De verdrukking aangekondigd

 

  • ‘Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld’ (Joh.16:29,33). Even later voegde Hij er in zijn hogepriesterlijk gebed nog aan toe: ‘Ik vraag niet of U hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of U hen wilt beschermen tegen de duivel’ (17:15).

God verdrukt niet

De Heer wond er geen doekjes om. Hij drukte zich ditmaal niet uit in beeldspraak of in gelijkenissen. Hij sprak bij zijn laatste wandeling met zijn leerlingen bovenstaande woorden. Waarom vroeg hij in het gebed om zijn leerlingen te beschermen? Omdat de duivel gaat verdrukken. Dit is een heel ander evangelie dan men in bepaalde kringen voorstaat: als je de Heer volgt, ontvang je dit of dat en gaat het je goed in de natuurlijke wereld. Ook leert men wel (zoals de aardse Israëlaanbidding), dat de Heer zijn volk vóór de grote verdrukking uit de wereld wegneemt.

De leerlingen wisten wat verdrukking was. Zij hadden haar opgemerkt bij hun Meester, die toch enkel goed was. Zij hadden dikwijls de haat gevoeld, die zich richtte op deze eerste prediker van het eeuwige evangelie. Als zijn navolgers zullen ook wij de afkeer, de negatie en het geweld van de religieuze wereld ondervinden net als de druk van de verleiding en misleiding van de satan. Bij het lijden in deze tegenwoordige wereld weten we zeker dat God ons geen nare dingen doet toekomen. Juist in het boek Job wordt door Elihu, die recht van God sprak, gezegd: ‘De Almachtige onderdrukt nimmer!’ (Job 37:23 Can. vert.). God dreigt niet, verzoekt niet en verdrukt niet. Wanneer Hij ons voorhoudt om niemand kwaad te doen, doet Hij dit zeker zelf ook niet. Hij gaf ons Jezus als voorbeeld hoe wij moeten handelen en onze Heer was de afdruk van zijn goddelijke wezen. In Israël was het verboden om de zwakken en minder bedeelden af te persen, hen te benadelen of hard te behandelen. Men mocht zelfs geen slaaf verdrukken. Niet God, maar:

  • ‘hun vijanden onderdrukten hen, zodat zij zwichtten voor hun macht’ (Ps.106:42). In Spreuken 14:31 lezen we: ‘Wie een verschoppeling onderdrukt, beledigt zijn schepper’. Hij beledigt dus zijn Schepper en werkt Hem tegen in zijn herstelplan.

Waarom verdrukt de duivel?

Een schoolvoorbeeld van hardheid zien we bij de Farao van de verdrukking. In Exodus 1:8-11 lezen we van de intenties van deze vijand ten opzichte van Gods volk. Farao sprak: dit volk mag zich niet vermenigvuldigen, het moet tegengehouden worden om tegen ons te strijden en het mag niet uit ons land wegtrekken. Wanneer wij deze gedachten op ons toepassen, geven zij de bedoeling van de duivel weer: het geestelijk Israël is vruchtbaar, het mag zich niet verder uitbreiden en zich vooral niet aaneensluiten om met de heilige engelen ons te bestrijden. Het mag daarom niet van de aarde wegtrekken om zich te verheffen in de hemelse gewesten. De apostel Paulus omschreef zijn verdrukking: ‘Daarom is mij (door de duivel), zodat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij te kwellen’ (2 Cor.12:7). Vanwege deze engel kwam de apostel in de gevangenis terecht, werd hij gegeseld, gestenigd, leed hij schipbreuk, was hij zonder slaap en leed hij ook honger en dorst.

Door verdrukkingen wil de duivel ons op de aarde houden en beletten dat wij uit dit domein – waar hij ten onrechte nog als overste van deze wereld gezien wordt – wegtrekken. Hij wil koste wat het kost verhinderen dat het heerlijke evangelie van het Koninkrijk van de hemel over deze aarde zal gaan. Waar wij in deze tijd ernst maken met het brengen en doorgeven ervan, moeten wij er wel op rekenen dat wij aan alle kanten, van buiten en van binnen, de uitbarstingen van haat en wrevel rechtstreeks of via mensen zullen ervaren.

Hoe verdrukt de duivel?

De duivel verdrukt ons door rechtstreekse aanvallen of hij werkt indirect door mensen of door situaties heen. Hij oefent bijvoorbeeld druk uit vanuit de onzienlijke wereld of hij legt lasten op door middel van mensen. De goddeloze koning van Egypte dwong het volk tot steeds grotere inspanningen, maar dat deden ook de ‘vrome’ Farizeeën. De mensen gingen gebukt onder allerlei wetten en forse belastingroof, terwijl de leiders voor de schijn lange gebeden uitspraken. Men houdt het de mens voor dat zijn ‘ik’ moet worden gedood en hij gedoemd is tot zijn dood zondaar te blijven, dus in slavernij van de duivel moet blijven. Achter dit alles staat dan de dreiging dat men ondanks alle inspanningen toch nog te kort zal schieten. Verdrukkingen maken de mens machteloos en krachteloos. Zo worden ouders door leugengeesten geïntimideerd ten opzichte van hun kinderen: er komt toch niets van terecht; je zoon of dochter gaat onder.

Door dit negatieve denken en door deze inspiraties vanuit de onzienlijke wereld wordt de christen timide en klein. Velen zeggen dan: ik kan het niet meer volhouden. Na zo’n belijdenis vieren de duivelse geesten hun overwinningen. Ze irriteren de christen, maken hem agressief tegen vlees en bloed of depressief ten opzichte van zichzelf. Hij krijgt dan een geest van ‘verwerping’: het is met mij een hopeloze zaak. Het resultaat is dat hij dan bij de pakken neerzit. Waar de demonen hun invloed kunnen laten gelden, wordt de mens naar beneden gesleurd en komt hij in de diepte, in plaats dat hij zich verheft en omhoog stijgt. Vaak beschuldigt de mens zichzelf dan nog als oorzaak van de verdrukkingen die de duivel hem aandoet.

Het is dus niet vreemd dat wij dikwijls ook door mensen hard en liefdeloos worden behandeld. Zelfs in de gemeente waar liefde de bron moet zijn, treft men soms heerszuchtige personen aan, die allerlei verplichtingen en geboden opleggen. Door al deze verdrukkingen wil de duivel een claim op de mens houden. Hij houdt hem klein en remt hem af in zijn geestelijke ontplooiing. Hij wil beletten dat de christen werkelijk vrij is. De duivel heeft echter geen enkel recht om ons te verdrukken. Bad de weduwe niet: ‘Verschaf mij recht in het geschil met mijn tegenstander’? De demonen willen niet dat de kinderen van God in de hemelse gewesten boven hen komen, dat ze daar hun taak uitvoeren en hen onder hun voeten krijgen. Wie zal dus de meeste verdrukkingen ondergaan? Dat is de geestelijke mens die zich bezighoudt met de onzienlijke wereld en die het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid zoekt.

De grote verdrukking

Wij begrijpen nu ook dat er nog een ‘grote’ verdrukking zal komen, zoals er nooit is geweest en nooit meer zal zijn. Dit gebeurt wanneer de zonen van God hun volwassenheid gaan bereiken en geopenbaard worden als herstellers van gebondenen en zieken. Zij vervullen dan hun taak zoals de Zoon van God dit eenmaal deed en hun een voorbeeld naliet. Jezus sprak: ‘Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de (herstel)werken, die Ik doe, zal hij ook doen en grotere nog dan deze’ (Joh.14:12). Als echter de leerlingen met blijdschap terugkeren, omdat zelfs de boze geesten zich aan hen hadden moeten onderwerpen, sprak de Heer ook: ‘Ik heb satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen’. Die maakt zich dan op als nooit tevoren om de gemeente te beletten het evangelie van Jezus uit te dragen en te realiseren. Daarom wordt in de toekomst de strijd alleen maar zwaarder en de vijandschap steeds groter.

De koning van de verdrukking, de antichrist, heeft het dan gemunt op het geestelijk Israël, dat hij nog najaagt tot in de glazen zee, die vermengd is met het vuur van de verdrukkende demonen. Daar zal hij tenslotte net als de Farao het onderspit delven en zijn einde vinden. Hoe verder wij geestelijk komen, hoe sterker de duivel zich roert. Daarom staat er:

  • ‘Wees bereid voor het evangelie te lijden in de kracht van God’ en ‘lijd met de anderen als een goed soldaat van Jezus Christus’. Ook staat er: ‘Strijd de goede strijd van het geloof’, dat wil zeggen: ga voort met de worsteling tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (2 Tim.1:8; 2:3 en 1 Tim.6:12).

Het hemelse Armageddon komt dichterbij en het zijn bekende klanken, dat wij door veel verdrukkingen ingaan in het Koninkrijk van God (Hand.14:22).

Wat doet God?

In Deuteronomium staat verschillende keren dat God zijn volk uitleidde door een sterke arm, een uitgestrekte hand en door wonderen en tekens. Wij komen door de verdrukking heen, als wij blijven volhouden. De ploeger ploegt immers niet altijd en het koren wordt niet altijd gedorst en al gaat het wagenrad en zijn paarden erover heen, men maakt het niet kapot (Jes.28:23-29). Ook staat er: ‘Al blijft de rechtvaardige niets bespaard, de Heer zal hem steeds weer bevrijden’ (Ps.34:20). Zo eindigt de grote verdrukking met de slag van Armageddon, waar de zonen van God zegevierend tevoorschijn zullen komen. Zo kwam immers de rechtvaardige Job uit zijn grote verdrukking tevoorschijn net als Jozef. Daniël kwam uit de leeuwenkuil en zijn vrienden verbrandden niet in de vurige oven. Altijd zal blijken dat God rijk is aan barmhartigheid en ontferming.

Is de verdrukking pure ellende of richt ze nog iets positiefs uit? In de verdrukte wordt de roep naar het eeuwige, onvergankelijke leven sterker. De apostel schreef dat de verdrukking volharding uitwerkt (Rom.5:3). Wanneer God zijn schepping herstelt, gebruikt Hij volhardende mensen en geen labiele kinderen, die het op het kritieke ogenblik laten afweten. De verdrukking werkt bij volharding beproefdheid uit. Wij spreken van de vuurproef, wanneer we met satan’s demonen in aanraking komen en blijven staan. Dan maakt het lijden de christen geduldig, zodat hij meer vertrouwen op God krijgt en onwankelbaar, onaantastbaar en onbeweeglijk wordt. Zo wordt hij een waardige en een goed toegeruste medewerker van Jezus Christus bij het uitvoeren van het eeuwig voornemen van de Vader.

Hou goede moed

De voorspelling van verdrukking wordt onmiddellijk gevolgd door de uitspraak: ‘Maar hou moed: ik heb de wereld overwonnen’. Tijdens zijn leven op aarde had Jezus vele malen de duivel overwonnen. Johannes zou later schrijven van sterke jongeren, die in hun leven ook de boze geesten ontwapenen en over hen zegevieren, want ‘Het Woord van God blijft in u en u hebt de duivel overwonnen’ (1 Joh. 2:14). Hier is echter sprake van een overwinning op de wereld, dus van een volledige onderwerping van haar overste, de duivel. Hoe gebeurde dit en hoe gebeurt dit nu nog? Er staat:

  • ‘Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Zij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard’ (Op.12:1).

Jezus overwon de wereld, toen Hij zijn bloed als losprijs aan de Vader ter beschikking stelde, om uiteindelijk daarmee het hele menselijke geslacht vrij te kopen uit de macht van satan. De overste van deze wereld aanvaardde deze losprijs en verloor daarmee zijn claim op de mens en werd onttroond. Toen de Heer uit de doden opstond, kwam het ogenblik dat de Vader zijn Zoon verheerlijkte door Hem alle macht in hemel en op aarde over te dragen. Ook gaf Hij Hem een plaats op de troon aan zijn rechterhand. Daarom is Jezus nu Heer en daardoor de overste van deze wereld. Het woord van dit getuigenis gaat nu over de aarde ‘overwinnende en om te overwinnen’.

Jezus is de sterkere

Wij overwinnen de wereld door dit geloof aan de waarheid van God: Jezus is de sterkere. Hij heeft alle macht en Hij is met ons tot in alle eeuwigheden. Hij woont zelfs door Gods Geest in ons. Wij letten daarbij niet op de omstandigheden, op de wonderen en tekens van de antichrist, maar gaan achter het Woord van God aan, ook al gaat dit ten koste van ons natuurlijke leven. Zo wordt vervuld: ‘Wie is het, die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is’. ‘Christus in ons, de hoop van de heerlijkheid!’ Door deze belijdenis worden wij zelf ook zonen van God naar wie de zuchtende schepping uitziet. Door de verdrukking wordt ons innerlijke leven niet aangetast. Jezus sprak immers eerst: ‘Dit heb Ik tot u gesproken, zodat u in Mij vrede hebt’. Hoezeer de vijand ook te keer gaat, wij roemen in de verdrukking. Wij blijven in de verdrukking positief bezig en denken hierbij aan de beloften van Gods trouw. Paulus schreef aan Timotheüs: ‘Blijf nuchter in alles, aanvaard het lijden’ (2 Tim.4:5).

Geef je daarom niet over aan zelfmedelijden en smelt niet weg in zelfbeklag. Wanneer je de berg Sion bestijgt, ontvang je de toezegging dat je daar behouden wordt en daar ontkoming is. Blijf daarom staan en sluit geen compromis met de vijand. Alle dingen werken immers mee in het voordeel voor wie God liefhebben. Het gaat erom of je geestelijk of vleselijk wil leven. De omkeer komt zeker en dan zal de Heer ‘verbrijzelen wie verdrukt’. Mocht je soms gestruikeld zijn, hou toch goede moed, want Hij helpt je overeind. Als beginnelingen struikelen wij nog in veel dingen, maar we groeien verder en komen steviger in onze schoenen te staan. Daarom:

  • ‘Jubel, vrouw van Sion, zing van vreugde, Israël, juich met heel je hart, vrouw van Jeruzalem! De Heer heeft het vonnis over jou tenietgedaan en je vijand verdreven. De Heer, de koning van Israël, is in je midden, je hebt geen kwaad meer te vrezen’ (Zef.3:14,15).