Genesis 6 begint met een beeldspraak en geeft ons een beeld van de hemelse gewesten, te vergelijken met Job. Het beschrijft hoe de zonen van God gemeenschap hadden met de mensen en hoe zij hen verleiden. Deze gevallen engelen (satan en zijn demonen, die ook zonen worden genoemd) zien dat de dochters van de mensen mooi zijn. Ze zien dat dit mensengeslacht begerenswaardig is om (geestelijk en niet letterlijk) in bezit te nemen. Door die gemeenschap met demonen worden mensen vol geweld geboren, übermenschen. De wereld wordt vol geweld, overal, wereldwijd. Het geweld ontketent nog meer geweld, de mensen trekken geweldgeesten aan. Het resultaat is de zondvloed, het is de climax van het geweld.
Waar geweld zo geaccentueerd wordt in het leven van mensen, zullen geweldgeesten hun slag staan om de héle schepping te vernietigen. Gods plan is echter om een geestelijk mens op de troon te zetten. Vlak voor de zondvloed waren de mensen alleen maar bezig met het in stand houden van het natuurlijke leven: eten, drinken, trouwen. De duivel heeft zo de mensen eeuwenlang in zijn greep gehouden. Hij heeft al eeuwenlang de hiel verbrijzeld. Als je hiel is verbrijzeld in de geestelijke wereld, kun je niet hoog springen, je kunt de berg van God niet meer beklimmen omdat er eerst geheeld moet worden. De mens kan zo niet meer het beeld van God zijn.
‘En zij merkten niets’
De demonen van de duisternis werden door de mensen in die tijd niet opgemerkt. Niemand zag de verwoestende kracht van al het geweld. Ze merkten zelfs de enkeling die het wèl had opgemerkt, niet op.
Henoch
Een man als Henoch heeft wel wat gezien van al dat geweld. Hij leefde met God, nam Gods gedachten over en hield rekening met de geestelijke wereld. Henoch profeteerde, zoals Judas:14 en 15 zegt:
- ‘Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd, zeggende: ‘Zie, de Heer is gekomen met Zijn tienduizenden heiligen, om over allen het oordeel te vellen en alle goddelozen onder hen terecht te wijzen voor al hun goddeloze daden, die zij gedaan hebben en voor al de harde woorden die zij, goddeloze zondaars, tegen Hem gesproken hebben.’
Door geloof is Henoch weggenomen, zodat hij de dood niet zag (Hebr.11:5). Ze konden hem niet meer vinden, hoe ze ook zochten (als men iemand zoekt wil men hem ook hebben). Men was het geloof volkomen kwijt, het geloof is iets vastpakken in de geestelijke wereld. ‘Zonder geloof is het onmogelijk om God te behagen’. Je komt onder het oordeel als je niet gelooft of geloven wil. Er is dan geen contact met God en God kan jou ook niet naderen (Jac.4:8).
De toorn van God
In de voortijd was er dus geen contact meer met God. Men steeg niet meer op in de geestelijke wereld, maar was gebonden aan de aarde, levend voor de dingen die men om zich heen zag. Men begreep niets van de profetie van Henoch, omdat men helemaal opging in het materialisme. De geestenwereld zei hen helemaal niets. God kon daarom geen enkel aanknopingspunt meer vinden. Ze waren allemaal doordrenkt met kwaad en van de jeugd af aan waren ze slecht (en niet vanaf de verwekking). Tijdens de opvoeding kwamen ze in contact met de zonde.
De goede engelen – de miljarden heilige engelen van God die op non-actief stonden omdat zij de mens niet meer konden dienen – konden alleen nog de vierschaar spannen, d.w.z. het oordeel uitspreken en zeggen dat zij ook geen contact meer hadden met hen. Ze ruimden het veld voor die mensen die contact hadden met en overmeesterd waren door de demonen van de duisternis. Op het moment dat de heilige engelen zich terug trekken, komen automatisch de schalen van Gods toorn. Gods toorn betekent dat God en de engelen zich terugtrekken waardoor de destructieve machten van de duisternis (die de mensen zelf vrij spel hebben gegeven) de wereld kunnen verwoesten. De aarde wordt verdorven door de verderfengelen. God gaf de aarde prijs aan hen, hij gaf de mensen aan hen over (Ps.78:49).
Godsbesef
Rehwinkel schrijft in de inleiding van zijn boek ‘De zondvloed’ (overigens een boek, waar we heel veel informatie over die tijd kunnen vinden):
- “In deze schrikwekkende catastrofe zien we onze God in Zijn heerlijke en vreselijke majesteit, zoals Hij in Zijn toorn en genade handelt met de kinderen van de mensen…”
In zijn voorwoord schrijft hij:
- “…dat deze studie hem steeds meer zicht gaf op Gods wonderbaarlijke en almachtige majesteit zoals die openbaar wordt in de werken van Zijn scheppende (en vernietigende) kracht…”
Rehwinkel weet veel, maar hij gelooft niet dat God enkel goed is, alsof God Zijn eigen schepping weer zal vernietigen en tot puin en chaos zal maken! De schrijver bewondert zo’n God zelfs, net als de bijbelgordels en Rome.
Maar God is geen vrome geest. Vergelijk het met een jongen die een vlieger maakt, hem op wil laten en tot de ontdekking komt dat de vlieger niet goed werkt. Hij trapt zijn vlieger kapot en gaat er bij staan huilen. Zo wordt God ook door veel mensen voorgesteld: God maakte de schepping, wordt kwaad als de schepping niet aan zijn eisen voldoet. Vervolgens maakt hij Zijn schepping weer stuk en God heeft er verdriet van: ‘En het bedroefde Hem in zijn hart’. Een verknipt en verkrampt Godsbeeld wat absoluut niet overeenstemt met het Godsbesef uit het Nieuwe Testament.
“Wij weten het beter dan Jezus Christus..!”
Zo zijn er nog steeds veel doorsnee kerkgangers die in de Bergrede lezen dat God goed is. Tegelijkertijd lezen ze in het Oude Testament dat God doodt, mensen blind en doof maakt. Als orthodoxe christenen vandaag moeten kiezen tussen de God van het Oude of de God van het Nieuwe Testament, kiezen ze zeker weten voor het Oude Testament. Ze lezen liever de wet van Mozes, dan de Bergrede. Onbegrijpelijk, want je kunt het Oude Testament niet lezen zonder het Nieuwe Testament. Jezus Christus heeft ons de Vader doen kennen, Hij leerde ons wie God is. De mensen uit het Oude Testament hebben ons dat nooit kunnen leren, zij hadden geen inzicht in het koninkrijk van de hemelen. Toch blijven de meesten, ook Rehwinkel, kiezen voor het Oudtestamentische beeld van God.
De minste in het koninkrijk van God heeft echter meer inzicht en kennis dan de grootste van het Oude Verbond. In het Nieuwe Testament staat dat God de tijden van onwetendheid voorbij heeft laten gaan en dat de genade in Jezus Christus geworden is (Hand.17:30). Maar Rehwinkel zegt dat God de natuurkrachten gebruikt. Hij ziet niet dat achter de natuurkrachten een geestelijke wereld zit. Petrus zegt: ‘Het ontgaat de mens’ (2 Petr.3:5), Jezus zegt: ‘Ze merkten niets’ (Matth.24:39). De geestelijke wereld kwam in beweging, maar daar hadden de mensen toen geen erg in.
Storm op het meer
Als Jezus midden in een storm staat, ontgaat het Hem zeker niet: Hij bestraft de storm, omdat Hij de geestelijke wereld achter de orkaan opmerkt. Wij weten dat de demonen van de duisternis in beweging zijn bij natuurrampen, maar er zijn genoeg kerkgangers die denken dat God spreekt in bv. het onweer. Zij kunnen weten, vanuit datzelfde Oude Testament, dat God niet in het onweer, maar in de stilte is. Toen God de aarde prijs gaf en de mensen losliet, gaf Hij hen over aan de verderfengelen en de Verderver. Jezus heeft diezelfde gedachtewereld:
- ‘En als iemand u niet ontvangt of uw woorden niet hoort, verlaat dat huis of die stad en schudt het stof van uw voeten af’. Voorwaar, Ik zeg u: Het zal voor het land van Sodom en Gomorra verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad’ (Matth.10:14,15).
Dring het evangelie niet op, als iemand het niet wil aanvaarden. Dat huis of die stad wordt prijsgegeven! Daardoor wordt het een prooi voor de demonen van de duisternis. In de dag van het oordeel zal het voor Sodom en Gomorra draaglijker zijn dan zo’n stad die het eeuwig evangelie afwijst, omdat Sodom en Gomorra de profeten niet kenden en geen waarschuwing hadden ontvangen. Ze hadden geen keus kunnen maken.
‘Het berouwde God dat Hij de mens op aarde gemaakt had’
De mensen die alleen lezen wat er staat (en dat zijn er veel) hebben hier ontzettend veel moeite mee. Zij kunnen het niet rijmen met wat ook in het Oude Testament staat, nl. dat ‘God geen mens is, dat Hij berouw zou hebben’ (1 Sam.15:29). Ze verdedigen zich door te zeggen dit een manier van spreken is, een zgn. antropomorfisme. Ze vergelijken God met een mens, dat Hij iets kan doen waar Hij later spijt van krijgt. Het ‘aan God gelijk zijn’ wordt hier gemaakt tot “God is hetzelfde als de mens…” Precies de leugen waar de slang in het paradijs Eva mee verleidde!
Noach
Noach heeft door geloof gehandeld, nadat hij een Godsspraak gekregen had. Hij heeft iets gezien van de dingen die nog niet geopenbaard waren. Iets wat nog nooit was voorgekomen, iets wat elke voorstelling te boven ging: de zondvloed. Noach leefde in de gedachten van God. Hij kende de geestelijke wereld en wist dat het niet zo door kon blijven gaan. Al dat geweld zou resulteren in een geweldsexplosie. Verwoestende demonen zouden de aarde gaan ontwrichten volgens de wet van oorzaak en gevolg. Hij waarschuwde de mensen daarvoor en vanuit die gedachten heeft hij ook de ark gebouwd. Bij de zondvloed hebben de verdervende demonen de aarde tot een chaos willen maken (Jes.45:18). De verderver wilde de aarde weer terugbrengen tot de situatie van vóór de schepping, woest, leeg en vol duisternis. Maar Jesaja zegt: ‘God heeft de aarde gemaakt om te bewonen’.
God had een prachtige schepping gemaakt. De zeeën waren vlakbij en de damp steeg op en bevochtigde het land. De hele aarde was bewoonbaar, er waren geen woestijnen, geen slagregens of waterstromen, geen rotsen, geen bergen, geen klimaatverschillen. De temperatuur was overal even aangenaam. Er waren geen gebieden waar je niet kon wonen vanwege het weer of onwerkbare gronden. Vulkanen (een teken van geweld) kwamen niet voor.
De mensen vóór de zondvloed werden heel oud, bijna 1.000 jaar. De Satan had tijd nodig om de mens in zijn macht te krijgen en tot bezet gebied te maken. Zolang als de duivel nodig had om terrein te veroveren, zo heeft God ook tijd nodig om Zijn heerschappij te vestigen. Maar we weten zeker dat die tijd komt. De ziekte- en zondemachten kwamen langzaam binnen, ze moesten terrein veroveren voor de mensen daardoor aangetast werden. Heel de natuur ademde toen nog in vrede.
De aarde – Door geweld gekanteld
Maar toen werd alles in één keer ontketend en omgekeerd. De aarde kreeg een andere stand ten opzichte van de zon. De gevolgen merken we in de jaargetijden, de korte en lange nachten, de polen, enz. Dat was vroeger nooit zo geweest. Dat kunnen we zien aan de hand van opgravingen: zeeschelpen in de Alpen, steenkool in Spitsbergen en nog noordelijker. De scheiding die er in het water was (het hemelgewelf van water boven) en onder de aarde, wordt weggenomen. Er komen vulkanen, de aarde scheurt open en door het vulkanisme. De sluizen van de afgrond, de zeebodem verheffen zich, bergen ontstaan, de elementen zijn ontketend. De aarde wordt uit zijn stand gerukt door Satans geweldgeesten, waaronder Apollyon (toen al) een vooraanstaande plaats had. Maar de aarde is niet geschapen voor geweld, maar voor harmonie, niet voor wetteloosheid, maar voor wetmatigheid. Daarom bestraft Jezus altijd elke vorm van wetteloosheid.
De verdervende machten wilden de aarde vernietigen, als de aarde weer tevoorschijn komt is de aarde vol littekens. De gehavende aarde is niet meer overal bewoonbaar, 7/10 de deel is zee en van het land is weer 40% onbewoonbaar door de polen en woestijnen. Zo hou je maar 18% over. Als er een vernieuwde aarde komt, moet de aarde weer rechtgezet worden (Hebr.12:26). Dan zal de aarde weer bewoonbaar worden en kunnen er veel meer mensen wonen dan nu. Na de zondvloed – als de aarde weer tevoorschijn komt – is er slechts een overblijfsel van de aarde wat gebruikt kan worden. Daarom valt de aarde ook onder het ‘herstel van alle dingen‘.
Als wij bezig zijn met het evangelie van herstel en verlossing, zien we dat het herstel verder gaat dan jezelf of de mensen om je heen. Het herstel moet overal doorwerken. De schepping zucht, de aarde zucht omdat ze wetteloos geworden is, ze past niet in het scheppingspatroon. Ook de aarde moet gered worden door de volwassen zonen van God.






