Het herstel van alle dingen 

Help, de wereld vergaat!

We kregen een schrijven van mensen die een profetie hadden gehoord:

  • ‘De tijd van de terugkomst is heel dichtbij en wij juichen. De aarde zal door vuur vergaan’. Juichen terwijl de aarde vergaat? Dit valt moeilijk met elkaar te rijmen. ‘Er wordt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde geschapen. Dus geen vernieuwde aarde en geen herstel door de zonen van God. Hoe is uw visie daarop?’

In Handelingen 3 lezen we van het herstel van alle dingen, dat is een geweldige belofte:

  • ‘Kom dus tot inkeer en bekeer u, zodat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heer en Hij Jezus Christus zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen’ (Hand.3:19-21).

Jezus was naar de hemel gegaan en Hij moet voor een bepaalde tijd daar zijn. Hij wacht af tot er iets gaat gebeuren. De bepaalde tijd van Zijn terugkomst is nauwkeurig beschreven. Het is de tijd dat het herstel van alle dingen gaat plaatsvinden. Over die tijd hebben de profeten uit het Oude en Nieuwe Testament gesproken. Er wordt niet gesproken over een ondergang van deze aarde, want God, die enkel goed is, zal Zijn werk niet vernietigen. Er komt geen grote explosie in de ruimte, want de hemel moest Jezus Christus opnemen. Op aarde leefde Hij, na Zijn doop in Heilige Geest, in 2 dimensies. Hij leefde met Zijn leerlingen in het land Israël op aarde. Naar Zijn innerlijke mens leefde Hij in de hemel: ‘De Mensenzoon die in de hemel IS’ (Joh.3:13). Na Zijn opstanding is Hij in de hemel met Zijn verheerlijkt lichaam en met dat lichaam wat functioneert in twee dimensies, toen ook op aarde, waar Hij verschijnt aan Zijn leerlingen. Na Zijn hemelvaart is Hij met Zijn verheerlijkt lichaam helemaal in de hemel opgenomen als Mensenzoon, als eerste van velen. Petrus spreekt over tijden van verademing, die ontstaan als wij ons bekeren en geloven dat Jezus Christus voor onze zonden gestorven is. Ook dat is een heerlijke belofte dat wij tot aan de terugkomst tijden mogen kennen van rust, dat we op adem kunnen komen. Bij de terugkomst worden alle dingen hersteld, weer opgericht, maar daarvoor zijn er dus tijden van verkwikking. Geweldig mooi dat de enkel goede God ons dit schenkt. Een voorbeeld van een tijd van verademing is als Jezus in de synagoge zegt:

  • ‘En Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar van de Heer’ (Luc.4:19). Ook wij kunnen juichen en jubelen bij deze woorden, want Jezus voegt er de woorden aan toe: ‘Nu is dit Schriftwoord voor uw oren vervuld’.

En dat geldt ook voor ons, elke dag opnieuw. Wij kennen de nieuwe geboorte, wij weten wat bevrijding is en kennen de vervulling met Gods Heilige Geest. En er is al sprake van herstel, niet van alle dingen, maar wel herstel voor allen die in Hem geloven. Wij kunnen bevrijd worden uit de macht van satan en overgeplaatst worden in het rijk van Gods geliefde Zoon. Jezus heeft Zich in de onzichtbare wereld teruggetrokken tot het herstel aanbreekt van alle dingen. Je zou kunnen zeggen tot het duizendjarig rijk en tot de vernieuwde hemel en de vernieuwde aarde. Op dit ogenblik bouwt Jezus aan Zijn gemeente. Hij trekt ons tot Zich, zodat wij ons kunnen verheffen in de geestelijke wereld. Zo breekt de tijd van verademing aan voor ieder die tot berouw komt en zich bekeert. Dan kun je je verheffen en met je innerlijke mens tot andere gedachten en inzichten komen. Het zijn tijden van verademing voor het aangezicht van de Heer. Het woord ‘aangezicht’ kan ook vertaald worden als voorkant van God. Je ziet Hem zoals Hij is, zoals we Jezus Christus kennen, vol van genade en barmhartigheid en waarheid. Zo word je verkwikt, je kunt diep ademhalen en Hem loven en prijzen. Je ervaart eerst bevrijding en daarna herstel. Wat Gods geest met de menselijke geest opbouwt, probeert satan bij gebonden mensen te roven. Daarom is er bevrijding van al die demonen nodig. Bevrijding bij ieder persoonlijk, niet massaal, de wereld moet niet bevrijd worden, maar elke christen heeft bevrijding nodig, waarna herstel kan intreden.

De vervallen hut van David

Er komen tijden van hernieuwde oprichting. Die begint eerst bij ons, de opnieuw geboren en Geestvervulde christenen. Als je de woorden ‘hernieuwde oprichting’ opzoekt in een woordenboek, dan wordt er gesproken van restitutie van alle dingen. Restitutie betekent dat je iets terug krijgt, je wordt weer in de oude staat hersteld. Ook wordt hernieuwde oprichting vertaald met ‘genezing’. Er is dus sprake van herstel en genezing en dat is begonnen in wat ‘Jezus begonnen was te doen en te leren’ (Hand.1:1). Hij begon er mee, door openbaring en brengen van het evangelie. Hij beperkte zich tot het huis van Israël. Daar haalde Hij zijn 12 leerlingen uit, gelovige gezonde mannen. Hij leerde ook de mensen, maar tot de leerlingen zei Hij: ‘Het is u gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven’ (Matth.13:11). Zij waren leerlingen, zij kregen onderwijs, zij liepen stage bij Hem. Toen Hij ze uitzond, zei Hij: ‘Ga niet naar de heidenen, ga niet naar de steden van de Samaritanen, maar ga naar de verloren schapen van het huis van Israël’ (Matth.10:5,6). Uit Israël kwamen de eerste stenen van de tempel van God. Een kleine groep, een overblijfsel vanuit Israël, dat zijn de verloren schapen, zoals Jesaja zegt: ‘Want, al was uw volk, o Israël, als het zand van de zee, een rest daaronder zal zich bekeren’ (Jes.10:22). In Hand.15:16 spreekt Jacobus over de vervallen hut van David, die als eerste weer opgericht en dus hersteld moet worden, daarna zal het overige deel van de mensen, de heidenen, gered worden. De hut van David, dat is de woning van David. Geen paleis, geen kathedraal of aardse tempel, maar een hut waarin de Gods Geest woning maakt en de grote Zoon van David gaat wonen. Dat is het herstel in onze tijd.

Vlak na de hemelvaart worden de leerlingen aangesproken door 2 engelen: ‘Galilese mannen, waarom staat u daar en kijkt u omhoog naar de hemel?’  (Hand.1:11). De leerlingen komen uit Galiléa, waarvan de profeet zegt: ‘Een land dat in duisternis zit en een groot licht zal zien’. Het volk woonde daar in de schaduw van het occultisme. Het zijn ongeletterde mannen, laag opgeleid en uitgerekend op hen werd de Heilige Geest uitgestort. Op mensen die bij het uitschot hoorden, ze hadden geen talenkennis, maar toch spraken zij vrijmoedig in verstaanbare talen op de Pinksterdag. Ook dan worden zij weer getypeerd als ‘Galilese mannen’: ‘Zijn dat niet allemaal Galileeërs die daar spreken? En hoe horen wij hen dan ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?’  (Hand.2:7,8). Er klinkt minachting in door, over dat onnozele, vervallen hutje van David, waar Gods Geest in komt. Maar uit hen komen juist woorden van eeuwig leven, hier is sprake van herstel van de vervallen hut van David. Zij merkten de tijden van verademing, van verkwikking, want Jezus liet aan hen zijn leer over het Koninkrijk der hemelen na en zij werden tot voorbeeld gesteld: wat Jezus was begonnen te doen en te leren, voerden zij uit. Zij hebben in Jeruzalem gewacht tot zij bekleed werden met kracht uit de hoogte en zo werden zij Gods medewerkers. Zij staan aan het begin van het Israël van God, dat in deze wereld tot stand moet komen. Zij krijgen de opdracht een volk van God, een nieuwe tempel van God, een stad van God te vormen. De aardse tempel wordt verwoest, maar er komt een nieuwe tempel. Vanuit het overblijfsel – een rest van het volk van Israël- gaat het evangelie over heel de aarde en iedereen, zowel uit het overblijfsel als uit de heidenen, die de leer van het Koninkrijk der hemelen aanvaardt, wordt ingezet om de schepping te herstellen. Dat is het plan van God.

De tijden zijn aan God

Jezus is naar de onzichtbare wereld gegaan, naar Zijn Vader, waar Hij wacht op het ogenblik dat Hij beide groepen kan inzetten. Hij is de wortel en het geslacht van David (Op.22:16), daarom komt uit Hem het Israël van God voort, een koninklijk volk. Wie in Hem is, hoort bij de hut van David, die hersteld wordt. Die hoort bij de eenvoudige groep van mensen die in de wereld geen aanzien en niets te vertellen heeft, maar wel door God uitverkoren is om in Hem te zijn. Jezus gaat de hut herstellen en geeft hen, die bij Hem horen, de opdracht om het evangelie van het Koninkrijk der hemelen te prediken en te doen wat Hij gedaan heeft. Deze opdracht verschilt van de eerste opdracht (Matth.10:5,6), want nu – na Zijn opstanding – klinkt het: ‘U zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in heel Judea en Samaria en tot het uiterste van de aarde’ (Hand.1:8).

Veertig dagen lang hebben ze met Jezus over het huis van Israël, over de vervallen hut gepraat. We kunnen heel goed begrijpen waarom de leerlingen juist nu de vraag stellen: ‘Herstelt u in deze tijd het koningschap van het Israël van God?’ (Hand.1:6). Jezus legt uit dat ze de grondslag hebben gelegd in drieënhalf jaar in Israël, de hoeksteen is gelegd. Als de leerlingen nu verder gaan met het verspreiden van het evangelie, kan misschien binnen afzienbare tijd wel het totale herstel intreden. Zij willen graag doorgaan met het herstel, net zoals Paulus dat had in zijn gedachten: ‘Wij, die overblijven tot de komst van de Heer’. Maar het antwoord van Jezus is dan: ‘De tijden en de tijdstippen worden door God zelf bepaald. Zijn plan wordt stap voor stap verwezenlijkt’. Vergelijk het met het bouwen van een kathedraal in de middeleeuwen, die honderden jaren in beslag kon nemen, zo bouwt God aan de geschiedenis en aan het herstel van de vervallen hut van David. Het is een ontwikkelingsproces. De leerlingen moesten wachten in Jeruzalem, maar dan opeens zijn er 3000 die bij elkaar vergaderd worden, het Israël van God. Later zijn het alleen al 5000 mannen. Daarna komen de heidenen aan de beurt, zij worden ook samengebracht.

Als Jezus dit uitgelegd heeft en zijn opdrachten heeft gegeven, komt er een wolk onder Hem en deze onttrekt Hem aan de ogen van Zijn leerlingen. De wolk is het beeld van de gemeente. In die wolk is Jezus, Hij is voortaan aan de aarde onttrokken. Als wij Jezus willen leren kennen en Hem willen ontmoeten, zullen we in die wolk moeten zijn, de gemeente van Jezus Christus. Hij is onder ons, in de gemeente bij de kandelaars (Op.2:12-19). Dat is onze zekerheid, ons houvast. Als de wereld Jezus wil zien, dan zien ze Hem in ons, de gemeente. En zoals Hij weggegaan is, zo komt Hij ook terug. ‘Alzo’ zegt de Statenvertaling, dus op dezelfde wijze. We lezen dat in Openbaring 14:14: ‘En ik zag en zie, een witte wolk en op de wolk zat Iemand als een Mensenzoon.’ De hemel heeft zich geopend voor Jezus, die zit op de troon aan de rechterhand van de Vader, omdat Hij overwinnaar is. Hij woont door Gods Geest in ons en als verheerlijkt mens zal Hij op dezelfde wijze terug komen, als een geestelijk mens, maar ook als een Mensenzoon. Hij blijft met de Mens, met de wolk verbonden.

Jezus heeft zich niet passief, lijdzaam teruggetrokken, maar is vanaf Zijn troon nog steeds met ons verbonden. Hij ziet ons als het goed gaat, als het fout gaat, als we in Zijn naam moeten lijden. Zo zag Stefanus tijdens zijn steniging Jezus naast de troon stáán(!) om de eerste martelaar te ontmoeten: ‘Zie, ik zie de hemelen geopend en de Mensenzoon, staande aan de rechterhand van God’ (Hand.7:56). Jezus verheft zich, Hij is actief betrokken.

De eerste en tweede volheid

De leerlingen gaan erop uit, ze zijn bekleed met kracht uit de hoogte, gedoopt in Heilige Geest. Die kracht wordt gevolgd door tekens en wonderen. De volheid van Israël is vervuld en vanuit die volheid komt de gemeente uit de volken voort:

  • ‘Ik vraag dan: zij zijn toch niet zo gestruikeld, dat zij wel vallen moesten? Volstrekt niet! Door hun val is de redding tot de heidenen gekomen, om hen tot na-ijver op te wekken. Betekent nu hun val rijkdom voor de wereld en hun tekort rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid!’ (Rom.11:11,12).

De redding is van oorsprong uit de Joden, de eerste volheid, hun val is dat ze Jezus gekruisigd hebben, maar dankzij de eerstelingen is het evangelie naar ons toegekomen. Vanaf de Pinksterdag is het Israël van God uit de Joden èn uit de heidenen. God heeft nieuwe takken, uit de heidenen, geënt op de olijfboom uit Israël. Zo hebben ook wij deel aan de saprijke wortel, aan de heerlijke beloften en toezeggingen van God zelf. Wij leven in de periode waarvan Paulus zegt: ‘En zo wordt heel Israël behouden’ (en niet het hele volk Israël in het land Israël vandaag, zoals de bedelingenleer uitdraagt). Wij zien dat God het Israël van God aan het verzamelen is, een heilig volk, een aparte natie, die Hij wil bevrijden, genezen en herstellen, toebereiden tot alle goede werken. Er is een volheid ook uit de heidenen, die ook binnen zullen gaan. Als de eerste volheid en de tweede volheid binnen zijn gegaan, begint het herstel van alle dingen. Deze totale volheid, van de vroege en van de late regen, wordt een machtige eenheid. Dit leger wordt door God gerekruteerd om de antichrist en het beest uit de afgrond te verslaan en te vernietigen. Wat gaat er dan gebeuren in de eindtijd? Paulus zegt in 1 Thess.4:16,7:

  • ‘De Heer zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij de klank van de bazuin van God, neerdalen van de hemel en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Heer tegemoet in de lucht en zó zullen wij altijd met de Heer zijn’.

Wij verheugen ons er op dat de Heer terug keert. Waarschijnlijk zal de aartsengel Michaël hier het teken voor geven. De ontslapenen, die met hun geestelijk lichaam bij de Heer hun intrek hebben genomen, zullen als eerste aantreden bij het geluid van de oorlogstrompet. Deze ontslapenen krijgen een geheel nieuwe taak, ze staan op voor de strijd onder leiding van hun aanvoerder Jezus Christus. Daarbij komen al diegenen die in een ondeelbaar ogenblik worden veranderd. Al deze mensen, gedoopt in Heilige Geest en gewend om geestelijk te strijden met Gods wapenuitrusting, voegen zich bij het leger van de ontslapenen. Samen staan ze op voor de grote slag bij Armageddon. Allen hebben ze een geestelijk lichaam. Het volk van God, dat geleefd heeft in de hemelse gewesten, volgt de ruiter op het witte paard, allen gehuld in wit, smetteloos en fijn linnen (Op.19:11-21). Onder de ruiters zien we Petrus, Paulus, Stefanus, maar ook de geliefden die in Christus ontslapen zijn. De antichrist wordt, met zijn legers en het beest uit de zee verslagen door de mensen van de eerste en tweede volheid.

  • ‘En ik zag een engel staan op de zon en hij riep met luide stem en zei tot alle vogels, die in het midden van de hemel vlogen: Komt, verzamelt u tot de grote maaltijd Gods, om te eten het vlees van koningen en het vlees van oversten over duizend en het vlees van sterken en het vlees van paarden en van hen, die daarop zitten, en het vlees van allen, vrijen en slaven, kleinen en groten. En ik zag het beest en de koningen der aarde en hun legers verzameld om de oorlog te voeren tegen Hem, die op het paard zat, en tegen zijn leger. En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden zij beiden geworpen in de vuurpoel, die van zwavel brandt’ (Op.19:17-20).

De overwinnaars keren terug uit de slag, de hut van David is hersteld: ‘Wie overwint, zal Ik naast Mij plaatsen op mijn troon, zoals Ik zelf heb overwonnen en met mijn Vader op zijn troon zit’ (Op.3:21). Wat een geweldige boodschap! De eerste groep zijn degenen die uit Israël zijn. Tot hen sprak de Heer: ‘Voorwaar, Ik zeg u, u, die Mij gevolgd bent, zult in de nieuwe geboorte – bij het herstel van alle dingen – wanneer de Mensenzoon op de troon van de heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te berechten’ (Matth.19:28). Maar dan zal ook de gemeente uit de heidenen op die tronen zitten als overwinnaars, als koningen met de grote Koning. En nadat de overwinnaars op de tronen zitten, zal de Heer terug komen zoals de leerlingen Hem naar de hemel hebben zien gaan. Hij komt dan om alle dingen te herstellen. De schepping wordt dan ook hersteld door de verheerlijkte gemeente van oude en late tijden. Ze zijn opnieuw geboren, gedoopt met Gods Geest en kennen de strijd in de hemelse gewesten.

De eindtijd

Maar wat gebeurt er dan met die andere christenen, zij die niet gedoopt zijn met Gods Geest? Zij vormen het nieuwe Jeruzalem. In Openbaring 20 wordt gesproken over een legerplaats van heiligen (de tempel) en de geliefde stad Jeruzalem. Hier wordt het onderscheid gemaakt tussen het leger dat zal strijden bij Armageddon en (de mensen in) de stad. Het leger wordt gevormd door hen die de hoge weg gingen en gaan. De stad wordt gevormd door christenen die op oudtestamentische basis, nieuwtestamentisch leefden en leven. Ze zijn de hoge weg niet opgegaan, ze kenden de geestelijke strijd niet, ze hebben de opdracht van Marcus 16 niet uitgevoerd. Ze hebben nooit het werk gedaan wat Jezus deed. Ze zingen heel graag van de heilige stad, maar over de heilige tempel hebben ze het niet. Zo wordt in het 1000-jarig rijk alles hersteld, de aarde, de mensen, de dieren en de planten. De heiligen verschijnen met hun verheerlijkt lichaam vanuit de legerplaats aan hen die op de aarde wonen. Zij verschijnen daar 1000 jaar lang, zoals de Heer 40 dagen aan Zijn leerlingen verscheen. Zij besturen de aarde, zij grijpen in met gezag en kracht. Zij verheerlijken de Heer.

Dit is onze eindtijdvisie. Een heel andere visie dan zij, die de doop in Heilige Geest loochenen. Zij prediken een geweldige ondergang, één en al doemdenken. Maar wij zijn vernieuwd in ons denken en er zijn ons veel geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen geopenbaard. Wij weten wat het Israël van God inhoudt en dit roept ontzettend veel haat op bij andersdenkenden. De scheiding is gekomen. Veel christenen houden zich bezig met een aards Israël, een aardse tempel en een aards Jeruzalem. Maar wij worden door Jezus Christus bepaald bij het hemels Jeruzalem, een hemelse tempel en het hemelse Israël van God. Zo zullen wij onze taak op ons nemen als herstellers van de hele schepping, wetend dat de Heer wacht tot alle vijanden onder zijn voeten zijn gelegd. Hij geeft ons de opdracht, wij zullen aanwezig zijn bij het grote oordeel van God. Want uiteindelijk zal ook de laatste vijand, de dood, overwonnen worden. Zo houden wij ons bezig met het herstel van de totale mens.

Wij zijn de laatste fase ingegaan, wij beklimmen de berg Sion. Soms komen we op een plateau, maar we uitrusten, maar daarna gaan we weer verder. Sommigen keren terug, zijn teleurgesteld omdat ze de oude tijden van opwekking weer zouden willen meemaken. Maar Paulus zegt: ‘Het oude is voorbijgegaan’. We moeten niet achterom kijken, we moeten verder omhoog klimmen, want er breekt steeds weer een nieuwe fase aan. Elke keer als we verder klimmen, willen we niet terug naar de tijd van vroeger, maar we kijken verder vooruit, we willen naar de top. Er is namelijk geen andere weg om ware, geestelijke mensen te worden, die zich kunnen verheffen in de geestelijke gewesten en niet meer bloot staan aan allerlei gebondenheden.

  • ‘Daar komt een gebaande weg die de heilige weg zal heten. Geen onreine zal die betreden, die gaat zijn eigen weg, geen dwazen dwalen er rond. Leeuwen zijn er niet en wilde dieren zullen niet op die weg lopen, ze zijn daar niet meer te vinden; alleen verlosten bewandelen die’ (Jes.35:8-9).