
In zijn toespraak op de Olijfberg vergeleek Jezus de laatste gebeurtenissen in de afgevallen kerk met de tijd van Noach. In het grote Babylon zal er een aardsgericht schijnchristendom zijn, waar alleen het natuurlijke leven in stand wordt gehouden: eten, drinken en trouwen. Onverwacht komt over dit Babylon een stortvloed van demonen, wat vergeleken kan worden met de zondvloed die allen wegnam. De put van de afgrond wordt dan geopend (Op.9:1-12). Jezus gaf hiermee een aanwijzing hoe er opnieuw een grote scheiding tussen de mensen zal zijn. Tijdens de zondvloed gingen de goddelozen onder, maar Noach met zijn gezin bleef achter. Dit oordeel wordt door Jezus met enkele voorbeelden geïllustreerd:
- ‘Dan zullen er twee in een veld zijn, één zal aangenomen worden en één achtergelaten worden; twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen, één zal aangenomen worden en één zal achtergelaten worden’.
Het Griekse woord ‘paralambano’ kan op verschillende manieren worden vertaald. In de ‘Zes Nederlandse Vertalingen’ wordt het overgezet door ‘aangenomen’, ‘meegenomen’ en ‘opgenomen’. De betekenis van dit werkwoord moet dus uit het verband worden opgemaakt. Zo heeft het hier een ongunstige gevoelswaarde, net als bijvoorbeeld in de tekst: ‘de onreine geest die uit de mens was gevaren, nam zeven andere geesten mee’ (Marc.12:45). Het komt overeen met het ‘wegnemen’ van mensen in de dagen van Noach. Wie achterblijft, kan worden vergeleken met Noach en de zijnen. Het Nieuwe Testament met commentaar’ schrijft in zijn verklaring: ‘Bij Mattheüs schijnt ‘meegenomen worden’ gelijk te zijn met weggesleurd worden. ‘Achtergelaten worden’ betekent hier onaangeraakt blijven. Dezelfde betekenis van ‘achterblijven’ vinden wij ook in de godsspraak: ‘Zevenduizend man zijn overgebleven, die hun knie voor Baäl niet hebben gebogen (Rom.11:14).
Noach uit de zondvloed gered

Veel kerkgangers en Israëlfanaten geloven dat onze Heer éérst zijn gemeente tot Zich neemt (opnamesprookjes) en daarná zal Hij scheiding maken. Maar dit is in strijd met de uitspraak:
- ‘Haal éérst het onkruid bij elkaar en bindt het in bossen om het te verbranden maar brengt het koren bij elkaar in mijn schuur’ (Matth.13:30).
Op de Olijfberg sprak Jezus over mensen die in het natuurlijke leven samen optrekken: twee op een boerderij, twee bij de korenmolen en in Lucas 17:34 wordt aan deze voorbeelden nog toegevoegd: ‘Twee zullen op één bed zijn’. De personen die op aarde zo dicht bij elkaar leven, zijn in de geestelijke wereld van elkaar gescheiden. De een wordt meegesleurd door verleidende demonen, terwijl de partner ‘onaangeraakt’ buiten het bereik van de slang blijft. Zo was het met Noach en zijn gezin, dat wel door het water omringd was, maar er toch niet mee in aanraking kwam. Noach en de zijnen werden ‘door het water héén gered’ (1 Petr.3:20).
Het dode lichaam – Prijsgegeven aan de ontbinding

Op de vraag van de leerlingen hoe en waar dit alles zou gebeuren, zegt Jezus: ‘Waar het lichaam is, daar zullen ook de gieren zich verzamelen’, of ‘waar het aas is, daar zullen de gieren zich verzamelen’ (Luc.17:37). Er is een regel in de natuurlijke wereld: aasgieren komen op de lijken af die op het slagveld liggen. Zij scheuren er stukken af om mee te nemen. Het dode lichaam wordt altijd aan de ontbinding prijsgegeven. Jezus neemt deze wet over voor de gééstelijke wereld. Wanneer iemand zijn gemeenschap met God verliest, raakt hij geestelijk in de dood en wordt hij een prooi van destructieve demonen. In de zichtbare wereld kan zo’n mens nog doorleven zoals een bloem die van de stengel is afgesneden, maar nooit meer vrucht draagt. Wanneer zij aardsgericht worden en het hemels Koninkrijk verlaten, worden zij een prooi van de duistere geesten. In de zichtbare wereld kunnen deze instituten nog eeuwen lang bestaan en haar verschrikkelijke dwalingen uitspuien. Maar allen die het Koninkrijk van God dat in de hemel is, verlaten, zijn ten dode opgeschreven.
In Openbaring 18:1,2 wordt gezegd:
- ‘Hierna zag ik een andere engel neerdalen uit de hemel. Hij had grote macht en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid. En hij riep uit met krachtige stem: Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon en een woonplaats van demonen geworden, een schuilplaats voor allerlei onreine geesten en een schuilplaats voor allerlei onreine en weerzinwekkende vogels.’
In plaats van ‘schuilplaats’ hebben veel vertalingen in de marge of in de tekst ‘gevangenis’ staan. De ontrouwe kerken houden de demonen wat graag vast. Zij blijven God lasteren tot aan vandaag. In hen wordt ‘eerst’ het onkruid verzameld en wanneer alles bij elkaar verzameld is, komt de tijd van de oogst. Tot het overblijfsel van het volk van God, dat zich nog in deze stad bevindt, wordt gezegd:
- ‘Ga uit van haar, mijn volk, zodat u geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen’.
Vervolgens vallen de gieren de aardsgezinde kerk aan en roven al haar heerlijkheid: ’Alles wat kostbaar en schitterend was, is voor haar verloren en het zal nooit meer gevonden worden’. De antichrist en zijn tien koningen haten de geestelijk onmachtige hoer, eten haar vlees en verbranden haar met vuur. Zij beroven haar van eeuwenoude culturen en religieuze rijkdommen en maken haar geestelijk tot een puinhoop. Van haar kinderen kan worden opgemerkt, dat ‘het groene gras’ (haar ongeheiligd zaad) zal verbranden, bijvoorbeeld door porno, drugs of occultisme, het heulen met de gevallen wereldheersers en oosterse religies (Op.17:16, 8:7).
Babylon is onbruikbaar voor Armageddon
De antichrist laat Babylon ‘vallen’, omdat de aardsgezindheid van haar inwoners voor hem van geen enkel nut zal zijn in de zware strijd die hem wacht tegen het leger van God in de hemelse gewesten. Zij die wél openstaan voor een ‘hogere’, satanische opleiding sleurt hij mee om ze bij zijn occulte gemeente te voegen. Babylon is niet een bepaalde aanwijsbare kerkgemeenschap, maar een aardsgerichte denkwereld die in het christendom is binnengedrongen, waarbij de dingen die boven zijn, niet meer worden gezocht. Natuurlijk werken deze visies door in haar aardse naamkerken. De leer van het Koninkrijk van de hemelen is niet op de aarde gericht. Zij houdt zich bezig met het burgerschap in de hemel. Haar oproep luidt dan ook: ‘Ga uit het aardse Jeruzalem, verlaat Babylon.’
Tot hen die in de oogsttijd nog in Babylon wonen, maar die wél haar zonden en occulte praktijken haten, worden door de zonen van God gewaarschuwd. Zij zullen hun aardsgerichte leerstellingen moeten loslaten.
De Eufraat drooggelegd

In het begin van de kerkgeschiedenis werd ook al opgeroepen om Babylon te verlaten. De oproep is gericht tot een orthodoxie die een afvalberg van dwalingen van de voorvaders vasthoudt. Deze dwalingen blokkeren het leven. Ze zijn vandaag gedreven door een Judaïstisch fundamentalisme dat zich bezig houdt met een politieke strijd in het Midden-Oosten. Wanneer echter de Eufraat, de geestelijke scheidingsrivier opdroogt, worden ze overstroomd door occulte godsdiensten uit het Verre Oosten.
Ook wij willen hen waarschuwen. Wij roepen iedereen in Babylon op om de aandacht te richten op het ‘midden’ van de hemel, waar de troon van God is. Als zij dat doen, kunnen ook zij worden opgenomen in het leger van God, dat klaar staat voor de eindslag in het geestelijke Armageddon. Dan worden zij niet meegenomen, maar worden zij achtergelaten. Anders worden deze ‘Bijbelgetrouwe’ christenen, die de sleutels van het Koninkrijk van de hemelen missen, meegesleurd door een demonische vloedgolf, die in het laatste uur over de hele wereld zal gaan ‘om hen te verzoeken, die op de aarde wonen’ en niet in de hemel hun burgerschap hebben (Op.3:10). Dan gaat voor de afvallige, aardsgerichte schijnkerk in vervulling:
- ‘En een sterke engel nam een steen op als een grote molensteen en wierp hem in de zee (vloedgolf), zeggende: Zó zal Babylon met geweld geworpen worden, de grote stad en zij zal nooit meer gevonden worden!’ (Op.18:21).
************
Gerelateerd:

