Einde aan het verbrijzelen 

  • ‘Wanneer er een einde komt aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk…’ (Daniël 12:7).

Wat een geweldige troost spreekt uit deze tekst. Hebt u er wel eens aan gedacht dat er ooit een einde zal komen aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk? Dit wordt uitgesproken door een profeet in ballingschap, in het derde jaar van Kores. In Daniël 10 lezen we dat de engel van de Heer, Gabriël, de boodschapper van God, aan Daniël verschijnt. Daar, aan de rivier de Tigris, ontvangt Daniël een geweldige openbaring van God d.m.v. Zijn engel. Deze Gabriël komen we ook tegen in Openbaring. Zowel in Daniël 10 als in Openbaring 10 wordt de verschijning van Gabriël beschreven:

  • ‘Zijn lichaam was als turkoois, zijn gelaat schitterde zoals de bliksem, zijn ogen waren als vurige fakkels, zijn armen en voeten glanzend van gepolijst koper en het geluid van zijn woorden als het gedruis van een menigte’ (Dan.10:6).

In Daniël 12 wordt Michaël, de strijder van het leger van God, genoemd. Twee grote engelen, de één (seraf = Gods boodschapper), geeft het woord en de gedachten van God door, zoals later ook aan Maria (Luc.1:26-38) en de ander (Cherub = Gods strijder) die staat voor de zonen van het Israël van God. Deze worden aan Daniël getoond in een geweldig visioen.

Strijd in de hemelse gewesten

In Daniël 10:13 wordt het conflict beschreven van Daniël met de vorst van de koning van de Perzen: ‘Maar de vorst van het koninkrijk van de Perzen stond eenentwintig dagen tegenover mij; maar zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam mij te hulp, zodat ik daar, bij de koningen van de Perzen, de overhand behield’. De vorst van de koning, het gaat hier over de engel die achter de koning van Perzië stond. Het gaat hier over een conflict in de hemelse gewesten, waarvan de aarde slechts een afspiegeling van is. Koning Kores van Perzië tegenover het volk Israël op aarde, tegelijkertijd is er de vorst van de koning van Perzië tegenover Michaël, de vorst van Israël, in de hemel. Velen denken dat deze Kores in de Bijbel als positief wordt gezien, omdat hij in Jesaja 45 een gezalfde wordt genoemd, d.w.z. gezalfd met een geest. Maar Kores is het beeld van de antichrist, die gezalfd is met de geest van het beest uit de zee (Op.13:1).

Het beest uit de zee

Uit deze geweldige conflictsituatie – de geest van de antichrist tegenover de grote vorst van het volk Israël – worden de zonen van God geboren. Zij komen weer terug op eigen grond, op eigen bodem (Jesaja 14). De vijand werkt dus mee ten goede. Over deze vijand, de koning van Kores, zegt God: ‘Ik zal je de schatten van de duisternis en de rijkdommen de verborgen plaatsen geven, hoewel je Mij niet kende’ (Jes.45). God werkt door de vijandschap en de verdrukking heen, zodat de gemeente van Jezus Christus gelouterd en gezuiverd tevoorschijn komt, bevrijd van alle ongerechtigheid. De gemeente kan nooit tevoorschijn komen zonder verdrukking en strijd en zeker niet via een voortijdige opname, zoals de bedelingenleer christenen voorhoudt.

In Openbaring herhaalt zich deze geschiedenis, we zien daar hoe Michaël strijdt voor het volk van God tegenover de draak (Op.12:7-18). Dat volk komt uit ballingschap naar eigen bodem, naar eigen grond. Dat is de troost ook voor ons vandaag. Na een tijd, tijden en een halve tijd, de periode van een geweldige strijd en ontzettend veel moeiten, komt er een einde aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk. Wij weten dat ons veel strijd staat te wachten, waarin we soms kunnen twijfelen over onze kracht om te strijden. Er komt een tijd van grote benauwdheid, maar er komt een eind aan; er komt een volledige overwinning voor het volk van God. Al deze moeiten zullen meewerken ten goede (Rom.8:28). De engel in Openbaring zweert het bij Hem die eeuwig leeft:

  • ‘Hij zwoer bij Hem, die leeft tot in alle eeuwigheden, die de hemel geschapen heeft en wat daarin is en de aarde en wat daarop is en de zee en wat daarin is: ‘Er zal geen uitstel meer zijn, maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, zoals Hij dit tegen zijn knechten, de profeten, heeft gezegd’ (Op.10:6,7).

Het geheimenis van God is dat gemeente haar doel en bestemming heeft bereikt, want dat heeft Hij door Zijn knechten en profeten bekend gemaakt: Er komt een tijd dat het evangelie volkomen geopenbaard zal zijn in Zijn volk, er komt een einde aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk. Dan gebeurt eindelijk waar we al die tijd naar uitgezien hebben.

De zesde bazuin

De zesde bazuin heeft twee kanten. Er wordt gesproken over de ontbinding van een miljoenenleger van satan’s demonen aan de Eufraat, beeld van de valse kerk waar Babel aan ligt. Alles wat die afgevallen kerk naar boven en buiten kan brengen, wordt over het volk van God uitgestort. In Openbaring 11:2 wordt beschreven: ‘En zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang’, (tijd, tijden en een halve tijd). Maar dan komen de 2 getuigen, die met macht bekleed zullen worden, kracht en gezag. In die dagen zal blijken wat God in Zijn volk doet: ‘Mijn getuigen zullen dan geopenbaard worden’. Zoals Jezus ook sprak over ‘Jullie zullen Mijn getuigen zijn’. Gods volk zal getuigen van Zijn evangelie van leven, van overvloed van leven, van kracht. Ondanks alle moeiten en strijd zal in de eindtijd geopenbaard worden dat Gods eeuwig evangelie waar is en dat we zullen overwinnen, zoals Daniël 7:27 zegt:

  • ‘Maar het koningschap en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn koninkrijk zal een eeuwig koninkrijk zijn en alles wat heerschappij heeft, zal Hem eren en gehoorzamen.’

Dan komt de Oude van Dagen recht verschaffen aan het volk van de heiligen (vers 22). Dit is niet het natuurlijke volk Israël, hoewel het in principe wel een heilig volk was, d.w.z. afgezonderd van alle andere volken door zijn besnijdenis en sabbat. Maar het volk Israël is nooit in de geestelijke wereld een heilig volk geweest, omdat het geen kennis had van de hemelse gewesten en nooit afgezonderd is geweest van de demonen van de duisternis. Petrus schrijft: ‘U bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte’ (1 Petr.2:9). Hij heeft het hier over de gemeente van Jezus Christus, zoals Daniël het ook beschrijft. Een volk dat tot de gerechtigheid gebracht is, gezuiverd en gelouterd door het bloed van Jezus Christus. De leugen dat alleen het natuurlijke volk Israël een heilig volk zou zijn, is door de satan in de wereld gebracht om zowel het boek Daniël als het boek Openbaring als troostboek voor de gemeente weg te nemen. Petrus sprak immers over de profeten, die gesproken hebben over de redding en het behoud van ons (1 Petr.1:10).

Verdrukking

  • ‘Ik nu hoorde het wel, maar begreep het niet en zei: Mijn heer, waarop zullen deze dingen uitlopen? Maar hij zei: Ga heen, Daniël, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd’ Dan.12:8.

Daniël moet het boek verzegelen tot aan het einde, want de kennis zal vermeerderen. Het gaat hier niet om de natuurlijke kennis, over het ontwikkelen van High Tech, zodat men op natuurlijk vlak zich steeds verder ontplooit. Daniël spreekt hier over de gerechtigheid, de waarheid. Het volk, dat gereinigd is, zal meer kennis krijgen van het Koninkrijk der hemelen, zal meer te weten komen over Gods grote daden, zal afgezonderd worden van de demonen. Er is dan niets meer wat deze ontwikkeling tegen kan houden. Er wordt in Daniël 12:1 gesproken over een tijd van grote benauwdheid, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. Ook Jezus spreekt over een grote verdrukking, die nog nooit eerder is geweest. In het verleden is er al een grote verdrukking geweest, namelijk de zondvloed. Men zegt daarom: Er komt nog iets groters dan de zondvloed. Maar wat zou dat dan moeten zijn? Grotere oorlogen, grotere rampen? Als men in het Oude Verbond al een zondvloed kende, waar tenslotte een hele wereld door weggenomen is, met uitzondering van 8 zielen, zou er dan een nog grotere ramp komen? Jezus bedoelt te zeggen: Er komt een verdrukking die in wezen nog groter is dan alle andere verdrukkingen, een verdrukking in de geestelijke wereld. Er komt een gigantische strijd tegen de demonen, een zondvloed van boze geesten uit de afgrond, zoals nooit eerder geweest is en nooit meer zijn zal. Die strijd zien we al in ons leven zich ontwikkelen. De gemeente van Jezus Christus heeft macht nodig om te strijden. Jezus Christus zei al tot zijn leerlingen bij hun uitzending:

  • ‘Ik heb jullie macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen, macht over het hele leger van de vijand’ (Marc.16). Als de leerlingen daarna enthousiast terug keren, zegt Jezus: ‘Je kunt beter blij zijn over het feit dat je naam geschreven is in het Levensboek’, want Daniël zei al eerder: ‘Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: allen die in het boek geschreven wordt bevonden’ (12:1).

Op die manier zal het volk ontkomen, Jesaja spreekt over ‘een gebaande weg, die een heilige weg is, voor een heilig volk. De verlosten wandelen daarop; de vrijgekochten van de Heer zullen terugkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd zijn, blijdschap en vreugde zullen zij verkrijgen, maar verdriet en moeiten zullen wegvluchten’ (Jes.35:8,10). Er komt een tijd van bevrijding, van uitkomst, er komt een eind aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk.

Zolang het evangelie van het Koninkrijk der Hemelen niet gebracht werd, was er geen uitkomst voor het volk. Het was maar ‘ten dele.’ Er was wel eens een genezing of een overwinning, maar het was nog niet volkomen. Men zag nog niet dat alle dingen aan Hem onderworpen zijn (Hebr.2:8). Maar wij houden vast aan Jezus, Die met eer en heerlijkheid gekroond is. En wij leven in de verwachting dat er ook een einde komt aan de verbrijzeling van onze macht. Wij vertrouwen op Gods belofte dat er zeer zeker een eind aan komt. De macht van de christenen was in de hemelse gewesten verbrijzeld en verlamd. De antichristelijke geesten hebben ons alles afgepakt, de heilige weg van Jezus hebben ze geblokkeerd. Tijdens de strijd in de hemelse gewesten boekten we niet alleen overwinningen, maar ook veel nederlagen. Maar daar komt een verandering in als daar een einde aan komt. We zijn niet bezig met de vraag of de Heer vannacht weer terug komt, maar met het einde van het verbrijzelen van de macht van het heilige volk. Wij hebben gezien dat satans demonen toegeslagen hebben, zelfs bij opnieuw geboren christenen. Ze zijn blijven steken in hun groei, omdat ze niet genoeg kennis hadden van de hemelse gewesten. Maar nu zijn zij bezig om de kennis te vermeerderen.

Door de verdrukking heen zullen de zonen van God geopenbaard worden. De satan heeft dat eeuwenlang tegengewerkt. Er was geen sprake van de doop in Heilige Geest. Men heeft altijd gedacht dat men zondaar bleef tot in de dood. Van een burgerschap in de hemel tijdens het aardse leven wist men niet en de kerken weten dit nog steeds niet. Ook geloofde men de leugen dat je in dit leven geen rechtvaardige kunt zijn. In het Oude Verbond was er geen volk dat macht had in de hemelse gewesten en de macht van de eerste Pinkstergemeente was al snel verdwenen. Daniël profeteert over ons. Wij willen ons die macht niet laten afnemen, hoewel de satan daar altijd mee bezig is. Hij zorgt voor onrust in de gemeente van Jezus Christus zodat er geen eendracht is, maar jaloezie en ergernis. Het liefst wil de satan dat we ons weer bezig gaan houden met natuurlijke zaken, zoals in de eeuwen hiervoor. De macht van de vijand zal daarom ook toenemen, maar de macht van Gods volk ook.

Velen zullen de aarde liefhebben en het zal zijn zoals in de dagen van Noach, toen men ‘enkel vlees’ was. Anderen zullen omhoog klimmen in de geestelijke wereld, zoals in de tijd van de toren van Babel. Ze waren bezig zijn met de gedachten van de onzienlijke wereld, maar dan aan de kant van het rijk van de duisternis. God heeft de torenbouw toentertijd verstoord, zodat er geen macht uitgeoefend kon worden in de hemelse gewesten. In de eindtijd zal de antichrist echter al die machten samenbundelen. Maar dan staan de zonen van God klaar voor de strijd en komt het tot een geweldig conflict. In Babel waren de zonen van God er nog niet, maar in de eindtijd worden zij geopenbaard. Dan functioneren zij in de hemelse gewesten. De antichristelijke geesten komen ook binnen, maar van buitenaf. Ze dringen van elders binnen, niet via de ene weg, de smalle weg. God laat het toe dat die machten binnendringen. De antichrist gaat krachten doen, bedrieglijke tekens en wonderen. Het leger van God staat tegenover het antichristelijke leger. De strijd wordt ten volle gestreden, omdat de zonen van God zijn opgestaan. Wij willen bij het leger van God horen, wij willen dat volk zijn wat zijn macht weer heeft terug gekregen.

Op weg naar Armageddon

Er is sprake van een immense strijd in de hemel. Van alle kanten dringen de demonen binnen (Joël 2:7), de Bijbel spreekt van de koningen van de opgang van de zon (Op.16:12) en deze tien koningen uit het oosten ontvangen met de antichrist macht (Op.17:12). Vanuit het oosten, waar de zon opkomt, penetreren de oosterse ‘godsdiensten’ binnen in de westerse cultuur. De oosterse godsdiensten leren dat er in elke mens een god is, de mens kan opstijgen boven de wereld omdat men zich één gaat voelen met god (transcendentie). Een grote leugen van de satan, die de leer van het koninkrijk der hemelen verdraait. Het geeft schijnvrede en schijnrust. Maar de christelijke godsdienst heeft hier geen verweer tegen, zij is op intellectuele basis geschoeid. De theologen zijn ‘academisch’ gevormd, maar ze kennen geen strijd in de hemelse gewesten. Dit zijn de aanvallen van de antichrist. Al deze religies en ideologieën brengen de satanische leer van het rijk van de duisternis. Wij zien dat het opkomt vanuit de gedachten van satan. De strijd is in alle hevigheid losgebarsten. Er zijn twee legers, die beiden kennis verzamelen over de hemelse gewesten. De toren van Babel en de tempel van Jeruzalem staan tegenover elkaar. Dit is de botsing in Armageddon.

Bevrijding

  • ‘Velen zullen zich laten reinigen en zuiveren en louteren, maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; niemand van de goddelozen zal het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan’ Dan.12:10.

Maar dan komt het herstel van alle dingen: ‘Wie onrecht doet, laat hij nog meer onrecht doen. En wie vuil is, laat hij nog vuiler worden. En wie rechtvaardig is, laat hij nog meer gerechtvaardigd worden. En wie heilig is, laat hij nog meer geheiligd worden’ (Op.22:11). De kennis van de hemelse gewesten is terug gekomen, de wijze maagden hebben de olie (van Gods Geest, van het geloof) in hun lamp (Gods Woord) gegoten en ze zien weer wat er staat. Ze lezen het nu niet alleen meer, maar ze verstaan het ook. Velen zullen tot gerechtigheid gebracht worden, de Heer werkt mee om de zonen van Levi te reinigen en te louteren. De vrouw uit Openbaring 12 heeft barensweeën, ze heeft moeiten en strijd en baart tenslotte de zoon, de mannelijke. Ook wij kennen de moeite en de strijd, maar we hebben de toezegging van Jezus: ‘Ik geef u macht, wie overwint zal met Mij zitten op Mijn troon’ (Op.3:21). Wij krijgen macht door de Woorden van God om te heersen en hebben macht om de leugenmachten te verbrijzelen, om de ziekte- en zondemachten te verbreken. En het Woord van god gaat uit overwinnende en om te overwinnen (Op.6:2). Er komt een tijd dat er geen uitstel meer is. Dan komen de geestelijke gaven terug en nemen de krachten toe. God zegt:

  • ‘Vrees niet, want Ik zal de machteloosheid wegnemen en Ik zal degene, die verdrukt, verbrijzelen. Zie, Ik stel u tot een scherpe, nieuwe dorsslede met dubbele sneden; u zult bergen dorsen en verbrijzelen en heuvels zult u tot kaf maken. De wind zal ze opnemen en de storm zal ze verstrooien; maar u zult juichen in de Heer, u beroemen in de Heilige van Israël’ (naar Jes.41).

Dan komt het koningschap toe aan de Heer en Zijn gezalfde (Op.11:15). De gezalfde is de gemeente van Jezus Christus, gezalfd met Gods Heilige Geest, absoluut vrij van alle demonen. Daarom gaan wij door, de engelen staan ons bij in de strijd: ‘Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog… En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis’ (Op.12:7,11). Het volk van God zal overwinnen. Daniël begreep er niets van, omdat hij geen wandel in de hemelse gewesten kende. Velen begrijpen het nog niet, zij bazelen wat over een aards Israël of leggen alleen de eerste 4 hoofdstukken van het boek Openbaring uit aan de hand van een tijdperkenleer. Maar wij hebben het verstaan en gaan door. Wij blijven deze boodschap doorgeven en we zullen overwinnen. En wij bemoedigen elkaar met de woorden van deze tekst:

  • ‘Er komt een eind aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk!’