18. Het beest uit de aarde – De antichrist

 

Openbaring 13:11-18

En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde en het had twee horens, als die van het Lam, maar het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was 11,12.

Er rijst nu geen beest uit de zee, maar uit de aarde. De aarde is het beeld van het natuurlijke leven, dat van de mens van vlees en bloed. Het beest uit de zee was de geest van de antichrist, Apollyon, maar het beest uit de aarde is de antichrist zèlf. De parallel ligt voor de hand: in de gemeente van Jezus Christus spreken wij van God de Vader, Zijn Heilige Geest en de Zoon van God, Jezus Christus. Gods Geest is zijn eigen Geest door wie Hij zich openbaart en niet een derde ‘persoon’ in een uitgevonden Drie-eenheidformule, (325 n.C.). Gods Geest is de Geest van de waarheid (Johannes 14:17). Zo openbaart de draak, de vijand van God, zich door de geest van de antichrist, Apollyon, de geest van de dwaling (1 Johannes 4:6). Jezus Christus is het vleesgeworden Woord/Logos van God (Joh.1:1). Hij is dus de mond van God en spreekt door Gods Heilige Geest. Zo is de antichrist de mond van satan, die door het beest uit de afgrond, Apollyon, spreekt.

De Zoon van God is waarlijk mens en zo is de antichrist – het beest dat uit de aarde oprijst – ook een mens.  Jezus Christus is de ware profeet en de antichrist wordt de valse profeet genoemd (19:20). Zie ook de parallel van de val van satan (de koning van Tyrus) en de val van de antichrist (de vorst van Tyrus, Ezechiël 28:12 en 2). De horens die dit beest heeft, wijzen op geestelijke krachten. Van het Lam werd in hoofdstuk 5:6 gezegd, dat het zeven horens had en zeven ogen, die de zeven Geesten van God voorstelden. Twee horens van het Lam waarmee Het zich in de wereld openbaart zijn die van de profetie en de geest van kracht, die tekens en wonderen bewerkt. De antichrist spreekt als de draak, de vader van de leugen. In 2 Thessalonicenzen 2:9-12 noemt de apostel deze horens van leugen en kracht: ‘De komst van de wetteloze mens is het werk van satan en gaat gepaard met groot machtsvertoon en valse tekens en wonderen en allen die verloren zullen gaan, zal hij met zijn kwaadaardigheid verleiden. Want ze hebben de liefde voor de waarheid, die hen had kunnen redden, niet aanvaard. Daarom treft God hen met verblinding, zodat ze dwalingen en de leugen geloven. Zo zal iedereen die de waarheid niet gelooft maar behagen schept in onrecht, worden veroordeeld.’

De wonderen van Jezus hadden het herstel van de mens tot doel. Bedrieglijke wonderen zijn niet gericht op de verlossing van de mens. Jezus genas zieken, verloste gebondenen en maakte de mens vrij naar lichaam, ziel en geest. Zelfs het stillen van de storm was tot redding van zijn bange leerlingen. Wanneer door occulte krachten een fakir zich laat begraven, om na enkele weken levend tevoorschijn te komen, is dit wel een wonder, maar het heeft geen enkele zin. Het is mogelijk dat een heidense priester zich met messen steekt zonder dat hij bloedt, maar het is een bedrieglijk wonder. In de zichtbare wereld oefent dus de antichrist alle macht uit, die hij van het beest uit de afgrond ontvangen heeft. Zij die de aarde bewonen en dus geen burger in de hemel zijn, volgen de antichrist en daardoor aanbidden zij de geest, die in hem woont. Wie het beest uit de afgrond aanbidt, vereert de draak ‘omdat hij aan het beest de macht gegeven had’ (vers 4). De antichrist werkt met verborgen, occulte, ontwrichtende krachten, die hij rechtstreeks uit het rijk van de duisternis ontvangt. De dodelijke wond is weer genezen en krachtiger dan ooit ondersteunt hij de religie van de antichristelijke kerk.

En het doet grote tekens, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen. En het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekens die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd 13,14.

De antichrist is dè mens van de zonde en in hem is de ongerechtigheid gepersonifieerd, zoals in Jezus Christus de gerechtigheid gestalte gekregen had. De Farizeeën moesten van Jezus getuigen: ‘Deze mens doet veel tekens’ (Joh.11:47). Maar de Heer had ook voorspeld, dat er valse christussen en valse profeten zouden opstaan, die grote tekens en wonderen zouden doen, zodat zij, als het mogelijk was, ook de uitverkorenen zouden verleiden (Matth.24:24). Het wezen van het rijk van de antichrist zal immers volkomen verschillen van alle rijken die ooit op aarde geweest zijn: ‘Dat vierde dier is het vierde koninkrijk, dat op aarde zal zijn, dat verschillen zal van alle andere koninkrijken’ (Dan.7:23). Het ontleent zijn macht en zijn kracht aan een directe verbinding met het rijk van de duisternis. Van de zonen van God in de eindtijd kan gezegd worden dat aan hun het hele leger van de vijand onderworpen is. Maar ditzelfde leger wordt door de draak gesteld onder het opperbevel van de antichrist en zijn aanhang. Hij zet zich immers in de tempel van God (de mens) neer, om aan zich te laten zien dat hij een god is.

De antichrist is een mens in wie de geest van de antichrist woning heeft gemaakt. Deze geest zet zich in de tempel van God. Zo lezen we dat Christus in een mens woning maakt, maar hier is sprake van Gods Geest. Op het commando van de antichrist komen de demonen en manifesteren zij zich in de zienlijke wereld. ‘Het beest laat vuur neerdalen uit de hemel op de aarde’, wil zeggen dat de boze geesten uit de onzienlijke wereld zich op zijn bevel openbaren. Zelfs de meest verstokte materialist zal dan moeten erkennen dat hier bovennatuurlijke krachten in het spel zijn. Ook zal het door deze occulte macht de wereld onderwerpen. Wie zich echter tegen de antichrist waagt te verzetten, wordt overgegeven aan destructieve machten die het lichaam, de ziel en de geest beschadigen of vernielen. Zij die geen gemeenschap met de Heilige Geest hebben en de krachten van de toekomende eeuw niet bezitten, worden allen een prooi van deze ontketening van bovennatuurlijke krachten.

Sommige uitleggers maken verschil tussen de antichrist en de valse profeet. Zij menen dat dit twee verschillende figuren zijn. De geest van de antichrist is echter de geest van de valse profetie en daarom is de antichrist de valse profeet. In hem wordt de geest van de dwaling, waarvan 1 Joh.4:6 sprak, gepersonifieerd, zoals de Geest van de waarheid, Gods Heilige Geest, in Christus gestalte vond. Door de bedrieglijke wonderen en tekens wordt de grote massa verleid. Deze verleiding vindt haar climax in de vorming van een beeld voor het beest uit de afgrond. Op de puinhopen van Babylon, de afgevallen kerk, verrijst een kerk die iedere band met God en zijn Zoon doorgesneden heeft: ‘Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent’ (1 Joh.2:22). Wij zien dus dat in de eindtijd een ware gemeente ontstaat, die aan het beeld van de Zoon gelijkvormig is, maar er vormt zich ook een antichristelijke kerk die het beeld van de antichrist gelijkvormig is. Duidelijk wordt vermeld dat deze kerk rust op een bovennatuurlijke gemeenschap met het rijk van de duisternis door middel van het beest, dat de wond van het zwaard had, Belial.

En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, zodat het beeld van het beest zelfs zou spreken en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden 15.

Op de Pinksterdag sprak Petrus over de uitstorting van de Heilige Geest van God, Zijn eigen Geest: ‘Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand en heeft van de Vader de Heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen en dat is wat u ziet en hoort’ (Hand.2:33). De Geest van de waarheid wordt door Jezus geschonken: ‘De Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn Naam’ (Joh.14:26). Tegenover de gemeente in de eindtijd, die door Jezus Christus gedoopt en vervuld is met Heilige Geest, staat de gemeente van de antichrist, die ook een geest ontvangt. Er is een doop in Heilige Geest van God en er is een doop in de geest van de antichrist. Zoals Gods zonen spreken in de naam van Jezus en in zijn kracht grote wonderen en tekens verrichten, zo spreken ook de leden van de antichristelijke kerk in de naam van het beest uit de aarde. Zoals wij al in vers 5 hebben gezien, ontving het beest een mond, namelijk in de antichrist, die op zijn beurt maakt dat het beeld van het beest ook zou spreken, namelijk zijn gedachten in deze wereld openbaren.

De gemeente van de antichrist is een nabootsing van de zonen van God die de woorden spreken en de werken doen van Jezus Christus. De antichrist eist dat ieder zich bij zijn gemeente voegt, haar eert en er gemeenschap mee heeft (het beeld aanbidden). Wie zich niet onderwerpt of ervoor buigt, wordt gedood naar het lichaam, zoals wij in Openbaring 11:7 zagen. Een schaduw hiervan vinden wij in Daniël 3, waar Nebukadnezar eiste dat ieder zich voor het gouden beeld in het dal Dura zou neerbuigen. Wie weigerde, werd in de vurige oven geworpen. Ook daar lezen wij dat de vertegenwoordigers van ieder volk, natie en tong moesten knielen voor het beeld. Wij wijzen erop, dat in de Openbaring beschreven wordt, hoe de antichrist de valse kerk beheersen gaat, maar in Daniël 7:23 is sprake, dat dit antichristelijke rijk ook een wereldmacht wordt, dat de hele aarde zal verslinden. Zo verzetten zich tegen zijn gezag alleen degenen die in Christus zijn en zij zijn het die met de dood bedreigd worden. Het is niet zeker, dat deze bedreiging voor allen werkelijkheid wordt, want Jezus sprak dat deze dagen ter wille van de uitverkorenen ingekort zouden worden, omdat anders geen vlees behouden zou worden, dit wil zeggen dat er geen gelovigen levend zouden overblijven. Ook Paulus schreef over een categorie die levend zou overblijven tot de komst van de Heer (1 Thess.4:15). Bij de wederkomst van de Heer zijn er dus drie categorieën die een opstandingslichaam ontvangen.

  1. Allereerst staan alle doden op die in Christus ontslapen zijn: hun geestelijk lichaam gaat dan ook functioneren in de zienlijke wereld.
  2. Tot de tweede groep horen de getuigen uit Openbaring 11, die aan de dood van Jezus gelijkvormig werden, dus wier gestorven lichamen opgewekt worden. Dezen hebben dan ook een geestelijk, verheerlijkt lichaam, waarmee ook zij zich kunnen manifesteren, zij ontvangen dus hun opstandingslichaam op dezelfde wijze als Jezus.
  3. De derde groep zijn de levend overgeblevenen, wier lichamen zonder dat zij sterven, in een ondeelbaar ogenblik veranderd worden.

Het beeld van de antichrist is een keurbende, die vervuld is met de geest van de antichrist. De rest van de bevolking van de aarde met haar valse godsdiensten vereert deze manifestatie van geestelijke kracht. In Genesis 11 wordt ons verhaald hoe de bewoners van het land Sinear een stad bouwden met een ‘heilige’ toren, waarvan de top in de hemel zou reiken. Volgens archeologen hebben wij hier te doen met een tempel van een aantal verdiepingen, die Zikkurath (Hochtempel) genoemd werd. In de bovenste verdieping hielden de priesters hun seances en zochten contact met de onzienlijke wereld. De top van de toren moest immers in de hemel reiken, dat wil zeggen dat men van daaruit gemeenschap zou hebben met de geestenwereld. Omdat men één van gedachten was en één van geest en één van taal, werden de krachten, ontleend aan het rijk der duisternis, door de mens samengebundeld tot een enorme geestelijke macht. God zag dit en sprak: ‘Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn’ (Gen.11:6). In hun contact met de boze geesten werd het vermogen van de mens ontwikkeld om in verschillende talen te spreken. De talen die zij uit de geestenwereld overnamen, bouwden hen echter niet op, maar brachten een enorme verwarring. God was niet de oorzaak van de talenchaos, want Hij is geen God van wanorde (1 Cor.14:33). God gaf hen echter over aan hun verwerpelijke denken, zodat het contact met de demonen deze verdeeldheid bewerkte. Door het spreken in verscheidene talen kwam er verwijdering tussen de groepen van bouwers.

Hieruit blijkt dat Babel en Pinksteren elkaars tegenstelling zijn, want ook de Heilige Geest doet in talen spreken, maar hierdoor worden de gelovigen opgebouwd en naderen zij tot God. In Babel werd door het ‘talenwonder’ de mensenwereld geestelijk verdeeld. In plaats van één wereldgodsdienst ontstonden er vele honderden, die elkaar haten en bestrijden. Door deze verdeeldheid van valse religies is het voor de kinderen van God mogelijk stil en rustig te leven. Wanneer een volk slechts één godsdienst kent, of een politieke ideologie, zoals islam, komen er voor andersdenkenden verdrukking en vervolging. Zoals een magneet zijn kracht ontleent aan het feit dat de moleculen niet door elkaar liggen, maar gericht zijn, zo ontleent de antichrist in de eindtijd zijn grote kracht daaraan, dat hij de wereld van de boze geesten en zijn gemeente samen weer op één doel weet te richten. Dit vindt dan zijn climax in het optrekken van zijn legers naar Armageddon, waar zij oorlog voeren ‘tegen Hem, die op het paard zat en tegen zijn leger’ (19:19). Maar dan is, ondanks deze concentratie van demonen, de overwinning aan de Hoogste Koning en aan de legers van de Heer die Hem volgen.

En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam. Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens en zijn getal is zeshonderdzesenzestig 16-18.

De kinderen van God bezitten een kenmerk die in de gemeente van de eindtijd duidelijk openbaar wordt, zodat zij overal opvallen. Zij zijn als een heilige tempel gebouwd op het hechte fundament van Gods Woord, met dit merk: ‘De Heer weet wie Hem toebehoren’ en ‘Laat ieder die de Naam van de Heer noemt, onrecht uit de weg gaan’ (2 Tim.2:19). Zij zijn als Noach, de ‘prediker van de gerechtigheid’ in de wereld van de voortijd (2 Petr.2:5). Allen zijn zij dan ook met de Heilige Geest van de belofte verzegeld (7:4). Maar ook de gemeente van de antichrist heeft haar teken, waardoor haar leden ogenblikkelijk herkend worden. Dezen zijn gebrandmerkt als beelddragers van de antichrist; in hen werkt de geest van de wetteloosheid. Johannes spreekt over een merkteken op het voorhoofd of op de rechterhand, omdat hun hele denken en handelen rechtstreeks onder invloed van het rijk van de duisternis staan. Zoals de gemeente van Jezus Christus in die tijd de volheid van de Heilige Geest heeft, zo zijn deze antichristen geheel in bezit genomen door de geest van de dwaling.

Als tegenstelling vinden wij in het volgende hoofdstuk de aanduiding dat op de voorhoofden van de zonen van God, de naam van de Vader en die van de Zoon geschreven zijn. De antichristelijke gemeente is een wereld- en volkskerk. Zij omvat rijken en armen, wat betreft geld, kennis en cultuur. In haar zijn vrijen en slaven, hooggeplaatsten en geringen. Ook is er sprake van groten en kleinen onder deze zonen van het verderf, zoals men dezen ook vindt in de ware gemeente wat betreft het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid (11:18). Het rijk van de antichrist en de gemeente van de antichrist zijn de antipoden van het Koninkrijk van God en van de gemeente van Jezus Christus. In Daniël 7:25 staat van de antichrist, dat hij erop uit zal zijn om tijden en wet te veranderen. Zijn volgelingen haten en smaden de goddelijke, ingeschapen wetten van het geweten. Goed wordt massaal kwaad en omgekeerd. Het geweten wordt  dichtgeschroeid met brandijzers zoals ook vandaag al op grote schaal gebeurd. In 2 Thessalonicenzen 2:3 wordt voorspeld dat na de grote afval de mens(en) van de wetteloosheid zich zal (zullen) openbaren. Jesaja duidde dit met de volgende woorden aan: ‘Wee degenen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet’ (5:20).

In onze dagen verstaan wij ook iets van de verandering van tijden, dat is van zeden en gewoonten en van iedere zedelijke norm. Wij denken bijvoorbeeld aan het tolereren van allerlei vormen van seksualiteit en samenlevingsverbanden, waarin kerkelijke leiders vooraan staan. Wordt ook van de antichrist in Daniël 11:37 niet gezegd, dat hij geen acht zal slaan op de begeerte en het verlangen van de vrouwen (St. Vert. en Septuagint). Tussen de gemeente van Jezus Christus en de kerk van de antichrist is geen contact mogelijk. Men is óf volkomen dienstbaar aan de ongerechtigheid óf men volgt het Lam, waar Hij ook heengaat. De ware christen kan niet meer ‘kopen of verkopen’ zonder met de zonde in aanraking te komen. Voor hem is geen deelname aan het maatschappelijke, politieke en culturele leven in de eindtijd meer mogelijk. Johannes spreekt hier over het merkteken van het beest, de naam van het beest en het getal van zijn naam. In hoofdstuk 14:11 wordt over het merkteken van zijn naam gesproken. Wij zagen al dat de naam van het beest, de geest van de dwaling, die van de antichrist of die van de wetteloosheid is. Er is verstand of doorzicht in de geestelijke wereld nodig om het getal van zijn naam te berekenen en ook wijsheid of praktische kennis. Wij geloven niet dat men internet moet lezen om zijn tijd te kunnen verstaan. Johannes schreef niet voor internetters, krantenlezers of Tv-kijkers, maar voor hen, die de woorden van de profetie hoorden en deze bewaarden. De (digitale) krant en Tv verschaffen alleen nieuws van de uitwendige wereld en geven geen inzicht in het geestelijke gebeuren dat achter al deze dingen staat. Ook is er geen kennis van het Hebreeuws en Grieks nodig om het getal van de naam van het beest te berekenen. Dit doen bijvoorbeeld de kanttekenaars van de Statenvertaling. Dezen nemen aan, dat de paus de antichrist is. Hij is het hoofd van de roomse of Latijnse kerk, waar de kerktaal Latijn is en de Vulgata de Latijnse overzetting van de Bijbel.

Nu hebben in het Grieks de letters, net zoals de Latijnse, een getalswaarde. Men kan dus de getallen volledig uitschrijven of aanduiden door letters van het alfabet. De cijferwaarde van ‘lateinos’ wordt dan: l = 30, a = 1, t = 300, e (epsilon) = 5, i = 10, n = 50, o = 70 en s ~ 200. Samen 666. Veel uitleggers hebben met spitsvondig vernuft geprobeerd om historische personen op deze wijze als antichrist te bestempelen, zoals destijds Nero, Napoleon, Mussolini. Bij de naam Jezus, in het Grieks gespeld, komt men op deze wijze tot het getal 888: 1 = 10, e (éta) = 8, s ~ 200, o = 70, u ~ 400 en s ~ 200. Kurios (Heer) wordt dan 800, Christos 1480 (8-maal 185). Het is een voorrecht om de oude, dode talen te kennen, maar het is zeker niet de bedoeling van de Heilige Geest dat kinderen van God zich met zulke woordpuzzels in de eindtijd bezighouden. In hoofdstuk 17:9 wordt opnieuw op het feit gewezen, dat men verstand en wijsheid nodig heeft om het mysterie van hét merkteken te doorgronden.

Men moet in dit opzicht de Schrift met de Schrift verklaren. Het getal zes wijst daarbij op de kracht van het occultisme, waardoor de hele macht van de antichrist met de afgrond in verbinding staat. Het getal dat bij het beest uit de afgrond, bij het beest uit de aarde en bij het beeld hoort, is dus het getal zes. Wanneer gezegd wordt dat het getal ‘berekend’ moet worden, terwijl tegelijkertijd het getal zeshonderdzesenzestig wordt genoemd, betekent dit dat het getal ‘verklaard’ moet worden. Er wordt niet gezegd dat men de berekening pas kan maken of de verklaring ervan geven, wanneer de eindtijd gekomen is en de antichrist zich geopenbaard heeft, maar dat ieder hiertoe in staat is, die inzicht en verstand heeft. Het beest hoort bij de onzienlijke wereld, maar het getal van het beest is dat van de mens. Een soortgelijke opmerking vinden wij ook in hoofdstuk 21:17, waar staat: ‘mensenmaat, die engelenmaat is’. Het getal zeshonderdzesenzestig bestrijkt dus twee sferen: de onzichtbare, geestelijke en zichtbare, natuurlijke. Zowel de geest van de antichrist als de antichrist en de gemeente van de antichrist zijn erbij betrokken. Wanneer wij letten op de schaduw van het beeld in het oude verbond, valt onmiddellijk op dat van het beeld van Nebukadnezar slechts twee afmetingen genoemd worden: de hoogte was zestig el en de breedte zes el. De verhouding 10:1 wijst erop, dat het hier een beeld van abnormale proporties gold, terwijl ook daar sprake was van afschuwelijke afgoderij en gemeenschap met demonen (1 Cor.10:20).

Johannes gebruikt nu het getal zeshonderdzesenzestig om in de wetteloosheid nog een dimensie meer aan te duiden. Hier geen indirecte aanbidding van demonen door middel van afgoden, maar directe gemeenschap met de draak en het beest Apollyon, langs paranormale weg. De antichristelijke kerk is een spiritualistische gemeenschap. Haar contact gaat echter niet via zogenaamde afgestorvenen, maar de menselijke geest heeft rechtstreeks gemeenschap met de geest van de afgrond. Daarmee imiteert deze occulte bende de onmiddellijke gemeenschap van de geest van de mensen met Gods Heilige Geest. Zoals Gods Geest de mens maakt tot een heilige tempel waarin God woont, zo zal de geest van de antichrist (Apollyon), zich zetten in de tempel die God toebehoort, zichzelf manifesterende door tekens en wonderen, als zou hij een god zijn (Ez.28:12 en 2). Maar beiden, Apollyon én de antichrist zullen samen levend(!) in de vuurpoel worden geworpen, waarmee zij als eersten gestalte gaan geven aan de ‘buitenste duisternis’ en dat voor eeuwig en zonder einde (Matth.8:12; 22:13; 25:30; Op.19:20).