Geest van het zoonschap 

  • ‘Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen van God’ (Rom.8:18-27).

Wij hebben de geest van het zoonschap (Rom.8:15), dat is een verheven geest. We zijn op een hoger niveau gekomen. We hebben geen volksgeest, geen kleingeestige geest, die zich druk maakt over allerlei natuurlijke dingen, maar een geest die ons optrekt tot in de hemel. We zijn met de geest van het zoonschap geïdentificeerd in de onzienlijke wereld. Met die geest zijn wij bewust erfgenamen van God, Zijn troon en Zijn heerlijkheid en mede-erfgenaam van Jezus Christus. Dat is de heerlijkheid van de prediking van het eeuwig evangelie als we zo’n tekst voor ogen houden. We hebben idealen voor de toekomst, de idealen van de wereld zien er totaal anders uit. We hebben een geweldig perspectief, we zien niet een donkere toekomst, maar we zien het Licht steeds helderder schijnen, beter en heerlijker dan ooit. Adam was een zoon van God bij de eerste schepping, wij zijn zonen van God bij de herschepping. Adam was een leider, een vorst, hij had gezag in de natuurlijke wereld, maar wij zijn geroepen tot leiders in de onzienlijke wereld. Het woord ‘zonen’ is in Romeinen 8 steeds verbonden met heerlijkheid, aan de Heer gelijk. In vers 30 staat dan ook: ‘dezen heeft Hij ook verheerlijkt’. ‘Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen van God.’

Wij willen die vrijheid en heerlijkheid, zodat wij volkomen in de vrijheid gemeenschap met God kunnen hebben. Jezus bad: ‘Vader, Ik wil dat waar Ik ben, zij ook bij Mij zijn om Mijn heerlijkheid te zien’. Als wij delen in Zijn lijden, zullen wij ook delen in Zijn verheerlijking. Wij zijn zonen van de laatste Adam door onze nieuwe geboorte, door het levende en blijvende Woord van God. De gedachten van Jezus Christus hebben ons vernieuwd in ons denken, wij zijn volkomen andere mensen geworden door Hem. Dat is de heerlijkheid van de kinderen van God. De schepping zucht naar zonen, omdat de aarde overweldigd is door demonen. Zonen van God; tot in de vorige eeuw werd daar niet over gesproken. Nu weten wij dat we zonen van God zijn als we door de Geest van God geleid worden (Rom.8:14). Als opnieuw geboren en Geestvervulde christenen groeien wij op, we worden onderwezen en toegerust om zonen van God te worden. Een kind zit nog op school en leert voor de toekomst. Uiteindelijk word je volwassen, word je een zoon. De schepping ziet niet uit naar het openbaar worden van de zonen van God omdat zij gratis geld rondstrooien, maar omdat zij geestelijke bevrijders zijn. Zonen zijn de verlossers die de berg Sion bestijgen, zodat het koningschap voor de Heer is (Obadja 1:21). Openbaring 12:10 zegt het als volgt:

  • ‘Nu zijn de redding en de macht en het koningschap van onze God gekomen en de heerschappij van zijn Gezalfde, want de aanklager van onze broers, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.’

Wij horen bij de gezalfde, de gemeente omdat wij Hem toebehoren. Het toerusten van de zonen bestaat uit het leren kennen van de plannen van God. Johannes schrijft aan kinderen, die weten dat hun zonden vergeven zijn, aan zonen, die de satan overwonnen hebben en aan vaders, die de leiders zijn en God kennen en in staat zijn om de gedachten van God te ontvouwen (1 Joh.2:13). Een zoon van God weet dat hij een erfgenaam en mede-erfgenaam is en hij houdt dat voortdurend voor ogen (Gal.4:1-7). Hij zal de erfenis van de heerlijkheid ontvangen als hij deelt in het lijden van Christus. Zodra je een zoon bent geworden, leef je in een oorlogssituatie (Op.6:1-8), maar je zult overwinnen. De vijandschap, die begonnen is in het paradijs (Gen.3:15) zal de satan de kop kosten. Het vonnis is door de rechter, God Zelf, al uitgesproken in het paradijs, nu moet het nog uitgevoerd worden door de zonen van God: ‘Koningen worden gebonden met ketens’ (Ps.49). Zacharias spreekt over de verlossing uit de hand van degenen die ons haten, dat is de vijandschap tussen de satan en Gods volk. De duivel haat ons intens, maar wij, als zonen van God, haten alles wat met de satan in verband staat. Wij sluiten geen compromis met satan, houden de deur niet open voor enkele facetten in ons leven waar de hij vrij spel kan hebben. Wij willen de vijand overwinnen door de kracht van God. Als wij ons gaan vertonen in de hemelse gewesten, staan de goede engelen ons bij. Zo komt er oorlog in de hemel (Op.12:7-12).

‘De schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen’

De schepping is met geweld neergeslagen, waardoor het doel van Gods schepping (nog) niet is bereikt. Ze is onderworpen ter wille van Adam, die zich onder de satan heeft gesteld. Vertalers die niet op de hoogte zijn van de doop in Heilige Geest, zoals dit bij de Statenvertaling vaker voorkomt, staat ‘ter wille van Hem’, met een hoofdletter, alsof God zijn eigen schepping verwoest, maar het gaat hier over Adam. De schepping zucht daarom onder de boze geesten en brengt geen vrucht voort. Jezus geneest hen die overweldigd waren door de satan. Zo zucht de schepping in alle delen tot haar Maker, ook wij zuchten om een volwassen zoon te worden. Wij hebben ook te maken met die overweldiging. Wij zuchten om een ziek kind, om spanning in de gemeente, om zondedemonen in ons leven. Jezus zuchtte ook toen Hij bij een doofstomme kwam (Marc.7:34). De Geest van God zuchtte in Jezus mee en Jezus vertolkte het zuchten, Hij zei: ‘Effatha, ga open!’ Als de farizeeërs Jezus om een teken vragen, zuchtte Jezus diep en zei: ‘Deze mensen verlangen een teken? Ik verzeker u: aan deze mensen wordt beslist geen teken gegeven’ (Marc.8:12). Jezus zucht omdat de leiders in dienst staan van satan en enkel compromissen sluiten met Goddelozen. Wij moeten niet tegen elkaar zuchten, als je je beklag doet bij mensen durf je de strijd in de hemelse gewesten niet aan. ‘Klaag niet over elkaar, broers en zusters, want daarmee roept u het oordeel over u af’ lezen we in Jacobus 5:9. Zo ontstaan scheuringen en problemen in de gemeente. We moeten de schuldige aanwijzen, de satan, die ons tegen elkaar op wil zetten.

‘De schepping wacht op het openbaar worden van de zonen van God’

De zonen van God wórden openbaar, ze zijn nog niet openbaar. Worden is een groeiproces, het doel is nog niet bereikt. Je hoeft niet eerst volmaakt te zijn, voordat God zijn bevrijdend en herstellend werk kan gaan beginnen. Je hoeft nog niet volledig geopenbaard te zijn, je moet wel gerechtvaardigd zijn door geloof en het enige Bijbelse Fundament in je leven hebben gelegd. Is dit niet het geval, dan kan de Heer je niet gebruiken in de geestelijke oorlog. Je moet zelf van de vijand verlost zijn, ook al ben je nog niet geheel genezen en hersteld, want ook dat is een proces. Jezus moest ook toenemen in wijsheid en genade bij God en de mensen. Hij ontving bij Zijn doop daartoe de kracht, maar ook Hij was eerst in opleiding. Hij kende later Zijn Schepper in al zijn bedoelingen, Hij wist wat in de mensen was. Wij hebben een enorm hoge roeping, wij willen niet ons laten afleiden door ruzies en natuurlijke zaken. Wij willen vakbekwame werkers zijn in Gods Koninkrijk. Wij bouwen geen krotten, maar de tempel van God. Het herstel van de schepping houdt gelijke tred met het openbaar worden van de zonen van God, met het proces van volmaking. Als wij verder groeien, zal de zuchtende schepping rondom ons, ons gezin en de gemeente, vrijkomen.

Ondanks het groei- en zuiveringsproces, zuchten ook wij, omdat wij de volle vrucht nog niet hebben voortgebracht. Wij kennen nog ten dele (1 Cor.13:12 – Canisius), niet ten volle, wij zien soms nog in een wazige spiegel. We proberen het beeld van Christus op te vangen, maar er ligt soms nog een waas, een damp overheen, omdat we niet veel informatie hebben over het leven van onze Heer. Als wij alles wisten van het leven van Jezus, dan kon de wereld al die boeken niet bevatten, schrijft Johannes. We hebben alleen de vier evangeliën en die zijn ook nog parallel aan elkaar geschreven. Jezus zei tot zijn leerlingen: ‘Ik ben al zolang bij u en kent U mij (nog) niet?’ Hoeveel te meer geldt dat dan voor ons, die Hem liefhebben zonder Hem gezien te hebben! (Joh.20:29). Het is die Geest in ons, die het uit het Zijne neemt, die de gedachten overneemt van Jezus, zoals Hij nu denkt. Die gedachten zijn niet uitgesproken, maar worden ons ingegeven door Gods Geest. Het beeld dat mensen van Jezus hebben, is versluierd door verkeerde voorstellingen en onbegrip, door talrijke dwalingen. Denk alleen maar aan de dwaling dat God niet enkel goed zou zijn, terwijl Jezus – die enkel goed is – het beeld van de Vader is (Hebr.1:1-3). Wij streven naar de gave van de liefde tot God en tot de medebroers en zusters en tot de waarheid zodat wij volkomen kennen. Wij streven naar de gaven van kennis en wijsheid van het koninkrijk van God, zodat wij op die hoge weg komen die tot de volmaaktheid leidt. Dan vervaagt die waas en krijgen we een scherp beeld van Christus. ‘Wij zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.’ Met de verlossing van het lichaam wordt niet het sterven bedoeld. Wij raken niet het lichaam kwijt, maar het lichaam wordt verlost en bevrijd van allen, die ons haten en nog hun slag kunnen slaan. Van die demonen die onze geest en ons lichaam proberen te onderdrukken om het voor hun doel te gebruiken. Wij moeten loskomen uit elke greep van de satan, hij hangt aan onze hiel waardoor we afgeremd worden. Paulus spreekt daarom uit:

  • ‘De God van de Vrede heiligt u geheel en al en geheel, zodat uw geest, ziel en lichaam bij de komst van onze Heer Jezus Christus mag blijken in alles onberispelijk bewaard te zijn’ (1 Thess.5:23).

God heeft vertrouwen in de mens, want Hij zegt: ‘Jullie zullen de kop van de satan vermorzelen’. Vanuit dat vertrouwen schenkt Hij ons zijn Geest door Jezus Christus. Ook al zijn we nog niet volmaakt, Hij geeft ons toch Zijn Geest, want met Zijn hulp kunnen we de vijand aan. Als wij zuchten, zucht Gods Geest in ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. De Geest spreekt het niet uit, wij spreken het uit dat wij verlangen naar de verlossing van het lichaam. Gods Geest zucht met ons mee, Hij woont liever in een gaaf huis dan in een beschadigd huis omdat Hij dan meer kan doen: ‘En ook komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen’.

In de strijd voor onszelf of voor een ander komt Hij onze zwakheid te hulp. Het woord ‘hulp’ is hetzelfde woord wat Martha gebruikt als ze met Jezus spreekt over Maria. Het helpen heeft de betekenis van ‘met mij de last dragen, zodat ik het niet alleen hoef te doen’. De Heilige Geest wordt daarom Parakleet genoemd, d.w.z. Helper. Dat is meer dan de Trooster, troost is een facet van helpen. Helpen is op alle fronten iemand bijstaan. David zegt in psalm 54: ‘Ik bid om hulp tegen de vijanden. Zie, God is mij een helper, een Parakleet’. Als God mijn helper is, moet ik het nog wel zelf doen, maar ik verwacht dat Hij helpt. De Parakleet is er dus a.h.w. bij geroepen. Een stoel kun je nog wel alleen verplaatsen, maar bij een kast heb je hulp nodig. Zo kan je ook op geestelijk gebied hulp nodig hebben als je een ‘kast’ moet verplaatsen. De Geest helpt ons een handje, de hand is het beeld van Gods Heilige Geest. Veel mensen zeggen: ‘De Heer zal het wel doen’, maar zo werkt het niet: je moet er zelf mee aan de slag. De Helper heeft kennis van alle dingen, Hij is de Vakman. Over Jezus stat geschreven: ‘Ik zag rond, maar er was geen helper’ (Jes.63:5). Gods Geest had Hem verlaten, Hij moest het doen in eigen kracht en dat heeft Hij gedaan. Jezus kwam als overwinnaar tevoorschijn. Wij hebben de opdracht om demonen uit te drijven. Dit kunnen wij doen, want we hebben de Helper in ons. God heeft tot ons gezegd: ‘Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Heer is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens (of een demon) mij doen?’ (Hebr.13:5,6). De overwinning is voor de menselijke geest te zwaar, daarom hebben wij die Helper nodig: ‘De Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen’.

Wij zullen het uitspreken, wat Hij niet kan uitspreken, doen wij. Als wij het niet uitspreken heeft Zijn zuchten geen effect. Onze Heer zal door de adem van zijn mond de antichrist en al zijn vijanden verslaan. Die mond zijn wij, het gaat erom wat wij zeggen en wat wij doen. Wij zullen die vijand onder Zijn voeten moeten leggen: ‘Hij zal de goddelozen doden door de adem van zijn mond’ (2 Thess.2:8). Wij zijn die mond, wij zullen spreken. Wij zijn zwak, want we weten niet wat we bidden zullen, maar de Geest komt ons te hulp. ‘En als ik zwak ben, dan ben ik machtig!’ Gods Geest geeft kracht, legt ons de woorden in de mond. Het is mogelijk om de woorden van God te spreken. Jezus troost ons met de woorden: ‘Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat u spreken zult; want het zal u in dat uur gegeven worden wat u spreken moet; want u bent het niet, die spreekt, maar het is de Geest van uw Vader, die in u spreekt’ (Matth.10:19,20). De woorden die de Geest ons doet uitspreken, werken echt: ‘Want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren’.

Wij weten vaak niet wat wij tegen de vijand moeten zeggen, soms weten we niet eens wie de vijand is. Het is moeilijk om de tegenstander te identificeren, als je dan zomaar wat bidt, is dat niet geheel zonder risico. De tegenstander kan zich er aan onttrekken. Ook kan de macht zich doof houden, als een dove adder (Ps.58:5) voor het gezagswoord van de mens van God. Als demonen zich bekend maken, moet je er ook nog rekening mee houden dat zij leugenaars zijn, ze geven zich uit voor persoonlijkheden, die ze niet zijn. Jezus sprak satan’s demonen aan op het kwaad dat ze hadden veroorzaakt, dat was zichtbaar (doofheid, blindheid, zwakheid, onreinheid). Jezus schenkt ons de mogelijkheid om in de geestelijke strijd rechtstreeks het zwaard van de Geest te hanteren en de overwinning te behalen. De Heilige Geest heeft namelijk kennis van alle dingen, de werkelijkheid en de waarheid. En in dat geloof spreken wij de bestraffingen uit in nieuwe talen, zodat de Geest de boze geesten bestraft. Wij kunnen voor iemand bidden, die gebonden is. Ook al weten wij niet precies door wie hij gebonden is, maar door het spreken in talen voor die persoon, brengen wij de Heilige Geest als het ware in beweging. Die demonen kunnen zich dan niet meer aan ons gezag onttrekken, omdat wij door de Heilige Geest spreken: ‘En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling van de Geest, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit’.

De Geest pleit voor ons, Hij neemt het voor ons op. Wij hoeven niet altijd de geesten te identificeren – het is goed als je het kunt – maar wat wij wel moeten doen is onszelf identificeren in de hemelse gewesten. Door het spreken in andere talen identificeren wij ons als zonen van God. De zonen van Sceva wierpen boze geesten uit ‘in de naam van Jezus, die Paulus predikt’. Maar de machten hadden daar lak aan: ‘Jezus ken ik, van Paulus weet ik, maar wie zijn jullie?’. De zonen van Sceva konden zich niet identificeren als geestelijk mensen. Paulus kon dat wel, daarom kenden ze hem wel, maar deze zonen waren hun onbekend. Ze zagen dat zij geen kracht hadden. Paulus sprak meer in nieuwe talen dan iemand anders, omdat hij zich telkens moest identificeren in de geestelijke wereld. Hij sprak in talen van mensen en engelen. Hij kon zeggen dat hij een zoon van God was, geleid door Heilige Geest. Als wij ons identificeren op de juiste wijze en als wij wezensgelijk zijn met een geestelijk mens, voor de heilige engelen, weten zij dat zij ons beschermen moeten. Wij spreken engelen aan door de Geest van God. Wij wenden die geest, wij mogen die geest ergens op richten. Zo zien zowel de heilige engelen als de boze geesten aan ons dat wij geleid worden door Gods Geest, onze Helper. Die Helper geeft ons kracht, ondersteunt ons als wij zwak zijn. Wij hebben ons aan de Heer gehecht, zijn één van geest met Hem. Wij mogen schuilen bij Hem en Hij zal ons beschermen. Hechten betekent ook optillen, zoals je een schild optilt en er achter kunt gaan staan.

Paulus zegt: ‘Ik zal bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand’ (1 Cor.14:15). Het één sluit het ander niet uit. ‘Ik zal lof zingen met mijn geest, maar ook lof zingen met mijn verstand’. Lofliederen in de geest is zuiver een kwestie van geloof, je moet geloof hebben om in nieuwe talen te spreken. Paulus spreekt over ‘zegenen met mijn geest’, hij zou zelfs kunnen zeggen dat hij demonen uitdrijft met zijn geest, maar ook met zijn verstand. Er zijn ook demonen waar we genoeg kennis van hebben. Het is niet toevallig dat de opdracht van Jezus om boze geesten uit te drijven meteen gevolgd wordt door ‘in nieuwe talen zullen zij spreken’ (Marc.16:17). Dat spreken heeft een geestelijke inhoud. Een ongeestelijk christen aanvaardt niet wat uit de Geest van God is, het is voor hem een dwaasheid.

In vrijwel alle kerken wordt minachtend over het spreken in nieuwe talen gesproken, omdat de duivel dit wil beletten. Men spreekt er zin en onzin over, men gelooft er niet in, maar wij geloven er in omdat Jezus het bevolen heeft, het staat in Gods Woord. Het spreken in andere talen heeft een geweldige geestelijke waarde. Paulus dankt God voor zoiets geweldigs. De strijd in de hemelse gewesten wordt ontketend door de mensen die in andere talen spreken, want zij identificeren zich rechtstreeks in die wereld, waardoor de geesten in beweging komen. Dat spreken in andere talen wordt bewust gedaan, op grond van de Schrift, in volle zekerheid dat de kracht van Gods Geest er in door spreekt. Klanktaal is Geestelijke taal. We geven bevelen die door Gods Heilige Geest worden geïnspireerd. Elke geestelijke uiting kun je versterken door het spreken in andere talen.

Door het spreken in talen kun je zowel heilige engelen als boze geesten aanspreken. De Geest van God spreekt door ons heen als we hen in hun eigen taal aanspreken, ook al is het nog zo gebrekkig. Het spreken in talen verheft je boven je strijd zoals de vrouw uit Openbaring 12, die opgetild werd en naar de woestijn werd gevoerd, buiten het bereik van de slang. Je komt in een andere dimensie. Je kennis schiet vaak tekort, maar je geest spreekt geheimenissen uit die je met je verstand niet ten volle kunt begrijpen. Zo eenvoudig is het soms. We kunnen meer in talen spreken dan ooit tevoren. Gods Geest spreekt en we luisteren en we weten wat Gods antwoord is, we kunnen het vertalen in onze eigen taal. Als we sterven, kunnen we niets meenemen, maar we kunnen wel blijven spreken in de geest. Op die feestelijke vergadering in de stad van God met tienduizendentallen van engelen, kunnen wij onze stem ook laten horen. En de engelen zullen in de handen klappen.