6. Beelden Openbaring W

<<<<<

Beeldspraak, d.w.z. het spreken in beelden, tekens of symbolen (die op zichzelf niet de werkelijkheid zijn) heeft de bedoeling dingen aan te duiden, te benoemen, er een naam aangeven. De Bijbel is een boek vol symbolen en beeldspraak. Bij de bespreking van de beelden uit het boek Openbaring bespreken we nu de beelden beginnend met de letter W.

Water:

Water en vuur. In het vorige artikel spraken we over vuur, nu gaat het over water. In veel spreekwoorden en zegswijzen vinden we vaak de resultaten van denkwerk door veel mensen, over allerlei onderwerpen. En deze gedachten zouden wel eens dieper kunnen liggen dan men in het algemeen denkt. Zo had bij vuur nog het gezegde vermeld kunnen worden: ‘Geen rook zonder vuur’. Als men dit geestelijk transponeert, betekent het: als er ergens een sfeer is die drukkend werkt (rook), dan kan men er zeker van zijn dat de duivel (vuur) erachter zit. Zo ook met het gezegde: ‘het is water en vuur’. Het water (beeld van Gods Geest) kan het vuur (beeld van de duivel) niet verdragen.

Water kan echter ook een ongunstige betekenis hebben, vooral in de meervoudige vorm ‘wateren’. In Openbaring 8:11 bijvoorbeeld staat: ‘En het derde deel van de wateren werd alsem en velen van de mensen stierven van het water, omdat (moet zijn: doordat) het bitter geworden was’. Waardoor waren de wateren bitter geworden? Het antwoord geeft vers 10: ‘… er viel een grote ster (een gevallen, volwassen zoon van God – een mens), brandend als een fakkel(vuur) uit de hemel en zij viel op het derde deel van de rivieren en op de bronnen van de wateren’.

De wateren zijn hier het beeld van de vele (vandaar het meervoud) valse leringen, die geïnspireerd zijn door een geest. Dat het hier een grote, verbitterde en gevallen zoon van God betreft, blijkt wel uit zijn naam ‘Alsem’ (bitter) en verder uit het feit dat de mensen die de door hem geïnspireerde leer in zich opnemen, ervan sterven.

Het beeld van het ‘vallen’ wil hier zeggen: plotseling zijn er veel valse leringen die de mensen overvallen en naar de geestelijke dood voeren. Wat te denken van satanische ideologieën, die het massaal vermoorden van andersdenkenden zelfs bevelen! Hier dus niet: ‘Bitter in de mond, maakt het hart (is de innerlijke mens) gezond’, maar brengt het hart in de afgrond. Het spreekwoord kan hier ook niet opgaan, want er worden alleen natuurlijke zaken – de letterlijke mond en het biologische hart – mee bedoeld, terwijl de Openbaring de bedoeling heeft, de geestelijke werkelijkheid – en dan nog in beeldspraak – te laten zien. Een ander voorbeeld vinden we in het gezegde: ‘Als het water stilstaat, stinkt het’. En zo zijn we weer bij de poel terug. Overigens, de betekenis van dit spreekwoord luidt: ‘Wie niets doet, vervalt tot kwaad.’

Tenslotte nog een merkwaardige regel van de dichter A. Roland Holst: “uw donkere gronden, waar levenswateren door de bedding breken van uwe dromen…” Er wordt bij verteld dat we hier te doen hebben met een levenssymbool, dus een zinnebeeldende aanduiding van het levensprincipe, maar hoe kan nu uit de donkere (af)gronden water komen dat leven schenkt? Jacobus vraagt daarom: ‘Doet soms een bron uit dezelfde ader zoet en bitter water opwellen?’ (3:11). Of men is aangesloten op de bron van levend water of men zit aan de vele bittere en troebele wateren, waardoor het denken vertroebeld wordt.

Het Levenswater

Gelukkig is er ook nog het Levenswater, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam (Openb.22:1). Het Levenswater is dus beeld van Gods Geest. Wie hieraan mocht twijfelen, leest Joh.7:38: ‘Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zei Hij van Gods Geest’. Dat wil zeggen: gedoopt met of in Gods Geest, kan men van zijn geestelijke gaven aan een ander meedelen. ‘En wie (ook) dorst heeft, die komt en wie wil, neemt het Levenswater gratis’ (Openb.22:17).

Wind:

‘Daarna zag ik vier engelen staan aan de vier hoeken van de aarde, die de vier winden van de aarde vast hielden’ (Openb.7:1). In het beeldspraakboek bij uitstek – de Openbaring – is de ‘wind’ vanzelfsprekend weer geen meteorologisch gegeven; het duidt met een aards, zichtbaar beeld iets uit in de geestelijke wereld, net zoals ‘water’ het symbool is van Gods Geest. Wie echter over het beeld van de ‘wind’ nadenkt, ontdekt verschillende eigenaardigheden.

  1. In tegenstelling tot de andere beelden (berg, bladeren, gras, enz.) hoort de wind, weerkundig gesproken, niet meer bij de aarde, maar bij de lucht. De wind immers waait óver de aarde, is er geen deel van, aarde en lucht zijn twee verschillende elementen.
  2. Er is ook een verschil ten aanzien van het zichtbaar zijn. Gras kan men zien, wind niet. Alleen de invloed ervan is waarneembaar en dan nog alleen wanneer de wind een object heeft, dus iets waarmee hij in aanraking komt, als gevolg dat men hem kan voelen (bij zichzelf) of iets zien (bij een ander).
  3. De oorsprong en het ontstaan van de wind zijn niet te zien noch wetenschappelijk na te gaan. Vooral deze laatste punten vertonen veel overeenkomst met het begrip ‘geest’: die is ook onzichtbaar, hoort ook bij de zichtbare wereld, terwijl men wél zijn invloed ervaart, bij zichzelf en anderen. De verklaring dat ‘wind’ wel eens door ‘geest’ vertaald kan worden, zou in dit kader een te lange taalkundige behandeling geven. Daarom noemen we alleen psalm 104:4 waar staat: ‘Hij maakt de winden tot zijn boden’. In deze psalm worden de winden dus in gunstige zin genoemd, terwijl de vier winden in Openbaring 7 een ongunstige betekenis hebben (z.g. pejoratieven). Hiermee worden de duivelse legers aangeduid, die op de hele aarde leven en hun invloed zullen laten gelden, nadat de zonen van God verzegeld (met Gods Geest) zullen zijn, bij het eind van het zesde zegel.

Merkwaardig is nog dat er enkele spreekwoorden bestaan die wind in ongunstige betekenis als beeldspraak hebben, bijvoorbeeld: in de wind zijn = licht beschonken, de wind in het hoofd hebben = wild en woest zijn, zich met hersenschimmen vleien. Zou men intuïtief gevoeld hebben dat dit iets met het rijk van de duisternis te maken heeft?

Wolk:

Het beeld van de wolk, de gemeente aanduidende, is als beeldspraak ook onze aandacht waard. Wanneer we dit beeld met ‘wind’ vergelijken, zien we dat er verschil is met betrekking tot de zichtbaarheid. Het is als het ware de ‘geest’ (wind) die een gestalte heeft gekregen, zich op bijzondere wijze openbaart. Dit kan slaan op de mens, maar ook op God. In Ex.16:10 staat: ‘Ze richtten hun blik naar de woestijn en zie, de heerlijkheid van de Heer verscheen in een wolk’. God toonde dus zijn Wezen op bijzondere wijze al in het Oude Testament en in het Nieuwe Testament geeft Hij zijn hele koninkrijk, het Koninkrijk van God, aan de mens, de gemeente. Hij neemt dan op niet te evenaren wijze gestalte aan in de gemeente, waardoor deze Zijn Heerlijkheid weerspiegelt, zodat anderen door dat klimaat van blijdschap, vrede en gerechtigheid worden aangetrokken. In de wolken vormt zich ook de regenboog, waarin de veelkleurige wijsheid van God in de gemeente(n) zichtbaar wordt. Verder valt het op, dat een wolk in feite de verbinding vormt tussen de hemel en de aarde. God daalde in een wolk neer, Hij verbond zich met de aarde en Hij ging er ook een verbond mee aan. Tegelijkertijd is ‘wolk’ weer een zgn. hemels, verheven beeld.

Een ontelbare menigte, die niemand tellen kon

Wat drukt een wolk nog meer uit? Hij bestaat uit miljoenen waterdruppeltjes (en zie, ik zag een ontelbare menigte, die niemand tellen kon), maar toch is hij een eenheid; de druppeltjes staan niet op zichzelf, maar hebben gemeenschap met elkaar, doordat ze iets gemeenschappelijks hebben, namelijk het Licht. Ook trekken de druppeltjes samen op, elkaar ondersteunend en de ander tot zegen strekkend. In de natuur heeft een wolk de functie om zijn gave aan de dorre, droge aarde te geven. Nu geeft een wolk zijn druppels pas vrij, wanneer hij in een koude luchtlaag komt. Ook hier zien we de geestelijke betekenis van, of zoals Galaten 4:24 zegt: ‘Dit is iets waarin een diepere zin ligt’. De wolk, of de gemeente, mag op de kille, dorre aarde van zijn gaven meedelen. De zonen van God zullen de dorst kunnen lessen van degenen die dorsten naar de gerechtigheid.

Hoe ontstaat eigenlijk een wolk? In de natuur zorgt de zon ervoor dat er een wolk wordt gevormd. Bij het verdampen van het zeewater stijgen de kleine waterdruppels omhoog tot één grote wolk. Dus als een mens zich bekeert tot God dan stijgt hij op uit de zee (het dood zijn), naar de wolk (gemeente van Jezus Christus) en wordt – doordat hij opnieuw geboren wordt – van een aardbewoner tot een burger van een rijk in de hemelen. Het is een troostvolle gedachte, dat de Zon van de gerechtigheid, beeld van God, Zélf zijn wolk, de gemeente, bereidt. Dit is het grote geheimenis; daarom is het beeld van de wolk zo treffend gekozen. In het Oude Testament openbaart God Zich in de vorm van een wolk, maar tegelijkertijd verhult Hij Zich.

In het Nieuwe Testament is het een nog groter geheimenis. Hóe God gestalte aanneemt, in de eerste plaats in Zijn Zoon en daarna in de zonen van God, is enerzijds een mysterie, anderzijds een openbaring, dé Openbaring.

 

>>>>>