Gelijkenis: moestuin en wijngaard

Iemand had twee stukken land. Hij stelde twee rentmeesters aan. Over elk stuk land één en gaf ieder een boek en zei: ‘Ik ga een tijdje naar een land voorbij jullie horizon. Zorg voor mijn land; ieder voor het hem toegewezen stuk. Bewerk het volgens de instructies, die geschreven staan in het boek. Ik kom als het tijd van oogsten is’. De beide rentmeesters gingen naar huis.

De eerste rentmeester bladerde het instructieboek snel door. Hij was de man-van-de-relatie-met-de-tijd-waarin-wij-leven. Hij koos medewerkers uit met een ‘eigen’ inbreng, trommelde zijn personeel bij elkaar, hield een bijeenkomst met inspraak, waarna iedereen aan het werk ging.

Het enige Bijbels Fundament

De tweede rentmeester was een wijze man. Het eerste wat hij deed, was het instructieboek kopiëren. Hij gaf ieder personeelslid een exemplaar, met de opdracht: onderzoek de bedoelingen van de landeigenaar. Wat wil Hij dat wij met dit stuk grond zullen doen? Hoe wenst Hij dat wij zullen werken? Welke vrucht moet het land opbrengen?

Dit onderzoek kostte tijd. En de uitkomst was niet bemoedigend. Er ontstond verschil van mening over sommige passages in het instructieboek. Maar de rentmeester was een wijs man, zoals gezegd. Hij zei:

  • ‘Wat wij nu moeten doen, is terugkeren naar de landeigenaar.’

Velen volgden dit advies op, verkochten hun rijkdommen’, lieten ‘alles achter’ en reisden naar het land voorbij de horizon. Daar ontmoetten zij de landeigenaar. De rentmeester zei:

  • ‘Mijn Heer, wij merkten dat uw gedachten veel verder gaan dan onze gedachten. Wij vragen U: leg uw gedachten in onze gedachten, zodat wij uw boek begrijpen en de instructies opvolgen naar uw bedoeling’.

De landeigenaar prees de rentmeester en zijn personeel. Hij was blij met hun komst. En legde Zijn gedachten in hun gedachten. Nu werd de bedoeling duidelijk: de Landeigenaar wenste voor zich een wijngaard. En het instructieboek gaf een overvloed van gegevens over de bewerking van de grond, over beplanting, over wieden, stutten, enten, snoeien, bemesten. Ook over bewaking van de wijngaard, over bestrijding van bladziekten en uitroeien van ongedierte(!). Over het belang van voldoende zonlicht voor elke rank en over de juiste bevloeiing met water uit de zuiverste bron. Onder leiding van de wijze rentmeester begon de groep dit alles nauwkeurig uit te voeren.

De vorderingen

Intussen was de groep met de eerste rentmeester al ver gevorderd. De legbatterijen lagen er prachtig bij. De insecten met hun giftige huidschubben vermeerderden zich snel. Vol leedvermaak keken ze naar het geploeter van de tweede groep:

  • “Jullie zijn te eng van opvatting’ riepen zij, ‘jullie bereiken niets. Kijk om je heen. De hele mensheid heeft ons nodig…”

De tweede groep, die zeer hard werkte, maar nog zonder zichtbaar resultaat, waarschuwde: ‘Geen eigen winst, dat is een vergissing. De opbrengst is niet voor de mensheid, maar voor de Landeigenaar. Doe als wij’. Maar niemand luisterde….

De aanplant

Langzaam kwam er tekening in het werk van de tweede groep. De wijngaard werd herkenbaar. De planten waren nog jong. Ze moesten geleid worden en gesteund. Er moest zonder ophouden gemest worden en begoten. Ook waren nog niet alle stenen verwijderd. Hier en daar lag er nog een steen, die de groei van sommige planten lelijk belemmerden. Veel werk was er dus nog. Maar wie goed keek, kon zien, dat hier een goede wijngaard in wording was.

De moestuin van de eerste rentmeester begon er armetierig bij af te steken. Steeds meer personeel kwam zich dan ook aanbieden bij hem te werken. Wie bereid was zich volkomen te onderwerpen aan de instructies in het boek van de eerste Landeigenaar, werd aangenomen. Gehoorzaamheid aan het project was soms nodig, maar men kreeg daar een leven lang de tijd voor. 

Wie geen eten heeft zal niet werken en wie niet werkt zal niet eten

De goede rentmeester was een wijs man en dus was hij ook streng. Tegen de een zei hij: Wie geen eten heeft, zal niet werken. En tegen de ander: Wie niet werkt, zal niet eten. Dit zei hij met het oog op het instructieboek. En zijn woorden hadden een diepe bedoeling. Immers, de gedachten van de Landeigenaar lagen er in.

Dit verhaal is niet af. Maar wij weten: Het werk gaat door tot er een wijngaard ‘stralend, zonder vlek of rimpel’ is (Ef.5:27) en: ‘de Landman wacht op de kostbare opbrengst’ (Jac.5:7).

Maar wij weten ook, dat er een valse wijngaard is. Een zeer grote en wereldwijd, die bedrieglijk veel zal lijken op de echte en die ‘overweldigend’ zal zijn in valse groei- en zuigkracht (2 Thess.2:1-12).

Echter, bestand tegen die zuigkracht zijn zij, die stevig geworteld zijn in de ware gemeente van onze Heer!