Sprekend – De draak

  • ‘Het had twee horens, als die van het Lam, maar het sprak als de draak.’

Dit artikel vindt zijn inspiratie in Openbaring 13:11. In dit laatste Bijbelboek wordt heel plastisch en tegelijkertijd ook heel dramatisch de verschijning en de zichtbaar wording van de antichrist beschreven. Elke Bijbellezer kent deze duistere figuur als de afschrikwekkende tegenpool van onze Verlosser. Johannes beschrijft dè mens van het verderf als het beest uit de aarde. Van dit beest worden twee opmerkelijke dingen gezegd, namelijk: ‘Het had twee horens, als die van het Lam, maar het sprak als de draak’ (vs.11). Het gaat in het vervolg van dit artikel niet om allerlei speculaties omtrent de komende antichrist, maar om de werkelijkheid van vandaag, de actualiteit. De apostel die de openbaring van Jezus Christus ontving, is ook de man die de eerste brief van Johannes schreef. Het is eigenlijk verbazingwekkend om in deze brief al te moeten lezen:

  • ‘Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de antichrist eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is’ (2:18).

De gelovigen van de 21e eeuw kunnen de eerste christenen benijden die nog heel dicht bij de bron stonden. Steeds weer komen zij voor de vraag te staan of een bepaalde lering of gewoonte een menselijke traditie is of bij de gedachten- en belevingswereld van de apostelen heeft gehoord. De beantwoording van zulke vragen leidt steeds weer tot grote meningsverschillen en tot het uit elkaar gaan van mensen, die door hun verlangen om Jezus Christus te volgen toch eigenlijk bij elkaar horen. Van begin af aan speelt Satan in deze problematiek een duistere rol. Het is duidelijk voor hem, dat als de kinderen van God werkelijk in elk opzicht een van geest geworden zijn, dat de definitieve ondergang van zijn rijk betekent. Vandaar dat hij alles op alles zet om verwarring te zaaien onder de volgelingen van het Lam. De apostel Johannes was als geen ander van dit gegeven doordrongen. Onderlinge geschillen, die de leer van het Koninkrijk der hemelen betreffen, rangschikt hij niet grootmoedig onder de noemer van ‘toegestane en geaccepteerde varianten’, maar die verwerpt hij vol afschuw als infiltraties van satan en zijn demonen. Daarom schrijft hij over:

  • ‘Zij zijn uit ons midden weggegaan, maar zij waren niet uit ons; want als zij uit ons geweest waren, dan zouden zij bij ons gebleven zijn. Maar het moest openbaar worden dat zij niet allen uit ons zijn’ (2:19).

Het is duidelijk dat deze woorden vragen oproepen in de trant van: ‘waar denken we bij veel aan?’ Hoe moeten we vandaag tegenover zo’n tekst staan? Is Johannes hier met een te emotionele uitspraak uit de bocht gevlogen? Dit laatste is echter absoluut niet waar.

‘Als die van het Lam’

De vele antichristen waarover Johannes schrijft, zullen ongetwijfeld de kenmerken hebben gedragen, die we in Openbaring 13:11 aantreffen. Deze zouden in onze eigen woorden kunnen luiden: ze leken op het Lam, maar ze spraken als de draak. Tussen haakjes kan nog opgemerkt worden, hoe ongecompliceerd de zaken toen nog lagen. Johannes als stokoude man kon altijd zeggen: ‘Ik weet hoe het zit, want heb ik niet zelf jarenlang met de Meester rondgetrokken en word ik niet getypeerd met de woorden: de leerling die Jezus liefhad?’ Hierdoor was Johannes zelf de maatstaf geworden en elke boodschap die niet met de zijne in de pas liep, was automatisch een foutieve en de brenger kon – als het de spuigaten uitliep – valse profeet of antichrist genoemd worden. Johannes ging zich niet te buiten aan emotionele scheldpartijen, maar hij hanteerde heel doelbewust een vaste regel die het hem mogelijk maakte op de juiste wijze te onderscheiden. Deze regel geeft hij aan ons, die vele eeuwen van hem gescheiden zijn, door. Wij zullen ons bij het gebruik maken van deze regel voorzichtig moeten op stellen, want welke geestelijke leider van onze generatie kan zich zomaar het gezag en de bevoegdheid van de apostel Johannes aanmeten? Genoemde regel vinden we in Openbaring 13:11. De valse christus, dat is de mens die zegt op te treden namens of in de plaats van Christus, zonder echter door Hem hiertoe aangesteld en geroepen te zijn, zal lijken op het Lam. Iets specifieker zegt de Bijbel:

‘Het had twee horens als die van het Lam’.

Deze beide horens wijzen op grote geestelijke gaven. Uit het tekstverband blijkt dat deze twee gaven profetie en het vermogen om wonderen te verrichten kunnen zijn. Deze beide gaven staan echter niet in dienste van het Koninkrijk van God en dienen daarom ook niet om herstel en groei in de zuchtende schepping te bewerken. Omdat er sprake is van anti-christus, zullen alle activiteiten echter in de naam van Jezus Christus gebeuren. Zouden deze knechten van de verwarring spreken in de naam van Boeddha of ene mo, dan zou de titel van de antichrist nergens op slaan.

Gezichtsbedrog

Hier begint nu de onzekerheid. Er zijn in onze christenheid talloze denominaties, richtingen en stromingen. Al hun volgelingen tooien zich terecht of ten onrechte met de naam van Christus. Het staat ieder vrij om te zeggen dat hij of zij namens de gekruisigde en opgestane Heer optreedt. Sommige denominaties beroepen zich daarbij dan ook nog op de geestelijke gaven, onder meer op profetie en wijzen vervolgens op de verhoring van bepaalde gebeden om hun optreden te rechtvaardigen. Wanneer men dan ook nog roemt op een wettisch leven, wordt het heel moeilijk om het kaf van het koren te scheiden. Het is belangrijk om vast te stellen, wat ‘als die van het Lam’ te maken heeft met onze zintuigen, met wat voor ogen is. Zo kan iemand de rol van christen spelen, zonder dat er sprake is van waarachtige verandering. Ieder die de jaren van onderscheiding bereikt heeft kent het begrip gezichtsbedrog. Afgaande op gegevens die vanuit de zichtbare wereld tot ons komen, die ons suggereren dat we met iets moois te maken hebben, concluderen we dat we iets goeds gevonden hebben. Later kan dan de teleurstelling volgen. Niet alles wat zich mooi en geestelijk voordoet, is dat ook in werkelijkheid. We vliegen er in omdat we maar voor een deel kunnen zien. Toch is er een uitweg in dit dilemma en die bestaat uit ons vermogen om te kunnen luisteren. Welke boodschap wordt er gebracht? Hier ligt één van de belangrijkste toetsstenen.

Hoe spreekt de draak?

Ieder spreekt naar zijn aard. De draak, beeld van satan, is een geweldenaar, die zichzelf hoog acht, God de Schepper in afgunst en jaloezie verworpen heeft en de mens, kroon van Gods schepping, minacht. Als hij spreekt, kan die minachting ten opzichte van de mens niet verborgen blijven. Altijd labelt hij de mens negatief en drukt hij zich geringschattend over de mens uit. Zo komen de uitspraken die handelen over de totale verdorvenheid van het menselijke geslacht en de nietigheid en onbetekenendheid van het menselijk leven voor zijn rekening. De mens is in zijn visie door en door zondig en alleen maar geschikt voor het eeuwige hellevuur. Alleen een bijna onmogelijk lijkende bekering kan de eeuwige verdoemenis afwenden. Satan weet dit allemaal heel goed, omdat hij de uitvinder van de zonde en de grote verleider en misleider van de van God vervreemde mens is. Als de mens dan tenslotte in zijn ellende een uitweg zoekt, komt satan met een beeld van God, dat ons de stuipen op het lijf jaagt. Dan komt de antichristelijke theologie op de proppen:

  • ‘Er is zo’n oneindig kwalitatief verschil tussen de heilige God en de verdorven mens, dat alleen een uiterste wilsinspanning de mens kan behouden.’ Vervolgens moet die mens zich een leven lang vernederen en proberen door een wettisch leven en steeds terugkerende schuldbelijdenissen bij God in een goed blaadje te komen. Op de achtergrond kunnen we dan begrippen beluisteren die spreken van de toorn en de wraak van God. Ooit van genade gehoord? Ooit van een blijde boodschap gehoord? ‘Jawel, maar dat gaat zomaar niet, daar moet heel wat voor gedaan worden!’

Satan pleit zich vrij

Wie het bovenstaande begrepen heeft, zal wel inzien, dat satan buitenspel blijft. De mens is slecht en hij mag daarom niet wijzen op de demonen die hem misleid hebben. Zo wordt de antichristelijke leraar ook nog de advocaat van de duivel. Vrome taal kan ook vandaag nog net als in de dagen van Johannes het volk van God in grote verwarring brengen. Hierachter zit de tactiek van de geestelijke vijand, die wil verhinderen dat het doel van God met de mens bereikt wordt. Het gaat immers om de volwassen zonen van God. Deze leven in een open en vrijmoedige liefdesrelatie met hun hemelse Vader. Het zijn geesten van verwerping, demonische geesten, die maken dat gelovigen aarzelend en bang tot hun hemelse Vader naderen. Het zijn ook deze geesten die de mannelijke volwassenheid blokkeren en de geestelijke mens in de weg staan in de groei naar het evenbeeld van Gods Zoon.

Het Lam spreekt

De stem van het Lam van God, van de Geest van God, wordt gehoord door de geest van de mens. De geestelijke mens oriënteert zich op deze stem. In deze stem valt niets gewelddadigs te beluisteren. Integendeel, we horen over liefde, waarheid, gerechtigheid en aanvaarding. Deze begrippen zijn verbonden met beloften voor hen die het Lam volgen. Het is duidelijk dat er geloof nodig is om de vervulling van de beloften te kunnen zien. Soms moeten we wel eens wat langer wachten dan ons lief is. Dit is niet de wil van God, maar ligt óf aan onze eigen geestelijke groei, óf aan het niveau van het geestelijke leven in het algemeen, misschien wel wereldwijd gezien. Wanneer dit het geval is, ligt de verzoeking heel dichtbij om te grijpen naar een lager niveau, namelijk niet naar dat van de geest, maar naar dat van de ziel. Satan speelt hier al eeuwenlang op in, maar vooral in onze tijd. Zijn niet immers juist in de vorige generatie de ogen van veel christenen opengegaan voor al die fantastische beloften van God. Wat wist men daarvoor over de geestelijke gaven, over genezingen en over een schepping die met reikhalzend verlangen uit zou zien naar het openbaar worden van de zonen van God? 

Toch moet vastgesteld worden, dat voor velen dit alles nog theorie is. Nu dreigt dus het gevaar – en nog meer dan vroeger – dat mensen de beloften gaan loslaten en gaan grijpen naar dingen die ze door eigen scherpzinnigheid, kracht en wilsinspanning kunnen realiseren. Hierdoor komen ze op een ander, lager niveau terecht, dat van het zielenleven. Dit niveau is weer verbonden met dat van de zintuigen. Wat ik zie, voel of ervaar, wordt uitermate belangrijk. Zo komen we weer terug op het eerder genoemde terrein van gezichtsbedrog. De machten van de duisternis zeggen: wil je wat zien of voelen of ervaren?

Johannes waarschuwt ons en wijst op de visuele gelijkenis tussen het beest uit de aarde en het Lam. Overigens kan opgemerkt worden, dat voor een geestelijk mens deze gelijkenis doorzichtig is, een povere imitatie van de macht en de heerlijkheid van het Lam. De stem van het Lam is ‘mensvriendelijk’, stimulerend, troostend en brengt de hoorder tot het eeuwige leven. Het spreken van het Lam is een uitnodigend spreken. Het nodigt de mens uit om een onderdaan van het Koninkrijk van God te worden en deel te krijgen aan de beloften van God.

Het spreken van het Lam is ook een overwinnend spreken. De Geest van God inspireert tot het uitspreken van geestelijke boodschappen die beogen een overwinnaarsvolk te voorschijn te brengen. Een volk in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, zodat wij daarin zouden wandelen. Een volk, dat wandelt in de voetstappen van Jezus en het ware evangelie niet alleen in theorie kent, maar boven alles weet heeft van de geweldige uitwerking ervan in het leven van de kinderen van God.