De laatste dagen

Het evangelie van de angst

Het ontbreekt ons vandaag niet aan eigentijdse profeten die zeggen te weten welke rampen onze wereld binnen afzienbare tijd moeten treffen. Alle planeten op één lijn zou volgens hen op een toename van natuurrampen moeten wijzen. Hongersnoden, oorlogen, rampen en toenemende sociale en maatschappelijke ontevredenheid al dan niet geuit in geweld, vormen voor hen het bewijs dat in onze dagen de tijd is aangebroken die de Bijbel typeert als ‘de laatste dagen’, ‘de eindtijd’, ‘het einde van de tijden’. De vraag is: zijn ‘de laatste dagen’ nu inderdaad over ons gekomen? En: worden deze ‘dagen’ inderdaad voor de gelovige beheerst door angst voor wat komen gaat? Of worden ze gekenmerkt door iets beters dan het dreigende onheil dat men overal meent te moeten signaleren?

Al 20 eeuwen geleden merkte de apostel Paulus op dat er in de ‘laatste dagen’ zware tijden zouden komen (2 Tim.3:1). Uitvoerig beschreef hij hoe de mensen van die tijd zouden zijn: geldgierig, ondankbaar, verraderlijk, opgeblazen, lasterlijk, liefdeloos, met zonden beladen met meer liefde voor genot dan voor God. De apostel voegde er een advies aan toe: ‘Houd dezen op een afstand!’ Deze uitspraak laat een opmerkelijke conclusie toe: De apostel leefde kennelijk al midden in de laatste dagen! De kenmerken ervan waren in zijn tijd al duidelijk aanwezig. Vandaar dat we stellen mogen dat ‘de laatste dagen’ toen al waren ingegaan – zij omvatten een periode die nu alweer tweeduizend jaar beslaat. Het ‘bekeer u, want anders zullen u rampen en oordelen van God overkomen’, wordt steeds vaker gehoord. De angstgedachte dat God op grondige wijze zal afrekenen met zijn schepping, moet dan voldoende reden geven om zich krampachtig te richten naar de wil van de Heer en zich te bekeren. De Bijbel laat echter een ander geluid horen. Hoewel oorlogen, rampen, geweld en vervolgingen de gelovigen niet altijd bespaard zullen blijven, hoeven deze zaken hen geen angst aan te jagen. Integendeel. Jezus zelf sprak: ‘Jullie zullen horen over oorlogen en oorlogsgeruchten. Let op en laat je niet bang maken. Want dit moet gebeuren, maar is het einde nog niet’ (Matth.24:6).

De vraag is echter of de gelovige zich behouden weet en bevrijd van satan’s demonen. Deze geestelijke machten zijn er op uit het natuurlijke leven te verstoren om zodoende greep te krijgen op de geest van de mens. Heeft men werkelijk zijn intrek genomen in het Koninkrijk van God, dat bestaat in vrede en rust, of hebben we toch nog deel aan dat verdeelde koninkrijk van de duivel, waar onrust, onvrede en angst hoog in het vaandel staan? Het gaat er in ons natuurlijk leven niet op de eerste plaats om wat ons allemaal overkomt, maar wat we dan doen met ons geloof: wordt dat bepaald door wat we zien of door wat God tot ons gesproken heeft?

God spreekt in de Zoon

De Hebreeënbrief vermeldt, dat God nu ‘in het laatst van de dagen’ tot ons gesproken heeft in de Zoon. Dat wil zeggen, dat God door Jezus Christus laat zien wie Hij werkelijk is. En wat zien we dan? Een God die liefde is. Een God die nooit een mens tot Zich trekt door angst voor zijn oordeel, maar een God die ons trekt door Zijn geliefde Zoon. Immers: ‘God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Jezus Christus zich voor ons vrijwillig overgaf aan satan toen wij nog zondaars waren’ (Rom.5:8). De liefde van God staat lijnrecht tegenover angst of vrees. God is liefde en in de liefde is geen vrees. Jezus kwam juist om de mens te verlossen van de angst:

  • ‘Omdat ‘de kinderen’ mensen zijn van vlees en bloed, heeft Hij ons bestaan willen delen, om door zijn dood de vorst van de dood, de duivel, te onttronen en hen te bevrijden die door de vrees voor de dood heel hun leven aan slavernij onderworpen waren’ (Hebr.2:14,15).

Rampen, wetteloosheid en oorlogen vormen géén straf van God die Hij ons wil toedelen! Zij zijn de instrumenten die de Satan gebruikt om een mens tot slaaf te maken van angst voor de dood. Angst is het werk van boze geesten, die hun angst voor de grote, liefdevolle en enkel goede God, hun ervaring projecteren op de mens. In de laatste dagen echter zullen de door Christus verloste, bevrijde en opnieuw geboren christenen hun plaats innemen als zonen en dochters van God om de schepping te bevrijden. Jezus’ eerste leerlingen waren behoorlijk onder de indruk van de Persoon van Jezus Christus. Zodanig, dat zij niet konden nalaten te spreken van wat zij zagen en hoorden (Hand.4:20). Zij traden spontaan in zijn voetsporen, getuigden van hun levende Heer en deden wonderen en tekens. Zo zullen deze tekens ook de hedendaagse gelovigen volgen in bekeringen, vernieuwingen, genezingen, bevrijdingen door het geloof in Jezus Christus.

God spreekt door Zijn Geest

  • ‘En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik mijn Geest zal uitgieten over alles wat (voor God) leeft’ (Hand.2:17).

De laatste dagen staan in het teken van een uitstorting van Gods Heilige Geest in het binnenste van de mens. Was de werking van de Geest van God in het Oude Verbond beperkt gebleven tot de enkeling, in onze dagen wordt Gods Geest uitgestort op de gemeente van Jezus Christus en alle mensen die vóór God leven. Op de mens die oprecht zoekt naar God, zijn goedheid en barmhartigheid. Op mannen en vrouwen. Op jong en oud. Op mensen van welke nationaliteit of kleur dan ook. ’U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn en om hem te kunnen aanroepen met: Abba, Vader’. Er wordt geen angst gezaaid in het leven van de opnieuw geboren en Geestvervulde christen, maar een kracht die leidt tot het herstel van geest, ziel en lichaam. De wereld heeft geen behoefte aan allerlei beangstigende rampverhalen, maar:

  • ’De schepping wacht op het openbaar worden van de zonen van God’.