
Men beweert wel eens dat Christus in het visioen van Johannes over de ruiter op het witte paard een dubbele rol speelt, namelijk als het Lam dat de zegels verbreekt én als ruiter met een boog. Deze beeldspraak wil men echter niet aanvaarden, terwijl in Openbaring 5 in een gezicht het Lam toch ook tegelijkertijd de Leeuw uit Juda’s stam wordt genoemd. Openbaring 6 begint met de mededeling dat het Lam de boekrol gaat openen die eerst was verzegeld. Christus ontving deze uit de hand van de Almachtige. Het geschrift bevat het herstelplan van God, waarin het Lam de hoofdrol heeft. Hij alleen is waardig de boekrol te openen, omdat Hij had overwonnen:
- ‘U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want u bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal. U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde’ (Op.5:9,10).
Duidelijk zien we hier de overwinning van het Woord van God. Wanneer deze wereldwijde overwinningstocht eindigt, heeft de ruiter nog veel kronen erbij ontvangen en gekroonde koningen volgen Hem. Het reddingsplan van God begint niet met de antichrist, maar met Christus als het Woord van God! Hoe kon trouwens de antichrist uittrekken, als niet eerst onze Heer zijn reis door de wereld was begonnen? Als tenslotte de zevende engel de laatste bazuin doet horen, dus het einde van het zevende zegel aankondigt, klinken luide stemmen in de hemel. Ze zeggen:
- ‘Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Heer en aan zijn gezalfde (de gemeente) en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden’ (Op.11:15).
Daarmee is dan de overwinningstocht van de ruiter op het witte paard beëindigd.
Waarom STEEDS-MAAR-WEER dat verzet tegen het uitgaande Woord van God?
Waarom verzet men zich ertegen dat het Woord van God overwinnend uitgaat? Waarom gelooft men wél dat de antichrist overwinnend zal uitgaan? Omdat bij veel kerkgangers de sinistere gedachte overheerst dat de schepping ten ondergang is gedoemd. Men beroept zich voor deze visie op 2 Petrus 3:10, waar staat dat de elementen door vuur zullen vergaan. Men stelt zich een nabije toekomst voor waarin alles in vlammen zal opgaan. Atoombommen en natuurrampen maken dan de aarde tot een dode woestijn.
‘De planeet die aarde heette…’

Hal Lindsey schreef zelfs over een Science fiction met gruwelen in het groot. De zuchtende schepping ziet dan echter tevergeefs uit naar de openbaring van de zonen van God, die haar bevrijden en redden zullen. Men leert zelfs dat de gemeente waaruit deze zonen voortkomen, vóór deze rampen, gerieflijk wordt opgenomen. Vóór de grote tragedie hebben de medewerkers van God dan hun werkterrein al verlaten. Deze troosteloze visie gaat er vanuit dat God zijn schepping laat ondergaan in een vlammenzee.
De Bijbel spreekt echter van ‘het herstel van alle dingen’. God maakt alle dingen nieuw en Hij schept geen nieuwe dingen! Hij renoveert de aarde. De aangehaalde tekst uit Petrus vervolgt dat de werken op de aarde, de levende schepping, gevonden zullen worden. Het hoogste van Gods werken is de stof die verbonden is met het leven. Deze zal in de eindtijd bewaard blijven door het werk van de geopenbaarde zonen van God. God zei dat zijn schepping goed is, want zelfs het herstel lag er vanaf het begin in. Het Lam was geslacht vanaf de grondvesting van de wereld. De schepping is zo goed, dat ze alle aanslagen van de satan zal overleven. Jesaja zei het al:
- ‘Hij is God, die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft; Hij heeft haar gegrondvest; niet tot chaos heeft Hij haar geschapen, maar om te bewonen heeft Hij haar gevormd’ (Jes.45:18).
Wereldgeesten – Eerste beginsels – Elementen
Wij wijzen erop dat het Griekse woord ‘stoicheion’ zevenmaal in het Nieuwe Testament voorkomt. Viermaal wordt het vertaald door ‘wereldgeesten’ (Gal.4:3,9; Col.2:8,20), eenmaal door ‘eerste beginselen’ (Hebr.5:12) en tweemaal door elementen (2 Petr.3:10,12). De ‘elementen’ uit 2 Petrus 3:10 en 12 zijn niet de stoffen waaruit de aarde is opgebouwd, maar de ‘wereldgeesten’, die het bestuursapparaat van de mensheid vormen. Het hemelse en het aardse leven zijn zo geordend, dat er overheden en machten zijn, dus geesten die heerschappij uitoefenen. Zo zijn er in het Koninkrijk van God troonengelen, cherubs, overheden, engelen van de gemeente en miljoenen engelen die onder hen staan. De satan en zijn demonen kennen ook een hiërarchie van machten, overheden en wereldbeheersers in het koninkrijk van satan.
Parallel met deze elementaire bestuursprincipes in de onzienlijke wereld zijn ook de menselijke geesten naar de wil van God van hoog tot laag geordend. Er zijn rangen en standen: vader-kind, koning-volk, overheid-onderdaan, heer-knecht. Zij vormen samen het maatschappelijk en staatkundig bestel. De geordende ‘wereldgeesten’ – in tegenstelling met ‘hemelgeesten’ – regelen het leven op aarde. Deze gezagsverhoudingen zijn volgens Romeinen 13:1 door God ingesteld. Wij lezen dus in plaats van ‘de elementen zullen door vuur vergaan’, dat de ‘wereldgeesten’ door vuur zullen ondergaan. Zij zullen ‘brandend ontbonden worden’.
Het geheim van de wetteloosheid

Wij verwerpen ten stelligste de gedachte dat de aarde door natuurlijk vuur zal worden vernietigd. Vuur in zijn vernietigende en ontbindende uitwerking is symbool van de machten van de duisternis. In de eindtijd zullen de demonen met geweld op de ordenende wereldgeesten aanvallen en hen uitschakelen, dit wil zeggen dat dan de door God gestelde gezagsdragers hun macht zien verdwijnen. In verband met de antichristelijke geest wordt daarom gesproken over ‘het geheim van de wetteloosheid dat al in werking is’. De totale ontbinding wacht slechts op het ogenblik dat ‘de macht die haar weerhoudt, uit de weg is geruimd’ (2 Thess.2:7, vert. Brouwer). De weerhoudende macht wordt gevormd door de ordenende wereldgeesten, die ‘zwak en arm’ zijn tegenover de grootmachten van de duisternis met hun beest uit de afgrond Apollyon aan het hoofd. Voor de oplettende kijker en luisteraar vandaag al heel goed te zien. De komende antichrist wordt ‘dé mens van de wetteloosheid’ genoemd.
Drie satanische paarden met eigen gevolg

Veel kerkgangers letten op de tekens van deze tijd, maar dan alleen op aarde. Zij letten echter niet op de hemelse gewesten, waar een hevig gevecht woedt tussen de ruiterij die achter de berijder op het witte paard komt en de antichristelijke demonen op hun ‘paarden’. Omdat men slechts ‘ziet wat voor ogen is’, merkt men niet op dat het Woord van God voortgaat, overwinnende en om te overwinnen. Van de ruiters die Christus volgen, wordt gezegd:
- ‘Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en het woord van hun getuigenis’ (12:11).
Degene die overwonnen is, is niet de ruiter op het witte paard, maar de draak en zijn engelen. Van Jezus werd gezegd dat de Vader Hem alle dingen heeft onderworpen. Hij zei zelf: ‘Alle dingen zijn Mij overgegeven’. Wij zien Hem daarom met eer en heerlijkheid gekroond! De duivel haat dit geloof en inspireert zelfs de afgedwaalde kinderen van God om te leren: de antichrist is gekroond. Daarmee vegen zij de berijder op het witte paard op één hoop met de drie andere ruiters.
Toen Jezus gekroond werd, nam Hij plaats aan de rechterhand van de kracht van God. Daar heeft Hij de uitvoering in handen van de gedachten van de Vader over het herstel van alle dingen. Hij heeft diens reddingsplan overgenomen en Hij wil zijn volgelingen als werkers inschakelen en daarom gaan wij als medestrijders achter Hem aan. Veel kerkmensen letten alleen op de duisternis om zich heen. Zij beseffen niet dat deze toeneemt, omdat het licht doorbreekt. Gods Woord trekt uit en satans demonen proberen het tegen te werken. Zei het vleesgeworden Woord niet:
- ‘Ik ben gekomen om vuur op de aarde te werpen; en wat wil Ik, als het al ontstoken is?’ (Lucas 12:49).
De ruiter op het witte paard gaat met de Zijnen echter dwars door deze zee van vuur en glas en velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. Zijn legers volgen Hem en zij vormen een onverbrekelijke eenheid met hun witte paarden. Hun witte gewaden wijzen op de rechtvaardige daden van deze heiligen, die weer voortkomen uit hun rechtvaardige gedachten. Het kleed van de voorste ruiter is in bloed geverfd. Dit rode gewaad identificeert deze anonieme ruiter. Het maakt Hem tot aanvoerder en leider van de hemelse legers. Hij is herkenbaar als Verlosser en Redder van de mensheid.
Onkruid tussen het goede zaad
De antichristen (meervoud) trekken ook uit en in het donker hebben zij tussen het goede zaad, het onkruid gezaaid. Zo werd lange tijd de triomftocht van het overwinnende Woord tegengehouden. Het kon niet doen waarvoor het was gezonden, namelijk het herstel. Op het kleed van de eerste ruiter staat nu de naam ‘Koning van de koningen en Heer van de heren’ (19:16). Deze koningen en heren zijn in de eeuwen achter ons nauwelijks tevoorschijn gekomen. Antichristelijke leringen maakten de kerkmensen nietswaardig en onmachtig. Zij bleven klein en zondaars tot de dood. Het geloofslied: ‘Ik ben een koning, ik overwin’ was onder Gods volk totaal onbekend. Wij geloven echter in de tijden van het herstel, van de late regen. Wij belijden vrijgekochten te zijn door het bloed van het Lam. Wij worden verlost uit de hand van al onze vijanden en vervuld met Gods Geest. Zo kunnen de ruiters ook op witte paarden zitten, hun leider volgen waarheen Hij ook gaat. Ook zij beschikken over een zwaard en een boog met pijlen. Zelf worden zij door Gods Geest geïnspireerd en zij dragen hun overwinnende gedachten over.
In deze laatste dagen spreekt God nog in en door de Zoon. Hij is Gods laatste Woord. De oude profeten hielden de gedachten van God levend en bewaarden ze, maar in het vleesgeworden Woord kregen de eeuwige gedachten van God gestalte en werden zij gerealiseerd. Voor ons is deze realisatie van het Woord van God de nieuwe fase in ons leven. Dan doet het werkelijk wat God behaagt en doet alles waartoe Hij het zond, namelijk het herstel en de volmaking. De antichristelijke demonen maken zich met de moed van de wanhoop ook op om de ruiters op hun witte paarden tegen te werken. Zij vertellen de leugen:
- ‘God verliest het. De aarde vergaat! De Schepper zal toch nog opnieuw moeten beginnen…’
Toen Jezus waardig werd gekeurd om de boekrol te openen, begon hun geweld. Maar het Woord is niet uitgezonden om vernield te worden, maar om te overwinnen. Wij leven in een tijd van geestelijke bergverschuivingen. De tijdskringen wisselen snel. Daarom willen wij ons niet bezighouden met valse mijmeringen en ook niet met toekomstbespiegelingen over een natuurlijk, aards Israël. Wij willen voortdurend denken aan het herstelplan van God, om overwinnaars te zijn op de demonen in eigen leven, in eigen gezin, in eigen gemeente, in eigen omgeving.
Wij staan aan de oever van een zee van glas met vuur vermengd. Tot het volk van de nieuwe dag klinkt het: ‘Zeg het hemelse Israël, dat het voorttrekt’. De strijd wordt zwaarder, maar wij oefenen ons om mede in het hemelse Armageddon de zegepraal te behalen, want het Woord van God blijft voortgaan, overwinnend, de overwinning tegemoet!
De alles overwinnende Woorden van God tot in eeuwigheid!

