Opgetekend in de hemel

Het terrein van de strijd

De Mensenzoon is in deze wereld geopenbaard met het doel de werken van de duivel te verbreken (1 Joh.3:8). De Bijbel vertelt ons dat Hij dit deed door zijn vergevend, reinigend, verlossend, genezend en heiligend werk in het leven van degenen die redding bij Hem zochten. Allen, dat betekent dus niemand uitgezonderd, die door de duivel overweldigd waren, werden door Hem vrij gemaakt. ‘Want God was met Hem’, voegt de Schrift eraan toe. Het geheim van Jezus’ kracht lag in de ononderbroken verbinding die Hij met de Vader had. Wat Hij de Vader zag doen, deed Hij op dezelfde wijze. Wat Hij van de Vader hoorde, sprak Hij. Daarom kon Hij zeggen tijdens zijn aardse rondwandeling ‘De Mensenzoon die in de hemel IS’ (Joh.3:13).

Het leven van Jezus was niet van deze aarde, noch zijn Koningschap, zijn kracht, zijn wijsheid en zijn eer. Als Jezus naar de hemel vaart, is het een terugkeer naar de plaats die Hij in de diepste zin nooit verlaten had, dan alleen het ogenblik dat Hij zonde voor ons werd en van de Vader verlaten was. De bange vrees van de demonen voor Jezus berustte op het feit, dat zij in Hem de Zoon van de allerhoogste God zagen. In Hem zagen zij het hemelse licht dat de duisternis verdrijft, de hemelse glorie die geen zonde, ziekte of enige andere geschondenheid dulden kan, dan alleen van hen die bij Hem redding én genezing zochten en ook vonden. De strijd die Hij te voeren had was niet van deze aarde, anders zouden zijn dienstknechten voor Hem gestreden hebben. De strijd ging tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (Ef.6:12).

Een oorlog gaat altijd ergens om. Men strijdt om land te winnen, om machtsuitbreiding, of om vermeerdering van rijkdom, of afwerping van een juk. In deze strijd die vanaf het begin gevoerd werd, gaat het niet om de duivel en zijn aanhang, niet om de engelen in de hemel, want hun staat is onveranderlijk; maar het gaat om de mens! Deze strijd tegen de boze geesten in de hemelse gewesten gaat om de mens weer te brengen in de gemeenschap met de Schepper. Gods plan is een mensheid, geschapen naar zijn beeld, in ware heiligheid en rechtvaardigheid, in kracht en gezondheid, als koning en priester in zijn schepping. Het gaat er in deze gigantische worsteling om dat de mens weer gelijkvormig zal worden aan het beeld van de Zoon, die zelf weer het uitgedrukte beeld is van Gods zelfstandigheid. Geen moeite was te zwaar en geen offer te groot voor onze Verlosser om dit doel te verwezenlijken. Om die vreugde die vóór Hem was, heeft Hij het kruis gedragen en de schande veracht. Jezus ontmoette de tegenstander op het terrein van de strijd, dat is in de hemelse gewesten. Hij drong daar binnen in het huis van de sterke om hem zijn schatten te ontroven en deze te brengen in zijn Koninkrijk. Hij viel de vijand rechtstreeks aan en sprak:

  • ‘Als ik door de Geest van God de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God over u gekomen’ (Matth.12:28).

Ook wij op hetzelfde terrein

Natuurlijk bedoelt de Verlosser niet zijn leerlingen te weerhouden boze geesten uit te werpen. Wat Hij deed om het rijk van de duisternis te verstoren, mogen zij ook doen. Jezus tempert hier geenszins hun vreugde, maar Hij voert deze tot een climax. Immers duivelen uitwerpen is een deel van de grote opdracht voor allen die geloven (Marcus 16:17). Als Filippus in Samaria de onreine geesten met grote kracht uitwerpt, geeft dit aanleiding tot grote blijdschap en het resultaat was dat velen tot de Heer kwamen. Maar de Heer bedoelt, dat de vreugde van de christen niet ligt in het resultaat dat hij bereikt door de naam van de Heer te gebruiken, maar in het feit dat hij zelf burger is van het Koninkrijk der hemelen (Fil.3:20). Door de nieuwe geboorte is hij overgeplaatst in het Koninkrijk van Gods geliefde Zoon. Zijn wandel is voortaan in de hemel. Daar wordt zijn erfenis voor hem bewaard en daar kan hij al de beloften en toezeggingen in ontvangst nemen. Daar ontvangt hij het witte kleed van de gerechtigheid door het bloed van het Lam. Daar mag hij ook aan de overheden en de demonen in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid van God bekend maken. Daar mag hij de liefde van Christus leren kennen en loven:

  • ‘De ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen en voor allen in het licht te stellen hoe het mysterie dat in alle eeuwen verborgen was in God, de Schepper van alles, werkelijkheid wordt. Zo zal nu door de gemeente de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelse gewesten’ (Ef.3:8-10).

In de hemelse gewesten bereidt de gelovige zich ook voor op de strijd. Hij ontvangt de volle wapenuitrusting van God om te kunnen standhouden tegen de verleidingen van de satan. Maar hij wil ook toegerust worden tot de strijd om het land van de vijand voet voor voet te herwinnen in de kracht van God om dan ook het land te bewerken als medewerker van Christus. Zoals het volk Israël door het geloof onder Jozua het land Kanaän binnentrok, het reinigen moest van vijanden, de grond in bezit nemen en bewerken om een rijke oogst binnen te halen, zo zet Gods kind de voet in het geloof onder leiding van Jezus in de hemelse gewesten. Daar ligt zijn werk, zijn blijdschap en zijn strijd. ‘Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn.’ Als onze namen opgetekend zijn in de hemel, staan zij in het Levensboek van het Lam van God. Dit betekent dat het Koninkrijk van God over ons gekomen is. Het wil zeggen dat wij gemeenschap hebben met het leven en niet met de dood. Leven is contact met God en dood is contact met de duivel. Wij weten dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven. Zelfs het aardse sterven kan dit leven niet vernietigen.

Het is onmogelijk dat een kind van God bij het sterven weggedaan zou kunnen worden uit het Levensboek. Leven is het afstoten van zonde, ziekte en dood. Slechts degenen die het eeuwige evangelie aanvaarden begrijpen iets van deze jubel: ‘Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het levensboek’ (Openb.3:4). Wee hem die in deze strijd zijn wapenrusting die hij van God in Christus ontvangen heeft, geheel of gedeeltelijk aflegt en voor de verleidingen van de satan bezwijkt en zo onder komt te liggen.

De geesten aan ons onderworpen

De strijd tegen de zonde en ziekte is er een in de hemelse gewesten. Dit zijn de wapens die de duivel gebruikt om de mens aan te vallen. De ziekte om zijn leven te bemoeilijken, de zonde om hem daadwerkelijk te scheiden van God. De satan weet welke grote plannen God met de mens heeft. Daarom haat hij de mens en wil ten koste van iedere prijs verhinderen dat deze de hemelse gewesten betreedt en gemeenschap heeft met de Almachtige. Hij wil hem kluisteren aan de aarde en bevecht zijn geloof in het werk van God en Jezus Christus en in de leiding van Heilige Geest. De satan en zijn demonen gaan dag aan dag rond om het verlossende en heiligende werk van Christus tegen te staan. Als overste van deze wereld probeert hij steeds de mensen in zijn macht te houden en zelfs indien mogelijk, niet alleen tussen hen maar ook in hen een volkomen heerschappij te voeren en hen naar lichaam, ziel en geest te schenden en te binden. Maar de Heer heeft daarin voorzien. Aan de gelovigen, zijn kinderen, heeft Hij macht gegeven deze geesten niet alleen te bestrijden, maar ook te overwinnen. Hij zelf heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoon gesteld en zo over hen gezegevierd (Col.2:15). Zijn voetstappen drukkende mogen nu ook de opnieuw geboren en Geestvervulde christenen met gezag optreden tegen de machten van de duisternis, de boze geesten uitwerpen, op zieken de handen leggen en gebondenen bevrijden. Als de zeventig die uitgezonden werden, mogen zij staande in het geloof ervaren, dat de boze geesten hun onderworpen zijn.

Wij leven in de tijd dat alle dingen in vervulling gaan. De woorden van God komen in hun volheid nu tot hun recht. Het is een voorrecht in onze dagen te leven. Want de oogsttijd is gekomen. Jezus zegt in hetzelfde hoofdstuk: ‘De oogst is groot’. De oogst is de tijd dat alles rijp wordt. De tijd dat op de velden het goudgele graan te zien is, dat gerijpt werd door de late regen en de zon van Gods liefde en kracht. Rijpheid en oogst voeren ons tot volle verlossing. Wij leren dan Gods wil ‘verstaan en dat is het volkomene’ (Rom.12:2). Volkomen verlossing en volkomen vergeving en volkomen genezing. Zegevierend komt de gemeente van God uit deze strijd. Het Koninkrijk van God is over ons gekomen. Wij rekenen niet meer met aardse overwegingen en met wat onze zintuigen waarnemen, met de occulte demonen van zonde en ziekte, want wij zijn burgers van een hemels Koninkrijk. Daar ligt de overwinning.

Wij zijn niet dood in zonden en misdaden, maar als de boeken geopend worden, staan wij geschreven in het Levensboek. Daarom verheugen wij ons. Vanuit onze hemelse positie binden en verdrijven wij de satanische machten en als resultaat zien wij op deze aarde de bevrijde en genezen mensen. Het gaat soms met zoeken, tasten en aarzelen gepaard, maar geleid door Gods Heilige Geest en de beloften van de laatste dagen zullen wij ook hierin voortgaan van kracht tot kracht en van heerlijkheid tot heerlijkheid. Zo zullen de kinderen van God, voorgegaan en bekrachtigd door hun Heer, strijden tot het gezicht van Christus in vervulling gaat: ‘Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen!’ Dan zal het ogenblik zijn dat Hij alle vijanden onder zijn voeten onderworpen heeft. Dan zal ook de dood verslonden worden in de overwinning en Jezus’ gemeente gaat in de hemelse gewesten geheel los van deze aarde en met een onsterfelijk lichaam haar bruidegom tegemoet!