De eindstrijd

Geen inzicht in het koninkrijk der hemelen

Tal van godsdienstige tijdschriften, boeken en internetsites die tegenwoordig verschijnen, houden zich bezig met de toekomstige gebeurtenissen. De turbulente ontwikkelingen en schokkende voorvallen in onze eeuw bepalen veel christenen bij de profetieën die in de ‘dag van de Heer’ vervuld worden. De meeste gelovigen houden zich helaas alleen bezig met wat in de zienlijke wereld tevoorschijn komt, alsof dit het belangrijkste zou zijn. Ze zien de toename van kennis, zien de afval en de voortgaande openbaring van de wetteloosheid, maar hebben geen oog voor de demonen die hierachter staan. Voor hen is de strijd in de hemelse gewesten tegen de overheden en gezagsdragers van deze duisternis geen reële zaak. Zij verwachten slechts nog grotere rampen en verdere verwildering van zeden, die uiteindelijk resulteren in een volledige ondergang van de aarde, die overeen zal komen met de lokale omkering van Sodom en Gomorra zoals in de tijd van Abraham. Hierdoor kweekt men schrik en angst bij de volgelingen, die slechts uit kunnen zien naar een mysterieuze ‘hemelvaart van de gelovigen’, vóórdat de afgrijselijke slotfase ingaat. Begrijpelijk is dat men dan met pijnlijke verwachting kijkt naar zijn kinderen, die dan de catastrofe wél zullen meemaken.

Het Armageddon in de hemelse gewesten

Hoe geheel anders is de toekomst voor hen die het evangelie van het Koninkrijk der hemelen verstaan. Zij weten dat de verdrukking van de eindtijd essentieel verschilt van alle kwellingen die de mensheid vanaf het begin van de schepping heeft meegemaakt. Zij zien dat de calamiteiten van de laatste dagen rechtstreeks worden bewerkt door een invasie van demonen. De put van de afgrond wordt immers geopend. Zij geloven echter ook dat zij bij hun worsteling in de onzienlijke gewesten overwinnaars zullen zijn door het woord van God en de kracht van Gods Geest. Wel zal duisternis de aarde bedekken en donkerheid de volken, maar over hen zal het licht opgaan. De eindslag voltrekt zich voor hen dan ook niet hier beneden, maar hun Armageddon ligt in de hemelse gebieden. Voor hen is het vuur geen verbrandingsproces waarbij de materie in vlammen opgaat, maar een beeld van de werking van de satanische legers. Zij houden zich vast aan de belofte, dat zij wel door het vuur zullen gaan, maar dat dit hen niet zal verbranden, wat zeggen wil dat de koning van de afgrond geen heerschappij over hen zal voeren. Zij zijn de ontkomenen, die door een zee moeten trekken van glas met vuur vermengd, maar die behouden de overzijde bereiken om daar het overwinningslied van Mozes aan te heffen.

Allen die deze dingen niet onderkennen en geen weerstand bieden, zullen echter ten onder gaan. Ook van de kinderen van de ouders, die geen onderscheiding van geesten bezitten, noch de kracht tot behoud hebben die nodig is om te overwinnen, lezen we, dat ‘al het groene gras verbrandde’. Het maakbare Utopia blijkt niet te werken en niet allen zijn voor God gelijk. Zeker de aanbidders van satan en zijn demonen niet. Wie vanwege het niveau van zijn ‘natuurlijke’ denken meent men dat hier slechts sprake zou zijn van een hete, droge zomer, waarin het gras verschroeit, zal ook niet in staat zijn in de geestelijke regionen voor zijn kinderen op de bres te staan. Dit toch is noodzakelijk, want de geesten uit de afgrond wordt verboden dat zij het groene gras van de getrouwen en van de verzegelden schade toebrengen (Op.9). De Heer zal voor deze kleinen strijden, maar de vaders en moeders zullen hen moeten blijven heiligen en moeten doorgaan met strijden tegen de belagers van hun kroost.

Tweeërlei openbaring

De ontwikkelingen die zich in de afgelopen twee eeuwen bezig waren te voltrekken, zullen in deze nieuwe eeuw zeker nog duidelijker naar voren treden. De Bijbel bepaalt ons namelijk bij twee grote openbaringen in de hemelse gewesten, waarvan de gevolgen op aarde merkbaar zullen zijn. In 2 Thessalonicenzen 1 wijst de apostel op de openbaring van de zonen van God die het beeld van Jezus gelijkvormig zijn geworden. Hij spreekt van een tijdperk waarin de Heer verheerlijkt wordt in zijn heiligen en met verbazing gezien wordt in allen die tot geloof zijn gekomen. De mogelijkheid van deze grandioze manifestatie ligt in het Woord van God dat in al zijn facetten geloof vindt. Door de Geest hebben zij hun roeping vastgemaakt, omdat hun innerlijk geheel is toegerust tot alle goede werken en ze zijn daarom bekwaam dit in de zichtbare wereld te manifesteren. De zonen van God komen in de onzienlijke wereld onder verdrukkingen tevoorschijn, want de demonen maken zich op deze ontwikkeling tegen te houden. Daarom staan zij ook bloot aan vervolgingen, smaad en diskwalificatie op aarde van een vleselijk gezinde christenheid die door satan’s demonen geleid wordt.

Daarnaast spreekt 2 Thessalonicenzen 2 over de openbaring van de mens van de zonde. Wanneer het werk van God zijn vrucht gaat opbrengen, wordt de satan actief als nooit tevoren om de zonen van het verderf te verwekken. Hij rekruteert zijn elitekorps uit allen die hun hoge roeping verzaakten en afvielen. Het verbasterde christendom richt haar aandacht op de aarde: op de begeerte van het vlees, op de begeerte van de ogen en op de grootheid van het leven. Met hun ziel bewegen zij zich volledig in het domein van de overste van deze wereld en zij passen zich graag aan bij diens wetten en regels. Hun godsdienst houdt zich daarom niet bezig met de hemel, maar met de aarde: met de onderontwikkelde volken, met rassendiscriminatie en met sociale problemen, waar ook de weldenkende humane mens buiten God, zijn gedachten mee vult.

Een andere groep afvalligen wordt geïnspireerd door een geest van de dwaling, zodat zij de leugen geloven. Zij gebruiken wel de Schriften, maar verstaan de waarheid niet. Zij richten zich ook niet op de geestelijke wereld waar God volgens zijn vast plan zijn volk naar zijn bestemming voert, maar verliezen zich b.v. in allerlei bespiegelingen over het natuurlijke volk Israël. Weer anderen worden van hun innerlijk leven beroofd door leringen die ontleend zijn aan de geest van de antichrist, die zijn leugenachtige woorden bevestigt met bedrieglijke tekens en wonderen.

Hoe verder de tijd voortgaat, des te duidelijker zullen de tegenstellingen tussen de zich heiligende zonen van God en de verleugende zonen van het verderf worden. Het eeuwige evangelie van redding en heerlijkheid, dat van het koninkrijk der hemelen wat de mens van God volkomen maakt en tot alle goede werken volkomen is toerust, willen wij blijven doorgeven. Ondanks dat hierbij verdrukkingen en vervolgingen ons niet gespaard zullen worden. Daarom willen wij onszelf vasthouden aan de gelukwens van Paulus in 2 Thessalonicenzen 2:16,17 die wij ook aan de lezer doorgeven:

  • ‘Mogen onze Heer Jezus Christus en God, onze Vader, die ons zijn liefde heeft getoond en ons door zijn genade blijvende steun en goede hoop gegeven heeft, u aanmoedigen en sterken in al het goede dat u doet en zegt.’