in het overnemen van de gedachten van Jezus Christus. En die gedachte is een volmaakte tempel. Wij hebben dus ook geen geestelijk plafond. Mensen die wel aan hun plafond zitten gaan, hebben activiteiten nodig, zoals evangelisatieprojecten, hulpverlening onder de drugsverslaafden, enz. Op zich allemaal goede dingen, maar dit gebeurt vaak omdat ze in hun denken niet verder op kunnen stijgen. Ook wij hebben zulke activiteiten, maar het doel van dit alles blijft dat de mens één wordt met de gedachtewereld van Christus, die de mens van God zoekt in alle goede werken volkomen toegerust (2 Tim.3:16). Wij willen ons bezighouden met de geestelijke wereld. Jezus zegt: ‘Ik ben van boven, Ik ben niet van beneden’. Jezus heeft de wereld gekocht met Zijn bloed, maar uit die wereld haalt Hij diegenen die de Vader Hem gegeven heeft. Zij ontvangen Gods Geest, daardoor zijn ze gaaf en goed en passen in de tempel van God. De geest van de antichrist is in mensen, die zeggen dat we allemaal zondaars zijn en of je wel of niet bent uitverkoren. Zij willen ons daar ook onderbrengen, maar wij weigeren om in die gedachte mee te gaan. De Bijbel zegt niet dat wij zondaars zijn, maar verlosten.

De antichristen vermengen de waarheid met de leugen, zodat men het Woord van God niet meer verstaat. Die vermenging begint al bij de bekering, wanneer men niet durft te zeggen dat men een rechtvaardige is. En ook is in alle eeuwen van de kerkgeschiedenis de doop in Heilige Geest verdwenen door de vele leugens: ‘Bij de nieuwe geboorte heb je de Heilige Geest al in je’. Zo hebben ze de waarheid laten roven door de dief en de moordenaar vanaf het begin. De orthodoxen lopen daarbij voorop, ze hebben de erfzonde uitgevonden. Petrus zegt in 2 Petr.3:4: ‘Want vanaf de dag dat de voorvaders ontslapen zijn, blijven alle dingen zoals vanaf het begin van de schepping’. Is dat de belijdenis van de kerken? Zij belijden dat zij net als hun voorvaders onrijpe vruchten zijn en dat ze zo ook zullen sterven. Maar dat is niet de Bijbel na spreken, nee het is de leer van de antichrist. Want de leer van Jezus gaat over het zaad, de halm, de aar en dan uiteindelijk het volle koren in de aar. En dat volle koren is net zoals het zaad, de oorsprong, net zoals Jezus Christus. Dat is de kerkgeschiedenis van Jezus en zijn gemeente en heel wat anders dan de kerkgeschiedenis van de antichrist.

De gemeente bereikt haar doel. Door alle eeuwen heen zijn er nog nooit volmaakte mensen van God tevoorschijn gekomen, omdat ze altijd hebben geloofd in het zondaar zijn tot de dood. Maar de groei tot volmaakte mensen van God gaat door, het is een onzichtbare groei, van dag tot dag worden wij vernieuwd, naar het beeld van Hem die ons losgekocht heeft. Wanneer wij in de spiegel zien, zien wij elke dag weer een veranderd, verbeterd gezicht, met als hoogtepunt dat de zonen van God openbaar worden. Tegelijkertijd worden zij, die dit alles afgewezen hebben, openbaar als kinderen van de antichrist.

Het is geweldig dat we in de tijd van de late regen leven. De landman is geduldig en wacht totdat de late regen valt, waardoor de volle vrucht van de aarde zichtbaar wordt. ‘De aarde en haar volheid is van de Heer’, de volheid is gemeente van Christus, niet een aardse gemeente maar de hemelse gemeente die op de aarde is. Jezus krijgt zijn levende stenen, zij die de Geest van God in zich laten ontplooien. Paulus zegt: ‘Streef naar de geestelijke gaven, ga met de toerusting die je in je hebt aan het werk’. Dat is een zaak van geloof en van geestelijk inzicht door Heilige Geest, de Geest van God zelf. De menselijke geest kan zich ontplooien van kind tot volwassene, zo kan de Heilige Geest zich ook ontplooien in de mens. Daar staan wij voor open en dat willen wij aannemen.

Heb de wereld niet lief

Jezus heeft woorden gebracht van eeuwig leven, maar de mensen wilden dingen zien. Zij verlieten Hem, waarop Jezus tegen zijn leerlingen zegt: Zouden jullie ook maar niet weggaan? Petrus antwoordt daarop: Nee nooit, want U hebt woorden van leven. Die woorden en gedachten van Jezus waren het plan van God en dat wilden de leerlingen niet missen. Ook wij geven de gedachten en woorden van eeuwig leven door. We zijn niet druk met een zangkoor, vlaggen zwaaien of dansen, met vasten, met tienden geven, maar we zijn bezig met Gods Woord, Gods plan. Petrus zegt: Wapen u met de gedachten van God, want dat geeft ons de overwinning. Dat Woord gaat uit overwinnende en om te overwinnen, het zal doen wat Hem behaagt en volbrengen waartoe Hij het gezonden heeft. Als Johannes zegt: ‘ze zijn van ons uitgegaan’ dan doelt hij op hen die de gedachten van God hebben losgelaten. Ze hebben er andere gedachten aan toegevoegd, vooral vrome geesten die zich uiterlijk voordoen als mannen van God. Valse profeten in de vermomming van dienstknechten van God, wolven in schaapsvachten, vriendelijk en lief. Zij zijn verleugend in hun denken, de waarheid van God kan niet meer naar boven gehaald worden.

Tegenwoordig is men gecharmeerd van de wereldraad van kerken. Men ziet daar allemaal prachtige dingen gebeuren in allerlei groeperingen en kerken en men redeneert dat we daar nog veel van kunnen leren. Daarom worden er gezamenlijke ontmoetingen gehouden. Maar de leer van Rome dan? De Mariaverering? De dodenverheerlijking? Als je samenkomt met rooms katholieken kan je die cultus toch niet negeren? Hoe kan de Heilige Geest nu in hen werken ook al spreken ze zelfs in de katholieke kerk in talen? De Heilige Geest kan niet samengaan met de geest van de antichristen. Heel die wereldraad brengt een grote chaos met zich mee, een chaos in het geestelijk denken. Vrome geesten denken altijd chaotisch en brengen altijd verwarring. Het kan bij hen ja en nee tegelijk zijn. ‘Ach we hebben allemaal een facet van de waarheid, broeders’ wordt er dan gezegd. Maar zo is het niet. Al die facetten hebben de leugen in zich, er is geen waarheid in terug te vinden. Gods Geest kan nooit iets voortbrengen uit een leugen.

Ik zag van de week een foto van iemand uit de Pinksterbeweging die de paus bezocht, ze stonden hand in hand. Later deze week zag ik diezelfde paus met een hostie van ouwel in zijn hand. Die hostie is Christus zelf volgens de Roomse leer. Als de mensen beleden dat die hostie hun God en hun Heer was, kregen ze een stukje aflaat. Diezelfde man legt dus diezelfde hand zegenend op een evangelische christen. Maar hoe kan de Heilige Geest daar nu werken? Ze zijn van ons uitgegaan, maar ze waren niet opnieuw geboren, want dat word je enkel door het eeuwige en blijvende Woord van God. De nieuwe geboorte is niet iets geheimzinnigs, alsof je voor je geboorte al opnieuw geboren kunt zijn – zoals de gereformeerden het de veronderstelde nieuwe geboorte noemen. Opnieuw geboren word je ook niet door een serieus, ernstig gezicht. Ernst is een camouflage van iets wat je niet bezit. Nee, we worden opnieuw geboren doordat ons denken niet meer van deze aarde is. De Heer zegt: ‘Wie Mijn woorden bewaart, die is in Mij’. Door dat woord word je telkens vernieuwd in je denken, dat is nieuwe geboorte. Omdat men die nieuwe geboorte niet meer ziet, ontstaat er een enorme kloof.

De wereld luistert naar hen

‘Ze zijn uit de wereld en de wereld luistert naar hen’. Zij maken indruk, ze zijn van de massameetings, ze komen in de krant of op Tv vanwege hun succes. Maar ze brengen een geraffineerde leugenleer, zodat ze zelfs de uitverkorenen zouden misleiden. Er wordt binnenkort ‘een dag van verootmoediging voor Israël’ georganiseerd. Dan hebben we allemaal gelegenheid – zo staat er op de uitnodiging – om onze collectieve schuld t.o.v. Israël te belijden, ook de schuld van vorige generaties. Collectief is een beladen woord, collectieve schuld helemaal. Het doet denken aan onschuldige mensen die ter dood worden gebracht als een vooraanstaand man uit het vijandelijke leger vermoord wordt. Zo kan een dorp collectief uitgemoord worden. En nu zouden we collectief schuld moeten belijden voor wat Israël aangedaan is? De Bijbel zegt: ‘de vader zal niet sterven voor de zonde van zijn zoon en de zoon niet sterven voor de zonde van de vader’ (Ez.18:14-20). Dat is de wet van het nieuwe verbond. ‘Dat collectief schuld belijden zal een belijden moeten zijn in de ware geest van Christus’ staat er verderop in de uitnodiging. Maar heeft Jezus Christus ooit schuld beleden? Als je zo gaat redeneren en collectief gaat schuld belijden, ben je weer terug in het oude testament. We belijden geen schuld van de ander, ik kan de schuld van mijn kinderen niet belijden en het zo goed maken. Ik kan hen hooguit leren dat ze hun schuld voor de Heer moeten belijden, dan is er vergeving voor hen, dan is het weer goed tussen hen en de Heer. Dat moet ieder mens apart doen. Het collectief schuld belijden is een vorm van boete doen om niet met zijn allen in een poel van ellende te verzinken!