De ware tempel komt tot stand

 

  • ‘Maar nadat Johannes gevangen genomen was, kwam Jezus in Galilea de goede boodschap van God brengen en zei: De tijd is rijp en het koninkrijk van God is dichtbij gekomen. Bekeer u! Heb geloof in de goede boodschap’ (Marc.1:14-15).

Als Johannes de Doper gevangen genomen is, gaat Jezus naar Galilea. De tijd is vervuld. Johannes, de wegbereider voor de komende koning, heeft zijn werk gedaan. Hij heeft in de wildernis een pad geëffend, in de woestijn een weg gebaand voor de Heer. In de letterlijke zin heeft Johannes zijn boodschap gebracht in de woestijn van Judea. Daar zijn de mensen naar hem toe gekomen en door hem gedoopt in water. De symboliek is duidelijk: als de heraut van de koning in de woestijn gaat roepen, wil dat natuurlijk zeggen dat de koning dáár een weg wil. Romeinen 3:26 zegt dat God de zonden had laten geworden die gedaan waren onder zijn verdraagzaamheid. De tijd is vervuld waarin de vorst van de duisternis in de harten van de mensen zijn leugen deed voortwoekeren als een kankergezwel.

Vervulling van profetie

Het is niet toevallig dat de Heer Jezus met zijn boodschap begint in Galilea. Er was namelijk een profetie over dit gebied uitgesproken door de profeet Jesaja (Jesaja 8:23):

  • ‘Land van Zebulon en land van Naftali, aan de weg naar zee, aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen! Het volk dat in duisternis zit heeft een groot licht gezien en over hen die in het land en in de schaduw van de dood zitten, over hen is een licht opgegaan’ (Matth.4:15-16).

Deze profetie was een bemoediging voor Galilea, want op religieus gebied stond deze streek niet hoog aangeschreven. Uitspraken als: ‘het Galilea van de heidenen’ en ‘de menigte die de wet niet kent, vervloekt zijn zij’, spreken voor zich. Robert Aron zegt in zijn boek ‘Het verborgen leven van Jezus’:

  • ‘Uit Nazareth afkomstig zijn, betekende voor de heren die Grieks en Latijn spraken zoiets als uit het achterland afkomstig zijn. Het was een bewijs van boersheid en misschien zelfs van onbeschaafdheid. De Nazareners spraken Aramees, de volkstaal van die tijd en zij hadden een typisch plaatselijk accent waaraan zij altijd herkend konden worden. Het maakte hen ook vaak tot een voorwerp van spot. ‘Kan er iets goeds komen uit Nazareth?’ zegt Nathanaël. Men betitelt de inwoners van Nazareth met een antiek equivalent van ons eigen scheldwoord ‘boerenkinkel’. Het zijn am-ha-arets (achterlijke mensen van het platteland)’.

Galilea was het land waar ‘de schaduw van de dood’ heerste, waar het licht langzamerhand door de duisternis was verdrongen.

Het gevaar van vermenging

De verzegelaar van de som

Ongeveer 1000 jaar eerder leefde koning Salomo. Hij liet bouwwerken verrijzen, waaronder een schitterende tempel. Het hout hiervoor (zoveel hij maar wenste) werd geleverd door Hiram, de koning van Tyrus; beeld van de Satan. Bovendien leverde Hiram een reusachtige hoeveelheid goud, dat gebruikt werd voor deze tempel: 120 talenten. Als we bedenken dat 1 talent goud ongeveer 91 kg is, ging het dus in totaal om bijna 11.000 kg! Zij hadden een verbond gesloten en het gevolg hiervan was dat deze heidense vorst z’n stempel drukte op Salomo’s bouwwerken. Hij zond namelijk, behalve het materiaal, ook zijn hoofdarchitect mee. Al snel zou het hele gebied afhankelijk worden van de heidense koning. Het is geen wonder dat later (in de tijd van Ezechiël) de koning van Tyrus geïdentificeerd wordt met de diepst gevallen hemelvorst, satan zelf, die het begin was van de eerste schepping (Ez.28:11-19). Op geraffineerde wijze heeft de sluwe misleider kans gezien verwarring te stichten door zijn leugenzaad te vermengen met het ware zaad van God.

We zien ditzelfde in de opbouw van de kerk in de loop van de eeuwen. Veel heidense filosofieën en culturen hebben hun invloed laten gelden op het volk van God. Predikanten kregen vaak in hun opleiding te maken met het bestuderen van de Griekse wijsbegeerte. Helaas is in dit opzicht het gezegde: ‘De geschiedenis herhaalt zich’ maar al te waar gebleken. Het is zeer aannemelijk dat Salomo vanwege zijn vele dure transacties in financiële problemen is geraakt. Om uit de moeilijkheden te komen, kwam hij met Hiram het volgende overeen: hij zou 20 steden in het land Zebulon en Naftali (in Galiléa) aan de heidense koning afstaan, om op deze wijze zijn schuld af te lossen. Toen Hiram het gebied kwam bezichtigen – wat in feite betekende dat hij de landstreek in bezit kwam nemen – was hij niet bepaald blij met dit geschenk. Hij noemde de landstreek ‘kabul’ (‘stelt niets voor’ ofwel ‘zo goed als niets’ 1 Kon.9:10-14). We mogen met zekerheid aannemen dat Salomo de God van Israël niet geraadpleegd heeft, toen hij het besluit nam om deze ‘am-ha-arets’ prijs te geven. Blijkbaar hechtte hij zelf weinig waarde aan dit gebied. De God van het verbond zou er nooit in hebben toegestemd dat om deze reden een deel van Israël in heidense handen zou vallen.

Salomo geeft een stuk van de erfenis van de Heer aan een land waarvan de afgoderij dit gebied straks meer en meer gaat overwoekeren, zodat het op de duur het “Galilea van de heidenen” wordt genoemd. Er is een bres geslagen in de verdediging van het volk van God. De vijand is binnengekomen en zal snel zijn listige plannen uitvoeren. Als 100 jaar later koning Achab trouwt met Izebel, de dochter van de koning van de Sidoniërs, voert zij de Baäl godsdienst in. Een tijd van diepe duisternis breekt aan voor dit deel van Gods volk. De Baälspriesters brengen de kinderen van God tot afgoderij. Vervolgens komt er een zware vervolging… zó hevig dat Elia moet vluchten voor z’n leven. Hij verzucht: ‘Ik ben als een profeet van de Heer alleen overgebleven en de profeten van Baäl zijn 400 man’. Wat is het dan goed te horen dat God dit arme, geminachte deel van zijn volk via de profeet Jesaja bemoedigt.

De nieuwe tempel

Circa 1000 jaar na Salomo maakt de ware Vredevorst deze fout weer ongedaan! De tijd is vervuld. De Vader zendt zijn Zoon uitgerekend naar Galilea om daar de boodschap van het Koninkrijk van de hemelen te brengen, het evangelie van de onzienlijke wereld. Hij kondigt het oordeel aan, de scheiding: enerzijds vergeving en verlossing voor de misleide en gebonden mens, anderzijds de veroordeling van de veroorzakers van de wetteloosheid, de machten van de duisternis.

Het is opvallend dat de Heer zijn leerlingen niet in Jeruzalem gaat zoeken. Hij gaat niet naar de scholen van de bekende rabbijnen Hillel en Schammai om daar zijn leerlingen te rekruteren. Hij zoekt ze niet bij de intelligentsia. Voordat Hij z’n volgelingen gaat roepen, gaat de Heer de berg op om in de stilte de gemeenschap met zijn Vader te zoeken. Hij brengt de nacht door in gebed. De profeet Zacharia noemt dat ‘heilzaam overleg’:

  • ‘Zeg dan tegen hem – zo spreekt de Heer van de machten: ‘Daar is de man die de telg heet; hij schiet omhoog waar hij is en hij bouwt de tempel van de Heer. Hij bouwt niet alleen de tempel van de Heer, maar hij zal ook met luister bekleed worden en als heerser op zijn troon zitten. Ook een priester zal op zijn troon zitten en er zal vrede zijn tussen die twee’ (Zach.6:12-13).

De hemelse Vader wijst de plaats waar de Meester mag beginnen de ware tempel van de Heer te bouwen. Deze ‘ongeletterde en eenvoudige mensen uit het volk’ (Hand.4:13) worden door de Heer uitgenodigd om ingeleid te worden in de geheimenissen van het Koninkrijk van de hemelen. Zo wordt het prijsgegeven gebied het beginpunt van het vertellen van redding en verlossing voor heel de wereld. Hoe wonderbaarlijk is Gods goedheid en genade!