Wonderen in de hemel en tekens op de aarde

  • ‘En het zal zijn in de laatste dagen zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alles wat (voor God) leeft; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren en uw jongeren zullen gezichten zien en uw ouden zullen dromen begrijpen. Ja, over ieder die mij dient, man of vrouw, zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekens op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heer komt. En dan zal het gebeuren dat ieder die de naam van de Heer aanroept, gered zal worden’ (Hand.2:17-21).

Deze overbekende woorden spreken over de laatste dagen. De eerste vraag is: wanneer gaan deze laatste dagen in of zijn ze ondertussen al ingegaan? Stond Petrus aan het begin van de laatste dagen, is het onze tijd waarin de laatste dagen ingaan? Een eeuw geleden zeiden de Jehovah’s getuigen dat de laatste dagen toen waren ingegaan en de slag bij Armageddon zou plaatsvinden. Wij sluiten ons echter aan bij Petrus, die zei: ‘Dit is het, waarvan de profeet Joël gesproken heeft, het zal zijn in de laatste dagen’. Op dat moment gingen de laatste dagen in. Vanaf dat moment kwam God met zijn gedachten in het laatste stadium terecht.

God had nooit volkomen rechtvaardige mensen kunnen verwekken. Tot dan toe leefden de gelovigen allemaal onder de wet, met offers en waren ze door het geloof gedeeltelijk rechtvaardigen. Na de opstanding van Jezus Christus kan de mens door Zijn bloed volmaakt rechtvaardig worden. Men is  niet meer rechtvaardig door de werken van de wet – ‘doe dat en u zult leven’ – maar door het bloed van Christus is het nu: ‘Geloof en u zult leven.’ Door het sterven en de opstanding van Jezus Christus kan God gemeenschap hebben met opnieuw geboren christenen. In deze laatste dagen kan Jezus Christus de rechtvaardigen dopen met Gods Heilige Geest. Hij kan hen verder leiden en de geestelijke gaven geven, zodat zij kunnen groeien. Die laatste dagen zijn voor ons dus helemaal niet iets bijzonders.

Toen en nu ontvangt ieder die gelooft, schuldvergeving en de doop met Gods Heilige Geest. Die dagen zijn al heel lang aan de gang. Men hoeft niet meer, zoals in sommige pinkstergroepen gebeurde, met elkaar te bidden om de uitstorting van Gods Geest. Ze wachtten – door speciale, vaak nachtelijke bidstonden – met elkaar tot ze eindelijk eens gedoopt zouden worden met Heilige Geest. Maar God werkt zo niet: Ieder die bidt, ontvangt. En dan niet over een poosje, maar direct. Zo ontvangt ieder die gelooft en erom bidt de uitstorting van Gods Heilige Geest. In de laatste dagen gaat alles door het geloof in de Woorden van God: schuldvergeving, rechtvaardiging, doop met Heilige Geest, verdere groei in Gods Koninkrijk. Je groeit in je geloof, niet door inspanning, maar door te geloven in het Woord van God.

Gebonden

Geloofsgroei kan belet worden. Het kan zijn dat iemand, die gedoopt is met Gods Geest, ook nog de machten van de duisternis in zich heeft. Die demonen verhinderen de ontplooiing van de geestelijke mens. Zij zijn vijandig t.o.v. de Heilige Geest die is uitgestort. De Heilige Geest, als leraar van de gerechtigheid, wil de mens leren en zich laten ontwikkelen. Maar de nog gebonden mens luistert ook naar Satans demonen, zij proberen ook de mens iets te leren en zich te laten ontwikkelen, uiteraard in het negatieve. De apostel Paulus zegt: ‘Wij hebben lang genoeg naar die demonen geluisterd. Nu willen wij de Heilige Geest in ons laten komen, wij moeten de oude mens afleggen en afstand doen van ‘de geest die nu werkt in de kinderen van de ongehoorzaamheid’ (Ef.2:2). Als wij nog luisteren naar de machten van de duisternis, komt er niets terecht van het onderwijs van de Heilige Geest. Vergelijk het met kinderen die afgeremd worden, zich niet kunnen concentreren en daardoor moeite hebben met leren. Hun verstand en hun wil is wel goed, maar wij moeten zulke kinderen helpen, anders blijven ze geblokkeerd. Op dezelfde wijze werken ook de boze geesten: zij willen de mens afleiden van het onderwijs van Heilige Geest. Maar wij willen de boze in ons leven overwinnen, door Gods Woord en Zijn Geest.

Als gemeente van Jezus Christus willen wij zorgvuldig leven. Wij willen goed inzicht hebben in de werken van satan en die opruimen bij onszelf. Wij willen daarnaast voor anderen in de gemeente geen belemmering zijn, door slechte gewoonten en gedrag, denk bijvoorbeeld aan het roken of alcohol drinken. Mensen die van deze demonen zijn bevrijd, kunnen door (nog) gebonden broers en zusters weer gebonden raken. Veel mensen zijn innerlijk gebonden. Ze luisteren naar 2 inspirators. Wij willen dat die mensen bevrijd worden en dat ze leren de duivel te weerstaan aan de ingang van hun hart. God zegt tegen Kaïn:

  • ‘Hij staat buiten, als een belager aan de deur, hij wil bij je binnen dringen, je moet hem weerstaan. Het is donker als hij binnenkomt in je hart’.

Vallen ‘in de geest’

Het gebeurt vaak dat mensen die gedoopt willen worden met Gods Geest, maar nog gebonden zijn, op de grond vallen. Het schuim staat bij hen op de mond, ze kronkelen over de vloer en hun gezichten maken rare grimassen. Sommigen interpreteren dat als de werking van Gods Geest, maar het zijn de duistere geesten die in werking komen en naar buiten treden. Ze willen hun prooi niet kwijt en gaan machtiger en sterker te keer als ooit tevoren. Mensen die bijvoorbeeld niet bevrijd zijn van onreine geesten, vallen later terug in ernstige onreine zonden, erger dan voor die tijd. Dat de demonen in verzet komen, is een heel bekend verschijnsel. Toen Jezus in de synagoge kwam, kwamen ook daar de onreine geesten in verzet, zij wilden hun terrein niet prijsgeven. In Romeinen 7:9 zegt Paulus: ‘Toen het gebod kwam, begon de zonde in mij te leven’. Toen hij dus over de wet hoorde, begon hij juist te zondigen. Zo gaat het ook als de Heilige Geest in je hart wil komen. De Heilige Geest is de drager van Gods wetten, als je dus in Gods Geest gedoopt wilt worden en naar Gods wetten wil leven, gaan de demonen in je fel tekeer, feller dan ze ooit gedaan hebben. Als iemand daar geen inzicht in heeft, wordt hij nog meer gebonden.

Vroeger herkende men dat ‘vallen in de geest’ nog niet als werk van de demonen. Als een mens in een onterende situatie op de grond liggen, kan dat niet het werk zijn van de Heilige Geest, want van God komt nooit iets lelijks, onesthetisch. Wat God doet is mooi en harmonieus. Tegenwoordig vindt men dat vallen als iets sensationeels, komt het op Tv als iets heel geweldigs, zegt men: dat komt van God. Maar God wil mensen staande houden in de strijd en ze oprichten. De Heer zei tegen Johannes: Je moet niet bang zijn, sta op!  Er zijn door Jezus’ prediking nog nooit mensen op de grond gevallen. De boze geesten lieten wel mensen op de grond vallen, maar de Heer wil dat de mensen op hun voeten gaan staan. Vallen is een teken dat mensen zichzelf kwijt raken, dan is de duisternis de baas over hen. De Heer wil dat je jezelf blijft, Hij zegt zelfs: ‘De geesten van de profetie zijn aan de profeten onderworpen’. Dit gaat over mensen die in beslag zijn genomen door de Geest van God, dan nog moet je bij je positieven blijven. De Heer wil niet dat de mens zichzelf en zijn waardigheid verliest. In psalm 8 staat: ‘bijna goddelijk gemaakt’ en wij willen gelijkvormig worden aan het beeld van Jezus Christus.

Dwalingen liefhebben

Hoe zit het nu met mensen die valse leringen hebben, met mensen die de leugen liefhebben? Als die mensen geen goed fundament hebben (zelfs geen gedeelte daarvan) maar vasthouden aan dwalingen en gedoopt worden met Gods Geest, worden de dwalingen sterker dan ooit. Mensen in de gereformeerde kerk, die gedoopt worden met Gods Geest, worden b.v. heel fanatieke babybesprenkelaars. Katholieken vereren Maria nog meer dan tevoren. Deze mensen laten hun fundament van leugens niet los, daardoor kunnen zij niet vrij leven. Je kan dat allemaal terug lezen in bladen of op sites van de wereldraad van kerken. Door de doop in Gods Geest komt de Geest van de waarheid in je. Die Geest kan onmogelijk samenwerken met dwalingen en leugens. De geest van God wil de mens tot volle ontplooiing brengen, maar dat kan niet zolang mensen vasthouden aan dwalingen. Die ontplooiing komt alleen tot stand op basis van de gerechtigheid en de waarheid en niet op basis van ongerechtigheid en leugen.

Erfzonde of duivelswerk?

Als je vasthoudt aan de leugen van de erfzonde zal je nooit in God kunnen belijden dat je een zoon van God gaat worden. Met de erfzonde belijdt je dat je een kind van de satan bent, maar dan kun je nooit het zoonschap bereiken.

De uitverkiezingleer

Als je de leugen van de uitverkiezing vasthoudt, kun je niet opgroeien tot een kind van God. Want de god van de uitverkiezing heeft het voorbestemd dat mensen in het verderf worden gestort. Zo’n persoon blijft twijfelen of hij wel bij het volk van God hoort, of hij nu wel of niet gedoopt is met Gods geest. Er zijn genoeg voorbeelden van mensen die niet uitgroeien tot kinderen van God, omdat zij de leugens vasthouden. De Heilige Geest wil bouwen op het fundament, want op zand kun je niet bouwen. Er is een goed geestelijk huis nodig, gebouwd op een goed fundament. Het kan wel gebeuren dat er in charismatische bewegingen in talen wordt gesproken, de gave van de profetie kan daar wel functioneren, maar er vibreren andere zaken mee. De profetie is naar de mate van het geloof, zegt Paulus in Romeinen 12:6-8. Als iemand dus in dwalingen gelooft, dan is zijn profetie naar de mate van zijn geloof. Er wordt aan de lopende band geprofeteerd over Israël, over Brits-Israël, zo ook van een man uit het noorden van het land, die zegt: ‘De Heer heeft mij geroepen, ik ben een gezalfde dienstknecht, de Heer gaat wat groots door mij doen…’ maar dit zijn allemaal leugenprofetieën. Als een gebonden mens gaat profeteren, kan er wat uit God bij zijn, maar het meeste komt uit het rijk van de duisternis.

Hoe komen deze mensen tot het profeteren? Waarom krijgen zij altijd ’s nachts – zelfs op een heel specifiek tijdstip – een profetie? Waarom wijzen deze mensen zichzelf aan als profeet, prijzen zij zich zelf aan? In het geval van die man, hebben wij moeten constateren dat zijn familie vroeger bij de SS hoorde, zij voelen zich meer dan een ander, ‘edelgermanen’. Als nationaalsocialist vond hij dat hij een Übermensch was. Die macht, die geest werkte door in deze man, die overal luidkeels verkondigt dat hij een profeet is.

De Pinksterbeweging is pas in de vorige eeuw goed ontstaan. Wij moeten constateren dat de mensen daar totaal niet gegroeid zijn. Vroeger was het zelfs beter dan nu. Waarom is er geen geestelijke groei geweest? Omdat er geen goed fundament is gelegd in die beweging. Daarnaast zegt men daar ook dat een kind van God niet gebonden kan zijn. Dat is een hele grote dwaling. Als een kind van God niet gebonden kan zijn en wel gedoopt is met Gods Geest, dan kun je ook die boze geesten niet gaan bestrijden. Dan houdt men dus de demonen bij zich en in zich en kan men ondanks Gods Geest niet groeien in de geestelijke strijd. De pinksterbeweging leert iets wat mensen niet verder brengt, maar wat hen in het verderf stort. Men gelooft in de schuldvergeving, maar men wordt niet verlost van de geesten die hen elke dag in zonde doen vallen. Als er geen bevrijding plaats vindt, zal men nooit ontspannen voor de Heer kunnen leven en toegroeien naar het zoonschap. De mensen van de pinksterbeweging zijn dan wel uit de kerk gegaan, maar zij hebben alle dwalingen, met uitzondering van de babybesprenkeling, overgenomen: de erfzondeleer, de uitverkiezingsleer. Ook hebben ze er een aantal bijgenomen, zoals de Israëlleer. Je kunt niet op een aardse Israëlleer of andere leer bouwen, je gedachten moeten in de hemelse gewesten bezig zijn. Als je op de aarde gericht bent, richt je je ook op allerlei aardse activiteiten, maar je lijdt zo wel geestelijke armoede. Er is geen enkele geestelijke groei. De doop met Gods Heilige Geest brengt iets voort: 

  • ‘Ik zal wonderen geven in de hemel en tekens op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen’.

Wij zien dat in een aardsgerichte gemeente tekens voor komen, maar in een geestelijke gemeente komen wonderen voor. De tekens voor de aardsgerichte gemeente zijn bloed (teken van het natuurlijke leven). Men wordt aardser als nooit tevoren, men moet het hebben van de aardse dingen, zoals de muziek, het gebouw, de liturgie, de emoties. Het is onze taak om de mensen hiervoor de ogen te openen. Het gaat om de geest van de mens, i.p.v. al het aardse, willen wij hen leren wandelen in de hemelse gewesten. Dat is belangrijker dan alles wat er op het aardse vlak gebeurt, of het nu op politiek vlak is of in de hulpverlening, in ons land of in zgn. onderontwikkelde landen. Hou daarom niet vast aan de dwalingen, ga uit van haar, maak je los van die mensen, het is bloed. Ze zijn aards gebonden, ze houden de demonen vast. Die boze geesten beginnen te werken en ze concentreren zich in leugenmachten en dwalingen (dat is het vuur) en dat geeft een verstikkende rookwalm die de gemeenschap met God belemmert, zoals de duisternis die de zon in bloed doet veranderen (Op.8:7,8). De rookzuilen is het klimaat waarin de aardsgerichte, gebonden mens verkeert: de zon is niet meer zichtbaar, God is niet meer zichtbaar.

Angst

Vandaag de dag is er sprake van een radeloze angst onder de volken. En die angst legt men op de kinderen van God. Jehovah’s getuigen maken de mensen bang: het einde van de tijden is gekomen, als je niet bij onze organisatie hoort, ga je onder. Ze meten breeduit welke ellende men te wachten staat als ze niet gehoorzamen. Vanuit de kerk wordt hel en verdoemenis gepreekt, met de gedachte erachter dat mensen zich dan wel zullen bekeren. Of men stuurt een rondschrijven onder de titel: ‘Zweepslagen voor u’. Een profeet uit Den Haag stuurde me een bericht: ‘De maat is vol, bekeer u. Ik zal de kandelaar wegnemen uit de gemeente’. Ik zag een Amerikaans bericht met een afbeelding van Jezus’ terugkomst. Er komen allemaal mensen uit rijdende auto’s, allemaal witte kleren aan, zij worden opgenomen. De auto’s worden onbestuurbaar, ze knallen op elkaar. Mensen die niet worden opgenomen, komen verminkt uit de auto’s.

Zo zijn er veel mensen bang en zijn gevoelig voor de oudtestamentische manier van leven: je moet boete doen, je moet je massaal gaan bekeren, we hebben als volk een gemeenschappelijke schuld tegenover God. Zo houdt de duivel al die mensen in zijn greep door hun schuldbesef. Heel vaak wordt er gesproken over ‘we’: ‘We verdienen het niet, wij zijn slecht, wij moeten boete doen, we verkopen onze principes’. Maar God zij dank, wij horen niet bij die ‘we’. Wij verdienen het helemaal niet, wij zijn niet slecht en juist wij verkopen onze principes niet. Er zijn mensen die hun principes verkopen, zoals de leer door onderdompeling. Dat doen ze uit angst voor de familie en kerkenraad. Maar dat doen wij niet, wij houden onze principes vast en willen ervoor lijden. En als ‘we’ dan niet wakker liggen van de armoede in deze wereld, denken we aan Jezus die zegt: ‘Lig niet wakker van je zorgen, breng al je zorgen bij mij want Ik zorg voor jou’. Er is meer geloof nodig om te gaan slapen, dan om van je zorgen wakker te liggen.

Wij weten dat we direct naar de Heer kunnen gaan als we schulden hebben, als we fouten maken, wij hebben een voorspraak bij Hem. Wij willen de zonde niet en wij het goede doen. Wij gaan daarom niet gebukt onder een massaal schuldbesef. Wij stappen binnen in het binnenste heiligdom zonder besef van schuld (Hebr.10:22). Laat je dan geen schuld aanpraten. Je weet wanneer je fout bent, maar als er geen fout begaan is, moet je je niet laten aanklagen. De Bijbel zegt: ‘Noem geen zonde, wat geen zonde is’. Als ik me schuld laat aanpraten, kom ik in het klimaat van de satan, die zegt: ‘Jij staat bij mij genoteerd, jij hebt voor mij gewerkt, ik moet je uitbetalen’. Ik weiger dat de satan mij loon uitbetaalt, hij hoeft mij mijn ‘verdiende’ loon niet te geven, want ik heb geen schuld. Mijn schulden zijn door Jezus Christus’ bloed vergeven. Als ik mij schuld laat aanpraten, kom ik in de angst en als ik bang word, word ik weggevoerd naar het rijk van de duisternis. Dan zie ik het niet meer zitten en laat ik God los. Laat je dus geen angst opleggen. Angst hoort niet bij het koninkrijk der hemelen. Petrus zegt: ‘Wij zijn getrokken tot zijn heerlijkheid en macht’. Angst is een slechte raadgever die je in de duisternis brengt. Angst brengt je niet tot God. Wij weigeren om bang te worden in deze laatste dagen, want de Heer zegt: ‘Ik ga je helpen, Ik ga je redden, Ik ga je bevrijden. Sta op, wordt verlicht, want duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de volken, maar over u zal het licht opgaan’. Wij weten dat de Geest van God die in ons woont, sterker is dan de vijand.

Wij laten ons geen schuld aanpraten, geen angst aanjagen, door geen enkele eindtijdtheorie. Al die theorieën horen niet bij ons. Valse leringen jutten de mens op en hebben een schijn van vroomheid waarmee ze de uitverkorenen verleiden. Ze hebben geen enkele troost. ‘En zijn staart sleepte een derde deel van de sterren mee’. Het zijn de mensen die de geestelijke gaven hebben gesmaakt en vallen af, omdat ze zich in de aardse zaken gaan verliezen, ze maken zichzelf en anderen bang. Kinderen van God die in de geestelijke wereld leefden. Als de antichrist komt, dan komt hij uit ons. ‘Ze zijn van ons uitgegaan’ (1 Joh.2:19). De antichrist komt niet uit de Joden, islam of hindoeïsme, maar hij komt uit onze gemeenten. Wij leren over de hemelse gewesten, wij hebben kennis van de geestelijke wereld. Als er een grote zoon van God (dè antichrist) uit de hemel valt en de put van de afgrond opent, dan doet hij dat met de kennis van het koninkrijk der hemelen (Op.9:1,2). Dat heeft de duivel ook gedaan. Zijn val is zo ontzaglijk groot geweest, omdat hij een blinkende morgenster was, omdat hij naast God gezeten heeft. Hij gebruikt al zijn kennis die hij bij God opgedaan heeft om de mens te vernietigen. Daarom was zijn val zo groot. De antichrist is de gelijke van de duivel. De Bijbel zegt:

  • ‘Ze hebben het goede Woord van God genoten, de gave gesmaakt van de Heilige Geest en ze zijn tot afval gekomen’ (Hebr.6:4-6). Tegelijkertijd bouwen ze op een vals fundament, op een lering die niet uit God is.

Er is redding

Moeten we ze dan weer terug halen, als ze van ons zijn uitgegaan? Als mensen bij ons weggaan, zegt de Heer, dan moeten ze zichzelf bekeren, dat krijgen wij niet voor elkaar. Het is onmogelijk om mensen tot bekering te brengen. Ze kunnen wel zelf tot bekering komen. We kunnen wel mensen opzoeken en vasthouden die in de zonde zijn (terug) gevallen of mensen die de wereld lief hebben gekregen. Hen kan je wijzen op redding, genezing, bevrijding, maar mensen die een dwaling vasthouden en ‘nee’ gezegd hebben tegen de waarheid, zijn niet meer te overtuigen. Jezus zegt: omdat Ik de waarheid lief heb, willen ze me doden. Mensen die de waarheid niet meer willen horen, willen vermaakt worden, door spel, dansen, entertainment, show. Maar we moeten de waarheid van Gods woord brengen en liefhebben: ‘Leer hen onderhouden alles wat Ik u bevolen heb’. Dan zullen uw zonen en uw dochters profeteren, de jongeren zullen geleid worden door de Heilige Geest, de ouden zullen dromen begrijpen.’

Johannes was ook jong toen hij geweldige visioenen kreeg. Ouden zullen in de geestelijke wereld blij zijn door prachtige dromen. Niet door angstige dromen, zoals de Temaniet Elifaz: ‘een geest gleed langs mij en ik was bang’ (Job 4:12-21). Hij was in de macht van een vrome geest, die hem angst bracht. Job antwoordde: ‘Maar ik zal aan de gerechtigheid vasthouden’. En dat doen wij ook. Wij weten de weg die wij moeten gaan en laten ons niet opjutten.

Wij eindigen met het machtige beeld dat de Bijbel ons schildert: Een half uur stilte op aarde (Op.8:1,2). Wij mogen leven in een tijd van geestelijke rust. Op aarde gaat het kwaad wel door, maar wij mogen ons sterken naar de inwendige mens. Want als die demonen tot de allerhoogste activiteit komen, staan wij onbeweeglijk in de geestelijke strijd, ondanks het tumult rondom ons, ondanks de stormen en allerlei rampen. Wij blijven staan op het Woord van God. De Heer zegt: ‘Je komt niet om, Ik zal wonderen geven in de hemel, voor het volk wat in de hemel woont en wil wandelen zoals Jezus’.

  • ‘En het zal zijn, dat allen die de naam van de Heer aanroepen, behouden zullen worden’.