Noach vervloekt Kanaän

Gustave Doré (1832-1883) Gravure – 1865

  • ‘En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, Cham en Jafeth; Cham is de vader van Kanaän. Deze drie waren de zonen van Noach; en uit hen is heel de aarde bevolkt. En Noach werd landbouwer en plantte een wijngaard. Hij dronk van de wijn en werd dronken; en hij ontkleedde zich midden in zijn tent. En Cham, de vader van Kanaän, zag de naaktheid van zijn vader en vertelde het (meldde of maakte het wereldkundig, K. Goverts, Bussum 1989) aan zijn beide broers buiten. Toen namen Sem en Jafeth een kleed, legden het op hun beider schouders, liepen achteruit en bedekten de naaktheid van hun vader, met het gezicht afgewend, zodat zij de naaktheid van hun vader niet zagen. Toen ontwaakte Noach uit zijn roes en kwam hij te weten wat zijn jongste zoon hem aangedaan had. Hij zei: Vervloekt is Kanaän! Laat hij voor zijn broers een dienaar van dienaren zijn! Ook zei hij: Gezegend is de Heer, de God van Sem! Laat Kanaän een dienaar voor hem zijn! Laat God Jafeth uitbreiden en laat hij in de tenten van Sem wonen! En laat Kanaän voor hem een dienaar zijn!’ (Gen.9:18-27).

Dit tekstgedeelte is over het algemeen wel bekend, maar kennen we het hierna volgende tekstgedeelte ook? Dit deel wordt meestal ook wel gelezen, maar zonder erover na te denken. Toch geeft zo’n geslachtsregister bijzondere informatie:

  • ‘En de zonen van Cham waren Kus, Mizraïm, Put en Kanaän … En Kus verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op de aarde; hij was een geweldig jager voor het aangezicht van de Heer; daarom zegt men: Een geweldig jager voor het aangezicht van de Heer als Nimrod. En het begin van zijn koninkrijk was Babel’ (Gen.10:6,8-10a; Op.18:1-14).

Mozes heeft ons geweldige geheimenissen geopenbaard. Opgegroeid aan het hof van de Farao, is hij onderwezen in talrijke zaken, zoals meet- en aardrijkskunde, de wetten van Hamurabi, astrologie en nog veel meer informatie wat voor het gewone volk niet toegankelijk was. Verre reizen naar o.a. de rivieren in Mesopotamië (het oude paradijs – Gen.2:10-18) was normaal bij de opvoeding voor prinsen aan het hof van Farao. Hij is ook de grootste profeet uit het Oude Testament, omdat hij met God van aangezicht tot aangezicht gesproken heeft, zoals vrienden met elkaar spreken. Petrus zegt dat de profeten, ook Mozes, over de voor ons bestemde genade hebben gesproken (1 Petr.1:10-12). Zo heeft dit verhaal over Noach en zijn nageslacht ons nog veel te zeggen.

Nimrod

Nimrod was een kleinzoon van Cham, zoals Rome dit vandaag geestelijk is. Hij was een geweldige jager. Het doet ons wat vreemd aan dat dit vermeld wordt in de geslachtsregister. Wat zou God daar nou aan hebben? Er staat nog bij vermeld dat hij een jager was voor het aangezicht van de Heer. Zou God blij met deze jager zijn, die zoveel dieren heeft gedood? Calvijn verklaart dat Nimrod boven alles en iedereen uit wou steken. De Septuagint (de Griekse Bijbel) zegt: ‘Hij was een geweldig jager tegenover de Kurios’. Kurios is de naam van Jezus Christus, de Heer. Nimrod was dus een vijand van de Kurios. De betekenis van de naam Nimrod is: ‘oproerling, opstandeling, rebel’. Nimrod heeft verschillende steden gebouwd, o.a. Ninevé, het zijn allemaal steden die als God vijandig te boek staan. Bij het stichten van de stad Babel zegt Nimrod: ‘Laat ons een toren bouwen, zodat wij een naam hebben’.

Nebopolasser, vader van Nebukadnezar:

  • ‘Marduk, de heer, beval mij ten aanzien van Etemenanki, de trappentoren van Babylon, die voor mijn tijd was vervallen en tot puinhopen was geworden, zijn fundamenten in de schoot van de onderwereld te bevestigen en zijn top aan de hemel gelijk te maken. Alle volken van de talrijke natiën dwong ik tot de arbeid aan het bouwwerk van Etemenanki. De verheven woning van Marduk, mijn heer, bracht ik aan zijn top.’

Het woord ‘naam’ is in het Hebreeuws Shem, dat betekent ‘een geweldige naam’, ook wel vertaald met ‘monument’. De Aramese Bijbel, de Targoem, zegt:

  • ‘Nimrod werd een machtig man in de zonde, een moordenaar van onschuldigen en een rebel voor God’. De Transcriptievertaling zegt: ‘Nimrod begon een geweldenaar op aarde te zijn’.

Door deze uitleggingen begrijpen we wat het woord ‘jagen’ betekent. Het is niet een onschuldig jagen, maar het ziet op onderdrukken en vervolgen. Nimrod jaagde op mensen. 1 Kronieken 1:10 zegt: ‘Hij was de machtigste man op aarde’. Nimrod was de eerste dictator, de eerste tiran die over het leven van de mensen beschikte en niets en niemand ontzag. Nimrod was een gewelddadige veroveraar, een wereldbeheerser. Dit alles vindt op zo’n 100 jaar na de zondvloed plaats. Zo snel zijn de omstandigheden al veranderd. Nimrod was de eerste die de aarde onder zijn heerschappij had.

Nu was dat land nog niet zo dicht bevolkt, men schat dat er zo’n 30.000 mensen leefden in het land Sinear, maar Nimrod was als het ware de tweede Lamech. Lamech was ook een geweldenaar, hij zei: ‘Ik sla een jongen dood om een wond, Lamech zal zevenmaal gewroken worden’. In de onzienlijke wereld werd Nimrod voortgedreven, want hij heeft die toren laten bouwen, de toren waarvan gezegd wordt dat ‘de fundamenten stonden in de schoot van de onderwereld en de top reikte tot in de hemel’. Nimrod ging via spiritistische seances vanuit het dodenrijk, vanuit de schoot van de onderwereld het koninkrijk der hemelen binnen. Openbaring 13 beschrijft eenzelfde gebeurtenis, wanneer het beest uit de zee vanuit de schoot van de onderwereld, de zee omhoog komt. Dit beest, de Abaddon of Apollyon, vaart in de antichrist, het beest uit de aarde. Samen willen ze het koninkrijk van God binnendringen.

De geweldenaar

Deze man had nooit genoeg, hij had niet genoeg aan zijn opperheerschappij op aarde. Hij wil ook heerschappij hebben in de hemelse gewesten. Maar het koninkrijk der hemelen is alleen geopend voor hen die de weg van Jezus Christus gaan. Want Jezus Christus is de weg, de poort, de deur en niemand kan in dat koninkrijk komen dan door Hem. Ook de onbekeerde Joden in het land Israël, niet. Nimrod had moeten wachten, maar een geweldenaar kan niet wachten. Daarom dingt Nimrod met geweld het koninkrijk der hemelen binnen. Nimrod heeft contact gelegd met die demonen waarvan Paulus zegt dat wij op staatkundig gebied een strijd hebben tegen de wereldbeheersers van deze eeuw (Ef.6), de duivelse legers die overheden beïnvloeden. De overheden vertegenwoordigen de wereldgeesten (die sporadisch nog het goede zoeken), maar achter hen staat een leger demonen die mensen opjutten. Ook al zouden ze het goede nog willen; ze worden toch geïnspireerd door de wereldbeheersers, de kosmokratopas. In Daniëls tijd was het de vorst van Perzië, die de koning van Perzië opjaagt om de joden te doden. Daniël had een grote vorst uit het leger van God, Michaël, die de wereldbeheersers kon bedwingen (Daniël 10:10-14; vergelijk Openbaring 12:7).

Type van de antichrist

Nimrod is de eerste van de wereldbeheersers van de duisternis. Hij zit in de toren, de tempel van Babel en wil naar de macht grijpen in hemel en aarde. Hij is het type van de antichrist, die de mensen tot eenheid brengt, die ook de geestelijke wereld tot eenheid brengt. De Bijbel spreekt in dat verband over de tien koningen, die één van zin zijn en allen gewillig zijn om de antichrist te volgen. Het verschil tussen Nimrod, het type van de antichrist en de antichrist uit Openbaring 13 is dat God het Nimrod belet heeft om het koninkrijk binnen te dringen. Als het beest uit de zee zich verenigt met het beest uit de aarde, houdt God dat niet meer tegen, omdat op dat moment de zonen van God sterk genoeg zijn om te strijden. Deze zonen van God zullen de slag bij Armageddon in de hemelse gewesten winnen. Nimrod is een typische koning van Babel. De koning van Babel is in Jesaja 14 zelfs het type van de duivel:

  • ‘Hoe ben je uit de hemel neergestort, morgenster, zoon van de dageraad! Daar lig je, neer gesmakt in de onderwereld, overwinnaar van de volken. Maar nu ben je in het dodenrijk geworpen, in het diepst van de afgrond’.

Zo was Nimrod ook. De geslachtsregisters moeten we zorgvuldig lezen, ze spreken over de voor ons bestemde genade. Ze laten zien hoe wij als zonen van God zullen strijden tegen de wereldbeheersers van deze eeuw. En we zullen overwinnen. God stelt ons niet aan als jagers, maar als herders. En Jezus is de opperherder, de grote Herder van de schapen (Hebr.13:20). Nimrod was een vervloekte, prijsgegeven aan de machten van de duisternis. Zijn zonde is dat hij het kwaad opgezocht heeft en in de wereld heeft gebracht. Door Nimrod zijn de wereldbeheersers binnengekomen en te zien aan de wereldrampen vandaag, heeft hij steeds meer aanhangers die hem graag willen volgen. Nimrod neemt de taal van de demonen over. Het is opvallend dat dit in het geslachtsregister vermeld wordt (Gen.10:5). De taal van de boze geesten werd geabsorbeerd in de oorspronkelijke taal van mensen. Als tegenhanger kunnen wij zeggen dat ons spreken in nieuwe talen in dienst staat van God. Zoals de antichrist zich in de tempel zet (2 Thess.2), zit Nimrod ook in de tempel. De antichrist verleidt velen, zelfs onder de zonen van God doet hij zijn ondermijnend werk. Hij komt voort uit de gemeente van Jezus Christus en hij zal de gemeente ten dele verontreinigen. De antichrist is net als Nimrod een jager tegenover de Kurios, Jezus Christus. Hij is nog gewelddadiger dan Nimrod, je kunt niet meer kopen of verkopen als je zijn teken niet op je voorhoofd en handen hebt. Als je zijn denken en handelen niet hebt overgenomen, zal hij je te doden.

Noach

Door zo’n geslachtsregister wil God ons openbaren wat ons te wachten staat en dat de antichrist zal opstaan. Hij wil ons duidelijk maken dat we ervoor moeten zorgen dat we, net als Noach, in die ark komen. Noach was een geweldige profeet. We moeten niet slecht over hem denken. In Gen.6:9 staat dat hij onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijke man was. Hij leefde met God, dat was zijn Inspirator, anders zou hij niet honderden jaren lang de ark kunnen bouwen. Noach werd van dag tot dag geleid om door te zetten, ondanks alle lasten en bespottingen van zijn omgeving. Noach was een man van God, hij wandelde met God, hij had genade gevonden in de ogen van God. Als Noach uit de ark komt, sluit God een verbond met Noach. Het is een teken van het eeuwig verbond: de regenboog. De kleuren van de boog zijn het teken van de volkenwereld, die zal God nooit loslaten:

  • ‘Dit is Mij als in de dagen van Noach: zoals Ik gezworen heb, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen, zo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer toornig op u zal zijn noch u zal dreigen. Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de Heer’ (Jes.54:9,10).

De regenboog van het oude verbond

God is goed, want Hij zal zijn genade uitstorten over de hele wereld, Hij wordt de God van de hele aarde genoemd worden. Vandaar zoveel kleuren in de regenboog. Moeten we die regenboog nu op de voorruit van de auto plakken en daarmee over ’s Heren wegen rijden? Heel veel mensen weten niet dat dit de regenboog is van het oude verbond, maar er is in het nieuwe testament ook sprake van een regenboog en dat is een andere:

  • ‘En zie, er stond een troon in de hemel en op de troon zat Iemand. En Hij Die daar zat, zag eruit als de stenen diamant en sardius. En er was een regenboog rondom de troon, die eruit zag als een smaragd’ (Op.4:2,3).

De smaragd is groen van kleur, deze regenboog heeft dus maar één kleur. Groen is het beeld van het leven, het gaat om het verbond van het leven: de Levensboom en de bladeren van de Levensboom. Alles wat leeft in de natuur is of heeft groen. Wij willen het geboomte van de Levensboom zijn. Wij zijn net als die ene kleur, dat ene volk van God, verzameld uit alle volken, maar we zijn in eenheid een nieuwe schepping, de zonen van God. Zo’n sticker is dus eigenlijk oudtestamentisch.

Noach is een grote profeet, want hij openbaart ons Gods plan. Ook al zal hij niet altijd helemaal nuchter zijn, toch ontvouwt hij Gods plan. De aanleiding is verschrikkelijk, want Noach bedrinkt zich. Waarschijnlijk is hij ertoe verleid van buitenaf, want een onberispelijk man bedrinkt zich niet. Spreuken 23 zegt: ‘Als iemand zich bedrinkt, zien zijn ogen vreemde dingen en zijn hart spreekt wartaal. Dan is hij iemand, die in het hart van de zee ligt, die op het uiteinde van een ra ligt’. Noach ligt op het uiteinde van een ra, een mast van een schip. Hij heeft schipbreuk geleden en houdt zich vast aan een stuk hout om zich drijvende te houden. Opgejut door de golven heeft hij zich vastgehouden als één die op een ra ligt. Zijn geest werd bedwelmd, er kwam een sluier over hem, hij deed dingen die hij nooit gedaan zou hebben: hij lag daar naakt op de grond. In de Bijbel wordt tegen deze zonde gewaarschuwd, Paulus noemt het een zonde waarmee men zijn lichaam onteert. Cham onteerde het lichaam van zijn vader. Dit onteren kan alleen maar in de geestelijke wereld. In de natuurlijke wereld is een naakt lichaam een naakt lichaam, maar het geestelijk onteren door Cham was voor Noach het ergste.

De onberispelijk man, Noach, lag in zijn tent, toen Cham binnenkwam. Cham bezat een geest, die hem ophitste (Cham = heet). Hij wordt erdoor geprikkeld, zijn fantasie begint een loop met hem te nemen. Cham wordt geïnspireerd door het rijk van de duisternis. Als hij die geest van onreinheid niet had gehad, had hij zich omgedraaid en was weggegaan. Hij zou er met niemand over gesproken hebben, maar nu loopt hij naar zijn broers en vertelt wat hij gezien heeft (hij meldde het; maakte het wereldkundig – K. Goverts, Bussum 1989). Hij zal zijn vader wel bespottelijk gemaakt hebben, zo’n onberispelijk iemand die nu toch echt wel de fout is in gegaan. Mogelijk is hij de eerste in zijn familie die schuine moppen vertelt, zo’n geest zal doorwerken in zijn nageslacht. Cham is schaamteloos, hij is oversekst. Als je zelf zulke gedachten hebt, wil je dat afkappen en niet toestaan in je hemel. Dan handel je net zoals de andere zonen, Sem en Jafeth. Noach onteerde zijn lichaam, hij zal achteraf wel spijt gehad hebben van zijn dronkenschap. Cham onteerde zijn vader. Wie Noach onteert, onteert de naam van God met wie Noach nauw contact heeft. Hij is respectloos ten opzichte van zijn vader en daardoor respectloos ten opzichte van God. Het ene houdt verband met het andere. In Cham zit al dat rebelse, dat duivelse wat terug te vinden is in Nimrod. De machten in het nageslacht hebben zwaar gewerkt.

Kanaän

Noach ontwaakt. Het is merkwaardig dat hij zijn kleinzoon, Kanaän vervloekt. Kanaän is de vierde zoon van Cham. Waarom doet Noach dat? Ezechiël zegt toch dat een zoon niet zal lijden onder de ongerechtigheid van zijn vader, dat is toch een regel in het koninkrijk van God? Noach vervloekt Kanaän omdat, na het uitslapen van zijn roes, de Geest van God in Noach begint te werken. Hij ziet wat er in de toekomst gaat gebeuren, hoe de zonen van Kanaän geleid zullen worden door Satans demonen. De naam Kanaän doet denken aan het beloofde land. God had aan Abraham beloofd dat Hij hem het land Kanaän zou geven. Toen God de volken van elkaar scheidde (denk aan Babel) en de volken hun plaats aan wees, heeft Hij dat gedaan naar het aantal van de zonen van Jacob. Jacob is toen Gods eigendom geworden, het toegemeten deel aan God (Deut.32). God had dus het land Kanaän voor zijn volk gereserveerd. Dit plan van God staat beschreven in Romeinen 9:26:

  • ‘En het zal gebeuren op de plaatse, waar [tot hen] gezegd was: u bent mijn volk niet, daar zullen zij genoemd worden: zonen van de levende God’. Hier is sprake van een samenkomst met de engelen, de vorsten, zoals Hij ook samenkwam in de tijd van Job (Job 1:6; 38:7).

In de tijd van Job meldde de satan dat de aarde in rust was, m.a.w. er is geen tegenstand. Rust is een gevaarlijke situatie, als het evangelie van Jezus Christus wordt gebracht, komt de aarde in opstand. Jezus had dat zelf gezegd: ‘Ik ben gekomen om vuur te werpen’. Dan gaat de duivel rond als een briesende leeuw onder ons, kinderen van God. Wij moeten daarom waakzaam zijn en ons opstellen in de hemelse gewesten. Jezus brengt verdeeldheid. De duivel accepteert dit niet en gaat flink tekeer. Tijdens de samenkomst, genoemd in Romeinen 9, heeft God gezegd: ‘Jullie zijn Mijn volk niet. De volken moeten onder jullie, de hemelse vorsten, staan, maar Israël (vandaag het geestelijke), is van Mij, die staat onder Mij’.

De zonde van Kanaän

Abraham kwam in Kanaän toen hij de stem van God hoorde ‘in het binnenste van zijn ingewand’. Hij wist dat hij moest verhuizen, hij trok uit het Ur van de Chaldeeën. De zonen van Cham zijn ook weggegaan, ze kwamen op de plek waar Abraham moest zijn. Zij trokken daarheen onder leiding van de satan. Nebukadnezar, de koning van Babel trok ook eens op weg naar Kanaän om Jeruzalem te verwoesten. In Ezechiël 21 lezen we dat Ezechiël twee wegen moet tekenen waarlangs het zwaard van de koning van Babel kan gaan, de ene weg leidt naar Rabba, de andere naar Jeruzalem. Op de tweesprong zal Nebukadnezar waarzeggerij plegen door de pijlen te schudden en de afgoden te raadplegen. De pijlen zullen hem de weg wijzen, hij zal naar Jeruzalem trekken. De zonen van Cham trokken op precies dezelfde manier naar Kanaän. Ze maakten gebruik van de waarzeggers en de priesters. Door boze geesten geleid komen zij in het beloofde land. Als we dan weer naar het geslachtsregister kijken, dan lezen we:

  • ‘En Kanaän verwekte Sidon (van de Sidonieten), zijn eerstgeborene en Chet en de Jebusiet, de Amoriet, de Girgasiet, de Chiwwiet, de Arkiet, de Siniet, de Arwadiet, de Semariet en de Hamatiet; en daarna verspreidden zich de geslachten van de Kanaäniet. En de grens van de Kanaäniet was van Sidon in de richting van Gerar tot Gaza, in de richting van Sodom, Gomorra, Adama en Zeboïm tot Lesa’ (Gen.10:15-19).

Deze volken werden allemaal geleid om juist naar die plek te trekken, die God voor zijn volk had bedacht. God was niet veeleisend, het gebied voor Zijn volk was net zo groot als de provincie Zuid Holland. Maar uitgerekend daar, in dat beloofde land, komt Kanaän met zijn nageslacht wonen. Het land krijgt de naam Kanaän, het wordt ook wel Palestina genoemd. In het Nieuwe Testament en in Openbaring komen we Kanaän en Palestina niet tegen. Sommige mensen zingen het lied: ‘Ik kom in Kanaän een land van vrede en rust’, maar de Bijbel zal dat nooit zeggen. Palestina betekent Filistéa, de Filistijnen waren ook Chamieten, Kanaänieten. Abraham zocht een stad, het hemelse Jeruzalem. Hij zocht een vaderland, waarvan Paulus spreekt: ‘Wij zijn burgers van een koninkrijk in de hemel’. In Openbaring komen we wel Jeruzalem tegen, waar Melchizédek, de koning van Salem resideert, hij was als het ware een vreemde eend in de bijt tussen al die volken van Kanaän.

Er is enorm veel geestelijke beeldspraak terug te vinden in de oudtestamentische geschiedenis van Israël. De Kanaänieten waren bij uitstek onreine geesten. Ze pleegden mensenoffers, ook de kinderen moesten door het vuur gaan, de Baälpriesters kastijden zichzelf om hun god te inspireren. Zij hadden een heel andere inspirator dan onze enkel goede en barmhartige God, de God van het nieuwe verbond. Opvallend is dat Mizraïm, een andere zoon van Cham, de stamvader van de Egyptenaren is. Zo zien we dat Cham het volk van God altijd in de weg staat, want het volk Israël verbleef 400 jaar in het land Gosen. Zij werden door de Egyptenaren gedwongen tot slavernij.

De Naam boven alle Naam

God blijft trouw aan zijn volk, telkens brengt Hij ze naar eigen land en laat ze op eigen bodem wonen. Dat willen wij ook: op eigen land en eigen bodem wonen. Wij willen als zonen van God geopenbaard worden. Sem krijgt een belofte van Noach. Sem heeft God als Inspirator, God verbindt Zijn naam aan Sems naam. Nimrod wil zich ook een naam maken, maar God zegt: ‘Ik heb een volk op aarde wat Mijn naam zal dragen’.

Jezus Christus komt uit het nageslacht van Sem, Hij heeft de Naam boven alle Naam. Ieder die in Hem is, mag Zijn naam dragen. Wij dragen de naam van de God van Sem. Wij dragen ook de naam van Jezus Christus. Als je de naam van Jezus Christus niet belijdt, ben je antisemiet. Antisemieten zijn tegen de naam van Jezus Christus, de joden durven de Naam boven alle Naam niet eens uit te spreken. Maar wij zijn Semieten, het Israël van God. Daar worden we blij van, we zijn er trots op, want op het nieuwe, hemelse Jeruzalem staan de namen van de stammen. Dat is de heerlijke belofte die God aan ons geeft. De vijanden zeggen: ‘Laat ons een naam maken’, maar de Heer maakt zich een Naam die boven alle Naam is en in Zijn naam zullen alle geslachten van de aarde gezegend zijn.