2. Toenemende demonisering van de wereld

<<<<<

‘Want het zal een tijd van nood zijn, zoals er eerder nog geen is voorgekomen zolang er volken bestaan’ (Dan.12:1b).

Waarom komt de grote verdrukking over de wereld? Omdat wij strijden en nooit weglopen! De duivel weet dat zijn tijd kort is, want dit eeuwig evangelie baant de weg naar de overwinning. We hebben geloof nodig om te strijden in de hemelse gewesten en om te zeggen dat we zullen overwinnen. We hoeven het niet te doen op alleen ervaringen, dat kon wel eens tegenvallen. Die duivelen werden verstoten, daarom zoeken ze een plaats bij de menselijke geest. Zij proberen in de mens te komen.

Vroeger waren er bezeten mensen, je kon ze aanwijzen en tellen. Nu zegt de Bijbel: er komt een bezeten wereld; dit wordt massaal. We zien het vandaag al op grote schaal om ons heen gebeuren hoe die geestelijke invasie van de demonen toeneemt. Miljarden. Die demonen zien ook dat er een volk is opgestaan die zich niet meer laat gebruiken. Wij verzetten ons, zoals Paulus zegt: ‘Wij kennen Satans gedachten. Wij weten dat hij niet in onze woning kan komen en weten dat Gods Geest in ons woont. Wij hebben God en zijn Zoon Jezus, lief.’ Dat is onze keuze en die keuze is vrijwillig: Óf een woning van Gods Geest, óf een woning van satans demonen: ‘Wie vuil is wordt nog vuiler, wie heilig is wordt nog meer geheiligd (Op.22:11).

  • ‘En de eerste engel blies op de bazuin en er kwam hagel en vuur, vermengd met bloed en dat werd op de aarde geworpen. En het derde deel van de bomen verbrandde en al het groene gras verbrandde…’ (Openb.8:7).

De toenemende demonisering is in deze tijd goed op te merken door hen die niet slapen. Als een mens zijn zelfbeheersing verliest, komt er chaos, maar wat gebeurt er als de hele wereld zijn zelfbeheersing verliest zoals vandaag al goed te zien is? We lezen in Openbaring: ‘De aarde zal voor een derde deel verbranden’. De grote bomen (overheden die de dienst uitmaken) worden compleet gedemoniseerd. Al het groene gras verbrandt; de jeugd, want dat heeft geen verweer meer, geen geestelijk verzet.

De ouderen onder ons hebben nog hun verleden, ze hebben iets waar ze zich aan vast klemmen. Aan goede normen en waarden, tijden met nog normale gezagsverhoudingen en goede scholing. Maar wij weten dat de jeugd dat niet meer heeft, die wordt losgeslagen en door satans hulpjes op aarde (mensen) verminkt. We weten dat het volk van God een enorme strijd zal hebben zodat Openbaring 9:4-6 aan ons vervuld zal worden, dat het groene gras niét zal verbranden. Dat geldt voor de gemeente van Jezus Christus als Michaël de aartsengel ons bij staat. Daarvoor zullen we wel in de hemelse gewesten moeten strijden, we zullen het moeten realiseren in eigen leven. Met vrome zinnen en gepraat kom je er niet. Wij zullen overwinnaar moeten zijn in die gééstelijke strijd.

Er staat geschreven: ‘Hij, de satan, is de aanklager van de broers en zusters.’ Het oordeel begint bij het huis van God. Wij zullen er aan moeten wennen, dat het groene gras aangevallen wordt. Daar zullen we ons tegen moeten verweren, dat is een zware strijd. Wij zullen in de hemelse gewesten paraat moeten zijn. ‘Het oordeel begint’ betekent: die demonen beginnen ons te pressen, die vallen onze kinderen aan en daarom zullen wij op onze hoede moeten zijn. We zullen onze wapenuitrusting moeten zoeken. Niet om in de natuurlijke wereld te gebruiken, maar de wapens hebben we nodig om in de geestelijke tot rust te komen, zodat we kunnen zeggen dat we de strijd voeren in de geestelijke wereld. Jezus zegt:

  • ‘Wees waakzaam. Let op de Woorden van God en de instructies van Gods Geest. Neem die ter harte. De liefde van God die uitgestort is in je hart tegenover alle mensen, maar toch het meest tegenover je broers en zusters, vooral ook in je eigen gezin.’

‘En zij hebben hem overwonnen’

Niet die vervelende broer of zuster in de gemeente, maar ze hebben hém overwonnen, de satan. Door het bloed van het Lam, omdat we rechtvaardigen zijn én door het bloed van ons getuigenis. Niet de vinger naar de ander en ook niet naar jezelf, maar wijs naar de onzichtbare wereld. De sátan is de veroorzaker en we zeggen: ‘Verlos me van hém.’ Dan zullen we niet gedrukt en hongerig in woede uitbarsten. Dat past ons niet.

Het oordeel is verschrikkelijk. Het zal een tijd zijn die nooit geweest is omdat er pressie komt uit de geestelijke wereld. De satan is bang voor zijn aardse troon; voor de dingen die gaan gebeuren en daarom verwoest hij alles vóór zijn eigen ondergang.

‘Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: allen die in het boek geschreven wordt bevonden‘ (Dan.12:1c).

We lezen verder: ‘Uw (opnieuw geboren) volk zal ontkomen’. Dat is de troost. Je kunt bang zijn voor de bewust veroorzaakte, wereldwijde vervuilingen, massale oorlogen op alle continenten, hongersnoden en allerlei, geforceerde(!) milieurampen, maar dat zijn begeleidende verschijnsels. We moeten ons daardoor niet laten verleiden om in woede uit te barsten. Als een kind tekeer gaat, kun je je hand wel op zijn mond leggen (als hij het toe zou laten, als je sterk genoeg bent) maar daar heb je de overwinning niet mee behaald. Je behaalt de overwinning als het kind vrijwillig zijn mond dicht houdt. Dan heb je de boze overwonnen. Dat moeten we allemaal leren. We kunnen niet zeggen: die kwaadheid is een ‘heilige kwaadheid’, maar dat is een doekje voor het bloeden.

De gemeente van Jezus Christus heeft rijke beloften. Daar houden wij ons aan vast. Dat volk zal ontkomen, zegt de Bijbel. De lamp van Gods genade zal helderder schijnen als ooit tevoren. De Heer zegt: ‘Je staat in de lichtcirkel, blijf er in staan en wees blij met de veelkleurige wijsheid van God. Koester je in de sfeer van het Koninkrijk van de hemelen’.

Het laatste boek van het Oude Testament eindigt met:

  • ‘Want zie, die dag komt, brandend als een oven. Dan zullen alle hoogmoedigen en allen die goddeloosheid doen, stoppels worden. En de dag die komt, zal ze in vlam zetten, zegt de Heer van de legermachten, Die van hen wortel noch tak zal overlaten.
  • Maar voor u die Mijn Naam vreest (geen kwaad van Mij spreekt), zal de Zon van de gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal. U zult de goddelozen (satanaanbidders) vertrappen. Voorzeker, stof zullen zij worden onder uw voetzolen op die dag die Ik maken zal, zegt de Heer van de legermachten’ (Mal.4:1-3).

Die vleugels van een vogel zijn net als de hand van een mens, dat is Gods Geest. Dus de gemeente vindt genezing door Gods Geest. Het Oude Testament moet je lezen bij het licht van het Nieuwe. Dat is mooi en het verkwikt je ziel. God zal het doen d.m.v. zijn gemeenten van Jezus Christus. Het is het jaar van de vergelding. De dag van wraak van onze God. Dat alle treurenden vertroost worden, dat ze zingen en kunnen jubelen. Het brengt een scheiding aan tussen Gods volk en degenen die de wandel niet in de hemelse gewesten hebben. Dat is een keiharde realiteit. ‘Uw volk zal ontkomen, allen die geschreven worden in het boek.’ Dat is een tijd waarin de Heer zijn gemeente tot zich roept. Als wij die volkomenheid bereiken, dan zullen wij dat ook in ons lichaam bereiken. Ons vernederd lichaam wordt dan in een ondeelbaar ogenblik veranderd in een verheerlijkt lichaam (1 Cor.15:52).

Het Woord van God

De Heer laat ons niet omkomen in de geestelijke strijd, we komen er als overwinnaars uit. Want de Bijbel spreekt over een menigte van overwinnaars die het Lam volgen op witte paarden in kleding van wit linnen (Op.19:13,14). Die overwinning is het Woord van God dat overwint in ons leven: ‘En Hij ging uit overwinnende en om te overwinnen’. Wij zijn geroepen tot overwinnaars. Dat moeten we waar maken door ons gelóóf, want dat overwint de wereld. De overwinning is niet: ‘Nu gaan we er aan en we zijn zo klein’. Nee de overwinning is: we zijn zo sterk. Dat is ons geloof en wat je gelooft, krijg je. Ons geloof is niet ijdel, het richt zich op de uitspraken van Jezus Christus: ‘Ik heb het hele leger van de vijand onder je voeten gelegd. Niets zal u onmogelijk zijn’.

De tweede opstanding

‘En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen’ (Dan.12:2).

In vers 2 wordt gesproken over de tweede opstanding. De eerste opstanding wordt beschreven in: ‘Gelukkig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding’. Dan komt er de tweede opstanding: ‘Ik zag… en de graven werden geopend en ze staan voor de troon’ (Op.20:12,13). De wereld wordt geoordeeld naar de werken. Zij die het goede gedaan hebben zullen opstaan tot een opstanding van de rechtvaardigen en anderen zullen opstaan tot een opstanding tot de verdoemenis. Alle mensen, of ze God gekend hebben of niet, zullen uiteindelijk beoordeeld worden naar hun barmhartigheid en naar hun goedheid, want dat zijn wezenskenmerken van God. Door mensen als de barmhartige Samaritaan komt God tot zijn glorie. Zulke mensen gaan niet verloren, ze worden verder geleid. Er komt nóg een tijd, we zijn niet aan het einde van de tijden.

‘En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd’ (Dan.12:3).

Het uitspansel is het licht ’s avonds, de glans is het licht door de sterren die erachter staan. Ergens zie je het licht, zo zullen de verstandigen zijn. Maar er is ook een andere groep: zij, die velen tot gerechtigheid hebben gebracht, zullen blinken als de sterren. Die kan je met het blote oog zien. Het uitspansel kun je zien door de sterren die er achter staan. Je kunt zeggen: ik heb velen tot bekering gebracht (het licht), maar Daniël zegt: je moet velen tot gerechtigheid brengen (de sterren). Bekering is nummer 1, gerechtigheid is nummer 2. Tot gerechtigheid brengen wil zeggen aan hun doel beantwoorden, tot hun bestemming brengen (Op.3:12; 11:1,19; 21:22).

Je zult moeten kiezen. Als je het goed wil hebben op de aarde, heb je het in de hemel niet zo best. Als wij kiezen voor de hemel, hebben wij het op de aarde óók nog goed. Alle angst is dan verdwenen. Je hebt mensen die altijd bang zijn voor wat hen zal overkomen. ‘En wat ik gevreesd heb, is me overkomen’, zegt Job. Maar als je in de hemelse gewesten bent, ben je los van angst. Je bent in een ander klimaat, dat klimaat is van God, dat is de glans van het uitspansel, de glans van die biljarden sterren die het heelal verhelderen.

Verzegelen

Maar u, Daniël, hou deze woorden geheim en verzegel dit boek tot de eindtijd. Velen zullen onderzoek doen en de kennis zal vermeerderen’ (Dan.12:4).

Dan hoort Daniël zeggen: ‘Verzegel het nu, want het einde is het nog niet. Het is nu nog een gesloten boek. Het wordt pas geopend in de laatste dagen’ (verg. Op.10:2-4). Op deze manier krijgen we zicht op het einde. Het gaat niet over het ene continent die het ander wil vermoorden voor gratis grondstoffen, het gaat hier over de wereldbeheersers van deze eeuw. Zij zijn door de overste van deze wereld (de satan) in alle continenten neergezet. In elk land heb je deze wereldbeheersers. Ze worden wakker, ze openbaren hun vijandschap als ze zien dat er koningen komen, die hen van de troon verdringen. Als wij ons koningschap gaan openbaren, dan worden de wereldgeesten, de (politieke) machthebbers in de hemelse gewesten wakker. Zij zien het gevaar, ze gaan zich verzetten tegen de waarheid, tegen het plan van God. Deze wereldheersers staan allemaal onder de overste van deze wereld, de Satan, maar wij weten dat deze wereld voor óns is, want wij zullen niet alleen de hemel erven, maar ook de aarde. Alle zichtbare en niet zichtbare dingen.

Zelfs Michaël werd 21 dagen tegengewerkt om zijn boodschap aan Daniël te brengen

Als Daniël voor het eerst met Michaël kennis maakt (Daniël 10:10-14) verschijnt er een engel, die zegt: ‘Dat woord was waarheid en het sprak van grote nood’. Aan Daniël wordt een woord geopenbaard, waarna de vorst van Perzië bij Daniël komt. De engel wil naar Daniël toekomen, omdat Daniël bezig is om inzichten te krijgen over de toekomst van zijn volk en wat er met dat volk zal gebeuren. Maar de koning van Perzië zet een voet voor de engel, zodat de engel niet bij Daniël kan komen (21 dagen lang). Zo zie je wat er in de hemel gebeurt: de engel mocht 21 dagen niet bij Daniël komen, hij werd opgehouden door de vorst van Perzië. Die vorst dacht: Als Daniël dát weet, gaat hij het opschrijven en hij gaat inzicht geven over wat er met het volk van God gaat gebeuren. Toen kwam Michaël Daniël te hulp:

‘Maar Michaël, een van de vorsten, kwam mij te hulp, zodat ik de overhand hield en ik ben gekomen om u inzicht te geven’.

Daniël ondervindt nog meer tegenstand, maar hij zegt: Ik zal het u gauw meedelen wat er aan de hand is, wat geschreven staat in het boek van de waarheid. De waarheid is het plan van God. Daniël krijgt een blik in het plan van God met de mens en met de gemeente. De duivel wilde dat niet, hij wil niet dat wij dit evangelie brengen, hij zal je smaden en lasteren, hij zal je op alle mogelijke manieren tegenwerken. Maar de Heer is er ook nog! Dat is onze blijdschap. En we gaan dóór met onze boodschap.

U mag meehelpen, u mag het doorgeven, u kunt er met uw buren over spreken die er oog en oor voor hebben. Velen lezen die Bijbel niet en vinden er geen blijdschap in, maar als wij luisteren naar deze boodschap, klinkt het ons als muziek in de oren. Het kan ook voor uw vrienden en buren als muziek in de oren gaan klinken. We zijn blij met de mensen die deze boodschap lief hebben, waar ze ook zijn. We zijn blij dat er een boodschap is die aansluit op wat Daniël gezien heeft: de tijd is nabij, het zal zijn in de laatste dagen en we loven de Heer dat we erin leven. We gaan met blijdschap de nieuwe tijd in. De tijd van vergelding komt dichterbij!