Babel en Pinksteren in de laatste dagen

  • ‘En de zesde engel goot zijn schaal uit over de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg gereedgemaakt werd voor de koningen uit de richting waar de zon opgaat (Op.16:12). ‘En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik van mijn Geest zal uitstorten op alles (wat voor God) leeft’ (Hand.2:17).

De Eufraat opgedroogd

Aan de ‘grote rivier’ de Eufraat, die eenmaal de hof van Eden bevochtigde, lag de stad Babel of Babylon. Zij was de hoofdstad van het gelijknamige rijk. Nadat het volk van God, als gevolg van eigen ongehoorzaamheid door talrijke kleine volken verdrukt geweest was, kwam het tenslotte als buit in handen van Nebukadnezar, de koning van Babel. Jeruzalem werd verwoest en Juda ging in ballingschap. De bedoeling van deze wegvoering was dat de Joden door Babel opgenomen zouden worden en zij met de Babyloniërs zouden assimileren. Overal verspreid kon men de huizen en tuinen van de Joden daarom in dit wereldrijk vinden. De psalmist klaagde: ‘Aan de stromen van Babel, daar zaten wij neer, daar weenden wij tranen, denkend aan Sion; Jeruzalem, als ik u ooit vergeet, mag mijn rechterhand verdorren’. Het ware volk van God werd vermengd met de vijanden van de Heer. Wie nog iets van de God van hemel en aarde wilde leren kennen, moest naar Babel reizen. Babel had Juda op vreemde bodem gebracht en probeerde het volledig in te lijven. Het sprak: ‘Wij zijn het en bij ons is het te vinden!’ Het erkende Israël niet als de vrouw van Jahweh, maar pochte: ‘Ik troon als koningin, ik ben geen weduwe.’ Zou Juda ooit weer in gerechtigheid de Heer God dienen, dan zou Babel eerst moeten ondergaan.

MENE, MENE, TEKEL, UFARSIN

In Daniël 5 wordt de ondergang van Babel beschreven. Tijdens een feestmaaltijd beging Belsazar de heiligschennis met zijn feestgenoten uit de gouden vaten van de tempel van de Heer te drinken. Dit is de typerende zonde van Babel. Het neemt de vormen en gebruiken van Gods volk over, maar het heeft er geen recht op. Dan komt de ondergang. Aan de wand verscheen het handschrift, waarin meegedeeld werd dat Babel gewogen en te licht bevonden was:

  • ‘Op hetzelfde ogenblik kwamen er vingers van een mensenhand tevoorschijn, die op het pleisterwerk van de wand van het koninklijk paleis schreven, tegenover de kandelaar en de koning zag het gedeelte van de hand die schreef. Toen veranderde de gelaatskleur van de koning, zijn gedachten verschrikten hem, zijn heupgewrichten verslapten en zijn knieën knikten’….‘Dit is het schrift dat werd geschreven: MENE, MENE, TEKEL, UFARSIN. Dit is de uitleg van deze woorden. MENE: God heeft de dagen van uw koningschap geteld en Hij heeft er een einde aan gemaakt. TEKEL: u bent gewogen in de weegschaal en u bent te licht bevonden. PERES: uw koninkrijk is verdeeld en het is aan de Meden en de Perzen gegeven (Dan5:5,6; 25-29).

Het zou verbroken en aan de koningen van het oosten, die van de Meden en Perzen, gegeven worden. Herodotus verhaalt dat Kores, de stichter van het Medisch-Perzische rijk, die de stad belegerde, de Eufraat afdamde en drooglegde. Met zijn oorlogsbenden trok hij bij nacht over de droge bedding de stad in en doodde Belsazar: ‘In diezelfde nacht werd Belsazar, de koning van de Chaldeeën, gedood’ (Dan.5:30). In Ezra 1:1 lezen wij dat deze Kores in het eerste jaar van zijn regering te Babylon de joden naar hun land liet terugkeren om de tempel te herbouwen.

Het geestelijke Babel

Het is opmerkelijk hoeveel malen de naam Babel in de profetische geschriften voorkomt. De apostel Petrus deelt mee, dat deze profeten niet zichzelf, maar ons dienden. Zij spraken over de dingen die ons in het nieuwe verbond verteld zijn. Het thema van het oude en van het nieuwe verbond is gelijk. Het oude is echter slechts de schaduw van de werkelijkheid. Babel was eenmaal een metropolis van meer dan 13 vierkante kilometer. Ook in Openbaring wordt gesproken over de grote stad Babylon. Zij wordt daar genoemd de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde. Zij wordt voorgesteld als een overspeelster, die in de hand een gouden beker heeft. Deze is echter ontheiligd en ontwijd, want zij is vol gruwelen en onreinheid. Dit geestelijke Babylon heeft de ware gemeente, het Israël van God, in ballingschap gevoerd en in zich opgenomen. In dit Babylon is het waarachtige geestelijke leven vermengd met de werken van de duisternis. Babylon betekent immers verwarring. Tienduizenden van Gods kinderen wonen in deze stad, maar voelen zich er niet thuis. Zij hebben heimwee naar een eigen gemeenschap.

Babylon is de wereldkerk, waarin zij in ballingschap verblijven. Zij zijn weggevoerd van hun heilige bodem. Als volk van God zijn zij in het nieuwe verbond hemelburgers. Hun wandel en hun strijd zijn in de onzienlijke gewesten. Zij zijn niet van de aarde, maar van boven. Daarom zoeken zij het onzienlijke Koninkrijk van God. In Babylon wordt dit geestelijke Israël echter vermengd met een aardsgezind volk, dat zich richt op uiterlijk vertoon, wereldse macht, aardse rijkdom, natuurlijke kennis en wetenschap. In Babylon functioneren geen geestelijke gaven. Integendeel worden in deze stad de profeten gedood en allen uitgebannen die op geestelijke wijze willen leven. De onzienlijke realiteiten als nieuwe geboorte, besnijdenis van het hart, opstanding tot een nieuw leven, doop en vervulling met Heilige Geest worden in Babel niet geaccepteerd. Babel is het talrijke onkruid, waartussen ook nog het tarwegraan zijn plaats heeft. Wanneer nu het onkruid verzameld wordt, komt de tarwe vrij. Daarom sprak Jezus: ‘Haal eerst het onkruid bij elkaar en bindt het in bossen om het te verbranden, maar breng het koren bij elkaar in mijn schuur.’

De Eufraat droogt op

  • ‘En haar water droogde op, zodat de weg gereedgemaakt werd voor de koningen uit de richting waar de zon opgaat.’

Wat Babel nog aan levenswater (geestelijk leven) heeft, droogt in de laatste tijd volkomen op. De oorzaak is in de geestelijke wereld te vinden. De zesde engel giet de schaal van de toorn over deze stad uit. Aan haar wordt het woord van Jezus bewaarheid: ‘Wie niet heeft, van die zal ook wat hij heeft genomen worden.’ Deze terugtocht van Gods Heilige Geest is in volle gang. Onverschilligheid en wereldgelijkvormigheid nemen zienderogen toe. Paulus sprak: ‘Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen.’ Wanneer het Woord van God voorspelt dat deze dingen gebeuren zullen, gebeurt dit ook. Het grote, geestelijke Babylon is er en miljoenen gaan in deze schijn- en nepkerk verloren, omdat zij zich vastklemmen aan uiterlijk vertoon, eigen inspanning en schijnvroomheid, maar de ware gemeenschap met God missen.

In Babel is men bezig met wat de kooplieden van de aarde verhandelen. Moderne kunst, literatuur, filosofieën, wetenschap, cultuur, amusement: alle ‘heerlijkheid’ van de wereld is in Babel te vinden. Zij hoereert met de koningen van de aarde en het hernieuwde Cultureel Marxisme bloeit als nooit tevoren. Maar de hongerigen naar de gerechtigheid ontvangen stenen voor brood. Dit opdrogen van de Eufraat baant de weg voor de koningen van de opgang van de zon. Het beeld is duidelijk. De occulte demonen uit de afgrond – de tien koningen met het beest – kunnen dit religieuze Babel dan veroveren, wanneer de afvallige kerk zich volkomen losgemaakt heeft van het Woord van God. In Babel kent men geen bevrijding en verlossing, geen genezing, geen overwinning over de zonde, geen nieuwe schepping, geen erfgenamen van God. Daarom gaat de roep weerklinken: ‘Ga uit haar, mijn volk, opdat u geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen. Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot aan de hemel.’ Zoek weer het Koninkrijk van God. Beweeg u weer op de bodem van Kanaän, de geestelijke en onzienlijke wereld. Verlaat Babel en ontvang Pinksteren!

De grote verdrukking

Onze Heer sprak over een verdrukking, die over de hele wereld komen zal. Zoals de wateren van de zondvloed de aarde bedekten, zo komt eenmaal het vuur over haar. Petrus sprak dat de tegenwoordige hemel en de aarde aan het vuur worden prijsgegeven. Vuur is in de Schrift het beeld van geestelijke machten en krachten. In de laatste dagen komt in de onzienlijke wereld een ontketening van machten, die de hemel doet beven en waarbij de aarde direct betrokken is. De ontbonden demonische geesten zullen uit de afgrond opkomen en uit de hemel, de onzienlijke wereld, geworpen worden. Zij zullen in ontelbare legers de mensen terroriseren: ‘Zo komt het uur van de verzoeking, die over de hele wereld komen zal om te verzoeken hen die op de aarde wonen’ (Op.3:10). Van deze strijd heeft Babel geen besef. Men heeft daar alleen vleselijke wapens, die gericht zijn op de zienlijke, natuurlijke wereld. Met kerkbesef, dogma’s, formulieren, ceremoniën, filosofieën, heeft men geen verweer tegen deze satanische demonenhorden. Babel is niet bestand tegen deze grote invasie uit de ‘lucht’, want haar geestelijke wateren zijn opgedroogd. In Jesaja 13 wordt de ondergang van Babel vermeld. Deze beschrijving gaat verder dan het natuurlijke Babel. Zij is verbonden aan de dag van de Heer:

  • De satanische legers: ‘komen uit een ver land, van het einde van de hemel, de Heer en de werktuigen van zijn toorn, om de hele aarde te verwoesten.’ Zij zijn volkomen destructief en voltrekken het vonnis, dat God uitgesproken heeft. Zij komen: ‘meedogenloos, met verbolgenheid en brandend van toorn, om de aarde tot een woestenij te maken en haar zondaars te verdelgen.’

Merk op dat zij alleen op de zondaars vat hebben, want ‘gelukkig hij, die waakt en zijn (witte) kleren bewaart’. Onder deze stormloop van de occulte demonen over de hele aarde capituleert ook Babel. Het heeft geen verweer. Deze geesten zijn zo sterk, dat zij vergeleken worden met hagelstenen van 20 kilo, die de mensen verpletteren (Op.16:20). ‘En het grote Babylon werd voor God in herinnering gebracht, om daaraan de beker met de wijn van de gramschap van zijn toorn te geven.’ In de geestelijke nacht die over de wereld valt, wanneer de zesde engel de zesde bazuin geblazen heeft en de vier engelen, die aan de grote rivier de Eufraat gebonden zijn, losgelaten worden, bezwijkt deze stad in een vastgesteld ogenblik: ‘Want in één uur is uw oordeel gekomen. Want zij is in één uur verwoest’ (Op. 9:13-21). Nadat de zesde engel de schaal van de toorn van God uitgegoten heeft en de rivier de Eufraat, Babels toevoer van levend water, is opgedroogd, komt het antichristelijke rijk over haar als een dief in de nacht. De lampen van de dwaze maagden zijn dan volkomen uitgegaan. De profeet Jesaja voorspelt dat op deze dag van de Heer:

  • ‘De sterren en de sterrenbeelden van de hemel hun licht niet doen stralen, dat de zon bij haar opgang verduisterd is en dat de maan haar licht niet laat schijnen’ (13:9,10).

Wanneer hemellichamen geen licht meer verspreiden, wordt dit veroorzaakt door iets, dat tussen de zon en de aarde geschoven wordt. In de geestelijke wereld zijn dit de duistere zondemachten die scheiding veroorzaken. Eenmaal schoven zij op Golgotha tussen de Mensenzoon en zijn Vader. Toen rustte de toorn van God op Hem en werd Hij van God verlaten. In de stoffelijke wereld openbaarde dit zich toen door een aardbeving en een zonsverduistering. Zoals aan de hemel de sterren en sterrenbeelden staan, zo vinden wij in de hemelse gewesten de engelen en hun groeperingen. Deze wachters trekken zich terug in de dag van de Heer, zodat de mens volkomen een prooi wordt van satans demonen. Ook de zon van Gods genade en het licht van Jezus Christus, die als de maan het beeld van het weerkaatsende licht van de zon is, worden niet meer gevonden. Zo dreigt in dit Armageddon van demonen, de wereld onder te gaan, zoals de eerste wereld in de wateren van de zondvloed verzonk. Maar in de tijd dat de zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed en voordat de grote en stralende dag van de Heer komt, zal God van zijn Geest uitstorten op alles wat voor God wil leven!

Pinksteren in de eindtijd

In déze voor de wereld zo donkere dagen zal God zich over Jakob ontfermen en nog zal Hij het geestelijk(!) Israël verkiezen en ze op hun eigen bodem laten wonen (Jes.14:1). Het volk van God verlost uit de macht van de duisternis en losgekomen uit het Babel van de verwarring, gedoopt met Gods Geest, wandelend in de voetsporen van Christus, zal ontkomen. Het woont weer in de hemelse gewesten op eigen bodem! ‘Op de berg Sion en het hemelse Jeruzalem zal ontkoming zijn’ was het antwoord dat Joël gaf, toen hij de dag van de Heer beschreef. Bergen zijn het beeld van geestelijke machten. Het geestelijke Jeruzalem en het religieuze Babel liggen beide op bergen. Maar wat een verschil is er tussen hen! Babel ligt op een ‘kale berg’ (Jes.13:2). Er is wel uiterlijk vertoon, maar geen geestelijke kracht en het waarachtige leven wordt er niet gevonden. Maar: ‘het zal gebeuren in de laatste dagen: dan zal de berg van het huis van de Heer vast staan als de hoogste berg’ (Jes.2:2).

Het nieuwe Jeruzalem, de gemeente van Jezus Christus, ligt op een grote en hoge berg (Op.21:10). Wij zijn tot deze berg genaderd en tot dit Jeruzalem. Rond de kinderen van God zijn miljoenen wachters, die hen bewaren en dienen (Hebr.12:22). Als duisternis de aarde bedekt en donkerte de natiën, zal bij hen juist Gods heerlijkheid en licht gezien worden (Jes.60:2). Deze hoge, verheven en heilige berg is de kracht en macht van Gods Heilige Geest. Als Babel ondergaat, staan de zonen van God in hun volle wapenuitrusting en volkomen toegerust. Tegen de geestelijke machten heffen zij het schild van het geloof op, zodat al de brandende pijlen gedoofd worden. Zij zijn onkwetsbaar door de helm van de redding en verlossing en het zwaard van de Geest is in hun hand. Daarbij bidden zij met aanhoudend bidden en smeken in de geest. Merk op hoe de apostel in Efeze 6 dit bidden in nieuwe talen verbindt met de strijd in de hemelse gewesten. Ook Jezus sprak: ‘In mijn Naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe talen zullen zij spreken’ (Marc.16:17). Het grote pinksterfeest in de laatste dagen is gekomen. De koningen van het oosten zullen ook oorlog voeren tegen het Lam, maar Deze zal hen overwinnen ‘en zij die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen’ (Op.17:14). Het geheim van deze zege is, dat de rivier van God vol water is. Als Babels stromen opdrogen, zal de late regen neerdalen en stromen van levend water zullen het volk van God verkwikken. Gods Geest wordt uitgestort in de laatste dagen. Gods volk beweegt zich weer in de hemelse gewesten, want hun zonen en dochters profeteren, hun jongemannen zien gezichten en hun ouden verstaan dromen.