Onze Heer Jezus werd als laatste Adam door de Vader in de wereld gezonden om ‘zijn dorsvloer helemaal te zuiveren’. Hij maakte daarmee een begin, toen Hij rondging, goed deed en allen genas die door de duivel waren overweldigd (Hand.10:38). Aan het begin van zijn loopbaan probeerde satan Hém ook te onderwerpen. Hij toonde Jezus alle koninkrijken van de aarde en bood ze Hem aan met de woorden:
- ‘Ik zal U al deze macht geven en hun heerlijkheid, want zij is mij overgegeven (door de eerste Adam) en ik geef haar wie ik wil. Als U mij dan aanbidt (en mij daardoor als meerdere erkent), zal zij geheel van U zijn’ (Lucas 4:6,7).
In de wereld heerste de satan als koning. Er is dus sprake van zijn koninkrijk (Matth.12:26). Jezus weigerde echter op deze transactie in te gaan, want Hij zou aan het einde van zijn aardse leven de hele mensheid vrijkopen voor God uit de macht van de satan, door zijn bloed als losprijs voor allen te geven (1 Tim.2:6).
Na zijn opstanding brak voor Jezus een nieuwe tijd aan, waarin Hem alles was overgegeven. Uit de vrijgekochten vormt Hij nu een leger dat zijn bevrijdend en herstellend werk op aarde voortzet. Voor hen reserveert God geen mooi landschap of een tempel in Jeruzalem, maar zij worden in Christus overgeplaatst naar het hemelse Jeruzalem of naar de tempel van God. Zij krijgen de hemelse hof van Eden toegewezen. Als geestelijke mensen zijn zij vreemdelingen en gasten op aarde en burgers van een rijk in de hemelen. Uit de strijd tegen de demonen van satan zal dit machtige leger als overwinnaar tevoorschijn komen. Het zal de aarde verlossen van de heerschappij van de satan en het tot het Koninkrijk van Jezus Christus maken. Het zal de lucht bevrijden door het geloof in de hemelse Koning. Dan zullen er stemmen in de hemel klinken:
- ‘Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Heer en aan zijn Gezalfde (de gemeente) en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden’ (Op.11:12).
De medewerkers van God worden nu opgeleid om de macht en de kracht, die Jezus Christus hun heeft gegeven, ook te gebruiken. In principe doen zij daarom al de werken die Hij deed. Zij brengen het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen, drijven demonen uit en genezen zieken. Hierdoor ontstaat er een oorlog in het onzienlijke gewest dat bij de aarde hoort en dat de apostel Paulus in beeldspraak ‘de lucht’ noemt (Ef.2:2). In de eindtijd komt deze strijd tot een climax, wanneer de Heer Jezus bij zijn terugkomst zijn leger uit hemel en aarde gaat verzamelen in de lucht (1 Thess.4:17). Ook de satan verzamelt zijn troepen, maar dan vanuit de afgrond en van de aarde. Wij krijgen er allemaal mee te maken. Wij zullen bij de overwinnaars óf bij de verliezers horen.
Troepenconcentraties
Nadat de vrouw de zonen van God gebaard heeft en de satan uit het Koninkrijk van God geworpen is, beschrijft de Openbaring diens aanwezigheid op het zand van de zee, dat beeld is van het dodenrijk. Terwijl hij gebruik maakt van spiritistische krachten in het afvallige christendom, laat hij dan uit de duistere diepten van de afgrond Apollyon, de wetteloze engel van het verderf, met zijn sinister gevolg opkomen (Op.13:1).
Petrus zegt dat deze engelen, die gezondigd hadden, in de afgrond waren geworpen en daar aan diepe spelonken van de duisternis waren overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren (2 Petr.2:4). In Judas staat dat deze engelen eenmaal hun oorsprong ontrouw werden. Zij verlieten hun eigen woning en incarneerden zich in mensen. Zij trouwden dus met de geesten van mensen, een verbinding die alleen aan God toekomt. Zij kwamen in de diepste regionen (de afgrond), van het dodenrijk, omdat zij met de mensen meegingen. Deze mensen konden of wilden deze machten bij hun sterven niet loslaten, wat bijvoorbeeld bij de zondvloed massaal is voorgekomen. Ook werden veel van zulke geesten door Jezus en zijn leerlingen in de afgrond geworpen. Wij denken ook aan het legioen demonen dat bij de bezetene van Gadara werd uitgedreven. Deze engelen worden met eeuwige donkere banden bewaard voor het oordeel van de grote Dag.
Apollyon, koning van de afgrond. Wonend in dé antichrist
Wanneer Apollyon (het beest uit de afgrond) op die dag van de Heer geheel uit de zee opstijgt, ontvangt hij van de satan al diens macht en kracht en ook zijn troon, dat is zijn koningschap (Op.9:1-11; 13:1,2). Apollyon neemt dan zijn intrek bij de mens die hem opgeroepen heeft; dé antichrist. Een grote gevallen zoon van God; de ster Alsem (Ez.28:1-10; Op.13:11:18). De satan geeft dan zijn macht over alle koninkrijken van de wereld in handen van deze grote gevallen zoon van God, een mens. Alle mensen die aan deze antichrist onderworpen zijn, aanbidden dan ook zijn inwonende draak, het beest uit de zee (Op.13:4).
De tegenpolen zijn:
- God – Satan.
- Gods Geest – Apollyon.
- Jezus Christus – De antichrist.
Door het opkomen van het beest uit de afgrond wordt de ‘lucht’, zoals er letterlijk staat, verduisterd en geestelijk vervuild. Het demonische leger uit de afgrond komt vervolgens ín miljarden mensen wonen op aarde, zoals vóór zondvloed (Gen.6.1-5). Geheel gedemoniseerd door deze wetteloze geesten, iets wat vandaag al goed te zien is. Vergelijk ook het komende wereldfeest, wanneer de twee getuigen worden vermoord door de antichrist (Op.11:7-10).
Heidense godsdiensten uit het Oosten – De Eufraat drooggelegd
Ook verzamelt de antichrist nog op een ándere manier op aarde een groot occult leger, om het in de lucht in te zetten. De heidense godsdiensten uit het Oosten gaan zijn troepen versterken. Dit zijn afgodendienaars, de beoefenaars van yoga en transcendente meditatie met hun buitenzintuiglijke waarnemingen en ervaringen. In de westerse cultuur zijn Yoga en het boeddhisme overal binnengedrongen, ook in de kerkelijke wereld. Bovenal denken we aan de reïncarnatieleer, die ervan uitgaat dat bij het sterven de ziel van de mens kan ‘verhuizen’ en vlees kan aannemen van dieren of mensen. In werkelijkheid gaan de zielen van de overledenen naar het dodenrijk, maar zoeken de inwonende demonen naar nieuwe huizen, levende mensen.
Wanneer het ontrouwe christendom in het grote Babylon zonder ‘water’ komt, dus zijn kracht en leven verliest, trekken de valse leergeesten uit het Oosten over de uitgedroogde ‘grote rivier, de Eufraat’, Babylon binnen om zich te verbinden met de antichristelijke kerken (Op.9:14; 16:12). Wanneer onze Heer Jezus zijn legers in de lucht bij elkaar brengt, brengt ook de antichrist tijdens een geweldige spiritistische seance zijn occulte troepen daar. In het hemelse Armageddon komt het dan tot een treffen. Het leger van God valt de demonenwereld aan. Onder hen zijn ook de wereldbeheersers van deze duisternis, de krachtige demonen die met de koninkrijken van de aarde zijn verbonden; de zeer slechte mensen. Uit de mond van ‘het woord van God’ komt dan een scherp zwaard om daarmee de heidenen, het leger van de antichrist te verslaan en weg te vagen (Op.19:15).
Het Woord van God
Aan het hoofd van zijn uitverkoren helden voert onze Heer oorlog en Hij oordeelt in gerechtigheid. Dan blijkt aan het einde van ons tijdperk dat God achter de mens staat met zijn Woord en zijn Geest. De overwinnende gemeente wordt in de eindtijd waardig gekeurd om te staan voor de Mensenzoon. Deze overwinnaars wandelen dan in witte gewaden, omdat zij het waardig zijn (Luc.21:36; Op.3:4).



