Het geheim van de wetteloosheid

  • ‘Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is, de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet. Herinnert u zich niet dat ik u deze dingen zei, toen ik nog bij u was? En u weet wat hem nu weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt. Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is’ (2 Thess.2:1-12).

Om ons bezig te kunnen houden met het geheim van de wetteloosheid, is het allereerst van belang dat wij Gods gedachten en Gods plan kennen. Die gedachten en dat plan zijn er al vanaf het begin van de wereld. Bij de schepping ziet God de mens als middelpunt van alles, als kroon. God wil met de mens een oprechte band opbouwen, gemeenschap hebben en daartoe had God hem geschapen. Gemeenschap hebben met de menselijke geest die gelijkwaardig is aan Zijn eigen Geest. ‘God begeert onze geest’ staat er in de Bijbel (Jac.4:5). Daarbij stelt Hij alle andere geesten die Hij ooit geschapen heeft terzijde. Hij wil met mensen contact hebben. De vraag is of mensen ook contact met God willen hebben.

Gods goed geordende plan

Gods schepping is van onderaf opgebouwd. Het creëren van een kosmos die – zoals we voorlopig weten – 13,5 miljard jaar bestaat. Eerst de levenloze schepping, daarna levende planten en dieren en vervolgens de mens. De mens is de topcreatie van God. Daarmee heeft Hij zijn grootste scheppingsdaad verricht, want de mens is geschapen naar Gods beeld en Zijn gelijkenis. God kan nooit iets scheppen wat meer is dan Hijzelf. God geeft de mens die daarom vraagt en bidt, zijn Heilige Geest en zo wordt de mens de vrouw van God. De mens(heid) met Jezus Christus aan het hoofd, wordt uiteindelijk de koningin van God naast God op zijn troon. Dàt is het plan van God.

Doop in Heilige Geest noodzakelijk om te kunnen standhouden

Het is ook goed om het plan van de tegenstander te kennen. Waar veel mensen al niet nadenken over Gods plan, zijn er nog meer mensen die niet na willen(!) denken over het plan van de tegenstander. Maar Paulus zegt: ‘Zijn gedachten zijn ons niet onbekend’ (2 Cor.2:11). In de eindtijd is er in het bijzonder sprake van de tegenstander die zich verheft. Velen zullen daarmee onbekend zijn, net zoals ze onbekend zijn met de geestelijke strijd die in Efeze 6 ons getekend wordt. Wij moeten weten hoe het in de onzienlijke wereld reilt en zeilt, waar de strijd is, waar en wat al overwonnen is en wie wij nog moeten overwinnen. Al deze dingen komen tot je door het geloof in het eeuwig evangelie van Jezus Christus over het Koninkrijk der Hemelen. Door er veel over te denken, te lezen en er met elkaar over bezig te zijn, komen we verder en zien we zaken en situaties die duizenden jaren lang verborgen zijn geweest (Mattheüs 13:35): ‘Bekleed u daarom met de hele wapenuitrusting van God, zodat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel’ (Efeze 6:11). Het plan van de duivel is om de plaats van de mens bij God in te nemen, daarom is hij onze tegenstander. Hij wil daar zitten waar wij mogen zitten. Hij wil een verheven engel zijn, daarom wil hij geen mens dienen. Hij zegt:

  • ‘Ik wil boven de sterren van God mijn troon oprichten. Ik wil opstijgen boven de hoogte van de wolken (het beeld van de gemeente). Ik wil mij aan de Allerhoogste gelijk stellen’ (Jesaja 14:13). Maar God heeft nooit tot deze (gevallen) engel gezegd: ‘Mijn zoon bent u’ (Hebreeën 1:5).

De duivel heeft zijn plaats niet gekend, hij vond dat hij de oudste papieren had. Dat is nu ook een valstrik van satan voor ons, dat wij onze plaats niet kennen, dat we meer willen zijn dan God ons toegezegd heeft. Het is de bedoeling van de duivel om ons op aarde te houden. In het begin zal hij ongetwijfeld hebben staan juichen toen God de mens op de aarde plaatste, want de mens had zijn plaats alleen maar op de aarde (Job 38:7). De duivel zag toen de mens van God nog niet, de geestelijke mens die zich ontwikkelt uit de natuurlijk mens. Toen hij die tevoorschijn zag komen, wilde hij de mens verstoten van zijn plaats. Hij wil ook nu nog dat we de door God ons toebedachte plaats op de troon van God nooit zullen bereiken. Dat is de intentie van satan. Op aarde mag je heel wat doen, als je maar uit de hemel, uit het koninkrijk van God blijft. De duivel haat ons, omdat wij met de eeuwigheid bezig. God heeft immers de eeuw en de eeuwigheid in ons hart gelegd (Prediker 3:11).

De toorn van God over allen die Satan aanbidden!

Wij zijn bezig met het Koninkrijk van God en de wereld die dat koninkrijk omvat. Door Jezus Christus hebben we de geestelijke wereld leren kennen en wij weten dat alles daar zijn oorsprong in heeft. De duivel heeft ook Jezus op aarde willen houden. Hij wou dat de Heer Jezus maar één keer, heel eventjes zou knielen voor hem, dan zouden alle koninkrijken van de hele aarde van Jezus zijn en dan zou de duivel in de hemelse gewesten kunnen blijven. Jezus kende het plan van zijn tegenstander, Hij wist dat alle knie voor Hèm zou buigen, eerst in de hemel, dan op de aarde en als laatste onder de aarde, de demonen uit het dodenrijk. Het was de satan wèl gelukt om Adam op zijn knieën te krijgen, maar ook in het Oude Verbond waren er altijd wel mensen die niet naar hem wilden luisteren. Ook al konden zij de onzienlijke wereld niet helemaal begrijpen, toch hebben ze er naar gejaagd. Ze zagen het van ver en hebben er een verlangen naar gehad (Hebreeën 11:13-16).

De put van de afgrond geopend

In deze laatste eeuwen komen ook wij in dezelfde situatie. De duivel heeft de aarde bezet, hij ziet in ieder geboren mens dat goddelijk beginsel met het verlangen naar de eeuwigheid. Vanaf de geboorte van elk mens, zelfs al vóór de geboorte, is hij erop gebrand de ontwikkeling te beletten. Eerst in de natuurlijke wereld, maar zeker ook in de geestelijke wereld. Hij is er altijd op uit de mens in zijn macht te krijgen. Een mens wordt niet in zonde geboren, maar tot zonde gemáákt. De duivel zal altijd proberen de mens ongehoorzaam aan de wetten van God te laten zijn. De duivel zelf is totaal wetteloos, hij is een vijand van alles wat God geschapen heeft en van alles wat God in de schepping gelegd heeft. Daarom wil hij elke ontwikkeling naar de wetten van God, naar de ordonnantie van de schepping blokkeren. De Bijbel noemt dat het mysterie van de wetteloosheid, dat ligt in de geestelijke wereld: alles haten wat tegen God en zijn wetten is. Die haat zal in de laatste dagen volledig geopenbaard worden.

Het kenmerk van die wetteloosheid is dat de duivel via mensen het beter lijkt te weten dan God. Dit weerspiegelt zich ook in veel gemeenten. Er zijn mensen die het beter menen te weten dan de oudsten en de voorganger die door God over hen gesteld zijn (leiders die er zelf een puinhoop van maken niet meegerekend).  Maar het is wel kenmerkend dat onwillige mensen vaak minder kennis over het koninkrijk der hemelen en van de Bijbel hebben. Zij hebben de waarheid losgelaten, lezen we in onze tekst, zij zijn eigenwijs. Die waarheid ligt niet op aarde, maar in de hemel. Jezus is gekomen om van de waarheid en de kennis van de geestelijke wereld te getuigen. De waarheid is uit Jezus en de dwaling, de wetteloosheid is uit de duivel.

Niet willen horen

De duivel is de vader van de leugen, de uitvinder van de wetteloosheid. Hij verdraait de woorden van God en zo is het hem bij de Joden gelukt. De satan heeft – op enkelen na – de verharding bij hen bewerkt. Zij zijn onvatbaar voor de geestelijke dingen en zoeken alles in het zichtbare, het uiterlijke zoals de sabbat, hun afstamming en de letterlijke besnijdenis. De duivel probeert verwarring te stichten en wil dat we ons niet bezig houden met de geestelijke wereld, maar al de aandacht richten op een aards volk Israël, wat nog steeds Jezus Christus verwerpt. Satan verdraait de woorden van God die gepredikt worden en zorgt dat een toehoorder iets hoort, maar het geheel uit het verband trekt. Zo iemand veroordeelt dan direct de spreker en hij is zo verblind, dat hij de spreker ook andere gedachten en ideeën toeschrijft. Het heeft geen zin voor de brenger van Gods Woord, om die toehoorder te overtuigen, want deze mannen of vrouwen willen het niet horen.

Uitspuitende agressie

‘Al het groene gras verbrandt…’ (Op.8:7)

De antichrist misleidt ook in de begeerte. Paulus spreekt over: ‘met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan’. Begeerten op zich zijn wel goed, als ze maar goed gericht zijn. De duivel leidt deze begeerten om, zo wordt het verlokkende ongerechtigheid. In onze tijd zijn ze ook goed waar te nemen, bijvoorbeeld bij de opgroeiende jeugd, die sinds de jaren 67, geconfronteerd wordt met drank, drugs, overtrokken seks en een Cultureelmarxistische, Utopiaanse Waanzinwereld. Als ze niet aan deze ellende meedoen, worden ze uitgekotst. Omdat Rome en de belijdenisgeschriften geen enkel leven kunnen voortbrengen, komen ze onder de betovering van de wetteloosheid, waarbij de demonen een scheiding aanbrengen tussen God en de mens. Jezus is juist gekomen om ons te verlossen (Rom.7:24,25) van de vloek van de wet, dat zijn de boze geesten waar de mens mee verbonden is. Je wilt de wet wel doen, maar je kunt het niet. 

Maar niet alleen de jeugd heeft met de wetteloosheid te maken. Overal wordt de maatschappij ontwricht door de wetteloosheid, het kwaad wordt inmiddels op ruime schaal goed genoemd en het goede kwaad. Dit ‘Nieuwe Normaal’ is nu standaard. Ook in de kerken is de verdeeldheid groot, ook daar neemt de wetteloosheid toe. Denk aan de standpunten over abortus, homofilie, echtscheiding enz. Goede mensen (ook in de natuurlijke wereld zijn nog goede mensen) ervaren de wetteloosheid als hun vijand. Héél sporadisch tref je nog ergens wereldgeesten aan, die ordenend willen optreden en door gezag en autoriteit de wetteloosheid willen weren (Romeinen 2:14,15). Wij leven echter in de tijd dat de weerhouder verwijderd wordt. Vers 6 en 7 spreken van:

  • ‘En u weet nu wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd. Want het geheimenis van de wetteloosheid is al in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is.

De wereldgeesten wankelen

De wereldgeesten – de weerhouders die het goede zoeken – verdwijnen. Ze kunnen het goede niet meer volhouden, maar na de generatie 67 willen ze dit ook niet langer. De politiek, de wetenschap en Rechtelijke macht. Hele continenten wordt verwoest door dit ‘Nieuwe Normaal’ en het calvinistische zelfmoordhumanisme, wat zich tot op het bot heeft ingevreten. Alles stort in vanwege de wetteloosheid. Het is een geestelijk proces wat in de hemelse gewesten begint. Het heeft alles te maken met het neerdalen van de demonen in deze wereld en het oproepen van occulte geesten uit de afgrond (Op.9:1,2). Er ontstaat chaos, nihilisme, vandalisme en gezagsondermijning. Alles gaat tegen alle recht in en het ingeschapen geweten wordt massaal dichtgeschroeid. De wereldgeesten proberen nog quasi leuke praatjes te maken, maar ze doen dit gecamoufleerd. De eigen, nog goed goedwillende bevolking wordt beroofd en vertrapt en het eigenbelang gaat altijd voor; door vrijwel alle overheden. Deze strijd tegen vlees en bloed helpt echter niet, de chaos wordt enkel groter.

  • ‘De Heer, de heer van de machten, ontneemt Jeruzalem en Juda iedere stut en steun: alle stut van brood, alle steun van water, krijgsman en soldaat, rechter en profeet, waarzegger en oudste, hoofdman, notabele en raadsheer, tovenaar en bezweerder. Knapen geef Ik hun als vorsten en willekeur zal over hen heersen. Onder het volk zal men elkaar aanvallen, de een de ander, ieder zijn naaste. Knapen zullen de ouderen lastig vallen, nietsnutten mannen van aanzien’ (Jes.3:1-5).

Onze weg en onze strijd is anders, in de gemeente en in ons gezin. Wij kennen de grote, goede God, wij hebben de leer van het Koninkrijk der Hemelen, wij hebben de Geest van God. Wij strijden tegen krachten uit de onzichtbare wereld en zetten de Geest van God tegenover alle wetteloze geesten die ons en onze kinderen belagen. Jaren en eeuwen lang zijn de christenen blind geweest voor dit evangelie. Ze hebben allemaal zitten te slapen. We zijn uit onze slaap wakker geworden en zijn met geestelijke ogen gaan zien en met geestelijke oren gaan horen. Wij weten nu dat wij ons geestelijk moeten wapenen tegen de machten en de krachten uit de onzienlijke wereld. In de tijd van de grote afval is dat wapen hard nodig. Paulus zegt: ‘De dag van de Heer komt niet voordat die afval geopenbaard en gezien worden in kerken en ideologieën. Vandaar dat de Heer vannacht nog niet komt met een plotselinge ‘opname’, zo ver is het nog niet. Eerst moet men de realiteit van het Koninkrijk der Hemelen kennen voordat de Heer terug komt. Eerst moet men realiseren dat de verbasterde kerk de woonplaats van de demonen geworden is, dat er leringen zijn die aardsgericht zijn zoals alle dwalingen. Men moet weer ontdekken dat God redt, geneest en enkel goed is.

Wij mogen bezig zijn met het koninkrijk der hemelen. We herontdekken allemaal geheimenissen zoals de doop in Gods Geest, de duivel als de veroorzaker van alle kwaad en een God die enkel goed is. De Bijbel zegt daarover: ‘Er komt oorlog in de hemel’ (Openbaring 12:7). We zien dan meteen ook onze hemelse medestrijders, de goede engelen van God. Op hen kunnen we rekenen, ze zijn een realiteit. We zijn ons ervan bewust dat deze geestelijke houding de afkeer opwekt bij de satan. Hij mobiliseert ook zijn troepen om zich heen, omdat wij hem willen weerstaan. God zoekt een leger die met Michaël en de aartsengelen de strijd tegen de boze geesten willen voeren. Wij willen ons daarbij aansluiten. Als wij in dit evangelie staan, voel je de haat van de duivel en zijn trawanten. Hij wil dit evangelie en ons uit alle macht tegenhouden en dat doet hij in gemeenschap met het beest uit de afgrond, het occultisme en met de antichrist zelf. Hij gebruikt bij voorkeur mensen die weet hebben van de strijd in de hemelse gewesten. Paulus waarschuwt daarom voor misleiding. Johannes zegt: ‘Ze zijn van ons uitgegaan’ (1 Johannes 2:19). De antichristelijke kerk haalt haar leiders uit die gemeenten die de strijd in de hemelse gewesten hebben leren voeren (Hebreeën 6:4-6).

Het beest uit de afgrond

‘God zendt hun een geest van dwaling zodat ze de leugen geloven…’

De machten van de wetteloosheid zijn in de gemeenten merkbaar aanwezig. Zo komt er een zuivering, zodat allen geoordeeld worden die de waarheid niet hebben geloofd. Er staat zelfs: ‘God zendt hun een geest van dwaling zodat ze de leugen geloven’. Past dit bij de enkel goede God? Waar haalt God die leugen dan vandaan? Het antwoord is simpel. Hoe krachtiger het evangelie van het Koninkrijk der hemelen gepredikt wordt, hoe meer de mens ziet dat de weg van God een exclusieve weg is, hoe meer de geest van de dwaling zich gaat openbaren. Wij worden aangevallen omdat wij niet soepel genoeg zijn voor de wereld. Denk maar aan de Israëlleer, de Erfzondeleer en de eindtijdvisies die we bestrijden. Men zegt: ‘Er zijn wel meer wegen die naar Rome leiden. Iedereen kan wel gelijk hebben’. Maar de leer van het koninkrijk der hemelen zegt: ‘Er is maar één eeuwig evangelie’. En daarom wijzen we al die andere wegen af, we verklaren die tot dwalingen. God zendt zo’n evangelie zodat andere leringen zichzelf brandmerken als vals. God baant expliciet de goede weg af, daarmee worden andere boodschappen uitgesloten.

Doordat er maar één koninkrijk der hemelen is, ontstaan er dwalingen die dat ene koninkrijk afwijzen. Dat is wat met ‘God zendt hun een geest van dwaling’ wordt bedoeld. Het evangelie van Jezus Christus krijgt als het ware automatisch dwalingen en leugens achter zich aan, zoals Jezus eerst op het witte paard uitgaat, direct gevolgd door het vuurrode paard om de vrede direct weg te nemen (Op.6:2,3,4). Door de waarheid te brengen wordt de leugen als leugen en de dwaling als dwaling geopenbaard. De vijand wordt ontmaskerd. Heb je daar geen inzicht in, dan word je een prooi van de leugengeesten. Het is een teken van de eindtijd, wanneer mensen de waarheid horen, maar niet aanvaarden. Er is maar één weg ter ontkoming: breken met de leugengeesten en de wetteloze demonen.

Valse eindtijdvisioenen

De antichrist zet zich in de tempel van God. Hij zet zich in de afvallige christen, hij vertoont van zichzelf dat hij een god is. Je kunt er zeker van zijn dat de antichrist in zijn eigen leugens gelooft, hij is vast overtuigd van zijn eigen gelijk. Dat is al te merken als je met mensen spreekt die aardse leringen aanhangen, ze zijn er heilig van overtuigd dat zij gelijk hebben, zoals het herstel van aardse Jeruzalem. Zulke mensen zijn te vergelijken met geesteszieke mensen die ook alleen nog maar in zichzelf geloven. Ze zijn niet te overreden, je kan er geen gesprek meer voeren, ze staan niet open voor wat de ander inbrengt. Er ligt een eeltlaag over hun denken, denk maar eens aan een Jehova getuige.

Een nieuwe tempel in Jeruzalem?

De antichrist komt op uit de gemeente, ‘ze zijn van ons uitgegaan’ schrijft Johannes. Het is iemand die meent dat hij tot iets bijzonders geroepen is, daarom verheft hij zich boven zijn broers en zusters. In plaats van dat hij aller dienaar is, verheft hij zich en voelt zich meer dan wie ook in de gemeente. Jezus heeft zich niet zo verheven, Hij was aan ons gelijk, Hij sprak over een voorbeeld geven, Hij was niet arrogant, Hij klopte zichzelf niet op de borst. Zijn gelijkenis over het onkruid maakt duidelijk dat in de gemeente het kaf en het koren vlakbij elkaar zijn, daar begint de scheiding die zich in de eindtijd zal openbaren. Uit de gemeente van God komen de zonen van God en de zonen van het verderf, de mensen van de wetmatigheid en de mensen van de wetteloosheid. Het oordeel, de scheiding is het aller moeilijkste. De zonen van God houden zich aan de waarheid in de geestelijke wereld. Zij benaderen alles geestelijk zoals Jezus het hen geleerd heeft.

Als in de dagen van Noach

Het zal in de laatste dagen zijn als in de tijd van Noach. De antichrist zal komen met geweld. Lamech was een man van geweld, vandaar dat hij 2 vrouwen had. Want achter de begeerte van een mens komt de geest van geweld tevoorschijn. De komst van de antichrist gaat gepaard met krachten en tekens en bedrieglijke wonderen, dus met geweld. In de tijd van Noach aten ze, dronken ze en huwden ze. Op zich heel gewone zaken, maar achter dat eten en drinken zit een geest van geweld, men was geobsedeerd en gebonden door het voedsel en de drank. De begeerten zijn verleid, ook m.b.t. de seks, die op zich een gewoon iets en door God gegeven is. Lamech had niet genoeg aan 1 vrouw, hij wilde er nog een, hij had geen rem. Zo ontstaan er misvormingen op allerlei terrein. Het geweld jaagt de lustgeesten op. Lustgeesten op zich zijn niet verkeerd, je kunt genieten van eten, drinken, vrijen. Maar geweldsgeesten jagen de lustgeesten zo op, dat alles vervormd wordt. Geweld is een teken van de eindtijd. Paulus noemt het in Timotheüs: pochers, vermetel. Kinderen zijn ongehoorzaam en ouders reageren met geweld. In de eindtijd is het onmogelijk voor veel mensen om geestelijk te strijden. Maar je kunt geweld alleen maar keren door de Geest van God, met een geestelijke kracht. Het is dus heel belangrijk voor ons om de leer van het Koninkrijk der Hemelen in de praktijk toe te passen en uit te dragen en de Heer zegt over ons:

  • ‘En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld’  (Mattheüs 28:20).