Gods plan met de mens

 

 Jezus en het grote plan

Iemand zei: ‘Mijn moeder is pas omgekomen bij een ongeluk’. Nu zijn er mensen die zeggen: ‘Een gelovige overkomt zoiets niet. Er staat immers geschreven: ‘Al vallen er duizend aan je linkerzijde en tienduizend aan je rechterhand, jou zal niets overkomen’. Hoe zit dat?’ Hier wordt een kernprobleem van het geloofsleven aangesneden: ‘Mag ik onder alle omstandigheden erop rekenen dat de Heer mij en de mijnen bewaart? Of kan ons net zo goed iets overkomen als al de anderen?’

Het leven van onze Heer zelf is voor ons het grote voorbeeld. Talloze malen deed de satan aanslagen op Zijn leven. Toen Jezus nog een baby was, gebruikte satan Herodes als eerste om het leven van Jezus te bedreigen. Vanaf het begin van zijn optreden lezen we diverse malen dat men Hem probeerde ter dood te brengen. ‘En de Farizeeën gingen heen en spanden tegen Hem samen met het plan om Hem om te brengen.’ ‘Zij voerden Hem naar de rand van de berg … om Hem van de steile rots te gooien.’ En: ‘Zij namen stenen op om naar Hem te gooien.’

Wat is de reden dat het satan al deze keren niet lukte om de Heer om te brengen? Het antwoord is eenvoudig. We komen het telkens weer tegen in de evangeliën: ‘Zijn uur was nog niet gekomen’. Als Christus tenslotte toch overgeleverd wordt in handen van zijn vijanden, staat er: ’Het is zover: het ogenblik is gekomen waarop de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan zondaars’ (Marc.14:41). God had een plan met Jezus’ leven. Dat plan zóu ten uitvoer gebracht worden. Het spreekt vanzelf dat dé grote tegenstander zou proberen dit te verhinderen door Jezus een vroegtijdige dood te laten sterven. De Vader zelf echter waakte over zijn Zoon, zodat de satan zijn slag niet kon slaan. Toen Deze echter gekruisigd worden zou, liet Jezus zich rustig gevangen nemen. Hij wist dat ook dit deel uitmaakte van het grote Plan.

Jezus als mens in het plan van God

Jezus moest nauwlettend toezien om het plan te kennen en zodoende niet in de strikken van de satan te vallen. Als Petrus hoort dat Jezus zal gaan sterven, kom hij daar tegen op en zegt: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!’ Dat was heel goed bedoeld, maar toch antwoordde de Heer: ‘Ga terug, achter mij, satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen’. Met ‘de wil van God’ bedoelde de Heer het grote doel dat God had met zijn leven. Met ‘de wil van de mensen’, de door en door menselijke afkeer van lijden en dood. Een eigenschap die op zichzelf niet verkeerd is, maar die nooit mag prevaleren boven de opdracht van God. Op dezelfde manier moeten wij leren te onderscheiden wat van de Heer is en wat van de duivel is. Op dezelfde wijze zullen we dan ook de moed hebben om te zeggen: ‘Ga weg, satan’, ook al komt het nog zo hard aan. Dezelfde Petrus, die tóen de kous op de kop kreeg, schrijft later:

  • ‘Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, zodat u in zijn voetstappen zou lopen’ (1 Petr.2:21). Paulus deed dit. ‘Wordt mijn navolgers, zoals ook ik Christus navolg.’ Ook hij had het grote doel van God voor ogen, net als Jezus zelf: ‘Vergetend wat achter mij ligt en mij uitstrekkend naar wat vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs van de roeping van God’ (Fil.3:14).

Gods plan is de garantie

De vraag is: wat is het plan van God? Kennen wij het plan van God en leven wij in gemeenschap met de Heer, dan zullen wij weten of ‘ons uur’ gekomen is. De duivel zal proberen het werk van God te verhinderen. Hij zal ons met de dood bedreigen. Jezus Christus is echter de sterkere. Als wij ons vertrouwen op Hem stellen, zal de satan het werk van God in ons nooit kunnen verhinderen. Wanneer de martelaren bij het openen van het vijfde zegel luid roepen: ‘O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult u de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?’, ‘werd hun gezegd nog een korte tijd geduld te hebben, totdat ook de andere dienaars, hun broers en zusters die net als zij zouden worden gedood, zich bij hen gevoegd zouden hebben’ (Op.6:9,10). Alles verloopt volgens Gods plan. Ook het geheimen uit Openbaring 10:5-7 zal ons volgens gemaakt plan geopenbaard worden. De Vader heeft immers alle tijden en gelegenheden in zijn hand (Hand.1:7)!

Het is jammer dat veel christenen weinig notie hebben van wat God met hun leven wil. Zij hebben de Heer lief en proberen niet in zonde te vallen omdat een Heidelberger hen constant veroordeelt. Maar wat hun bediening betreft, maakt het ze niet uit of ze eerder of later naar de Heer gaan. Voor die mensen zou het goed zijn het aangezicht van de Heer te zoeken om zijn plan voor hun leven te leren kennen. Er zal echter ook een tijd komen dat we kunnen zeggen: ‘Mijn taak is volbracht.’ Als de Heer niet eerder terugkomt, zal voor ieder dat uur eens aanbreken. Leven we echter in gemeenschap met de Heer, dan zal dat ogenblik ons niet bang maken. Met Paulus zullen we kunnen zeggen:

  • ‘Verder ligt voor mij de krans van de rechtvaardigheid klaar, die de Heer… mij zal geven op de grote dag’ (2 Tim.4:8).